Verwende Baasjes

DE MEESTE KINDEREN VAN NU VOELEN ZICH BUITENGEWOON SENANG. OF HUN OUDERS DE OPVOEDING GOED HEBBEN AANGEPAKT, IS NIETTEMIN DE VRAAG....

Hij slaat met deuren, ook als het een zij is. Hij komt altijd later thuis dan afgesproken. Hij bewoont een stinkend hol waarin vuil ondergoed, zuur riekende sportkleren, schimmelende broodkorsten en met frisdrank doordrenkte schoolboeken hoog liggen opgetast. Hij houdt urenlang de badkamer bezet, en laat daar een spoor achter van omgekieperde potten gel en opgedroogde plakken Clearasil. Iedere aansporing ketst af op een muur van bokkig verzet of glazige desinteresse. Het ene oor is vergroeid met zijn mobiel, het andere met het oordopje van zijn iPod. Hij waant zich volwassen, maar heeft overal hulp bij nodig. Hij voelt zich diep onbegrepen.

Bobo

We hebben het over de puber, dat wezen met schel overslaande stem, te lange ledematen, een idioot behaard lijf of misplaatste borstjes onder een kindergezicht. En dan die onzekere ogen. Onuitstaanbaar, maar aanbiddelijk. Een alien met een levensduur van zes jaar. Daarna wordt hij begraven en herboren in de verantwoordelijke volwassene die hij de rest van zijn leven geacht wordt te zijn.

Ooit waren we er zelf een, dat scheelt. Wij vonden onze ouders bekrompen ouwe zakken. Van de wereld waarin we leefden hadden zij niet het flauwste benul. Wij, puberouders van nu, opgegroeid in de jaren zestig en zeventig, logen er onbekommerd op los en deden in het geniep al wat God verboden had. Maar thuis bleven onze ouders de baas. Zodra het kon, ontworstelden wij ons aan hun gezag.

Nee, wíj zouden onze kinderen niet verstikken onder een deken van liefdevolle terreur. Die van ons moesten opgroeien tot autonome en, vooral, heel gelukkige mensen. Daarom overlaadden we ze met inspirerend speelgoed, met een abonnement op de Bobo, de Kijk, de balletschool, vioolles en de orthodontist. Als ze jengelden in de supermarkt, kregen ze wat lekkers. 's Zomers kozen we een vakantiepark met een kidsclub, later een met surfschool en disco. 's Winters gleden ze blij op hun ski'tjes van de besneeuwde hellingen.

We gaven ze ruim kleed- en zakgeld, opdat ze niet voor gek stonden bij hun vriendjes. Het woordje 'nee' viel zelden. Als ze niet wilden eten, deden we niet moeilijk. Als ze niet wilden leren, werd bijles ingehuurd. Waren er desondanks wat zorgjes, dan riepen we hulp in van een kindertherapeut.

Die ruimhartige, tolerante houding viel in vruchtbare aarde. Onderzoeks- en marketingbureaus doen regelmatig onderzoek naar het welbevinden van de Nederlandse jongere. Daaruit blijkt steevast dat het merendeel – tachtig tot negentig procent – van de hedendaagse pubers zich thuis buitengewoon senang voelt.

De uitkomsten verschillen iets per onderzoek, maar gemiddeld geeft de puber zijn leven een dikke 8. Zijn opvattingen over politiek en grote levensvragen verschillen nauwelijks van die van zijn ouders. Hij drinkt stevig, spijbelt soms, doet al jong aan seks, maar kan over die zaken meestal vrijuit praten met zijn ouders, al doet hij dat niet altijd. Natuurlijk maakt hij ruzie met zijn huisgenoten; soms trillen de deuren in hun posten. Maar de onderhandelingen worden meestal in zijn voordeel beslecht. Dan gooit zijn moeder die vuile sokken zuchtend in de was, belooft hij beterschap en drukt zij haar lastige pubertje geroerd tegen de borst.

Echt, hij is de beroerdste niet. Hij maakt zich heus wel druk over de wereld, de dreiging van terreur en de verwoesting van het milieu. Hij weet ook wel dat hij beter een diploma kan halen. Hij is zelfs bereid een baantje te nemen, mits de werktijden hem uitkomen. Eigenlijk is hij, zoals hij opdoemt uit de statistiek, een goedwillend mens. Niks rebel. Een beetje een Brave Hendrik zelfs.

Murw

Zou De Generatiekloof, voor naoorlogse jongeren hét struikelblok in hun jeugd, nu toch eindelijk zijn gedicht? En wil dat zeggen dat wij, kinderen van de vrijgevochten sixties en seventies, het in onze rommelige levens goed hebben aangepakt met die diep gewenste, maar laat gekregen kinderen? Dat valt natuurlijk nog te bezien.

In 1980 publiceerde de kinderboekenschrijver Guus Kuijer een essay onder de veelzeggende titel Het geminachte kind. Kuijer constateerde dat het kind, hoeveel volgelingen de zachtaardige kinderarts Benjamin Spock ook had, nog altijd werd gemodelleerd naar het beeld dat volwassenen graag zagen. Het kind bezat geen sprankje macht; de rebel die in ieder kind schuilt, moest murw worden gemept. Als het kind daarbij tegenstand bood, noemden ouders en leraren dat 'puberteit'. Dat verschijnsel was volgens Kuijer een uitvinding van de volwassenen.

Vijfentwintig jaar later, in 2005, publiceert de schrijver Thomas Rosenboom Denkend aan Holland, een pamflet tegen het onbeschofte, ongeremde gedrag van zijn landgenoten. Overal om zich heen ziet hij luidruchtige, onbeschofte volwassenen met zich misdragende, ongeremde kinderen. Nooit wordt een kind dat lawaai maakt in een restaurant of museum terechtgewezen. Pubers, languit op de bank voor de tv, terroriseren huiskamers; het volwassen bezoek mag op een krukje zitten. De democratisering, concludeert Rosenboom, is in ons land behoorlijk doorgeschoten.

Leg je Rosenbooms betoog naast dat van Kuijer, dan moet je constateren dat volwassenen nu de geminachte partij zijn. Zij worden amper gedoogd in Kinderland; het kind is de baas. Die geluiden klinken niet alleen uit de mond van een kinderloze cultuurpessimist. Ontwikkelingspsycholoog Martine Delfos waarschuwt elders in dit nummer voor het kweken van een generatie voor wie ongebreideld hedonisme de norm is.

Ook psycholoog Rita Kohnstamm sprak vorig jaar, in de Abel Herzberg-lezing, haar zorg uit over de 'grenzeloze' opvoeding. Het zou goed zijn, betoogde zij, als ouders hun kinderen durven voorhouden dat zij ook verplichtingen hebben. Ze zouden minder bang moeten zijn onaardig te worden gevonden; kinderen moeten de kans krijgen eens níet gelukkig te zijn en beperkingen te ondervinden. Niet het ongeremd uiten van emoties, maar nadenken voordat je handelt zou het doel van opvoeding moeten zijn.

Want wie altijd als een kleine prins of prinses is aanbeden, kan het in het grotemensenleven akelig zwaar krijgen. Werkgevers zijn niet altijd te spreken over de nieuwe generatie werknemers: ze willen wel werken, maar op hún voorwaarden, is de kritiek die managers vaak uiten. Jongeren zijn goedgebekt en handig met informatie, maar ze laten zich niet commanderen en schuiven lastige kwesties af op anderen. Knopen doorhakken en verantwoordelijkheid dragen zijn niet hun sterkste punten.

Empathie

Toch kun je niet zeggen dat 'de' puber het tegenwoordig makkelijk heeft. Tien tot twintig procent van de jongeren in die optimistische onderzoeken voelt zich helemaal niet gelukkig. Zij ondervinden én veroorzaken veel problemen. In die groep zitten de kinderen uit ontspoorde gezinnen, die de overgang van een traditionele 'bevelshuishouding' naar een 'onderhandelingshuishouding' niet soepel hebben gemaakt. Hun ouders hebben de vaardigheden voor succesvol onderhandelen gewoon niet in huis en zijn daarom maar toegeeflijk. Of ze voeren machteloos het bevel over pubers die een lange neus naar hen trekken.

In die groep zitten de pubers die van school gaan zonder diploma en langdurig werkloos thuis zitten. Een deel van hen veroorzaakt overlast op straat. Overheidsvoorstellen voor heropvoedingskampen zijn bedoeld voor hen, verplichte opvoedcursussen zijn bedoeld voor hun ouders.

Met deze kinderen ging het ergens tussen hun twaalfde en vijftiende mis. Niet altijd, maar wel vaak komen ze uit allochtone gezinnen. Thuis voeren zij vermoedelijk een strijd die lijkt op die van veel vijftigers en zestigers in hún puberteit. Er gaapt een diepe kloof tussen de cultuur van hun ouders en die van hun streetwise vrienden. Intussen zijn de verlokkingen van de straat groter en gevaarlijker dan die in de jaren zestig.

Puberkinderen van tweeverdieners hebben evenmin een rimpelloos leven, ondanks hun driehonderd computerspelletjes en een eigen scootertje. Ze mogen over alles meebeslissen, maar als hun vader besluit bij zijn nieuwe vriendin in te trekken, hebben ze het nakijken. Wel worden ze geacht een gezellig clubje te vormen met de wildvreemde kinderen van die vriendin, of van hun moeders nieuwe vriend. Als zij iets te bespreken hebben met hun ouders, moeten ze wachten tot na zessen, want ook hun moeder heeft zich, nu de kinderen groter zijn, voluit op haar carrière geworpen. Eindelijk komt ze weer eens aan háár behoeften toe. Aan tafel mogen ze over alles meekakelen, maar ze zitten zelden samen aan tafel. Vaak ligt er een briefje met geld voor een pizza.

Ook op school worden pubers veelal aan hun lot overgelaten. Omdat leerkrachten het lusteloze gehang in de banken zat waren en omdat zelfwerkzaamheid een goede voorbereiding zou zijn op het hoger onderwijs, werd het Studiehuis ingevoerd in de hoogste klassen havo en vwo, en 'het nieuwe leren' in het middelbaar beroepsonderwijs. De puber zoekt het nu maar uit met zijn opdrachten, achter de computer. Onlangs ontdekte neuropsycholoog Jelle Jolles dat het autonome leren uitermate ongeschikt is voor pubers. Hun hersenen zijn daar niet klaar voor; vaardigheden als organiseren en plannen zijn nog onderontwikkeld. Maar een onderwijsvorm met een strakke structuur, waarbij levendig van gedachten wordt gewisseld in de klas, krijgen we niet zomaar terug.

De Amerikaanse neuroloog Jay Giedd stelde vast dat juist in de puberteit de eigenschap empathie en het vermogen gevolgen van daden te overzien, gering zijn. Pubers lijden bovendien aan slaaptekort, omdat ze laat in slaap vallen en vroeg op school moeten zijn. Deze bevindingen verklaren veel: dat ze in het weekend tot twaalf uur in hun bed blijven rotten, bijvoorbeeld. Dat het hun koud laat als hun moeder 's nachts met een verlamd hart wacht op hun thuiskomst. En dat ze lijken te denken dat het universum om hen draait. Gelukkig, volgens de wetenschap kunnen ze er niets aan doen.

Het geminachte kind van Kuijer transformeerde tot verwende prins, maar is niettemin vaak een verwaarloosd kind. Een puber kan materieel met minder toe, maar aandacht heeft hij nodig, en een veilige bedding. Hij is een Echt Mens en wil serieus worden genomen. Hij zit vol briljante gedachten en tedere gevoelens die je niet vermoedt in dat bokkige hoofd met oordoppen. Hij wil gevonden worden in zijn zelfverkozen reservaat van stappen, shoppen en dreunend muziekgeweld. Hij heeft recht op duidelijke regels en grenzen, en een grenzeloze hoeveelheid liefde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden