PostuumIda Haendel

Vioollegende Ida Haendel overleden, op – op z’n minst – 91-jarige leeftijd

Hoe oud Ida Haendel werkelijk was, was een groot raadsel. In ieder geval speelde de vioollegende tot na haar tachtigste door. Vanochtend overleed ze in Miami, melden bronnen rond haar familie.

Vioollegende Ida Haendel, in 2017 in haar huis in Miami Beach. Achter haar hangen schilderijen van haar vader.Beeld K2 Jelle Pieter de Boer

De Pools-Britse violiste Ida Haendel was een van de grote musici van de twintigste eeuw. Haendel, die vandaag in een verzorgingstehuis in haar woonplaats Miami in Florida is overleden, excelleerde met Beethoven, met Sibelius, Bartók en Enescu. Haar faam was minder wijdverbreid dan die van generatiegenoten als Yehudi Menuhin, Isaac Stern en Arthur Grumiaux, maar met het klimmen der jaren zou ze die vioollegenden van het podium spelen door ze simpelweg te overleven – en door nog lang in vorm te blijven.

Raadselachtig was het speltechnische vermogen waarmee Haendel al in haar kleuterjaren haar Pools-Joodse omgeving in het stadje Chelm verblufte. Curieus is de kwestie wanneer die kleutertijd eigenlijk begon.

Haendel hield tot haar laatste snik vol dat ze uit 1928 stamde. Maar bij een Mozartconcert in 1936 met het Maastrichts Stedelijk Orkest werd al bericht over een ‘14-jarig wonderkind’. Drie jaar later, in Den Haag, was Haendel ‘15 jaar’. De waarschijnlijke geboortedatum is 15 december 1924, zoals vaak werd gemeld in verjaardagsrubrieken in de Britse pers. Hoewel die soms even vrolijk ‘1928’ afdrukte.

Haendel hield staande dat ‘1924’ ooit het bedenksel was van een concertorganisator die een boete vreesde wegens kinderarbeid op zondag. Het zou er niet toe doen als Haendel niet was uitgegroeid tot een wonderbare viool-oudere, nog ouder dan geboekstaafd.

Nooit ging ze naar school. Haendels vader, een portretschilder, onderwees haar thuis. Verder kreeg ze louter muziekonderricht, zoals in de jaren dertig bij Carl Flesch in Londen en George Enescu in Parijs, grote vioolpedagogen die (naar verluidt) voornamelijk mochten toekijken hoe zuiver Ida de tonen trof, en hoe formidabel ze haar stokvoering ontwikkelde. Spreekwoordelijk was de kleurenrijkdom in Haendels viooltoon.

Het Verenigd Koninkrijk werd haar tweede vaderland. Ze maakte er in 1937 haar Londense debuut met het Vioolconcert van Beethoven onder leiding van Henry Wood, was er kind aan huis bij alle belangrijke orkesten en heette er ooit (in The Guardian) ‘een cadeau van het nazisme aan ons land’. Torenhoog is de standaard die ze zette in het Vioolconcert van Brahms, in een plaatopname anno 1952 met het London Symphony Orchestra onder de legendarische Sergiu Celibidache: Haendel durfde haar flamboyante Brahmsgeluid ook betoverend ‘klein’ te maken.

Des te wreder waren de beledigingen (‘een leeghoofd’, ‘een vleesetende plant’) die Celibidache later publiekelijk op haar deed neerdalen. Het voorkwam niet dat Haendel in 1991 de ridderslag ontving. Haar woonadres had ze toen al in Miami, waar ze vanuit weer een ander thuisland, Canada, naartoe was verhuisd. Eigenlijk huisde de dolende Haendel een loopbaan lang in hotelkamers.

Geen poespas: ze kwam op, stemde en deed haar ding. Misschien was haar gebrek aan zucht tot imponeren de reden waarom Haendels Amerikaanse carrière pas na 1980 goed op gang kwam, toen de kunst van menig beroemde generatiegenoot begon te tanen – waarbij ze nieuwe concurrentie ontmoette van jongeren als Itzhak Perlman en Pinchas Zukerman.

Haendels Nederlandse concertgeschiedenis omspant zeven decennia. Wonderkindje was ze op radio Hilversum, voor 300 harde guldens. Achtereenvolgende chef-dirigenten van het Concertgebouworkest (Van Beinum, Haitink, Chailly) riepen haar naar Amsterdam. Het Residentie Orkest en het Rotterdams Philharmonisch bleven niet achter, evenmin het Kunstmaand Orkest. Goede doelen brachten Haendel nog in 2005 naar Rotterdam en Amsterdam, waar ze als een kostbaar aandenken aan de vorige eeuw optrad ten bate van het Sophia Kinderziekenhuis en stichting Music in ME, een organisatie die via muziek wilde bijdragen aan vrede in het Midden-Oosten. In 2004 maakte de Nederlander Paul Cohen een documentaire over haar met de veelzeggende titel: I am the violin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden