InterviewAb Osterhaus

Viroloog Ab Osterhaus: ‘Ik heb een hekel aan mensen’

Ab Osterhaus Beeld Valentina Vos
Ab OsterhausBeeld Valentina Vos

Ab Osterhaus (72) speelt nog steeds in de eredivisie van de virologie. Door zijn veelvuldige aanwezigheid op tv roept hij ook veel weerstand op. Maar daar kan hij niet mee zitten. ‘Ik heb een beetje een schild opgetrokken.’

‘De David Beckham van de virologie’, noemde een Britse collega hem in de tijd dat de voetballer nog tot de top behoorde. Nederlandse collega-wetenschappers als Jaap Goudsmit en Roel Coutinho roemen Ab Osterhaus in de tegenwoordige tijd, als ‘de beste viroloog die ik ken’ en als ‘een ongelooflijk goede wetenschapper’. Geen wonder dus dat talkshows hem zo graag als gast uitnodigen. Zo graag zelfs, dat het opviel dat hij er onlangs even uit was. Vanwege contact met een collega die corona had, moest ook Osterhaus namelijk in quarantaine. ‘Ik zit er nu al twaalf dagen in.’

U woont met een oud-collega en een hele reeks dieren in een groot huis aan het bos. Zet zij nu uw eten voor de deur?

‘Ja. Of ik kook zelf wat, ik ben behoorlijk zelfredzaam, hoor. Normaal gesproken ben ik hier alleen op zaterdag. Ik woon doorgaans in mijn appartement in Amsterdam, en doordeweeks slaap ik in een flatje boven de universiteit in Hannover. Maar ik heb in Amsterdam net een overstroming gehad, dus dat is even onbewoonbaar.’

Voelt u zich eenzaam, zo alleen daar op uw kamer?

‘Nee hoor, want ik heb via beeldbellen de hele dag met alles en iedereen contact. Gisteren had ik eigenlijk een grote meeting in Lyon, de dag ervoor eentje in Mexico. Dat gebeurt nu allemaal online. Dat werkt prima, al is het nadeel dat je te veel hooi op je vork dreigt te nemen. Normaal vlieg je heen en weer, en kun je maar één voordracht per dag houden. Nu zit ik op een gemiddelde van drie. Ik werk harder dan ooit.’

Heeft u al last van afkickverschijnselen omdat u nu even niet in talkshows kunt zitten?

‘Het is eigenlijk wel prettig, dat dat even niet kan.’

O ja?

‘Ik doe het ook niet zo verschrikkelijk veel, hoor. Ik zeg in elk geval tegen een heleboel dingen nee.’

Toch telde ik dat u het afgelopen jaar al een keer of dertig te gast bent geweest bij Op1.

‘Ja ja. En daar krijg ik natuurlijk ook wel veel commentaar op.’

Er zijn inmiddels nogal wat deskundigen die ervoor bedanken. Zo hebben twee leden van het OMT gezegd dat ze geen zin hebben in ongenuanceerde wetenschappelijke discussies en meningen met te weinig nuance. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?

‘Dat is voor mij juist een van mijn overwegingen om daar wél te gaan zitten, ik weet dat het voor hen veel ingewikkelder is vrijuit te praten. Ik heb vroeger zelf ook in die OMT’s gezeten, en dan ben je toch een beetje vleugellam omdat je wordt geacht namens de groep te opereren, en de consensus uit te dragen. En ik vind het belangrijk om kritische geluiden te laten horen, als ik vind dat er dingen niet helemaal goed gaan. 

‘Bijvoorbeeld dat ik vind dat er strenger moet worden opgetreden. Zoals nu in de landen die goede resultaten tonen. China, Zuid-Korea, Taiwan, maar bijvoorbeeld ook Australië en Nieuw-Zeeland. In Europa, maar bijvoorbeeld ook in de Verenigde Staten en Zuid-Amerika, laat men toch een beetje de oren hangen naar wat het grote publiek wil. Er is nu eenmaal een omgekeerde relatie tussen persoonlijke vrijheid en succes bij het bestrijden van zo’n crisis. Ik zie het als mijn morele plicht als wetenschapper om dat te vertellen. Ook al levert dat soms stevige kritiek op. Gelukkig zit ik niet op sociale media, dus veel gaat langs me heen.’

Krijgt u ook niet mee wat er zoal over u op Twitter rondgaat? Ondernemer Yves Gijrath beweerde bijvoorbeeld in een podcast over documenten te beschikken waarop te zien is dat u begin 2018 ineens 5,6 miljoen euro op uw bankrekening kreeg bijgeschreven.

‘Dat heb ik inmiddels wel meegekregen, ja. Het is zo dat ik in het verleden op verzoek van de Erasmus Universiteit 20 procent van mijn baan heb opgegeven, zodat ik me kon bezighouden met het opzetten van een spin-outbedrijfje dat op de universiteit is geboren. Daarvan heb ik toen ter compensatie van mijn verminderde loon een deel van de aandelen gekregen. Niemand die verwachtte dat dat veel geld waard zou worden, maar uiteindelijk zijn die aandelen verkocht voor 5,6 miljoen. Dat  krijg ik dan niet allemaal op mijn privérekening gestort, dat zit in een bv. Maar goed, ik weet dat ik om dat soort dingen word bekritiseerd. Ik heb bijvoorbeeld bij een ander bedrijf een adviesfunctie bekleed, maar het geld dat ik daarvoor kreeg stortte ik weer door naar een stichting die zich bezighoudt met het verder ontwikkelen van nieuwe vaccins.

‘Er moet nu eenmaal een nadrukkelijke samenwerking tussen de wetenschap en commerciële bedrijven zijn. Dat zie je nu ook weer bij de vaccins. Vrijwel al die covid-19-vaccins vinden hun oorsprong in de academische wereld en zijn verder ontwikkeld door de farmaceutische industrie. Die samenwerking zorgt ervoor dat die dingen op grote schaal zo snel mogelijk naar de markt kunnen komen. Daardoor hebben sommige mensen dubbele petten op, maar anders krijgen we die vaccins gewoon veel later of helemaal niet.’

Het bericht over de 5,6 miljoen leverde op Twitter meteen allerlei big farma-achtige complottheorieën op. Osterhaus zou de miljoenen vast hebben gekregen in ruil voor een positief advies over een medicijn. Net als bij de Mexicaanse griep, wordt hij beschuldigd van belangenverstrengeling. Toen bestelde minister Ab Klink na onder meer zijn advies 34 miljoen vaccins, waarvan een deel later de prullenbak in kon omdat het gevaar veel minder groot bleek dan werd gevreesd. Het was paniekzaaierij van Osterhaus geweest, uit eigenbelang, hij zou meeprofiteren van het bedrijf dat de vaccins ontwikkelde. Zijn werkgever, de Erasmus Universiteit, en twaalf collega’s, pleitten hem in een open brief vrij, maar de kritische geluiden bleven.

‘Dat is destijds al uit-en-te-na besproken, er zijn zelfs Kamervragen over gesteld. Er bleek dat ik absoluut niet aan belangenverstrengeling had gedaan, dat ik altijd duidelijk heb aangegeven welke bedrijven ik adviseerde, en dat ik nooit een stuiver heb verdiend aan het feit dat die vaccins door het ministerie zijn gekocht. Ik waarschuwde in die tijd inderdaad voor de mogelijke gevolgen van de Mexicaanse griep, maar dat was nou eenmaal wat ik moest doen. Niet voor niets schreven die collega’s, onder wie twaalf hoogleraren, een opiniestuk met als titel: ‘We mogen Ab Osterhaus dankbaar zijn’. Maar ja, toch blijven die cowboyverhalen over mij rondgaan.’

Het weerhoudt de inmiddels 72-jarige viroloog er niet van onverstoorbaar en op volle kracht door te werken. ‘Appie werkt altijd’, zeggen zijn vrienden. Elke ochtend staat hij om zes uur op en en werkt hij tot middernacht door. Na zijn pensionering als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, werd hij gevraagd om in Duitsland een nieuw instituut aan de Tierärztliche Hochschule in Hannover op te richten. Inmiddels heeft hij daar weer een groot team om zich heen verzameld, met dé internationale hotemetoten op het gebied van dierlijke virussen die besmettelijk zijn voor de mens. 

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Uw collega Guus Rimmelzwaan, met wie u al 35 jaar samenwerkt en die u naar Duitsland is gevolgd, zei te hopen dat dit eindelijk eens een positief stuk over u wordt. ‘Ab heeft zo veel PhD-studenten begeleid, meer dan 1.200 wetenschappelijke artikelen geschreven, zoveel virussen ontdekt en staat internationaal zo hoog aangeschreven, maar in Nederland krijgt hij niet de erkenning die hij verdient.’

Lachend: ‘Daarom werk ik misschien wel in Duitsland. Voor mij zit de grootste lol erin om met een team samen te werken en nieuwe virussen te ontdekken. Ik ben vijf jaar geleden helemaal from scratch in Duitsland begonnen. Gewoon omdat ik dat leuker vind dan om na mijn pensioen naar de geraniums te kijken.’

Uw jeugdvriend, columnist en schrijver Henk Spaan vertelde: ‘Appie is bezeten door die virussen. Hij nam vroeger al liever salamanders en hagedissen mee naar huis dan meisjes.’ Wat heeft een virus dat een vrouw niet heeft?

‘Een virus heeft heel veel wat een vrouw niet heeft, maar een vrouw heeft ook heel veel wat een virus niet heeft, hè? Een vrouw heeft rna én dna, en een virus heeft alleen maar rna óf dna.’

Ik bedoelde eigenlijk dat u meer geïnteresseerd lijkt in virussen dan in de liefde. U zou ook hand in hand over het strand kunnen rennen in plaats van achter een virus aan.

‘Ik denk dat het bedrijven van wetenschap een vorm van verslaving is. Je helpt mee aan het ontwikkelen van vaccins, aan antivirale middelen, je denkt dat je het verschil kunt maken. Maar het is ook weer niet zo dat al mijn interesse uitgaat naar virussen. Ik heb een vriendin, een Française. Ik ben wel een nerd, maar je moet toch wel een soort van balans in je leven hebben.’

Iedereen die ik heb gebeld, zei dat die balans bij u volledig zoek is.

‘Ja, mijn kleinkinderen klagen op het ogenblik ook wel vanwege het feit dat ze me alleen nog maar op televisie zien, en ik nooit meer langskom. Maar dat is uit voorzorg tegen covid-19.’

U probeert wel tijd te vinden voor uw kleinkinderen, begreep ik. Dat betekent alleen niet dat u elk weekend met hen naar de dierentuin gaat, maar eens per jaar.

‘Dat klopt wel ongeveer, ja. Ik probeer wel altijd met de kleinkinderen naar de kerstmarkt in Duitsland te gaan. Maar soms ben ik zo verstrooid dat ik in de week ga dat die net gesloten is, dat is nog veel erger dan een dierentuinbezoek missen.’

Dan is Kerst al lang geweest.

‘Dan ben ik er in de week vóór Kerst en dan stoppen ze er net mee. Maar goed, zowel mijn kinderen als mijn kleinkinderen associëren mij vooral met naar dierentuinen gaan. Ik heb in Thailand met gibbons en allerlei vreemde dieren gewerkt, en als ik dan met mijn kinderen naar Artis ging, imiteerde ik die als we voor het hok van de gibbons stonden. Die beesten werden helemaal opgewonden.’ Doet vol overgave vrij treffend een gibbon na. ‘Hoehoehoehoe’ zongen we dan over en weer naar elkaar. Mijn kinderen schaamden zich rot. Als we naar de dierentuin gingen was hun eerste reactie: maar niet naar de gibbons, hè?’

Uw huwelijk met de moeder van uw kinderen eindigde in een scheiding. ‘Ik ben ook een onmogelijk mens’, zei u daar eerder over. Bent u nu iets minder onmogelijk geworden, of kan uw huidige vriendin gewoon meer hebben?

‘Ik denk dat als je ouder wordt, je wel iets minder onmogelijk wordt, dat je iets meer gaat relativeren. De tijd die ik aan het gezinsleven heb besteed had achteraf bezien veel beter gekund. Zeker toen de kinderen klein waren. Maar ja, het was armoe troef in die tijd. Na mijn afstuderen was het verschrikkelijk moeilijk om mijn hoofd boven water te houden.’

Zelf groeide u op in een gezin met zeven kinderen. Hoe was dat?

‘Dat is aan de ene kant heel erg leuk, aan de andere kant zorgde het ervoor dat ik de dingen allemaal zelf moest regelen, want er was weinig geld. Als je wilde voetballen, moest je eerst een krantenwijk nemen om de contributie te kunnen betalen.’

Bovengemiddeld gedreven mensen zijn in hun jeugd nogal eens onvoldoende gezien. Speelt dat bij u ook?

‘Mijn oudste broer was de oogappel, en ik was de tweede, dus ik hoefde juist niks. Hij moest viool spelen, hij moest allerlei dingen presteren die ik niet hoefde te doen. Mijn muzikale carrière is nooit verder gekomen dan een blokfluit die ik in een ruzie met een vriendje op zijn hoofd heb stukgeslagen. Ik ben wat dat betreft een beetje in de schaduw opgegroeid. Ik was ook niet het beste jongetje van de klas. Ik ging wel naar het gymnasium, maar maakte echt helemaal nooit mijn huiswerk, het interesseerde me niks. Ik was liever met dieren bezig. Ik fokte konijnen en heb veel bij boeren gewerkt.’

U verdiende tijdens het vaccineren een gulden per koe.

‘Ja, de truc was dan in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk koeien te vaccineren tegen mond- en klauwzeer. Ik studeerde toen al dierengeneeskunde, maar had geen beurs. Ik moest tijdens de zomervakantie dus in zes weken het geld voor mijn studie bij elkaar verdienen. Dat zorgde er ook voor dat ik nooit voor een tentamen ben gezakt. Want herexamens vonden in de zomer plaats, en dat kon ik me niet permitteren. Ik volgde alle colleges en over mijn samenvattingen werd gezegd: ‘Als je het dictaat van Appie hebt, dan haal je het wel’, dus op een gegeven moment is een studiegenoot die dingen gaan uitgeven, toen hebben we er een handeltje van gemaakt.’

Lenie ’t Hart, met wie u samenwerkte toen er plots zeehonden aan een virus stierven, zei nadien dat u door geldzucht wordt gedreven.

‘Ja, maar dat kun je zowel negatief als positief opvatten. Lenie hield zich vooral bezig met die zeehonden zelf, mijn focus lag meer op geld binnenhalen om onderzoek te doen naar waar die zeehonden indertijd zo massaal aan dood gingen. En dat is nog altijd precies hetzelfde. Ook in Duitsland ben ik constant bezig met geld binnenhalen zodat we de onderzoeken kunnen doen die uiteindelijk mensenlevens kunnen redden. Als je dat geldzucht noemt…, ja, dat kan, maar ik heb dat nooit als negatief gezien. Het geld dat ik heb, besteed ik vooral aan zaken die het werk ten goede komen. Daarom word ik altijd een beetje flauw van alle kritiek dat ik een zakkenvuller zou zijn. Maar zodra je je daartegen gaat verweren, krijg je dat alleen maar terug, dat heeft geen enkele zin. Zolang je voor jezelf maar weet dat wát je doet, je netjes doet.’

U doet er nu een beetje laconiek over, maar volgens uw collega Guus Rimmelzwaan doen dit soort geluiden u wel degelijk veel pijn.

‘Ik vind het vooral pijnlijk voor mijn omgeving. Voor mijn kinderen, voor collega’s die ineens blijken samen te werken met een zogenaamde oplichter. Maar het is weleens gek. Aan de ene kant ben ik commandeur in de orde van de Nederlandse Leeuw, dat is de hoogste onderscheiding die je in Nederland kunt krijgen, en aan de andere kant krijg ik zo’n bak stront over me heen.

‘Ik maak me vooral zorgen dat jonge collega’s door al het complotdenken en die storm aan kritiek die je te verduren krijgt, huiverig worden om aan adviescommissies deel te nemen en hun nek uit te steken. Dat zij zich liever beperken tot hun onderzoek en papers schrijven. Een beetje hetzelfde als wat je bij die twee OMT-leden ziet. Ik wil niet de martelaar uithangen, maar ik vind dat je naar de maatschappij toe toch wel de verantwoordelijkheid hebt om je in het debat te mengen.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Zijn die complotdenkers nieuw, of waren mensen ten tijde van de Mexicaanse griep ook al bang om met het vaccin een nanochip van Bill Gates in hun hoofd geïmplanteerd te krijgen?

‘Wat betreft vaccinaties gaan die complottheorieën al terug naar de 18de eeuw, toen de Britse arts Edward Jenner het eerst vaccin (tegen de pokken) uitvond. De spotprenten uit die tijd zijn fantastisch, daarop zie je Jenner iemand vaccineren met eromheen allemaal gevaccineerde mensen waar koeienoren en koeienledematen uit groeien. Het is de angst voor alles wat vreemd is, denk ik. Ik vergelijk het wel eens met ratten. Als je vallen met aas neerzet, vang je de eerste rat, en daarna hooguit de tweede, en vervolgens vang je geen rat meer. Die beesten hebben een ingebouwd wantrouwen, en dat is wat er bij de mens ook speelt. 

‘Alles wat we over virussen weten is pas van de laatste eeuw, maar daarvoor zitten miljoenen jaren evolutie. En voor die tijd was het van levensbelang om je heel terughoudend op te stellen naar alles wat nieuw is, dat is een overlevingsstrategie. Als je het vanuit die optiek bekijkt, is het eigenlijk een vrij logische reactie als mensen zeggen liever de kat uit de boom te kijken, en op te passen voor nieuwlichterij. Zo’n evolutionaire neiging krijg je er in een eeuw niet zomaar uitgepoetst, daarvoor zit die oerdrift te diep. Daarom denk ik ook niet dat je als wetenschapper tegen antivaxers en complotdenkers moet zeggen dat ze flauwekul uitkramen, maar is het beter om hun weerstand vanuit een positieve houding te benaderen, en te benadrukken dat jaarlijks miljoenen mensenlevens worden gespaard door vaccinatie. 

‘Ook omdat ik wel durf te voorspellen dat er in de komende dertig jaar meer pandemieën zullen komen, die zelfs nóg dodelijker kunnen zijn. Dat komt doordat de wereld in toenemende mate verkeerd in elkaar zit, omdat wij een heleboel dingen fout doen, zoals vliegen, ontbossen, vlees eten en dergelijke. Dat leidt er onder meer toe dat het klimaat verandert. Je ziet het aan het stijgen van de temperatuur en het zeewater, aan veranderende golfstromen, aan vogels die op een andere manier gaan migreren, aan allerlei bewegingen waardoor infecties ineens voorkomen in gebieden waar ze eerder nooit voorkwamen. En dit zijn maar enkele voorbeelden. Om eerlijk te zijn ben ik positiever over de ontwikkeling die ervoor zorgt dat we nog sneller, nog betere vaccins en antivirale medicijnen kunnen maken, dan over de ontwikkeling van het gedrag van mensen.’ 

U ontwikkelde eerder in uw carrière een vaccin tegen een kattenvirus. Dat zorgde ervoor dat het beestje juist extra gevoelig werd voor het virus en er eerder aan doodging. Zou dat nog een aap uit de mouw kunnen zijn bij de vaccins van nu?

‘Nee. De katten die gevaccineerd waren werden eerder ziek dan de katten die nep-gevaccineerd waren, iets soortgelijks hebben we gezien bij een van de kandidaat-vaccins voor sars-1. Maar de coronavaccins die op dit moment in Europa geregistreerd worden, werken volgens heel andere principes, dus daar verwacht ik dat zeker niet van. Het zou mij er dus absoluut niet van weerhouden om me te laten vaccineren.’

U heeft zo lang gewaarschuwd voor een wereldwijde pandemie, waar dan steeds besmuikt om werd gelachen. Is corona voor u stiekem ook een beetje een zie-je-nou-welmoment?

‘Nee, dat zou een beetje flauw zijn. Ik hoop dat we nu onze les geleerd hebben en ons in de toekomst wel beter voorbereiden.’

Henk Spaan vertelde dat hij altijd erg om u moet lachen als u te gast bent bij Op1. ‘Ab is altijd slimmer dan de rest. Ik moet altijd erg lachen als ik naar hem kijk. Dan heeft hij weer die blik van: jij bent gewoon dom. Dan zeg ik tegen mijn vrouw: ‘Harriët kom kijken, Appie heeft weer die blik vol minachting.’’

‘Ik ben er wel vaker voor gewaarschuwd, dat ik niet met mijn mimiek hoef te laten zien dat ik iemand een tuinkabouter vind, ja. Ik probeer dat ook wel te onderdrukken, maar soms hoor je ook zulke domme dingen, en dan heb ik niet in de gaten dat ik in beeld ben.’

In een interview met Özcan Akyol zei u dat u om die reden altijd een rood wijntje voor u heeft staan. Van rode wijn wordt u iets vriendelijker.

‘Dat klopt, ja. Overigens drink ik rond dat tijdstip altijd een glas rode wijn. Meestal ga ik ’s avonds even wat hardlopen en van tevoren drink ik dan even een glaasje rode wijn.’

U neemt een rode wijn voordat u gaat hardlopen?

‘Ja, dan doet het niet zo zeer, haha. Het is een gewoonte van me om ’s avonds een glas te drinken. En als ik op dat moment dan aan de talkshowtafel zit en ik krijg mijn glaasje rode wijn niet, dan krijg ik een soort ontwenningsverschijnselen. Ik wil gewoon mijn glaasje rode wijn. Water vind ik vies. Nou, de ellende die ik daarover heb gehad! Ik ben overal voor alcoholist uitgemaakt. Een glas rode wijn doet toch geen kwaad, volgens mij. Ik las laatst weliswaar dat elk glaasje wijn veertien uur van je leven zou kosten, maar als dat waar is had ik 20 jaar geleden al dood moeten zijn.’

Epidemioloog Roel Coutinho, de Jaap van Dissel van de Mexicaanse griep, zei: ‘Ab vindt het erg leuk om in de pers te zijn, ook in dat gekke programma Op1. Dan denk ik: joh, wat doe je daar met die BN’ers in dat debat, dat heeft toch geen zin?’ Vindt u het stiekem niet gewoon heel leuk om in de spotlights te staan? U zat ook bijna in Ranking the Stars.

‘Dat was een misverstand. Ik kijk geen Nederlandse televisie, dus ik had nog nooit van Ranking the Stars gehoord. Ze zeiden dat ik er vijf tot tien minuten in kon vertellen wat ik van de crisis vond. ‘Nou, dan wil ik er wel over denken’, zei ik, maar ik heb daar nooit formeel ja op gezegd. En toen kwam al naar buiten: Osterhaus komt in Ranking the Stars. Ik heb het meteen teruggedraaid, en toen werd het: Osterhaus krabbelt terug.’

Het is geen ijdelheid?

‘Wetenschappers zijn altijd ijdel, maar ik zie het toch meer als behulpzaamheid. Ik krijg veel telefoontjes van journalisten die ik te woord sta, zonder dat ik hoef te worden geciteerd.’

In uw beginjaren als viroloog werkte u een dag in de week als dierenarts om wat geld bij te verdienen. Dat vond u heel leuk omdat u helemaal de held was als u een cavia of konijn redde. Bent u zo graag de held?

‘Dat was geweldig ja. Je krijgt een hond die bijna dood is, doet een keizersnee en dan komen er zeven levende puppy’s uit, en die hond heb je twee weken later ook helemaal opgelapt. Dan ben je inderdaad de held, die mensen staan te applaudisseren. Dat is de glamour van James Herriot, de grote redder in nood voor dieren. Die romantiek is er natuurlijk wel. Maar als je een vaccin bedenkt, kun je miljoenen levens van dieren of mensen redden. En hoef ik niet het gezeur van die hondenbaasjes aan te horen. Ik zal eerlijk zijn: ik heb destijds ook geneeskunde overwogen, maar ben dat niet gaan doen omdat ik toch een beetje een hekel aan mensen heb.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

U heeft een beetje een hekel aan mensen?

‘Ik moet er gewoon niet aan denken, die voortdurende interactie met mensen. Dat vind ik lastig. Er wordt zo veel gezeurd. Mensen gaan maar door over hun problemen en kwaaltjes, ik denk altijd liever in oplossingen.’

Zeurt u zelf nooit? Bijvoorbeeld als u bij Op1 in debat bent geweest met Maurice de Hond, die na uw slotbetoog nog even denigrerend reageert met: ‘Ach, sprookjes.’ Ik kan me voorstellen dat u daarna wel even iemand belt om verhit te gaan roddelen.

‘Nee hoor, ik praat er daarna nooit meer over. Ik praat niet over gevoelens als het niet hoeft. Al helemaal niet in interviews. Dat wordt toch maar weer tegen je gebruikt, dus ik heb wat dat betreft ook een beetje een schild opgetrokken. Want hoe meer je erover zegt, hoe verdachter je wordt.’ 

Naar aanleiding van de 5,6 miljoen dook het platform voor onderzoeksjournalistiek ‘Follow the money’ ook weer diep in alle verdachtmakingen rondom u. En kon niet anders concluderen dan dat er geen enkele concrete aanwijzing van financiële belangenverstrengeling is.

‘Ja, maar ook nu zullen de cowboyverhalen niet opdrogen. Op de een of andere manier doe ik in de beeldvorming gewoon iets fout. Mensen blijven bij mij denken: jaja, maar waar rook is, is vuur. Terwijl ik juist, overal waar überhaupt vuur zou kunnen zijn, het heb uitgetrapt, komt het toch elke keer weer naar boven.’

Het lijkt het coronavirus wel.

‘Tja, het is niet anders. Je kunt wel een keer je memoires gaan schrijven, maar ja, die leest ook geen mens.’

In november ­verscheen: Virus. Corona in verleden heden en toekomst, geschreven door Ab Osterhaus en Bram Palache bij Arbeiderspers.

CV Albertus Dominicus Marcellinus Erasmus Osterhaus

2 juni 1948 Geboren in Amsterdam

1974 Dierenartsexamen Utrecht

1978 Proefschrift over coronavirus bij katten

1978 Gaat werken bij het RIVM

1990-2011 Hoogleraar milieuvirologie Universiteit Utrecht

1993 Hoogleraar virologie Erasmus Universiteit Rotterdam

1995 Lid van de Gezondheidsraad (tot 2013)

2005 Lid wetenschappelijke Raad van Advies Institut Pasteur

2011 Hoogleraar Wildlife Virology en Virus Discovery Universiteit Utrecht

2014-heden Hoogleraar en Directeur Research Center for Emerging infections and Zoonoses Hannover (Duitsland)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden