Via de dna-databank op zoek naar je verdwenen kind

Plan Angel op pad in Colombia

7 was de zoon van de Colombiaanse Mary Nieves ­Galvis toen hij werd afgestaan voor adoptie. Zonder dat zij het wist. Al 30 jaar vraagt ze zich af wat er van Oscár geworden is. De Nederlandse stichting Plan Angel
 
biedt vrouwen zoals zij hoop door ze dna af te nemen voor een databank die ouders en kinderen kan koppelen.

Marcia Engel (links) en vrijwilliger Jina Bakker bevragen een vrouw die dna afstond voor Plan Angel. Foto Stephen Ferry

In haar door reuma opgezwollen handen klemt Mary Nieves Galvis (57) een zwart mapje. Daarin zit de luttele informatie die ze heeft over haar zoon Oscár. Een geboorteakte. En een foto van hem als 7-jarige op een parkeerplaats, een vrolijk jongetje met witte cowboylaarsjes onder een broek met wijde pijpen.

Het is het laatste beeld dat ze van hem heeft. Niet veel later zou hij door zijn vader worden meegenomen voor een vakantie tijdens Semana Santa, de paasweek, waarin iedere Colombiaan die het zich kan veroorloven er met familie op uit trekt. Galvis behoorde in 1988 zelf niet tot die beperkte welgestelde categorie, maar haar zoon gunde ze een reisje. Dat ze hem nooit meer zou zien, kon ze toen niet bevroeden.

Mary Nieves Galvis huilt terwijl ze de foto van haar zoon Oscar Esteban vasthoudt. Foto Stephen Ferry

In de Andes of Australië

‘Mijn ex heeft hem nooit teruggebracht’, vertelt Galvis. Wat moest zij als arme vrouw beginnen tegen de invloedrijke familie van haar ex, wiens broer advocaat was? ‘Daarna heeft Oscár drie jaar bij zijn vader en zijn nieuwe vrouw gewoond.’ Dat duurde volgens Galvis tot 1992, toen haar ex werd vermoord in zijn woonplaats Bucaramanga. Hij was geen uitzondering  de stad van een half miljoen mensen op een bergplateau in de Andes verloor in die jaren honderden inwoners aan bendegeweld.

Na het overlijden van Oscárs vader lag het wellicht voor de hand dat het jongetje zou terugkeren naar zijn moeder. Maar daar dacht de schoonfamilie anders over. ‘Hij heeft een tijdje in een internaat gezeten, hebben ze me achteraf verteld’, zegt Galvis. ‘Daarna heeft zijn broer, die advocaat dus, geregeld dat hij voor adoptie is afgestaan aan het buitenland. Ik wist daar niks van en zou nooit toestemming hebben gegeven. Maar het was te laat, hij was al weg.’

Tranen rollen over haar wangen. ‘Ik denk dat ze er geld voor hebben gekregen, maar ik weet het niet zeker. Niemand gaf mij informatie, de ouders van mijn ex belden de politie toen ik naar hun huis kwam om verhaal te halen. Als een hond werd ik afgevoerd. Toen ik op het politiebureau aangifte wilde doen, stuurden ze me weg.’

En nu vraagt Galvis zich al drie decennia af wat er van haar jongen is geworden. Oscár, die vermoedelijk na zijn adoptie een andere naam kreeg, moet nu 37 zijn. ‘De nieuwe vrouw van zijn vader zei me ooit dat ze dacht dat hij in Australië zit. Maar ik weet niet of dat klopt.’

Dna-databank

Nu gloort er een nieuw sprankje hoop voor de radeloze moeder. Vanmiddag gaat Galvis naar een bijeenkomst van Plan Angel, een stichting opgericht door de Nederlandse Marcia Engel (39). Zelf is zij in 1981 uit Colombia geadopteerd. ‘Het is een godsgeschenk’, zegt Galvis, ‘dat zij helemaal uit Nederland komt voor moeders zoals ik.’

Plan Angel helpt adoptiekinderen en biologische ouders elkaar terug te vinden en de nieuwste troef in deze missie is de dna-databank Family Tree. In dit systeem  eigenlijk opgezet voor stamboomhobbyisten – hebben al miljoenen mensen wereldwijd hun dna-profiel geregistreerd, ook steeds meer geadopteerden.

Plan Angel richt zich juist met nadruk op die andere, vaak vergeten zijde van de adoptieketen: de ouders die een kind zijn kwijtgeraakt. Want als die niet in veel grotere getale hun dna registreren, blijft de zoektocht voor geadopteerden moeilijk.

Met een koffer vol dna-kits trekt Engel met haar vrijwilligers daarom naar de achterbuurten van Colombiaanse steden als Bogotá, Bucaramanga en Pasto. ‘We promoten onze bijeenkomsten juist in de arme delen’, zegt Engel. ‘Want daar wonen de ouders voor wie wij werken.’

Weldoeners

In de verhalen die ouders vertellen over adoptie, blijkt armoede inderdaad vaak een rode draad. De zachtaardige Esperanza Pimiento (52) bijvoorbeeld vertelt dat zij al worstelde om rond te komen met haar dochtertje, toen ze ontdekte dat zij opnieuw zwanger was. ‘Ik wist niet wat ik moest doen. De vader, een getrouwde man, wilde van niks weten.’ Abortus was en is in het katholieke Colombia verboden. ‘Een vriendin kende een advocaat die een adoptie kon regelen.’

Pimiento dook onder in een speciaal hiervoor bestemd opvanghuis, omdat haar familie niet mocht weten dat ze zwanger was. ‘Ik zei dat ik een tijdje weg was om werk te zoeken in de hoofdstad.’ In 1988 beviel ze stiekem van een tweede dochter, die meteen na de geboorte werd meegenomen.

Het frame van zielige kindertjes uit de derde wereld die moesten worden gered van de armoede, was in de jaren zeventig en tachtig leidend in de westerse beeldvorming rond adoptie. Ouders die een ‘Colombiaantje’ opnamen in hun gezin werden als weldoeners beschouwd.

Drie decennia later is dat idealistische sausje wel verdampt. In Colombia is, net als in onder meer Indonesië en Sri Lanka, sprake geweest van mogelijk grootschalige kinderhandel. Inmiddels zijn er geadopteerden uit die Aziatische landen die de Nederlandse staat aansprakelijk willen stellen voor het meewerken aan malafide praktijken.

Deelnemer Miriam García (links) in de armen van haar dochter, Johanna Vanegas Garcia. Foto Stephen Ferry

Kinderhandel

Plan Angel werkt intussen met een lokale advocaat aan een zwartboek over de misstanden bij Colombiaanse adopties. De stichting heeft contact met ruim vierhonderd biologische families. ‘Tachtig procent van die ouders zegt niet te hebben ingestemd met de adoptie’, zegt Engel.

Nu zijn de verhalen die biologische ouders vertellen niet per definitie waar: mogelijk vertellen zij een versie waarin zij de schuld voor de situatie buiten zichzelf leggen, of stellen zij hun rol rooskleuriger voor dan die in werkelijkheid was.

Toch zullen de meeste getuigenissen over misstanden in Colombiaanse adopties wel kloppen, zegt emeritus hoogleraar adoptie René Hoksbergen. ‘Het is bekend dat baby’s zijn doodverklaard in ziekenhuizen in Colombia, terwijl ze in werkelijkheid werden verkocht voor adoptie. Of dat familieleden regelden dat een kind werd weggedaan om de familie-eer te redden.’

Nederlandse kranten berichtten begin jaren tachtig overigens al over schandalen. In één geval was oud-minister Veldkamp betrokken. Hij had in 1981 voor een vriend bemiddeld in de illegale adoptie van een Colombiaans kind uit het ‘gezonde deel’ van een leprozendorp, in ruil waarvoor aan die gemeenschap 75 duizend gulden aan hulpcheques werd uitgeschreven.

Hoksbergen: ‘Hoe vaak misstanden precies zijn voorgekomen, is moeilijk te zeggen. Maar we weten dat dat soort dingen makkelijker gebeurt in samenlevingen waar grote statusverschillen heersen en de toegang tot onderwijs en de invloed van het individu beperkt zijn.’

Kind kwijt

Dat gebrek aan invloed blijkt wel uit de gesprekken die de Volkskrant voerde met veertien Colombiaanse moeders die een kind kwijtraakten. Van hen zeggen er twee dat zij met de adoptie hebben ingestemd. Bij de rest gebeurde het tegen hun zin, of zelfs zonder hun medeweten.

Vrijwel niemand bezit officiële adoptiepapieren. Volgens veel moeders is hun kind als baby in het ziekenhuis verdwenen en soms regelde een onwelwillend (schoon-)familielid dat het kind werd weggehaald.

Zo vertelt ondernemer Maria Orfi Cifuentes (58) in haar buurtrestaurant in Bogotá dat zij dertig jaar gebrouilleerd is geweest met haar zus, die in haar plaats toestemming gaf om haar zoon mee te geven aan buitenlanders. ‘Ik was 17 en kreeg mijn eerste kind in het ziekenhuis. De baby werd meegenomen, ze zeiden dat het voor medische behandeling was. Ik heb hem nooit teruggezien. Later vertelde mijn zus dat zij die adoptie had geregeld, omdat ze dacht dat ik niet voor het kind kon zorgen.’

Om het tegendeel te bewijzen wijst ze op haar andere zoon, een dertiger die in het restaurant glazen tropisch lulo-sap op tafel zet. ‘Kijk naar hem, kijk naar mijn andere kinderen. Ze werken allemaal, zijn goed terechtgekomen.’

Vandaag heeft Cifuentes de zaal boven haar restaurant gratis beschikbaar gesteld voor de eerste bijeenkomst op de reis van Plan Angel. Aan de wand heeft ze van ballonnen in elkaar gedraaide engeltjes opgehangen  een vrolijke verwijzing naar de stichtingsnaam. Samen met de mierzoete limonade en hapjes die Cifuentes laat aanrukken lijkt het alsof hier een feestje op punt van beginnen staat.

Dna-test

Plan Angel tourt in maart en april door Colombia met bijeenkomsten waar ouders worden geïnformeerd over de mogelijkheden van dna-onderzoek bij het opsporen van hun geadopteerde kind. Waar geadopteerden in het Westen doorgaans wel in staat zijn om zelf informatie te zoeken en een dna-test te betalen  kosten: ongeveer 75 euro – wordt in deze armere contreien soms al glazig gekeken als de term ‘dna’ valt. Laat staan dat mensen zelf de kennis of het geld hebben om zich in te schrijven bij de Amerikaanse dna-bank Family Tree.

‘Er zijn ouders bij die niet kunnen lezen of schrijven’, zegt Alejandra Echeverri Botero (40), een Colombiaanse vrijwilliger voor Plan Angel. ‘Daarom help ik hen om de dna-test te doen en de resultaten bij te houden en te interpreteren.’ Dankzij giften en sponsors kan de stichting dna-kits in Colombia gratis aanbieden. Het voordeel van deze methode is dat die ook bruikbaar is voor ouders en kinderen wier dossier niet klopt of die helemaal geen adoptiepapieren hebben: dna liegt niet.

Aan een witte plastic tafel doet vrijwilliger Jina Bakker (35) een paar rubberen handschoenen aan: het afnemen van speekselmonsters kan beginnen. Zelf is Bakker op haar zevende uit Colombia naar Nederland geadopteerd. Ze verstaat zodoende nog een beetje Spaans, maar de communicatie verloopt vooral via gebaren. Meer is ook niet nodig, want het blijkt een kwestie van mond open, met een staafje door het speeksel roeren en dat vervolgens opbergen in het transparante buisje. Vanuit Bogotá zullen er vandaag zestien monsters worden opgestuurd naar het laboratorium van Family Tree in Texas. De uitkomsten volgen over twee maanden.

Marcia Engel (rechts), oprichter van Project Angel, troost een moeder van Project Angel in Bogotá. Foto Stephen Ferry

De dna-test is niet het enige doel van de bijeenkomst. ‘We willen ouders ook graag hun verhaal met elkaar laten delen’, zegt Marcia Engel. ‘Zodat ze merken dat ze niet de enige zijn met dit verdriet.’ Sommige moeders hebben bijna niemand over hun verlies verteld.

Als wordt gevraagd wie iets over haar situatie wil vertellen, komt een stevige vrouw in felroze trainingspak naar voren gestapt. Het is Mercedes Suarez, een 68-jarige moeder die op zoek is naar twee kinderen. Ze staart in het niets terwijl de organisatie bezig is de microfoon af te stellen. Ineens begint ze te huilen. ‘Ik kan dit niet’, stamelt ze, en gaat weer zitten.

Als Suarez later is gekalmeerd, vertelt ze alsnog hoe zij op haar 15de door een man werd meegenomen naar Barrancabermeja, een bloedhete oliestad op honderden kilometers van haar geboorteplaats. ‘Mijn vader was toen al overleden. Ik had een moeder die ons sloeg. En een oudere broer die mij misbruikte. Daarom ben ik al jong weggelopen. Ik was alleen en leefde op straat. Ik zocht bescherming en die man zei dat hij werk voor me kon regelen. Maar hij dwong me om in een bordeel te werken.’ Ze begint weer te snikken. ‘Ik moest met iedereen mee, had niks te zeggen. Zo raakte ik voor het eerst zwanger.’

Haar pooier moest niets hebben van de baby. ‘Mijn dochtertje was een maand oud toen er een dame verscheen. Een alleenstaande vrouw van goede komaf, die zei dat ze op een mooie finca woonde en geld had. Ik dacht dat zij mijn dochter een betere toekomst kon geven, dus ik stemde ermee in dat ze de baby meenam.’

Een jaar later raakt ze opnieuw zwanger van een klant. Dit keer krijgt ze een zoon, vertelt Suarez. ‘In het ziekenhuis werd hij meteen afgepakt. Een advocaat die bemiddelde in adopties, beweerde dat ik daarvoor had getekend. Maar dat was helemaal niet zo.’

Ze heeft geen idee waar haar kinderen zijn. ‘Ik wil hen kunnen uitleggen wat er is gebeurd, en hun vragen mij te vergeven. Dat is het enige wat ik wil, dat ze mij vergeven.’

Dat is de wens van velen hier: als ze toch maar konden uitleggen onder welke omstandigheden de adoptie heeft plaatsgevonden, als ze toch maar wisten waar hun kind terecht is gekomen en hoe het met hem of haar is. ‘Ik heb begrepen’, zegt een moeder met vragende bruine ogen, ‘dat het met de meeste geadopteerden in Europa goed gaat. Toch?’

Bogotá

Het verhaal van Marcia Engel zelf laat zien dat het droomplaatje van een warme adoptiefamilie die een ‘zielig kind’ met open armen ontvangt, niet altijd opgaat. ‘Mijn adoptieouders hebben het onderwerp tot mijn 11de doodgezwegen’, zegt Engel. ‘Ook al voelde en zag ik natuurlijk wel dat ik anders was.’

Engel vertelt dat zij als kind ernstig is misbruikt in familiekring. ‘Iets wat bij geadopteerden vaker voorkomt’, zegt Engel, ‘maar waar je nooit iemand over hoort. Dat is een taboe waar niemand van wil weten, omdat het niet klopt met het ideaal van adoptie.’ Die traumatische ervaringen maken dat Engel rond haar 12de totaal vastloopt. Ze is boos en onhandelbaar. Haar vader en moeder blijken niet in staat haar te steunen en ze belandt in een pleeggezin en later een tehuis. Met haar adoptieouders heeft ze geen contact meer.

Haar biologische moeder Martha Lilian Ramirez vond ze na een lange queeste tien jaar geleden terug in Bosa, een arme buitenwijk van de hoofdstad Bogotá. Dat het haar zoveel tijd en geld kostte om bij haar wortels te komen, was een van Engels’ drijfveren voor het oprichten van Plan Angel: een stichting die de hulp biedt die ze zelf destijds had willen krijgen.

Marcia Engel met haar biologische moeder Martha Lilian Ramirez. Foto Stephen Ferry

Ze heeft nog altijd contact met Ramirez, maar de relatie is stroef. Moeder en dochter zien elkaar voor het eerst na lange tijd op het drukke centrale plein van Bosa, waar uit een luidspreker reclame schettert voor gloeilampen die vanuit een kofferbak worden verkocht. De omhelzing is onhandig. Ramirez haalt uit een plastic tasje drie gekleurde bloesjes voor haar dochter. Engel maakt snel duidelijk dat ze vooral is gekomen om haar stichting te promoten. Ze geeft haar moeder een stapel folders en die begint fanatiek te flyeren. Tussen neus en lippen door laat Ramirez vallen dat het wel lastig is dat ze geen geld heeft voor de bus.

‘Dat is precies wat ik bedoel’, zegt Engel later. ‘Mijn moeder heeft altijd geld nodig, ze denkt dat ik ontzettend rijk ben. In het begin betaalde ik van alles, maar het houdt nooit op.’

Ondanks de moeilijke band is de hereniging met haar moeder levensveranderend geweest, zegt Engel. ‘Te weten waar ik vandaan kom, heeft me geholpen om mezelf te snappen. Pas toen ik mijn verleden kende, kon ik me gaan richten op de toekomst.’

Bucaramanga

De tweede stop op deze tour van Plan Angel is Bucaramanga, een stad die bekendstaat als la ciudad bonita  al lijkt dat laverend tussen de ronkende auto’s en fantasieloze flats wat veel eer. Uit deze regio kwamen via Facebook ruim twintig berichten van zoekende ouders  genoeg voor Plan Angel om ook hier een dna-bijeenkomst te organiseren.

Het is een bonte verzameling van vooral moeders die in de hotellobby wacht tot de vrijwilligers arriveren. Er is de dakloze Myriam Perez (50 - ‘denk ik, ik ben mijn geboortejaar vergeten’) die vanochtend in het park werd aangesproken met een flyer. Ze zoekt haar 21-jarige zoon. Gloria Nancy Giraldo (53), de lippen knalroze gestift, vertelt dat ze speurt naar een zoon en een dochter, die ze kwijtraakte toen ze als drugsverslaafde op straat leefde. Marleny Suarez Delgado (46) laat papieren uit 2000 zien waarin staat dat zij door psychische problemen niet voor haar twee dochtertjes kan zorgen. ‘Uit een second opinion bleek dat ik leed aan een depressie als gevolg van mijn armoedige situatie’, zegt Suarez. ‘Maar daar is niets mee gedaan. Er werd gezegd dat ik gek was en daarom zijn mijn dochters ter adoptie aangeboden.’

De ogen lichten op als de vrijwilligers hun koffertje met dna-kits de ruimte binnenrollen. ‘Dat is dus Marcia?’, vraagt een moeder bewonderend. En, enthousiast wijzend op Jina Bakker: ‘En zij, is zij ook geadopteerd?’ Het enkele gegeven dat hier twee geadopteerden zijn die op zoek gingen naar hun biologische ouders doet de hoop al opleven: misschien slagen hun eigen kinderen er ook wel in hén op te sporen.

De dna-methode had al een eerste succes: een Colombiaanse moeder die vorig jaar via Plan Angel haar speeksel afstond, werd enkele maanden later gematcht met een Nederlandse geadopteerde. Rond kerst vloog ze voor het eerst naar Amsterdam.

Op zoveel durven de moeders hier nog niet te hopen. ‘Misschien wil hij niks van mij weten, misschien zal hij nooit van mij houden zoals ik van hem’, zegt Mary Nieves Galvis uit het begin van dit verhaal. Ze heeft zich ondanks haar ziekte in haar rolstoel naar de bijeenkomst gesleept. ‘Het enige wat ik verlang, is te weten hoe het met Oscár gaat, hoe zijn leven is. Weet u, als iemand overlijdt, dan is dat zwaar en verdrietig, maar daar kun je naar verloop van tijd misschien vrede mee hebben. Jezelf elke dag opnieuw moeten afvragen waar je kind is, dat is een pijn die nooit minder wordt.’

5.500 geadopteerden in Nederland komen oorspronkelijk uit Colombia. Dat maakt Colombia na China het belangrijkste herkomstland van de ongeveer 40 duizend Nederlandse geadopteerden. Volgens emeritus-hoogleraar adoptie René Hoksbergen komt dat door de goede individuele contacten van Nederlanders met Colombiaanse adoptieorganisaties in de jaren zeventig en tachtig.

Hoe werkt de dna-databank? 

In de Amerikaanse dna-databank ­Family Tree kan ­iedereen zich tegen betaling registreren met een dna-profiel dat wordt samengesteld uit een speekselmonster. Dat wordt in één klap vergeleken met miljoenen andere profielen van mensen die zich wereldwijd hebben geregistreerd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.