Veroordeeld tot Lucia de B.

Bram, Metta en Ton Derksen wisten tot 2004 niets van Lucia de B., de verpleegkundige die levenslang kreeg voor zevenvoudige moord op patiënten.

‘Het eerste wat ik doe als Lucia vrijkomt, is naar het graf van mijn vader gaan.’‘Ja, ik ook.’

Meer dan drie jaar zijn Bram en Metta Derksen nu bezig met de zaak-Lucia de B., die afgelopen week een nieuw hoogtepunt bereikte: de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken vindt dat de zaak herzien moet worden.

Ton, hun oudere broer, kwam er pas later bij.

Ton (1943) is de hoogleraar wetenschapsfilosofie die het boek Lucia de B., Reconstructie van een gerechtelijke dwaling schreef. Hij had van kindsbeen af al belangstelling voor filosofie.

Bram (1946) ging uit politieke belangstelling sociologie studeren. Later liet hij zich omscholen tot economieleraar. ‘Mijn vader vond een hoge opleiding heel belangrijk. Daarom ging ik na de ulo naar de hbs.’

Arts Metta (1950), was het meisje in het gezin. ‘Dat ik medicijnen ging studeren, heeft nooit veel gewicht gehad bij ons thuis. Want dat was geen echt intellectuele studie.’

De kinderen Derksen moesten van hun vader hogerop, dat was een soort morele plicht. Maar ze moesten ook onafhankelijk denken. Kritisch durven zijn. ‘Stef, mijn vader, was van de SDAP. Gebroken geweertje, blauwe knoop. We stonden een beetje apart, de rest van onze buurt was vooral van de VVD’, herinnert Metta zich.

Bram: ‘Mijn vader was een enorme moralist. Een zendeling, strak, dwingend. En aan de andere kant een uiterst zachtaardige, lieve man die vertelde dat mensen het soms ook niet kunnen helpen dat ze zijn zoals ze zijn.’

Ze leerden dat ze mededogen moesten hebben met iedereen die het minder had getroffen. ‘We zijn heel sociaal grootgebracht’, zegt Metta. ‘Het is, denk ik, niet toevallig dat ik met ernstig gehandicapte mensen werk.’

En het is ook niet toevallig dat ze alle drie muziekinstrumenten in huis hebben. Bram vertolkt stukken van zijn geliefde Bach op zijn piano. Ton speelt semiprofessioneel hobo in een barokorkest. Metta zingt motetten. Muziek is hun passie, maar ook hun uitlaatklep. Dankzij de muziek bleven ze de afgelopen jaren overeind.

‘Ik had het proces in de krant gevolgd, uit belangstelling’, vertelt Bram. ‘Ik vond het gemeen dat Lucia steeds als ex-prostitueé werd aangeduid. En dat schakelbewijs vond ik echt verschrikkelijk gemeen. Als je voor de moord op twee mensen bewijs hebt gevonden en voor de andere sterfgevallen niet, hoe kun je dan concluderen dat de anderen ook vermoord zijn?’ Hij kwam bij Metta op bezoek en bracht de kwestie terloops ter sprake. ‘Ik had geen flauw idee dat onze familie erbij was betrokken.’

Chef de clinique

Chef de clinique
‘Ik wist erover vanaf het eerste begin’, zegt Metta. ‘Ik had heel goed contact met mijn schoonzus en mijn derde broer. Als zoiets in een ziekenhuis gebeurt, praat je erover. Ik vond het vooral akelig voor haar dat ze zoiets aan haar fiets had hangen. Zij was in het Juliana Kinderziekenhuis chef de clinique. Zij moest de medische gegevens aandragen die aan de basis lagen van de rechtszaak tegen Lucia. Dat legde een enorme last op haar schouders.’

Chef de clinique
Ze praatten niet medisch-inhoudelijk over het proces, zegt Metta. ‘Daar was mijn schoonzus heel correct in. Ik wist wel dat een goede vriendin van haar van het OM is. Zij spraken er samen ook veel over. En later werd professor Visser, haar promotor, opgevoerd als getuige-deskundige. Visser, die bij de aangifte de dossiers had doorgenomen, speelde in het proces een heel belangrijke rol. Dat kan toch niet? Zo kwamen er meer uit dezelfde omgeving. Het is niet zuiver gegaan.’ Metta’s schoonzus is, overigens, uiteindelijk nooit als getuige voor het Hof verschenen.

Chef de clinique
Vanaf mei 2004 ging Metta de zaak volgen. ‘Via het OM en de politie kregen mijn schoonzus en mijn broer te horen hoe het proces verliep. ‘Dat vertelden ze mij dan ook. Ik heb destijds vaak tegen mijn broer gezegd: dat kan toch niet, dat jullie dat onderling bespreken en zeker weten dat die verpleegkundige wordt veroordeeld? In de krant stond dat Lucia niet aanwezig was geweest op het moment dat iemand overleed. Van die zaak werd ze vrijgesproken. En ik las ook over oude, doodzieke patiënten die ze vermoord zou hebben. Daar was iemand bij die overal uitzaaiingen had, ze was overleden toen Lucia achter haar rug een kopje omspoelde. Ik werk zelf in een verpleeghuis. Daar ben je er wel vaker per ongeluk bij als iemand overlijdt op een onverwacht moment. Iemands precieze overlijden kun je niet goed voorspellen als hij doodziek is.’

Hysterisch

Hysterisch
Metta vertrouwde het niet. ‘De medische interpretatie, de onzuiverheid van alle contacten. De beeldvorming: dat mens is hysterisch, ze móét het wel gedaan hebben.’

Hysterisch
‘Metta heeft een enorm rechtvaardigheidsgevoel’, zegt Ton. ‘Ze vertelde mij tijdens een trouwerij waar we allebei waren, op 19 juni 2004, dat onze familie betrokken was bij de zaak. Dat was de dag nadat Lucia is veroordeeld.’

Hysterisch
Ton hield de boot af. ‘Ik had over de statistische berekeningen gelezen. Totale onzin. Verder wist ik er niets van. Ik dacht: waar rook is, is vuur. Als het nou om één moord ging? Maar het waren er wel tien. Het komt niet in je op dat mensen er wel tien keer naast kunnen zitten. Ik had alle vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem.’

Hysterisch
In oktober 2005 ging Ton met flexibel pensioen. ‘Meteen daarna stond Metta op de stoep, met de pleitnota van Stijn Franken, Lucia’s advocaat. Een fantastische verdediging. Dat overtuigde me dat ik naar de zaak moest kijken. Ik wilde het arrest ook hebben. Toen ik dat had gelezen, heb ik Stijn gebeld en gezegd: sorry. Daarna belde ik Metta: streep mijn naam maar weer door. Ik las het arrest en ik dacht, dit is de waarheid. Ze begaat allerlei moorden en ze liegt daar nog over ook. Wat een geluk dat we daar als samenleving van af zijn!’

Hysterisch
‘Ik wist helemaal niets over Lucia toen ik hiermee begon’, zegt Metta. ‘Ik wist alleen wat mijn broer en schoonzus me hadden verteld. Dat ze knettergek was, en hysterisch. Dat ze het had gedaan. En dat ze prostituée was geweest.’

Hysterisch
Metta legde tussen de zomers van 2004 en 2005 haar vragen over het arrest en het vonnis voor aan een paar collega’s. ‘Daar zaten tegenstrijdigheden in. Ik had wat bange vermoedens, meer niet. Ik had geen dossier, niets.’ Dan komt de ‘Schiedammer parkmoord’ in het nieuws, en begint Metta’s man te prikken: laat je het nou echt rusten? Zomer 2005 leest ze het arrest nog een keer door en doet wat onderzoek. ‘Ik dacht, daar klopt helemaal niets van.’

Hysterisch
Op 2 november dat jaar gaat ze met Bram naar Stijn Franken. ‘Ik zie Metta nog aankomen, met een beduimeld A4’tje met dipiperon (een anti-psychoticum, red.) en al dat soort dingen erop’, grinnikt Bram. ‘Stijn deed heel afwerend tegenover ons. In de trant van: wat denken jullie wel? Ik heb alles al gezegd. Waarom zouden jullie het beter doen? Ik wil jullie wel bijpraten, maarre...’

Hysterisch
Ton: ‘Ik denk dat Stijn na de uitspraak in een enorme depressie is geraakt. Alles wees erop dat het goed ging. De advocaat-generaal had hem na afloop gefeliciteerd: dit heb je gewonnen. Maar het werd levenslang en tbs. Stijn kon zich niet voorstellen dat zo’n snotneus als Metta de zaak weleens op de kaart zou zetten. Hij had de moed opgegeven. Maar dan moet je Metta kennen.’

Afwijzing

Afwijzing
Metta nam ook geen genoegen met de afwijzing van Ton. ‘Ze had wat stukken uit het dossier gekregen, die liet ze me zien. In die stukken stond wat anders dan in het arrest. Ik belde haar: je hebt gelijk op dit punt. En op dat punt ook. Metta gaf me nieuwe stukken, en er kwamen steeds meer punten bij. Toen kwam er een moment waarop ik dacht: wie wordt hier nu eigenlijk belazerd? Er staan heel duidelijke dingen in het arrest, maar als je in de dossiers kijkt, staan ze nergens.’

Afwijzing
Stijn benoemde Ton en Metta tot zijn deskundigen, zodat ze over alle stukken konden beschikken. Ton: ‘Ik schrok ervan. Echt elke keer als je terugging naar de bronnen, moest je zeggen: sorry, het staat er niet.’ Ton ging zich ingraven. De zaak-Lucia werd niet een onderdeel van zijn leven, die wérd zijn leven. ‘Dat heeft met mijn monomane karakter te maken. Als ik iets doe, doe ik het als een bezetene.’

Afwijzing
Er ontstond een 24-uurseconomie op huiskamerniveau. Elke ochtend om half 6 liep Bram in zijn kamerjas de trap af, zette zijn computer aan en begon te lezen wat Metta en Ton hadden geschreven. Hij stuurde zijn commentaar terug naar Ton, die er overdag aan werkte. ’s Avonds keek Metta ernaar, zij postte het weer naar Ton. Die tussen 2 en 3 uur ’s nachts het mailadres van Bram intikte. Dag in, dag uit. Een half jaar lang. ‘Ik heb toen internet en adsl aangeschaft. Ik ben daardoor helemaal bij de tijd geraakt,’ lacht Bram.

Afwijzing
Ton: ‘Het klinkt heel stom, maar het heeft ook iets gezelligs. Je bent bij elkaar, je hebt samen een missie, je kunt kankeren op andere mensen of genieten als je iets hebt bereikt.’ Maar het is wel volledig uit de hand gelopen. Ton werkt aan een volgend boek, dat gaat over manco’s van het OM, en geeft lezingen in binnen- en buitenland. Metta zit bijna elke avond urenlang achter haar computer om e-mails te beantwoorden, brieven en artikelen te schrijven, de website te actualiseren.

Afwijzing
‘Ik kan het volhouden, omdat het heel filosofisch is’, zegt Ton. ‘Mijn drijfveer is niet alleen maar morele opwinding. Als wetenschapsfilosoof ben ik geïnteresseerd in waarheid, waarschijnlijkheid en kansen. En die vormen samen het grote thema in deze zaak. Hier zie je in de praktijk de filosofische problemen die ik in mijn colleges behandel.

Afwijzing
‘Wat is waarheid? Bedoel je daarmee dat wat je zegt, correspondeert met de werkelijkheid? Bedoel je: alles wat we zeggen past bij elkaar, het is coherent? Of is waarheid niet meer dan een sociale constructie: als de rechterlijke macht heeft gesproken, heeft het vonnis het gezag van gewijsde gekregen en is het ook echt waar.’

Project

Project
‘Voor Ton is het meer een project dan voor mij’, zegt Metta. Zij gaat eens in de maand bij Lucia op bezoek, ze hebben regelmatig telefonisch contact. ‘Lucia belt me elke zondagochtend uit bed’, lacht ze. Sinds Lucia’s herseninfarct van maart vorig jaar is Metta haar vertrouwenspersoon. ‘Als dit verkeerd afloopt, denk ik dat ik de rest van mijn leven elke maand naar Nieuwersluis ga. Ik heb het gevoel dat we tot elkaar veroordeeld zijn.’

Project
Bram is nog nooit in de gevangenis geweest, maar correspondeert wel met Lucia. ‘Bijvoorbeeld over schilderkunst, dan wisselen we onze favoriete doeken uit.’

Project
Ton hield – en houdt nog steeds – afstand van de verpleegkundige. ‘Ik ben haar één keer gaan opzoeken, toen het boek af was. Juni vorig jaar. Dat was heel bewust. Zij heeft me één keer gebeld, toen hebben we even gezellig gebabbeld. Toen ze daarna nog een keer belde, zei ik: ‘Ik wil geen pressie voelen om bepaalde dingen niet te vertellen of anders voor te stellen. Ik moet onafhankelijk blijven en de tijd hebben.’ En dan moet ik haar niet horen of zien, in de gevangenis en met die gedeeltelijk verlamde arm.

Project
‘Ik zit rustig te broeden op mijn stukken, informeer bij deskundigen en wacht een, twee, drie weken op antwoord. En voor haar is elke dag er een te veel. Maar ik wil de tijd hebben om het zorgvuldig te doen, dat is mijn taak. Niet: het zal zo wel kloppen. Nee. Ik wil dat veel mensen gecontroleerd hebben wat ik opschrijf. Het moet de hoogst mogelijke standaard hebben die ik kan bereiken. En ik moet objectief blijven, zo objectief mogelijk.’

Project
Het klinkt als een cliché, maar het is daarom nog wel waar: hun leven zal nooit meer hetzelfde worden. ‘Er zijn vriendschappen door bekoeld’, zegt Bram.

Project
[Zie verder pagina 22, kolom 3]

Project
Alles lijkt geoorloofd om iemand achter de tralies te krijgen

Project
[vervolg van pagina 21]

Project
‘Ik heb helemaal geen contact meer met mijn schoonzus en mijn broer’, zegt Ton. ‘Ik heb een aantal brieven gekregen waarin mij de les werd gelezen over mijn gedrag. Ook van andere mensen, die zeggen: je maakt je familie te schande. Of: je vader zou zich in zijn graf omdraaien als hij zou zien wat zijn zoon nu doet. Daar trek ik me niets van aan. Zo’n geborneerdheid, daar kan ik niets mee.’

Project
‘Het eerste jaar, dus nog voordat we ermee naar buiten traden, vond ik het moeilijkste’, zegt Metta. ‘We waren ons ervan bewust dat we in de familie problemen zouden krijgen. Dat het voor mijn moeder heel zwaar zou zijn. Maar als ik aan Lucia dacht, daar kon ik ook niet mee leven. Pas toen mijn moeder heel ziek werd, heb ik weer met mijn broer gesproken. Dat doet mij veel zeer.’

Project
Bram: ‘Het is frustrerend en deprimerend dat mensen zeggen: we staan achter jullie, maar we zeggen niets, want onze kinderen studeren medicijnen en die worden dan gepakt. Dan krijgen ze geen opleidingsplaats meer. Mensen laten hun beperkte eigenbelang prevaleren boven het feit dat iemand onschuldig in de gevangenis zit. Mijn mensbeeld was al niet zo vrolijk, maar het is nog veel cynischer geworden.’

Project
‘Er zijn hier fouten gemaakt. Fouten maken, is voor mij iets vanzelfsprekends’, zegt Ton. ‘Dat neem ik mensen niet kwalijk. We zijn allemaal feilbaar. Maar veel mensen, en zeker juristen en medici, zien het erkennen van een fout als gezichtsverlies. En dan krijg je rare dingen. Een deskundige heeft ten onrechte iets gezegd op basis van onjuiste informatie, je geeft de juiste informatie, en dan zegt hij: toch heb ik gelijk. Waarom? En waarom heeft het ziekenhuis liever dat er moorden zijn gepleegd, dan dat er fouten zijn gemaakt?’

Project
Hij heeft wel meer frustraties opgelopen tijdens zijn onderzoek. ‘Je ziet dat deskundigen hun informatie niet met het OM delen, en dat het OM informatie niet met deskundigen deelt – ik zeg het nu heel netjes. Of mensen die tegen me zeggen: je hebt gelijk, maar ze zal het toch wel gedaan hebben! Dat gevoel is zo sterk, daar begin je met argumenten niets tegen. De irrationaliteit wint het van de logische argumentatie, en als je zo ver bent, lijkt alles geoorloofd om iemand achter de tralies te krijgen.’

Project
Nu de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken vindt dat de zaak-De B. moet worden herzien, is er een kans dat Lucia wordt vrijgesproken. En als ze vrijkomt – wat dan? ‘Dan niks’, zegt Ton. ‘Als het goed afloopt, is het voor mij klaar. Ik wens haar dan veel succes en ga verder met iets anders. Misschien wel met mijn filosofieboek over diepteperceptie.’

Project
Bram: ‘Zij moet bepalen wat ze wil, ze zal een heel nieuw bestaan moeten opbouwen.’

Project
Metta: ‘Lucia en ik hebben de afgelopen jaren zo veel met elkaar moeten delen, dat ik me niet kan voorstellen dat ons goede contact stopt bij haar vrijlating.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden