zinvol levendirigent, fluitist en activist Vera Hofman

‘Vertrouw de ander, dat geeft zin aan het bestaan’

Vera HofmanBeeld Jitske Schols

Het positieve van de coronacrisis is wel dat mensen hebben bewezen tot snelle gedragsverandering in staat te zijn, zegt Vera Hofman. ‘Als we de ­urgentie voelen.’ Maar hoe maak je die voelbaar?

Bij haar afstuderen als dirigent koos ze voor een ‘loodzwaar’ werk van de Franse componist Olivier Messiaen, Et exspecto resurrectionem mortuorum: ‘Het is zo’n stuk dat nooit iemand speelt. Ik had er veertig professionele blazers voor nodig, plus zes slagwerkers voor koebellen, gongen en tamtams. Het is een werk dat veel dirigenten afschrikt, ook omdat het technisch erg ingewikkeld is. Zou je dat nu wel doen, kreeg ik te ­horen. Voor mij werkt dat juist motiverend, ik ben enorm eigenwijs. Het stuk begint met gekrijs uit de afgrond, daarna wordt de hele beerput aan menselijk leed opengetrokken en tot slot komen alle doden aangemarcheerd. Ik zag het als een manier mensen te laten voelen wat we vaak zo gemakkelijk zeggen, namelijk dat we geen oorlog meer willen. ‘Wat gebeurt hier?’, vroegen bezoekers zich af. Daarmee was mijn doel bereikt.’

Dit groots opgezette Messiaen-­project in 2019 had de springplank moeten worden voor haar carrière – na negen jaar studie, afgerond met twee masters: eentje als dwarsfluitist, een tweede als dirigent. Maar het leven bleek iets anders in petto te hebben voor de 28-jarige Vera Hofman. ‘Ik had iets groots neergezet dat zijn vruchten begon af te werpen en kreeg interessante aanbiedingen. Maar toen kwam corona. Wat ik het liefst deed, mensen met muziek een mooie avond bezorgen, werd levensbedreigend. Mijn agenda was plots leeg. Dan kun je in een hoekje gaan huilen, maar je kunt ook proberen wat te ondernemen.’

Zelf de regie nemen, het zit er al vroeg in. Ze groeit op in het Limburgse dorp Meijel, in het natuur­gebied de Peel, op de grens met Brabant. Een harmonieus gezin met vier kinderen, waarin zij nummer drie is. Op de basisschool wordt ze gepest vanwege haar grote bos rode krullen: ‘In groep zeven ben ik voor de klas gaan staan en heb gezegd: ‘Hallo, ik heb een andere kleur haar, daar kan ik niks aan doen, hou erover op.’ Daarna was het voorbij.’ De liefde voor de muziek is er van jongs af aan: ‘Bij ons thuis werd veel gezongen, het is altijd een deel van mijn leven geweest.’ Haar verlangen om van muziek haar beroep te maken, krijgt de steun van haar ouders: ‘Ze hebben het nooit uit mijn hoofd willen praten, ook al is het een onzeker bestaan. Ze hadden vertrouwen in me. En verder dachten ze: laat haar maar haar hoofd stoten, als ze hulp nodig heeft, horen we het wel.’

Met haar eigen kind wil ze het straks niet anders doen. Want toen haar carrière plots stokte, ontstond ruimte voor de kinderwens van haar en haar vriend, een jazzmuzikant. Met hem woont ze in een huisje naast een oude Philips-fabriek in Tilburg, ‘op sterk vervuilde grond’. Inmiddels is ze een half jaar zwanger. Haar door corona afgedwongen vrije tijd heeft ze gebruikt om zich als activist te manifesteren. Al langer was ze als vrijwilliger actief bij RES (Regionale Energie Strategie), een organisatie die voortvloeit uit het Klimaat­akkoord. Haar taak is jongeren bij de plannen te betrekken, ‘dus niet alleen de oude, witte mannen die het nu voor het zeggen hebben, maar ook de toekomstige generaties’. Dit voorjaar maakte ze een tiendaagse wandeling langs tientallen duurzame projecten. Die kreeg in haar regio flink wat publiciteit. In haar podcast Walk and Talk spreekt ze met de initiatiefnemers van de projecten om te laten zien ‘hoe mooi de wereld zou kunnen zijn’. Ze is ten diepste overtuigd van de noodzaak van een radicaal andere manier van leven: ‘Voor toekomstige generaties moeten we dat doen. Anders zullen mijn kind en diens kinderen niet dezelfde keuzevrijheid als wij hebben.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Ik vind het belangrijk het systeem waarin we leven te bevragen, ik sta kritisch tegenover de manier waarop we het samenleven hebben georganiseerd en houd ervan tegen de gevestigde orde te schoppen. Verder vind ik het zinvol te werken aan vertrouwen tussen mensen. Als iemand iets doet wat niet klopt, kun je dat bijna altijd begrijpen wanneer je het verhaal achter zijn handelen kent.’

Hoe ver gaat uw kritiek op het systeem?

‘Voor mij gaat het om een kritische houding tegenover het hele politieke en economische systeem waarin we leven en waartoe we ons permanent moeten verhouden. Het draait om het perspectief: wie ben ik, waar leef ik in, waar sta ik in relatie tot dat systeem? Veel mensen zijn alleen maar gefocust op hun werk dat de zekerheid biedt te kunnen betalen wat ze denken nodig te hebben: hun huis, spullen, een bepaalde levensstijl. Terwijl ze dat werk niet zouden doen, als ze vrij zouden kunnen kiezen. Dan zeggen ze vaak: ik zou iets anders doen. Zo zitten ze vast in het systeem. Die afhankelijkheid ervan wil ik ter discussie stellen.’

Wat schort er precies aan het systeem?

‘In de westerse wereld zien we onszelf graag als lichtend voorbeeld voor andere werelddelen, waarbij we trots zijn op hoe we ons na de oorlog weer hebben weten op te richten. We zijn zeker verder gekomen, maar onze veranderingsdrift is wel ten koste van de natuur gegaan. Dat ­weten we al vanaf de jaren zeventig, maar toch doen we er bar weinig aan. Nog altijd willen we almaar meer: meer groei, meer productie, meer bezit. Met alle spullen die we produceren en alle energie die we verbruiken is het inmiddels echt uit de hand gelopen: als iedere wereldbewoner de Nederlandse levensstijl zou overnemen, zou je drie aardbollen nodig hebben. Drie! Dus hoezo lichtend voorbeeld?

‘Dat gedrag zit diep in onze cultuur ingebakken. Al in de Bijbel wordt de mens boven de natuur geplaatst. We claimen stukken land, doen alsof we daarmee alles mogen doen, maar is dat wel zo? Met jaloezie kan ik lezen over oude, nomadische volkeren die nog met de natuur leefden. Ze beseften dat we van een kringloop van levende wezens deel uitmaken en hadden respect voor alles wat leeft. Ze namen niet méér van de natuur dan wat ze nodig hadden en claimden ook geen bezit – niet van land, maar ook niet van een ander mens – man en vrouw waren gelijkwaardig. Zelfs de kleren die ze droegen, bezaten ze niet. Ik vind dat inspirerend, want ik ben ervan overtuigd dat ons leven juist door onze bezitsdrang zo gecompliceerd is geworden. Je hebt daardoor altijd een belangentegenstelling tussen mensen, zeker wanneer ik veel bezit en jij weinig. Dat leidt automatisch tot spanningen over oneerlijkheid. We moeten naar een andere verhouding tot bezit, dat is voor mij fundamenteel.’

Maar kan dat wel?

‘Dat is niet gemakkelijk, maar ik zie wel enkele hoopvolle veranderingen, zoals de neiging om bezit meer te ­delen – denk aan deelauto’s of aan de toename van woongemeenschappen met gemeenschappelijke ruimten. Maar de meeste mensen zijn inderdaad sterk aan bezit gehecht, ik denk omdat ze er houvast aan willen ont­lenen. In het leven overkomt ze van alles en daar proberen ze zekerheden als een groot huis en veel spullen ­tegenover te stellen. Maar echt houvast biedt dat natuurlijk niet. Al ons bezit is tijdelijk. Zelfs ons lichaam. Dat hebben we in bruikleen, op het moment van onze dood geven we het terug aan de aarde. Net zoals al die spullen tijdelijk bij ons zijn.’

BOEKTIP De meeste mensen deugen, Rutger Bregman

‘Dit boek kwam voor mij als een geschenk uit de hemel, want het levert de wetenschappelijk gefundeerde onderbouwing bij wat ik al langer intuïtief aanvoel: heb vertrouwen in je medemens, want die wil het beste voor de ander, net als jij. Rutger Bregman laat aan de hand van inzichten uit verschillende disciplines overtuigend zien dat dit geen naïef, maar een realistisch standpunt is.’

Wat geeft dan wel houvast in het bestaan?

‘Voor mij is dat: vertrouwen in andere mensen. In onze cultuur spreekt dat niet vanzelf – de overtuiging overheerst dat de mens in wezen slecht is en tot zonde geneigd. Zie de Tien ­Geboden, die hem in het gareel moeten houden. Zonder een systeem van normen en waarden zouden we door het vernislaagje van beschaving heen breken, is de gedachte. Ik geloof er niets van. Bij een sollicitatie ben ik een keer weggelachen toen ik stelde dat ieder mens het beste met de ander voor heeft. Hoe naïef, kreeg ik te horen. Maar ik ervaar juist dagelijks dat mensen te vertrouwen zijn, want ik hoef maar om hulp te vragen en krijg het. En omgekeerd geef ik die graag, wanneer iemand mij om hulp vraagt.’

Voelt dat niet als een fragiel houvast?

‘Helemaal niet. Al moet ik erbij zeggen dat ik dit vertrouwen niet altijd heb gehad. Toen ik 18 was, is mijn dwarsfluit gestolen. Dat heeft mijn vertrouwen in de mensheid voor langere tijd geschonden. Het verlies heeft me schichtig tegenover mensen gemaakt, omdat ik daarna toch weer met een kostbaar instrument over straat moest. Het voelde als een amputatie, alsof je een arm verliest. Dat kun je niet simpel met een ander instrument oplossen. Je zegt toch ook niet: neem een ander kind. Zo voelde het, muzikanten kunnen dat gevoel beamen. Ik ben er gelukkig weer bovenop gekomen door een therapie voor posttraumatische stress te volgen en door muziek te spelen. Vooral het stuk waar ik ten tijde van de diefstal mee bezig was, heb ik veel gespeeld. Dat heeft me geholpen bij de verwerking. Mijn vertrouwen in de mens is hersteld.’

Uw verhaal verraadt wel een grote gehechtheid aan bezit.

‘Zeker. Die aandrang zit ook in mij, niets menselijks is mij vreemd, haha. En ik leef ook niet volledig volgens de regels van een verantwoorde footprint, dat is in onze maatschappij door onze voeding en reizen vrijwel onmogelijk. Dat neemt niet weg dat we voor de volgende generaties onze uiterste best moeten doen. Het is een gigantische klus, maar het positieve van de coronacrisis is wel dat we hebben bewezen tot snelle gedragsverandering in staat te zijn, als we de ­urgentie voelen. Het is dus niet een kwestie van niet kunnen, maar van niet willen.

‘Zeg niet dat het probleem te groot is, maar probeer te doen wat binnen je bereik ligt – je kunt zoveel, want het raakt aan allerlei aspecten van ons leven. En weet je het niet, dan kun je het altijd aan anderen vragen. Dat helpt wellicht ook weer je vertrouwen in je medemens. Met dat vertrouwen kom je in verreweg de meeste gevallen niet bedrogen uit. In je eentje kun je veel, maar samen komen we veel verder. Dus mensen, doe het alsjeblieft, pas je gedrag aan en vraag om hulp, want de wereld is supercomplex. Vertrouw de ander. Dat geeft zin aan het bestaan.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden