ColumnSylvia Witteman

Vertwijfeld bleef ik achter. Hád hij wel examen gedaan? Hád ik eigenlijk wel een zoon?

null Beeld

Na vijf keer nét niet zitten blijven (en één keer wel) belandde mijn zoon in de zesde klas. Het eindexamen naderde. Hoe stond hij ervoor? Slecht. Wij, ouders, zeiden die dingen die men dan zegt. Knop omzetten, schouders eronder, laatste loodjes; er vielen woorden als ‘putjesschepper’ (‘Mag ook, kan ook, als je maar gelukkig wordt!’) en ‘het ruime sop’ (liefst niet al te ruim, anders zie je zo’n jongen alleen nog met Kerstmis).

Handenwringend zag ik hem op zijn scooter naar het Damrak scheuren (‘De cost gaet voor de baet uyt’, zegt u dat wel), waar de examens werden afgenomen. ‘Welke maand komt er na juni?’, had hij me net nog gevraagd, en ‘Hebben wij eigenlijk een woordenboek?’

‘Hoe ging het?’, vroeg ik op mijn beurt na elk examen, waarop het antwoord ‘kut’ luidde, dan wel ‘mwah’ of ‘ging wel’. Aan dat laatste klampte ik me maar vast, want hij had reeds verklaard dat hij, geslaagd of niet, nooit meer een voet op ‘die school’ zou zetten.

Vervolgens staarde ik wekenlang naar het mailtje van ‘die school’. ‘Op 2 juli word je vanaf 13 uur gebeld met de uitslag. Op 2 juli word je vanaf 13 uur gebeld met de uitslag. Op 2 juli...’

Op 2 juli werd hij om 13 uur níét gebeld met de uitslag. Om 13 uur 30 ook niet. De ene na de andere vriend meldde dat hij geslaagd was. Door de hele stad hoorde je kurken knallen, maar om 14 uur wisten wij nog steeds niets. Ik at twee ons nagels en ijsbeerde gaten in het parket. Mijn zoon at een halve kip en zei dat ik me niet zo moest aanstellen. 14 uur 30: geen nieuws.

‘Ik ga maar eens vragen op school’, zei mijn zoon om 15 uur, en vertrok. Vertwijfeld bleef ik achter. Hád hij wel examen gedaan? (Dat heeft mijn broer indertijd geflikt: gewoon niet komen opdagen.) Hád ik eigenlijk wel een zoon? ‘Worden wij uitgewist, zodat wij nooit bestonden?’ (Gerard Reve.) Om 15 uur 15 kwam zijn appje: ‘geslaagd!’ Ik kon nog net ‘Hoera!’ antwoorden. Daarna werd alles zwart.

Toen ik bijkwam, stond mijn zoon taart te eten in de keuken. ‘WAT WAS ER NOU %$@%$# aan de hand?’, schreeuwde ik. Hij toonde me een voddig papiertje, met zijn telefoonnummer in zijn rampzalige handschrift, en sprak: ‘Ze dachten dat daar een 6 stond, maar dat is toch duidelijk een 8?’

Dat was helemaal niet ‘duidelijk een 8’, en ook geen 6, dat was een vogelpootafdruk. Of een inktvlek. Of een brandgat. ‘Eindexamen gymnasium, en niet eens je telefoonnummer kunnen opschrijven...’, hijgde ik.

Het ruime sop, toch maar. Héél ruim. Ergens bij Bora Bora.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden