Verwarring in het paradijs

Laos, het armste land in Zuidoost-Azië, is sinds een paar jaar opgenomen in de rugzakkersroutes. De Laotianen zijn er nogal door in verwarring gebracht....

Drie zakken rijst, een plastic tas met vissen en ook voor een kip en een eend is nog wel plaats in de tjokvolle bus. De kip en de eend, aan elkaar vastgebonden, worden tussen de passagiers gegooid en belanden op de schoot van een jonge rugzaktoeriste. De kip pikt venijnig in haar arm totdat een Laotiaanse jongen haar te hulp schiet. Hij propt het gevogelte behendig onder een bankje.

De rugzaktoeriste glimlacht terug naar de jongen. Maar ze zit allerminst op haar gemak in de tot bus omgebouwde vrachtwagen, die hortend en stotend optrekt. Zou haar rugzak wel stevig op het dak zijn vastgebonden? En waar zijn die glibberige, nog bewegende vissen in dat tasje gebleven? Haar linkervoet staat in een mand met een harig soort fruit dat aan haar tenen kriebelt. Net als ze een slok cola wil nemen, rijdt de bus door een kuil. Het flesje knalt tegen haar voortanden.

Ze moet denken aan de twee Amerikaanse rugzakkers die uit de bus zijn gevlucht, zegt ze. Die waren bang dat de bus zou omkieperen en dat hun lichamen nooit zouden worden gevonden. Waarom wilde ze zonodig met de goedkoopste bus (anderhalve gulden) en mét de lokale bevolking reizen, vraagt ze zich af.

Een vrouw drukt een mandje onder haar neus. De andere Laotiaanse buspassagiers knikken bemoedigend. Ze neemt een plukje plakrijst en rolt het net als de Laotianen tot een bolletje. Ook krijgt ze stukjes kip op een stokje. De vrijgevigheid verbaast haar want ze kent de lokale gewoonten niet.

Pa you pa gin, zeggen de Laotianen. Dat zoiets betekent als: 'Er is genoeg ruimte en eten voor ons allemaal.' Ze delen hun voedsel als de ander niets heeft. Irritatie lijkt ook niet voor te komen in het boeddhistische land - bijna zes keer zo groot als Nederland. Glibberige vissen en pikkende kippen in een overvolle bus? Bo ben yang: 'Het maakt niet uit, kijk naar de dingen die er werkelijk toe doen.'

Bo ben yang. Iedere rugzakker in Laos wil ermee besmet worden. De econoom uit Eindhoven tijdens zijn sabbatical year. De Israeliër die vijf jaar militaire discipline van zich af wil schudden. En de Britse die erachter wil komen wat ze na haar studie sociale geografie met haar leven wil.

De rugzakkers hopen los te komen van de westerse mores en van de prestatiemaatschappij, zodat ze herboren kunnen terugkeren. Nooit meer ruziën met de anonieme stem van de telefoonmaatschappij. Nooit meer irritatie over een vertraagde trein. De rugzaktoeristen zoeken rust en inspiratie, maar ook elkaar en plezier. En dan het liefst in een goedkoop paradijs.

Laos biedt tropische regenwouden, bergen, boeddhistische kloosters, tempels, bergstammen en bedreigde diersoorten. Lange tijd was Laos (onderdeel van het oude Franse Indo-China) een geïsoleerd land tussen Thailand, Birma, zuid-China, Vietnam en Cambodja. Maar begin jaren negentig werd het communistische regime van de democratische volksrepubliek gedwongen de grenzen te openen omdat Russische steun na de glasnost verdween. Met westerse hulp werden bruggen gebouwd en wegen aangelegd. En sinds een paar jaar is het armste land uit de regio door rugzakkers opgenomen in de Zuidoost-Azië-route. Zelfs nu het regenseizoen is aangebroken.

De regering worstelt met de snel groeiende belangstelling voor het land. Enerzijds stimuleert ze het toerisme omdat het de staatskas spekt. Anderzijds is ze bang dat de rugzaktoerist met dreadlocks en piercings de jonge Laotiaan op verkeerde ideeën brengt. De overheid probeert zich te wapenen tegen 'externe krachten' (toeristen, internet, buurlanden) die de Laotiaanse cultuur 'vervuilen met immoreel gedrag' (seks, drugs en rock 'n' roll). Maar het communistische bewind lijkt een verloren strijd te voeren. En dan zijn er ook nog toeristen die Laos een desillusie vinden.

'We hadden gehoord dat Laos nog puur en ongerept zou zijn', zegt Rachel (25) op een terras in de hoofdstad Vientiane. Maar dat kwam niet overeen met hetgeen de Britse en haar vriend Scott (28) zagen toen ze de Thaise grens overstaken. 'Schotelantennes en andere toeristen', verzucht ze. 'We komen een paar jaar te laat.'

Rachel hoopte in Laos een oord te treffen dat Douglas Coupland in Generation X omschreef als 'onbevlekt asfalt': 'Een reisbestemming die is gekozen in de hoop dat niemand anders dat heeft gedaan.' In plaats daarvan ontmoette ze nog zo'n veertig rugzaktoeristen op de boot in het noorden van Laos.

Rachel is haar verlangen naar ontberingen inmiddels kwijtgeraakt. Tot grote opluchting van Scott. Hij is gelukkig met zijn cappuccino op het terras van de Scandinavian Bakery. Onbetaalbaar voor de Laotianen, maar een favoriete lunchtent van rugzakkers, expats en ontwikkelingswerkers in de hoofdstad. Want na drie maanden India was Scott toe aan een 'relaxte' omgeving. 'In India werden we continu lastig gevallen door mensen met dollartekens in hun ogen.' De confrontatie met armoede vond hij vreselijk. Achteraf krijgt afzien pas waarde, vindt Scott. 'Het levert vooral mooie verhalen op.'

Als marktkooplieden kunnen rugzakkers tegen elkaar opbieden: wie het minst voor de bus heeft betaald, wie de meeste kakkerlakken op zijn kamer heeft en wie de ergste darminfectie heeft opgelopen.

Gevaarlijke gebieden zijn ook een dankbaar onderwerp om mee te pronken. 'Danger!!! Mines!!! Cambodia', heeft een Brit op zijn T-shirt staan. Hoewel Laos de twijfelachtige eer te beurt valt het zwaarst gebombardeerde land ter wereld te zijn, bestaan daar geen T-shirts van. Nog steeds zijn grote gebieden in Laos ontoegankelijk omdat er ongeëxplodeerde bommen uit de Vietnam-oorlog liggen. Jaarlijks vallen zo'n tweehonderd gewonden door bommen die alsnog ontploffen.

Sinds enkele maanden wordt Vientiane ook opgeschrikt door explosies. Begin april gooiden terroristen een granaat in een restaurant. Daarbij raakten dertien mensen gewond, waaronder negen rugzakkers. Een Duitser en een Brit werden opgenomen in een Thais ziekenhuis. Eind mei ontplofte een bom op de markt in de hoofdstad.

Vermoedelijk zijn rebellen van de Hmong, een etnische minderheid in Laos, verantwoordelijk voor de aanslagen. De pro-democratische groepering wil de aandacht vestigen op het 'terreurbewind' van de regering. In de jaren zes tig en zeventig vochten de Hmong, gesteund door de cia, tegen het oprukkende communisme in hun land. Volgens Hmong-ballingen in Amerika zijn sinds het einde van de Vietnamoorlog meer dan 300 duizend Laotianen vermoord in opdracht van het communistische regime.

De autoriteiten proberen de aanslagen te verzwijgen, want ze zijn als de dood dat de toeristen zullen wegblijven. Met de Visit Laos Year 1999-2000-campagne hoopt de regering dit jaar bijna 360 duizend toeristen te trekken. Ze moeten zo'n 200 miljoen gulden opleveren. Tot dusver hebben alleen de vs een negatief reisadvies uitgevaardigd.

Van de aanslagen is in het slaperige Vientiane niets te merken. De rugzaktoeristen blijken al helemaal niet op de hoogte. 'Dat komt doordat ze allemaal samenklitten', zegt Sanao (24). De smalle Japanner drinkt ranja met een rietje in een typisch Laotiaans café, waar de weinige producten die er zijn, staan uitgestald in een vitrine en de muren zijn versierd met plaatjes uit kalenders. In het sobere café komen alleen Japanners, weet Sanao. 'Japanners willen de lokale bevolking begrijpen. Europeanen passen zich niet aan. Zij zitten hele dagen te internetten, te consumeren en weten daarom niet wat er gaande is in het gastland.'

's Avonds, maar ook overdag zitten de vijf internetcafés in Vientiane bijna altijd vol. De twee meest professionele cybercafés zijn die van PlaNet Online; opgericht door de Australiër Peter Loone. In 1995 begon hij een computerwinkel, met twee computers die een internetverbinding hadden via Bangkok. Dagelijks kwamen zo'n vijf toeristen langs met de vraag of ze een e-mail mochten versturen. Dat kostte toen nog twee dollar per minuut. Maar dat hadden ze ervoor over, zegt de 29-jarige Loone. Inmiddels is PlaNet Online een provider, heeft Loone vier internetcafés in Laos - binnenkort worden er nog drie geopend - en betalen de klanten 250 kip (ongeveer zes cent) per minuut.

Laotianen mogen voor 150 kip per minuut internetten. 'Ik ben zakenman', zegt Loone, 'maar tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat we met iets goeds bezig zijn voor het land. We maken deel uit van een revolutie.'

Volgens Loone, in Australië opgeleid tot dominee, heeft de gemiddelde Laotiaan nog hetzelfde beeld van de wereld als vijf jaar geleden. Want de overheid controleert de media, en de meerderheid van de ruim vijf miljoen inwoners heeft geen schotelantenne. Maar internet - 1500 Laotianen hebben een aansluiting - kan alles veranderen, gelooft Loone. Net als de rugzaktoeriste die zich, tot wanhoop van oude Laotianen, in strakke hemdjes uitdost, symboliseert internet voor de jongeren vrijheid. 'Deze generatie zal voor de omwenteling zorgen. En daar hebben de rugzakkers een steentje aan bijgedragen.'

Het is tegen negenen als een helse onweersbui losbarst boven Vientiane. Bliksemschichten volgen elkaar snel op en werpen een blauwe gloed over de Mekong-rivier, de ader van Laos die 450 kilometer lang de grens vormt met Thailand. Kort daarop valt de tropische regen uit de hemel. De gaten in de geasfalteerde weg vullen zich met water. Reizigers haasten zich naar bars en guesthouses.

In een Franse wijnproeverij - te duur voor rugzakkers maar een comfortabele schuilplaats - tuurt een vrouw naar de regen. Mary (23) is geen doorsnee-backpacker. Daarvoor draagt ze te elegante sandalen. Ook is reizen niet haar enige bezigheid. De Schotse heeft drie maanden als vrijwilligster Engelse les gegeven aan kinderen in Kathmandu (Nepal). Én Mary kent echte locals.

De meeste rugzaktoeristen zouden jaloers op haar zijn. Want contact met de lokale bevolking scoort hoog in de toptien van bijzondere reisverhalen. Toch heeft Mary geen behoefte haar verse herinneringen te delen met andere rugzakkers. Praten over je reisavonturen ontneemt je de lust en de tijd om echt wat te beleven, is haar overtuiging. 'De belevenissen hoeven heus niet groots en meeslepend te zijn. Als het even kan, doe ik wat mensen hier ook doen.'

Zoals vanmiddag: Thaise karaoke-liedjes zingen met Lie en Isabelle, Mary's nieuwe Laotiaanse vriendinnen. Tot grote ergernis van de Laotiaanse cultuurbewaarders is Thaise karaoke een uiterst populair tijdverdrijf, vooral onder jongeren. Op een karaoke video-cd verschijnt een schaarsgeklede Thaise of een jongensbandje met zoete teksten die meegezongen kunnen worden. 'Heel gezellig', vindt Mary.

De Laotiaanse overheid is echter bevreesd voor de dominante Thaise cultuur. Ze vindt die agressief en immoreel. Zo hebben soapseries uit het buurland een veel hogere kijkdichtheid dan de programma's op de nationale zenders. Tegelijkertijd kijken veel Thai op Laos neer. Onlangs bracht een Thaise popster de betrekkingen tussen de landen in gevaar omdat ze had gezegd dat ze niet naar Laos wilde. Ze vond het land maar vies. Nadat boze Laotianen de zangeres met de dood hadden bedreigd, ontkende de Thaise premier dat de popster zulke uitlatingen had gedaan. En in Bangkok zei een Thaise dame spottend: 'De Laotianen hebben niks en produceren niks. Het weinige dat ze hebben, bier en rijstwhisky, noemen ze dan ook met een Lao Beer en Lao Lao.'

In de Crown & Rose bar valt Isabelle de Schotse Mary om de hals. Ooit moet de veertigjarige Laotiaanse aantrekkelijk zijn geweest, maar in haar roze jurk lijkt ze nu eerder een afgedankte nachtclubzangeres. Isabelle valt niet uit de toon in de mistroostige bar. Traditioneel geklede vrouwen zouden dat in hun sarongs en blouses wel doen. Isabelle en Lie zijn dan ook de 'gezelschapsdames' van de bareigenaar, een 61-jarige Britse expat.

Achter de bar tut Lie (26) zich op om naar een van de weinige nachtclubs in Vientiane te gaan. Een populaire uitgaansgelegenheid voor expats en toeristen. Ze poedert net zo lang tot haar donkere huid wit is. Als de tuk tuk (bromfietstaxi) arriveert, slaat Isabelle de restjes bier van het vertrekkend gezelschap snel achterover.

In de nachtclub speelt een band rock-balads en aan de bar flirten jonge vrouwen op hoge hakken met blanke mannen. Een gezette jongen met bakkebaarden drukt twee meisjes tegen zich aan. 'Yes, me love you long time', zegt de kleinste.

Hoewel rugzakkers allerminst bekend staan als hoerenlopers, neemt met het toerisme ook de prostitutie toe. De oude tijden lijken te herleven. Want tijdens de Vietnam-oorlog stond Vientiane even bekend als de stad van de bordelen. Het verschil met nu is dat met de prostitutie ook het aantal aids-patiënten toeneemt. Met name door Laotiaanse prostituees die in Thailand hebben gewerkt, en door toeristen die eerst in Thailand en vervolgens in Laos naar de hoeren gaan. Zo ontmoette de Nederlander Lex (25) in Thailand twee Engelse rugzakkers die er vrolijk op los neukten zonder condooms. 'Daar maakten ze ook filmpjes van. Echt naar, zo ranzig.'

Lie trekt zich niets aan van de keurende blikken. Met haar schaterlach, die de aandacht van haar droevige ogen afleidt, trekt ze Mary op de dansvloer. Vrolijk dansen ze op de Venga Boys tot een slomer nummer wordt ingezet en de lange mannen met de Laotiaanse vrouwen gaan schuifelen. 'Welcome to the hotel California. Such a lonely place, such a lovely face.'

Even later legt Mary uit waarom ze met Lie en Isabelle omgaat. Ze wordt niet gedreven door een antropologische nieuwsgierigheid waardoor sommige rugzakkers zo graag met de lokale bevolking in contact willen komen. Ze is ook niet op zoek naar spannende prikkels. 'Ik mag ze gewoon graag, en volgens mij vinden ze mij ook aardig.' Lie schatert het weer uit en beloont Mary met een knuffel.

'Boom, boom, boom, boom. I want you in my room.' Alweer de Nederlandse formatie Venga Boys, maar nu in een bus naar Vang Vieng. Een Laotiaan moet kotsen. 'Komt vast door die klotemuziek', moppert een rugzakker met cowboyhoed. 'Dat kun je toch niet maken, zulke schunnige muziek in een bus vol boeddhisten!' Nog meer mensen geven over, terwijl de bus al slingerend de berg af dendert. De vier uur durende rit maakt de Laotiaanse magen van streek; de muziek lijkt ze niet te deren. De cowboyhoed trekt wel veel bekijks.

Vang Vieng oogt als een bergdorp uit een Oosters sprookje. Vier jaar geleden kende het dorp nog maar drie jeugdherbergen, geen elektriciteit en ging de lokale bevolking om acht uur 's avonds onder zeil. Toen Route 13, de weg tussen Vientiane en Louang Prabang, was voltooid, ontdekte de eerste golf 'avonturiers' Vang Vieng. Twee jaar later volgden de rugzakkers en masse. Nu puilt het dorp (met ongeveer tweeduizend inwoners) uit met guesthouses en restaurants. De bevolking blijft tot diep in de nacht wakker totdat de laatste rugzakker zijn biertje heeft genuttigd.

Vang Vieng is niet alleen aantrekkelijk om het natuurschoon en de goede voorzieningen. 'Tssssssst', sist een man voor zijn winkeltje rond middernacht. 'Smoke opium?', spoort hij een paar rugzakkers aan. Volgens de kenners is het dorp een van de plaatsen in Laos waar het gemakkelijkst opium kan worden gerookt. De man, een Vietnamees, leidt een aantal rugzakkers door het donker naar een ruimte achter zijn winkeltje. Tussen twee matrassen ligt het rookgerei uitgestald. De Vietnamees wijst naar een grote pijp en gaat demonstratief op een matras liggen. Zo gemakkelijk gaat dat dus, opium roken in een opiumhol.

Maar de schijn bedriegt, zo weet een Britse rugzakker. Gisteravond is hij door het oog van de naald gekropen. De politie deed een inval in het opiumhol van de Vietnamees. Gelukkig zat hij ergens anders te roken. Vier jongens werden gearresteerd. 'Degene die de pijp vasthield, moest vijfhonderd dollar betalen, de anderen honderd dollar.'

De politie heeft ook ontdekt dat ze geld kan verdienen aan toeristen. Het systeem werkt simpel. De eigenaar van een opiumhol betaalt 'beschermingsgeld' aan de politie. In ruil daarvoor kan hij geruime tijd ongestoord zaken doen met rugzakkers. Af en toe houdt de politie een inval om een flinke buit op te strijken. De 'boetes' worden niet gerapporteerd aan hogere autoriteiten. De gearresteerde toeristen krijgen zelfs een waarschuwing: ze mogen er niet met andere rugzakkers over praten.

Het handeltje mag niet uitlekken, want het is in strijd met het overheidsbeleid. De regering heeft met miljoenensteun van de vn projecten opgezet die boeren ertoe moeten bewegen in plaats van papavers, de grondstof voor opium, andere gewassen te verbouwen. Daarnaast ondernemen Thailand en Laos gezamenlijk actie om de drugssmokkel tegen te gaan.

Bovendien wordt zodoende niet alleen opiumgebruik onder toeristen gestimuleerd, maar ook onder de jonge Laotianen. 'Opium is eigenlijk een oude-mannendrug', zegt Andrew Willis (32). Hij werkt voor de Canadese ontwikkelingsorganisatie Cuso in Vang Vieng. Bejaarde mannen met ouderdomskwalen gebruiken opium als pijnstiller. Maar nu de jongeren zien dat hun westerse leeftijdgenoten pops roken, worden ze nieuwsgierig en willen ze het ook proberen.

'Het traditionele ritme van de Laotianen wordt absoluut verstoord door het toerisme', zegt Andrew in zijn houten huis op palen aan de oever van de Mekong. 'Dat hoeft niet verkeerd te zijn, want de levensstandaard van sommigen gaat er wel op vooruit. Voor het eerst zijn er mensen met overgewicht in Vang Vieng. De restauranthouders worden dikker en dikker.'

De keerzijde is dat de Laotianen harder en cynischer worden, zegt Andrew. Ze worden geconfronteerd met westerlingen die rijk genoeg zijn om maanden op vakantie te gaan, maar die 'uit principe' een stuiver willen afdingen bij een tuk tuk-chauffeur. Ze begrijpen niets van de rugzakker die dronken door de straten zwalkt alsof hij in Benidorm is. Zo zegt de ene restauranthouder dat de maaltijd ook morgen mag worden betaald, terwijl bij zijn buurman een bord hangt waarop rugzakkers wordt verzocht meteen af te rekenen, omdat er in het verleden toeristen zijn weggelopen zonder te betalen.

Een stokoude man met gebogen rug klimt Andrews trap op. Als hij grijnst verschijnt een rij goudgerande tanden. 'Pa Tao was ooit een vooraanstaand man in het dorp', legt de ontwikkelingswerker uit. 'Nu zorgt iedereen een beetje voor hem.' Pa Tao legt twee mango's neer. In ruil daarvoor wil hij een paar Lao Lao's. De oude man slaat de rijstwhisky in een keer achterover en grijnst. 'Pa you pa gin', zegt Andrew. Dichtbij Andrews huis rennen twee kleine meisjes af op de westerlingen. 'Kip, kip, kip', vragen ze onbeholpen. De Laotiaanse dreumesen zijn lang niet zo bedreven in het bedelen om geld als sommigen van hun Aziatische leeftijdsgenootjes. Verlegen houden ze hun handjes op.

Voor de rugzakker is het een verwarrend schouwspel. De reisgidsen van Laos wijden geen hoofdstuk aan bedelende kinderen. Ze zijn er ook nauwelijks. De twee straatjongens met zwerende benen en stoffige kuiven, die op een terras in Vientiane vochten om een plek, waren een uitzondering.

Maar de gezonde bergtoeten van de meisjes in Vang Vieng verraden dat bedelen geen noodzaak is. 'Kip, kip, kip.' Wat te doen? 'Oogcontact vermijden. Altijd stug doorlopen', was het devies van een Australische rugzakker in Vientiane. Hij had naar eigen zeggen als Zuidoost-Azië-reiziger de nodige ervaring opgedaan hoe met armoede om te gaan.

Zo ook Jan-Pieter die net zes maanden India achter de rug heeft. De 36-jarige econoom ontwikkelde daar zijn methoden om bedelaars van zich af te schudden. Hij imiteerde ze. Hij bedelde bij de bedelaar. Onthutst dropen de Indiase kastelozen dan af. Jan-Pieter: 'We hebben ons kapot gelachen.' In landen als India en Nepal zijn rugzakkers genoodzaakt een standpunt in te nemen ten opzichte van straatkinderen, leprapatiënten en kindvrouwtjes met baby's op de arm die zich aandienen. Sommige toeristen ervaren het als een dagelijkse strijd: bedelaars afwimpelen. De ander wordt heen en weer geslingerd tussen mededogen en apathie.

Lastig is het in ieder geval wel, zegt een 25-jarige Britse. 'Want het zijn er zo veel.' Toch heeft ze al heel wat opgestoken van andermans armoede. 'Het hoort bij je Zuidoost-Azië-experience. Het draagt bij aan je persoonlijke ontwikkeling omdat je ervaart dat de mensen het hier niet zo gemakkelijk hebben als jij.'

'Kip, kip, kip.' Zijn de meisjes uit Vang Vieng wel geholpen met geld? Het levert misschien een extra volle maag op. Maar wat zal het effect zijn van cadeautjes geven?

Honderden kilometers zuidwaarts, bij de grens met Cambodja, is al duidelijk waartoe vrijgevigheid kan leiden. Op het tropische eilandje Don Det in de Mekong-delta worden backpackers bijna lyrisch begroet door kinderen. Vanuit de open houten huizen en de rivier waar de Laotianen zich wassen; overal vandaan roepen kinderen sabba dee (hallo). Zelfs het populaire spelletje slippers-gooien (een teenslipper zo ver mogelijk over het pad gooien; soms dient een peuter als doelwit) wordt gestaakt als de toeristen voorbij wandelen.

Het vrolijke sabba dee verandert al snel in een vraag die steeds luider wordt: 'Pen, pen, pen!' Als de Rattenvanger van Hamelen worden de toeristen gevolgd door een stoet kinderen. In een steeds monotoner mantra eisen ze hun pennen op.

Toerisme heeft veel Laotianen in de war gebracht, vertelt Kham Sone vanaf het terras bij Souksan - haar 'bungalowpark' met bamboehutten. 'De blanken hebben geld, veel geld', legt de 55-jarige Laotiaanse onderneemster uit. 'Maar wat veel van ons zich niet hebben gerealiseerd, is dat de rugzaktoeristen erg zuinig zijn.' Volgens haar spenderen sommige rugzakkers niet meer dan vier gulden per dag. Anderen eten om geld te besparen alleen nog maar bananen en plakrijst.

Kham Sone heeft al de nodige 'valse toeristen' meegemaakt, sinds ze in maart 1999 als eerste met een toeristische onderneming op Don Det begon. Blanke jongens en meisjes die klagen dat zij te duur is. 'Ze doen alsof je niks waard bent en snauwen je af.' De bewoners van Don Det, dat alleen per longboat bereikbaar is of via de brug van het eilandje Don Khon, hebben leren incasseren, want ze willen geld verdienen. Inmiddels hebben nog een stuk of vier eilandbewoners drie of vier bamboehutten naast hun huis gebouwd. Tussen de hangbuikzwijnen en kippen, liggen nu hippiemeisjes in hangmatten te doezelen.

De rugzakkers hebben op Don Det het goedkope paradijs gevonden. Op het eiland zijn geen schotelantennes, geen telefoons en geen auto's en brommers. De stress volle banen en studies zijn nog nooit zo ver weg geweest.

Willen de rugzakkers hun carrière-perspectieven graag even vergeten, de jonge Laotianen zijn juist nieuwsgierig naar dat vrije leven vol keuzemogelijkheden. Dat is onontkoombaar en de overheid kan daar weinig aan veranderen, denkt Kham Sone. Van de eilandbewoners schikt nu nog zestig procent zich in hun lot, zegt ze stellig. 'De rest wil weg van Don Det.'

Onderzoekend bekijkt een Laotiaanse meisje het kapsel van een roodharige rugzaktoeriste. Ook de rok wordt aandachtig bestudeerd. 'Ik ben Sim', zegt ze in gebrekkig Engels. Ze zit nog op de middelbare school, maar daarnaast werkt de zeventienjarige Laotiaanse in het donkere winkeltje van haar ouders. Sim verkoopt touw, zeep en email schalen. Maar niet lang meer, zegt ze zelfverzekerd. 'Ik ga naar de stad. Naar Vientiane.' Op een papiertje schrijft ze: 'Ik wil studeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden