Rubriek Hoe was jij op school?

Victor Reinier versleet zes middelbare scholen: ‘Al die bravoure was compensatie voor het feit dat het me maar niet lukte met leren’

Victor Reinier terug op het Barlaeus. Beeld Lars van den Brink

Victor Reinier worstelde in zijn middelbareschooltijd met dyslexie, alleen had niemand dat in de gaten. In plaats daarvan werd hij vijf keer weggestuurd.

Als je Victor Reinier (55) vraagt naar het eerste beeld dat in hem opkomt als hij denkt aan de jongen die hij was tussen zijn 12de en zijn 18de, zegt hij: ‘We gaan het hebben over de middelbare school hè? Want anders zeg ik: ik heb moedwillig gekozen om de zesde klas, nu groep acht, te doubleren omdat ik naar het Barlaeus Gymnasium wilde. Mijn eerste Citotoets voldeed daar niet aan, de tweede wel. Dat ik zo mijn best heb gedaan om er te komen – dat zie ik toch wel als een belangrijk begin.’

Victor Reinier

Geboren: 2 mei 1963 als Victor Reinier Nieuwenhuijzen. Studeerde in 1989 af aan de Amsterdamse toneelschool. Een jaar later debuteerde hij als tv-acteur in kijkcijferhit Spijkerhoek. Daarna volgden series als 12 steden, 13 ongelukken en Vrienden voor het Leven. Speelde tussen 1995 en 2001 Dick Vledder in de politieserie Baantjer, en is sinds 2007 Floris Wolfs in Flikken Maastricht. Voor die serie schrijft hij ook scripts. Reinier stond in 2017 samen met Renée Soutendijk in het theater met Roem, een toneelstuk over een acteur die instort nadat hij uit een politieserie wordt geschreven. Victor Reinier woont met zijn vriendin en dochter in Amsterdam. Hij heeft twee kinderen uit een eerdere relatie.

Waarom wilde je per se naar het Barlaeus?

‘Daar zat mijn zus, en ze kwam elke dag met enthousiaste verhalen thuis. Toen ik daar binnen kwam, wist ik: nu gaat het beginnen. Het grotemensenleven. Ik kreeg Latijn van Ellie Dool. Pater in horto est: vader is in de tuin. Ik dacht: dit is het leukste wat er is.’

Wat voor jongen was je toen?

‘In de brugklas had ik twee beste vrienden. Igor Michel was 2 meter lang en punk. Met hem ging ik naar concerten van Blondie en The Ramones, in Paradiso, tegenover onze school. Ik droeg een potkapsel zoals de drummer van Blondie, dat vond ik, als Amsterdam-Zuid-jongetje, punk genoeg. Mijn andere beste vriend was Marcus Thé, die zo briljant was dat hij nooit hoefde te leren om voor alle vakken tienen te halen. Marcus speelde thuis nog met Action Man. Dus ik zat tussen twee werelden.’

Kon je goed leren?

‘Ik wist toen nog niet dat ik dyslectisch was. Ik las heel langzaam, en ik las dingen die er niet stonden. In de eerste klas ging het nog best goed. Marcus nam de tijd mij dingen uit te leggen, op een gegeven moment zat ik zelfs naast hem en schreef ik alles van hem over. Maar dan wel zo slim, dat ik een 6 haalde, en geen 9.’

Had niemand op school door: Victor kan niet lezen?

‘Dat is heel apart. Nu heeft iedereen die een keer stottert een aandoening. In die tijd niet. Ik hield van sporten, dacht iedereen – inclusief mijn ouders. Ik kom uit een behoorlijk intellectueel gezin. De boekenkasten puilden uit, Bernlef was de beste vriend van mijn vader, er zaten geregeld schrijvers bij ons aan tafel, en dan werd er gepraat over boeken, en ik luisterde en luisterde en leerde erover mee te praten zonder een letter te hebben gelezen. Ik werd er heel handig in om mijn mond te houden tot ik links iets hoorde wat ik rechts kon invullen. Ook op school kon ik iedereen laten geloven dat het best oké ging. Pas toen ik in de tweede klas Duits en Grieks erbij kreeg, was het niet meer te doen. Ik liep op mijn tandvlees, ik was alleen nog maar panisch bezig te zorgen dat ik naast Marcus zat tijdens proefwerken. Als dat niet lukte, wist ik al: ik ben kansloos.’

Victor Reinier Beeld de Volkskrant

Was er een vak waar je goed in was?

‘Biologie en scheikunde. Ik was, noodgedwongen, een bèta. En we kregen geschiedenis van meneer Portielje, de beste geschiedenisdocent die Nederland heeft gehad. Hij spéélde de geschiedenis, en wij hingen aan zijn lippen.’

Je hebt zes middelbare scholen versleten. Werd je steeds vanwege je cijfers van school gestuurd, of was je ook lastig?

‘Ik ben van het Barlaeus naar het ­Spinoza Lyceum gegaan vanwege de cijfers. Van 2 gym naar 3 atheneum. En daar deed een nieuwe rampspoed zich voor: ik kwam in de klas bij mijn allerbeste vriend Robert-Jan, die boven mij woonde. We waren onuitstaanbaar, de grootste stoorzenders van de klas: giechelen, nooit opletten, alleen maar de slappe lach, leraren het bloed onder de nagels halen. Ik had een wiskundeleraar, meneer Kok, die verscheurde je schrift als je je huiswerk niet had gemaakt. Zodat je alles opnieuw moest opschrijven. Die man scheurde dus wekelijks een nieuw leeg schrift van mij kapot – en wij vonden dat het leukste wat er bestond. Ik was 15, school interesseerde me de ballen, ik ging er alleen heen om mijn vrienden te zien. Dus halverwege het jaar had ik één voldoende, voor gym, en moest ik naar 3 havo, op het Gerrit van der Veen. Daar bleef ik zitten en omdat ik voorwaardelijk was aangenomen moest ik van school. Een dramatische val, vreselijk voor mijn ouders. Ik weet nog: ik stond de auto van mijn vader te wassen, toen hij boos kwam aanlopen, je bent wéér van school gestuurd. En ik dacht alleen maar: waar maakt die man zich druk over? Achteraf kun je zeggen: al die bravoure was compensatie voor het feit dat het me maar niet lukte met leren.’

Was je populair?

‘Robert-Jan zeker. Die was een jaar ouder dan ik, enorm goedgebekt. Hij was the man, ik was zijn wingman.’

Kreeg je elk meisje wat je wilde?

‘Nee, ik was juist heel onhandig met meisjes. Ik wist wel hoe ik vrienden met ze moest zijn, maar verkering hebben? Ik wist echt niet wat ik daarmee aan moest, ik dacht alleen maar: straks moet ik met ze naar bed. Eigenlijk heeft Monique Klemann, zangeres van Loïs Lane, dat veranderd. Die zette me toen ik 16 was tijdens het uitgaan tegen een muur, en begon me te zoenen. Toen ben ik een beetje uit mijn schulp gekropen.’

We hebben school vijf en zes nog niet gehad.

‘School vijf was het Amsterdams Lyceum. Daar zat het schuim van de stad, als je het overal had verbruid, kon je daar terecht. Ik heb het er tot een week voor het eerste schoolonderzoek in 5 havo volgehouden. Toen werd ik geschorst, omdat mijn leraar Nederlands beweerde dat ik hem had geslagen op een bonte avond in het buitenverblijf van de school. Wat niet zo was. Hij had mijn beste vriendin tot op het bot gekwetst. Als mijn klasgenoten me niet hadden tegengehouden, had ik hem inderdaad een klap gegeven.

‘Je moet weten, die man was in de klas ook al een slecht mens. Hij maakte grappen over zwakke leerlingen om de lachers op zijn hand te krijgen. Mij noemde hij kleuter, omdat ik mijn vinger onder de regels hield om te kunnen lezen.

'Ik ben geschorst. Het was mijn woord tegen dat van de leraar en ze geloofden hem. Je begrijpt, als je wordt geschorst en je mag geen lessen meer volgen, dan haal je het examen dus niet. Ik weet nog dat ik met mijn ouders ging eten, ik zou naar een school gaan waar ik staatsexamen ging doen, het was een soort afsluiting van een vervelend incident, en mijn vader zit aan tafel, knijpt van ingehouden woede zijn glas kapot en zegt: natúúrlijk heb je hem wel een klap gegeven.

'En toen dacht ik: als iedereen denkt dat ik het gedaan heb. Dan ga ik het ook doen. Het is te danken aan de moeder van die vriendin dat het niet is gebeurd. Ze zei: als je vindt dat je het moet doen, ga je gang. Maar je bent hier nooit meer welkom.’

Wie waren in die tijd je beste vrienden?

‘Willemijn, Yvette en Hester. Die waren sterk, mooi en ik werd door ze toegelaten. Bij die drie voelde ik me op mijn plek.’

Welke rol had jij in dat kwartet?

‘Misschien was ik wel hun trofee. Misschien wilde ik dat ook wel graag zijn. Het gaf me status, want die drie chicks waren ongenaakbaar.’

En dat wilde jij ook zijn.

‘Dat wil toch iedereen? Want dat betekent dat je autonoom bent, en je eigen pad kiest.’

Victor Reinier in de gang op het Barlaeus. Beeld de Volkskrant

Wanneer is je dyslexie ontdekt?

‘Op mijn 18de. Twee jaar nadat mijn ouders me naar een psycholoog hadden gestuurd omdat ik concentratieproblemen had. Die man gaf me een herhaalrecept voor amfetamine. Ik had een tupperware bakje aan mijn broek hangen, ramvol amfetaminetabletten. Nou, die verkocht ik heel eenvoudig, op vrijdag. Twee vijftig voor een pilletje, hatsekideetje. Was het bakje leeg, ging ik naar de apotheek, en die dacht niet: is hij daar nu al weer?’

Als je nu op je schooltijd terugkijkt, had je dan dingen anders willen doen?

‘Met zes middelbare scholen zou het raar zijn als ik nu zou zeggen dat ik het niet anders had gewild, want het was natuurlijk een chaotische tijd. Maar de dyslexie heeft bepaald hoe het is gelopen. Als ik die niet had gehad, was ik biochemie gaan studeren en had ik nu in een witte jas in een laboratorium gestaan.

‘Maar op mijn oude dag realiseer ik me ook: al heb ik moeite met lezen, ik heb een goed werkende kop. En hoe moeilijk lezen ook voor me is: dat geworstel met woorden heeft ook veel opgeleverd. Als je alle woorden verkeerd leest, dan slaat een zin nergens meer op. Dat is goed voor je fantasie, want je leest dingen die heel absurd zijn. Als je achter in de auto bij je ouders, op weg naar Frankrijk, niet kunt lezen en naar buiten staart, ga je verhalen verzinnen bij alles wat je ziet. Ik ben lenig met taal, want als je woorden die je niet begrijpt gaat opzoeken, vind je altijd ook acht synoniemen. Van al die dingen heb ik profijt nu ik scripts schrijf voor Flikken Maastricht – óók van het feit dat ik voor bètavakken moest kiezen. Want een whodunit is een puzzeltje, en daar zijn die romantische alfa’s minder goed in.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.