null

Ná corona

Vinden we onze sociale weg nog wel, na ruim een jaar afzondering?

Beeld Monique Bröring

Er komt een moment dat we weer helemaal los mogen gaan. Dan kunnen we weer van afspraak naar afspraak hollen, tegen elkaar aan hangen op de vrijmibo, en zelfs weer meezingen op de dansvloer. Maar willen we dat, kúnnen we het eigenlijk nog wel, of zijn onze sociale spieren verslapt?

Een paar weken geleden bevond ik mij per ongeluk in een pre-coroniaanse setting. Ik had een eetafspraak met mijn twee jaar jongere broer die in een studentenhuis woont. We bestelden Indiaas en net na mijn laatste hap curry madras stroomde de bescheiden keuken vol met vijf huisgenoten. Drie namen plaats aan tafel, twee gingen naar het balkon om te roken. Er werd over en weer gepraat, er werden grappen gemaakt waar dan weer smakelijk om werd gelachen. Alleen niet door mij. Ik kroop in een schulp waarvan ik niet wist dat ik hem had.

Dat had niet alleen te maken met het feit dat ik het niet prettig vond om de coronamaatregelen te verbreken, maar ook (en vooral) met de prikkels en de sociale interactie. Zo veel stemmen. Zo veel uitspraken. Zo veel gelach. Wat moest ik zeggen? Hoe moest ik me gedragen in deze groep? Ik wist het gewoon niet meer.

De dagen daarna rees de vraag wat er toch was gebeurd, die avond. Ik sta in groepen nooit met mijn mond vol tanden. In alle bescheidenheid durf ik te zeggen dat ik best wel een talent heb voor zowel smalltalk als diepgaande gesprekken, met mensen die ik ken én mensen die me vreemd zijn. Maar nu zitten we al ruim een jaar in een extreme, door de overheid opgelegde vorm van isolatie. Kunnen mensen daardoor hun aangeleerde sociale vaardigheden verleren? Is het gek om in deze samenleving – die al maanden naar vaccinaties snakt, naar ‘normaal’ verlangt en om versoepelingen smeekt – ook een beetje op te zien tegen dat normale leven?

Totaal gesloopt

Ik ging op zoek naar lotgenoten en vond ze met opvallend groot gemak. Op twitter schreef journalist Rianne Meijer dat ze tegenwoordig ‘echt totaal gesloopt is’ als ze een dag in gezelschap van meerdere mensen verkeert. ‘Als er ooit een ‘hoera, corona is voorbij’-feest komt, zit ik me waarschijnlijk in een hoekje van de zaal te wiegen.’ Het leverde haar bijna duizend likes op en tientallen reacties. Vooral supermarkten worden onder die tweet gehekeld (‘overweldigend’) en ook verjaardagen moeten het ontgelden: daar wordt massaal tegen opgezien, net als trakteren op het werk, en dan al die felicitaties in ontvangst moeten nemen. ‘Ik houd van één-op-één-contact’, schreef Saskia. ‘Dus in dat opzicht is corona voor mij wel fijn. Ik mis de feestjes echt niet.’ En Ilona: ‘Ja, daar ben ik dus bang voor. Dat mijn hersenen het zijn ontwend.’ Een andere twitteraar, Fiona, was nog stelliger: ‘Ik ga het niet trekken. Na ruim een decennium ongemerkt in constante overprikkeling te hebben geleefd, weiger ik terug te gaan naar ‘het oude normaal’.’

Met enkele mensen die erover twitterden, ga ik telefonisch in gesprek. ‘Het zijn niet alleen de prikkels die zo vermoeiend zijn’, zegt beleidsambtenaar Margreet (47) uit Overijssel, ‘het zijn ook de sociale gesprekken die ineens zoveel energie kosten.’ Margreets bureau staat in een grote kantoorvleugel. ‘Toen ik thuis zat, kwamen die welbekende muren op me af’, vertelt ze. ‘Maar toen ik voor het eerst weer naar kantoor mocht voor een dagje, kwamen al mijn collega’s ineens op me af. Al die stemmen, die woorden, die geluiden. Ik had werkelijk geen flauw idee waar ik het met ze over moest hebben, wat ik moest vertellen. Ik ben geen verlegen persoon. De gespreksstof kwam gewoon niet meer aanwaaien. En ik moet je ook eerlijk zeggen’ – nu begint Margreet te fluisteren – ‘de weekendplannen van collega’s met wie ik niet zo veel heb, interesseren me nu ook niet zo veel meer. Misschien ben ik iets asocialer geworden.’

Overweldigend

De smalltalks veranderden afgelopen jaar drastisch. Ze werden inhoudelijk nog smaller. En daardoor moeizamer. Geen concert om over na te praten, geen vakantieplannen om te bespreken. We spraken niet meer over leuke etentjes in restaurants, mooie films in de bioscoop. Ik was één keer de geluksvogel die naar een testfestival van Fieldlab mocht, in maart, en naast dat ik totaal overprikkeld thuis kwam, vier dagen moest bijkomen van al die sociale hevigheid en daarna mentaal flink inkakte, teer ik al weken op dit gespreksonderwerp. Verder moet je het vooral hebben van iemands Netflix-pareltjes, restaurants die lekkere maaltijden bezorgen of mooie wandelplekken in de buurt. Of – altijd veilig – je grijpt terug naar Het Meest Vertrouwde Onderwerp Tijdens Deze Pandemie In Welke Sociale Situatie Dan Ook: ‘Trek je het thuiswerken nog een beetje?’

‘Het is een gekke cocon die we nu om onszelf heen hebben getrokken’, zegt Gijs Coppens, gz-psycholoog bij iPractice in Amsterdam, de praktijk die vorig jaar een coronahulplijn opende. Coppens moest voor het eerst zelf uit zijn schulp komen bij de koffieautomaat. De plek waar bij uitstek koetjes en kalfjes aan de orde van de dag zijn, werd voor hem ineens de plek om naarstig te zoeken naar woorden. ‘Toen ik voor het eerst weer in mijn praktijk mocht komen, tussen de eerste en tweede lockdown, vond ik het ongemakkelijk. Ik was bijna een beetje schrikachtig doordat ik weer zoveel mensen tegenkwam.’ En natuurlijk: hij heeft tijdens de lockdown gewoon contact met mensen via Zoom, Skype en Whatsapp, zijn platform Open-Up draaide juist overuren tijdens de pandemie. ‘Maar digitaal contact heeft een veiligheid in zich, het is een meer gecontroleerde vorm van contact. Er zit een afstand tussen jou en je gesprekspartner, maar ook in mentaal opzicht is het afstandelijker: als je iemand in het echt ziet, in vol ornaat van top tot teen, ben je zichtbaarder en zelfbewuster.’

Overzichtelijk

Auteur Rebecca Solnit bepleit in haar essay We’re breaking up dat korte digitale berichten, via Whatsapp of andere sociale media, zich bevinden tussen ‘afzondering’ en ‘samenzijn’. Ze spreekt van ‘een veilige plek tussen de gevaren van contact met onszelf en met anderen’. Die veilige plek was er al, we deelden al veel digitaal, maar dat digitale delen is door de pandemie massaler en intenser geworden, want we móésten wel. Er was nog minder sprake van oprecht samenzijn waarbij je elkaar in de ogen kon kijken, het aantal echte sociale contacten nam voor veel mensen drastisch af. Zelf merkte ik dat ik vooral nog mijn A-vrienden nog zag: de mensen die ik goed kende, van wie ik zeker wist dat ze niet met klachten de deur uit gingen en de mensen die ik graag nog één op één wilde zien.

Er is bij mij een aantal B-vriendschappen doodgebloed. De pandemie dwingt ons om keuzes te maken, stelt Sheena Iyengar, onderzoeker en auteur van The Art of Choosing, in een podcast-aflevering van het Amerikaanse radioprogramma Hidden Brain. ‘We voelen ons gelukkig door keuzes, omdat ze ons enerzijds het gevoel van controle geven, en anderzijds het gevoel van autonomie en vrijheid.’ Maar meer opties hebben, zorgt niet altijd voor betere beslissingen en meer geluk. Dus dat we het de afgelopen tijd door het virus met minder opties moesten doen, daar worden we eigenlijk niet ongelukkig van.

Corona maakte ons leven, behalve somberder en enger, ook kleiner en dus overzichtelijker. In sociaal opzicht werden we ontdaan van heel veel ruis. Zo zorgde de avondklok voor een duidelijke afbakening van ons sociale leven. Ik sprak laatst af met een vriendin terwijl ik eigenlijk best moe was, en het gaf me ademruimte dat ik er zeker van was dat ze om 22.00 uur weer naar huis zou gaan. Toen ze daarna opperde dat ze ‘best die avondklok durfde te overtreden, ik woon niet zo ver weg’, voelde ik lichte paniek. Ik zou dan voor het eerst een avond hebben waarvan ik níét wist hoe laat die zou eindigen. Vroeger (lees: pre-pandemie) had ik daar mijn hand niet voor omgedraaid, maar nu wil ik dat eigenlijk niet meer. Het gebrek aan contacten doet me enerzijds verlangen naar dicht-op-elkaar-borrels en ik-ruik-je-zweet-feestjes, maar anderzijds heeft het me ook lichtelijk angstig gemaakt voor sociaal contact waarin je doorgaans ‘leuke’ uitspraken dient te doen en je een gepaste houding moet aannemen.

null Beeld Monique Bröring
Beeld Monique Bröring

Terugtrekken

Sociale deprivatie wordt dat in de psychologie genoemd, als de mens sociale contacten en interacties worden ontzegd. Het gebrek aan sociale interactie gaat tegen onze natuur in, stelt Coppens. ‘We leefden vroeger in groepen om te overleven, isolatie maakt je kwetsbaar. En het zit nog steeds in ons reptielenbrein dat het gevaarlijk is, zelfs dodelijk, om alleen te zijn.’ We ervaren sociale isolatie dan ook als onprettig, iets dat het afgelopen jaar geregeld aan de oppervlakte kwam bij protesten tegen de coronamaatregelen en spontane illegale feestjes waar de anderhalve meter anderhalve centimeter werd, maar ook bij de zoektocht van mensen naar alternatieven om tóch samen te zijn, denk aan raamvisite en drive-in-verjaardagen.

Maar hoe langer we afgezonderd leven, hoe meer we ons daar toch naar gaan vormen. Een gebrek aan sociaal contact is nu de norm. ‘Aanpassing is een proces dat tijd kost, maar de mens is er zeer bedreven in’, zegt Coppens. ‘Ik heb veel veerkracht gezien. Nu zijn we gewend geraakt aan die grootse veranderingen. We voelen ons er misschien somber door, maar er is nu bij de meeste mensen een patroon ingesleten.’ Hevige, langdurige sociale deprivatie, zo stelt Coppens, kan ervoor zorgen dat we ons terugtrekken of zelfs angstig worden voor ‘onze soortgenoten’. Foto’s van voorgaande koningsdagen en overvolle tribunes die vorig jaar misschien nog zin en gemis opwekten, kunnen nu voor rillingen en afkeer zorgen.

Ik sprak ook met Nico (56) via Twitter, hij schreef me dat hij ‘met enige benauwdheid’ naar de periode na de pandemie kijkt. Als hij aan groepen mensen denkt, voelt hij maar één ding: het zijn er veel te veel. ‘Ik krijg een beetje hetzelfde gevoel als tijdens mijn burn-out, tien jaar geleden’, vertelt hij. ‘Toen kon ik drukke winkelstraten niet meer aan, verjaardagen sloeg ik over. Nu wordt ons dat allemaal opgelegd, nu kiezen we er niet zelf voor. Maar we krijgen minder prikkels te verstouwen. Zo prikkelarm als ons land nu is, is het lang niet meer geweest.’ Wat doet dat met een mens?, vraagt Nico zich af.

Coppens heeft daar een antwoord op. Het maakt onze frontaalkwab, de manager van de hersenen, lui. ‘Normaal gesproken onderdrukt die impulsen, zodat je niet elk moment van de dag alles even hard en luid en snel binnenkomt.’ Een frontaalkwab filtert en zorgt ervoor dat je op een verjaardag naar je gesprekspartner kunt luisteren, zonder last te hebben van het gesprek dat achter je wordt gevoerd, of het gelach van degene tegenover je. ‘Grote kans dat je ineens vermoeider dan ooit terugkomt van een dagje kantoor, een voetbaltraining of een doodnormale borrel.’

null Beeld Monique Bröring
Beeld Monique Bröring

Verleren we het?

Hoe zit het met onze sociale vaardigheden? Vorig jaar, tijdens de eerste lockdown, schreef ik een artikel over de groeiende groep eenzamen tijdens deze pandemie. Toen vertelde Anja Machielse, hoogleraar sociale weerbaarheid aan de Universiteit voor Humanistiek, dat je sociale vaardigheden moet blijven oefenen. Anders kun je ze verleren, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. Er zijn niet voor niets sociale weerbaarheids- en vaardigheidstrainingen voor bijvoorbeeld kinderen die moeite hebben mee te komen op school of mensen die angstig zijn in sociale situaties. Wat beklijfde na dat interview, was wat Machielse vertelde over de mensen in een sociaal isolement bij wie ze thuiskwam. Die weten vaak niet hoe ze moeten reageren op haar komst. Ze zetten de tv niet zachter, bieden geen stoel aan, maken geen koffie. Waar Machielse maar mee wilde aangeven: als je eenmaal geïsoleerd bent, vergeet je dingen die voor andere, sociale mensen vanzelfsprekend zijn. Zou dat ons na ruim een jaar corona ook overkomen?

Een pandemie als deze is uniek, maar er hebben wel vaker mensen lang in afzondering geleefd. Neem gevangenen, kluizenaars, soldaten, poolreizigers, astronauten. Onderzoeken laten zien dat mensen die een tijd al dan niet gedwongen niet meedoen met de samenleving, zich angstiger voelen, onzekerder en onhandiger wanneer ze terugkeren naar hun oude leven.

In de jaren negentig werd onder ongeveer duizend gevangenen in de Pelican Bay State Prison in Californië onderzoek gedaan naar de gevolgen van eenzame opsluiting die daar werd opgelegd. Ze ontdekten dat sociale isolatie sommige mensen grenzeloos kan maken, gefrustreerd, agressief, maar ook sociaal teruggetrokken. Onderzoekers spraken van een grote kans op ‘ernstige en chronische vervreemding en asociaal gedrag’. Twee jaar geleden deed een groep wetenschappers van de Texas State University onderzoek naar de sociale vaardigheden van veteranen die na een missie weer terugkeerden naar de maatschappij. 8 tot 10 procent van de veteranen kampte met symptomen van een Posttraumatische Stress Stoornis, van wie een klein percentage (7 tot 13 procent) ook kampte met symptomen van een sociale angststoornis. Ze lieten onaangepast gedrag zien en gingen sociale contacten, zowel in de privésfeer als op professioneel gebied, uit de weg omdat ze er vaak bang voor waren. Hoe je te gedragen, wat te zeggen, en wat te doen: het bleek dat deze groep daar erg mee worstelde.

In een artikel dat is gepubliceerd op de site van de Nasa, wordt een link gelegd tussen de isolatie waarin we verkeren vanwege de pandemie, en de isolatie waarin astronauten verkeren tijdens een langdurige ruimtemissie. Onderzoeker Tom Williams leidt het Nasa-programma om astronauten psychisch gezond te houden en met stress en ingewikkelde situaties te laten omgaan; eigenlijk een beetje wat we de afgelopen tijd ook moesten doen. Vorig jaar juni deelde Williams zijn op onderzoek gebaseerde tips om gezond te blijven tijdens een periode van isolatie. Zo stelt hij dat het belangrijk is voor ogen te houden waarom je geïsoleerd bent. ‘De maanlanding heeft bijvoorbeeld mensen over de hele wereld geholpen om meer verbonden te zijn, het gevoel te hebben ergens toe te behoren.’ Bij een pandemie is de sociale impact ook groot, stelt Williams, het is een manier om bij te dragen aan de veiligheid van onze samenleving. Daarnaast benadrukt Williams het belang van contact dat astronauten met het thuisfront op aarde onderhouden. Door videochat maar ook door zogenoemde care packages, met familiefoto’s, favoriete tijdschriften en het lievelingseten van de astronaut in kwestie.

Mag het minder?

Sociale vaardigheden zijn als spieren. Als spieren niet gebruikt worden, verslappen ze. Misschien hebben we allemaal wat training gemist. Maar hoe erg is dat? Moeten we ons niet afvragen of we terug willen naar een mailbox vol datumprikkers, een wereld waarin we overhaast van afspraak naar afspraak rennen, beleefdheidsbezoekjes afleggen, met vage kennissen koffiedrinken, met groepen mensen samenzijn die we amper kennen? Moeten we ons wel weer willen plooien naar het normaal van toen, of zijn er ook kanten van onze sociale contacten nu die we willen vasthouden?

Als Nico, die ik via Twitter sprak, de woorden ‘versoepelingen’ of ‘terugkeer naar het oude normaal’ hoort, overvalt hem een benauwd gevoel. ‘Weer werken in een kantoortuin vind ik een verschrikkelijk vooruitzicht. Het zal me heus wel weer lukken om mee te doen, maar met moeite. En neem nou zoiets als met onbekende mensen praten, dat komt straks weer op me af als die anderhalve meter weg is. Hoe moet je dat weer oppakken?’

Wellicht dwingt deze fase van versoepelingen ons om keuzes te maken: wat neem je uit je opgelegde isolement mee die coronavrije wereld in? En misschien is het wat sociale vaardigheden betreft net als met fietsen. Dat je in het begin denkt: ik ga vallen, daarna enkele kilometers wiebelig en slingerend maakt, om vervolgens steeds sneller en stabieler vooruit te komen. Zwaaiend naar iedereen die je tegenkomt, hoi, leuk dat je er bent, vreemdeling. Pas nu ik je weer zie, besef ik dat ik je heb gemist.

Van Margreet en Nico is hun volledige naam bekend bij de redactie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden