'Vermoord worden zonder reden leek me niks voor Geert'

Hij was jong, anti-alles en boven alles punker. Geert de Wolf werd op z'n 22ste zomaar doodgestoken. Reconstructie van een toevallige moord.

Beeld Rein Janssen

Helena de Wolf drukt op een knop en zet daarmee een C90-cassettebandje in werking. Aan een salontafel in een voormalige arbeiderswoning in Amsterdam-Noord klinkt allejezusharde takkeherrie, bestaande uit nerveus hakkende gitaren, repeterend getrommel en donkere oergeluiden uit de onderbuik van The Perfect Grandmothers. 'Hoor! Daar heb je Geert', zegt ze. Een snerpende stem schreeuwt 'faster, faster, faster.'

Ja ja ja ja, dat is helemaal Geert - en nu zet ze 'm weer uit, want ze vindt die muziek van haar vermoorde broer eigenlijk niet te doen, wat een lawaai en geschreeuw. Sneller, sneller, sneller. Dat had Geert ook, vond ze altijd. Alles moest anders in de wereld, en snel, en daar viel niet op te wachten. En anti, alles was anti: anti-massa, anti-autoritair, anti-religie, anti-dit en anti-dat.

'Wat voor hem voorop stond, was vrijheid', vertelt ze. 'En hoe krijg je het dan voor elkaar dat je geheel toevallig als vrijheidsdenker wordt vermoord door een communistische Chinese die naar Nederland was gekomen vanwege de vrijheid. Dat geloof je toch niet? Echt iets voor Geert.'

Van zolder had ze een geel krat gehaald met daarin een oude, rode schooltas en cassettebandjes van The Perfect Grandmothers en The Void, beide opgenomen rond 1980. Op de hoesjes van beide cassettes staat als zanger 'Zirt', gekrabbeld, Geerts bijnaam. In de schooltas vond ze talloze kartonnetjes waarop doorgaans een kroket wordt geserveerd, waar hij naast de vetvlekken krabbels heeft achtergelaten, tekeningen en kreten. In een sombere brief, 'Hemelpost', uit 1983, schrijft hij dat hij in een graf ligt 'dat 1983 meter diep is'.

Beeld .

Een echte punk

Geert noemde zich een echte punk en 'geen C&A-punk', het was een attitude voor het leven en ze konden allemaal het rambam krijgen. Als hij een witte boterham met gekleurde hagelslag at, was dat zijn zaak, als daad van verzet tegen het opgelegde gezonde leven. Elke bollenboer, en eigenlijk elke burgerman, moest je wantrouwen - maar alles met een glimlach, barstensvol bravoure.

Op een dag nam hij een zak punk- en new-waveplaten mee die ik allemaal niet had, en zette ze thuis op C90-cassettebandjes. Terwijl wij de gaasbakken ordenden en sjekkies rookten, zette hij verder uiteen waar het werkelijk om ging, in zijn punkfilosofie. Hij liet zich niet gijzelen door de somberte van de muziek en de zwartgallige tijdgeest, begin jaren tachtig. Hij was tegendraads met humor.

Hij droeg een zwarte leren jas waarop met witte letters '999' stond, naar de gelijknamige Engelse punkband, en 'Cry Wolf'. Zijn geel geverfde brommer werd opgesierd met de opmerking 'Bemoei je met je eigen zaken sukkel'. Of 'Banaan'. Op zijn broek had hij een rode driehoek gestift en op zijn schoenen had hij, om zijn dwarsheid te illustreren, links op zijn rechterschoen geschreven en rechts op zijn linkerschoen.

Die rode driehoek was een verwijzing naar de Rondos, in zijn optiek een belangrijke band met een belangrijke mening, in het punkuniversum. Ze waren overal op tegen, opererend op de politieke linkeroever met maoïstische voorkeuren, en speelden hard maar rechtvaardig. In de platenzaak kon je ze niet aanschaffen, de Rondos uit Rotterdam. Je moest een brief schrijven naar King Kong Records en dan werd er een pakket opgestuurd. In mijn platenkast staat-ie nog steeds, Red Attack, in een grijze hoes met een grote rode driehoek, en binnenin de datum waarop ik 'm heb binnengekregen: 8-7-1980. Veel gedraaid heb ik 'm niet, het zeurde een beetje door, die rabiate politieke kretologie.

Why don't you fuck off

To your fucking country.

Geert de Wolf. Beeld .

De moord

Na de zomer zette ik op mijn witte tennisschoenen links en rechts, maar dan andersom. Dat leek me voorlopig het beste, en ik verloor Geert uit het oog.

Vijf jaar later stond op de voorpagina van De Telegraaf en het Leidsch Dagblad dat hij was doodgestoken in een Leids studentenhuis, 'G. de Wolf uit Hillegom'. Bafff! Wat was dat? Wat was daar precies gebeurd? Daarna dook een stukje op over een Chinese, die hem als toevallige passant met een mes had bewerkt - en dat was het verhaal.

Leek me niks voor Geert, vermoord worden zonder reden, door een gek, door alleen maar op het verkeerde moment op de verkeerde plek te zijn.

De voordeur van het Leidse studentenhuis aan de Nieuwe Rijn gaat open, en onmiddellijk is zichtbaar dat de moord op Geert, dertig jaar eerder, het visitekaartje is geworden van deze woning. Op een deur is een Keith Haring-achtige tekening te zien van een vermoord lichaam en verderop op de gang komt deze schets terug.

Huize Plaats Delict, zo hebben ze hun twee verdiepingen boven een pizzeria omgedoopt. In de rookruimte hangt een ingelijst knipsel uit 1985 van de moord. Wie 'G. de Wolf' was, weten ze niet, en wat er precies is gebeurd en hoe, daarover kunnen de studenten ook al geen uitsluitsel geven. Zijn dood is een urban legend geworden in dit studentenhol, en die zijn er om voort te leven, bij voorkeur ongecheckt.

Gelukkig is daar ter plekke ook de gewezen Leidse rechercheur Frits Boonstra, die samen met een collega het onderzoek naar de moord leidde. De studenten luisteren met open mond. Thuis bewaart Boonstra 'een kasboek' waarin hij alle zaken op summiere wijze heeft bijgehouden. '25 januari: moord De Wolf'. Nu staat hij op de overloop van de eerste etage en vertelt dat Geert van de tweede etage kwam, en daar, op de eerste etage, werd neergestoken door de Chinese. Daarna stak ze nog een vrouw neer, die de aanslag overleefde. Toen hij aankwam op de plaats delict, dertig jaar geleden, zat de verwarde verdachte al in het politiebusje. En daar stokt zijn feitenkennis van de oude zaak, behalve dat Boonstra zich herinnert dat de betrokkenen die hij verhoorde 'heel verdrietig' waren, en het verhoor van de Chinese zeer moeizaam verliep.

Geert banjerde de avond van 25 januari 1985 wat rond in het studentenhuis en wilde nog even naar zijn ouders in Hillegom bellen. Wonen deed hij niet in dit huis, hij logeerde veel bij vrienden. Hij werkte in een kaarsenfabriek en hoe hij verder richting aan zijn leven zou geven, leek 'm geen reet te interesseren. Misschien moest-ie maar accountant of belastingadviseur worden, zodat-ie de belasting kon oplichten, had hij tegen zijn zus Hilde gezegd.

De toekomst? Er was toch ergens afgesproken dat die er niet zou zijn. No future, zong Johnny Rotten van The Sex Pistols, en dat was toch niet zomaar. Volgens zijn toenmalige vriend Hein van der Voort was Geerts stelling: als je geen autoriteit erkent, ben je zelf ook geen autoriteit. Het nadeel van overal tegen zijn, is alleen dat er op den duur weinig overblijft. Om zijn platencollectie op peil te houden en om bier en wiet te kopen, was wat poen wel handig.

Nieuwe fase

Sommige vrienden die hij van het Rijnlands Lyceum in Sassenheim kende, gingen studeren, met anderen besprak hij de mogelijkheid een punkcommune te stichten. Net zoals de Engelse band Crass, waarmee hij een keer met The Perfect Grandmothers een festivalpodium deelde, en dan maar zien hoe je met z'n allen de boel draaiende kan houden. Do It Yourself, dat stond voorop.

'We hadden het zo'n beetje gehad met waar we mee bezig waren', zegt Hein. 'Alles wat we ons hadden voorgesteld, hadden we gedaan. Nu kwam er een nieuwe fase. Geert wist niet wat hij wilde. Dat maakte hem onzeker, ook tegenover vrouwen. Terwijl hij toch altijd de opgewekte zelfverzekerde motor van de vriendengroep was. Met Geert stapte je uit de dagelijkse sleur.'

Toen zijn vader in 1982 een baan kon krijgen in Macon, Georgia, was het gezin met vijf meisjes en Geert naar Amerika geëmigreerd (en in 1984 weer teruggekeerd). Hein en Geerts vriendin Koog kwamen over om met hem in een tweedehandsbusje vijf maanden te toeren door Amerika en Mexico. Daarna ging hij terug naar Nederland, woonde in een woonboot met zijn vrienden, oefende met de band in een bollenschuur en plukte druiven in Griekenland. Zijn vaste verkering was uit, maar er was een prille nieuwe liefde.

Zo stond Geert er ongeveer voor, op 25 januari 1985, om acht uur 's avonds. In het politiedossier van de zaak R-487/85 valt voorts te lezen dat hij die dag een gestreept overhemd droeg, met een zwart T-shirt eronder met het opschrift 'Sex instructor (first lesson free). Zijn beroep volgens het dossier: 'Fabrieksarbeider'.

Beeld .

Niu

Niu* (24) woonde samen met haar man Hendrik* in twee aaneengesloten kamers op de eerste etage in het huis aan de Nieuwe Rijn. Boven de schouw van het huis hing een foto van zangeres Kate Bush. Hij studeerde sinologie aan de Universiteit van Leiden en had tijdens een studiereis naar China de kleine vrouw ontmoet. Met haar wilde hij trouwen en uiteindelijk kwam ze ook naar Leiden. Om haar welkom te heten, had hij aan buitenkant van het pand een spandoek opgehangen met een tekst in haar, regionale, dialect.

Maar op haar gemak was ze niet in Nederland, ze had geen werk en zocht weinig contact. Eigenlijk werd ze steeds vreemder, vertelden huisgenoten destijds aan de rechercheur, ze was schichtig en verward en raakte steeds meer geïsoleerd. Hendrik zag dat ze meer en meer ten prooi viel aan waanideeën en dat ze overal vijanden zag die het op haar hadden gemunt. Hij hoopte dat als ze een andere woning zouden hebben, zonder de overlast van een gehorig studentenhuis, er rust zou komen in haar hoofd.

Die vrijdag 25 januari was er een brief gekomen uit China, met de mededeling dat de ziekte van haar moeder was verergerd. 's Middags liep ze V&D in de Leidse binnenstad binnen en kocht er twee messen. Voor in de keuken, zei ze tegen Hendrik, voor groente en vlees. Later zou ze tegenover de politie verklaren dat ze een auto voor de deur had zien staan, die dag, van mensen die haar zouden meenemen in een doos, terug naar China. 'Ik kocht de messen om, als ze mij kwamen halen, ze met die messen te kunnen doden', zo vertelde ze tegen de politie.

Boven haar kamer zaten drie studenten het NOS Journaal van acht uur te kijken; even daarvoor hadden ze de betrekkelijke kalme muziek van de Engelse band Japan gedraaid. Maar de Chinese hoorde harde trommels boven haar hoofd en 'Indiase muziek' die haar deden denken aan 'de crematie van Gandhi'. Ze voelde zich ook niet lekker, omdat 'die mensen vergif in haar koffie hebben gedaan'.

Toeval

'Ik maakte mij erg kwaad', verklaarde ze, 'en heb het mes gepakt. Ik kwam toevallig iemand tegen bij de telefoon en heb die man toen gestoken. Het was toevallig dat die jongen er zat. Als er een ander had gezeten, had ik die gestoken. Ik was helemaal over mijn toeren.'

Geert werd op twee plaatsen gestoken, in zijn linkerzij en aan de rechterkant van zijn hals. Hij strompelde de trap op en donderde bloedend een kamer binnen, waar hij op een matras op de grond ging liggen. 'Bel een ambulance, ik bloed als een rund', riep hij. 'Ik ben door die Chinese neergestoken.' Een van de studenten drukte de wond van Geert dicht en probeerde hem met alle macht te reanimeren. Een vrouwelijke student liep naar beneden om de ambulance te bellen. Toen ze de Chinese met een mes op haar zag afkomen, draaide ze zich in een reflex om en werd in haar nek gestoken. 'Ik heb het mes in het meisje laten zitten', verklaarde Niu nadien, 'en ben daarna naar buiten gelopen.' Voor de deur schreeuwde ze onophoudelijk, in de armen van haar man, totdat de politie haar aanhield. Ze werd onmiddellijk onder psychiatrische behandeling gesteld.

Nadat de hulpdiensten hem met hulp van de brandweer uit het pand hadden getakeld, werd Geert naar het Academisch Ziekenhuis in Leiden overgebracht. Daar is hij om 21.15 uur aan de gevolgen van zijn verwondingen overleden. De vrouwelijke student overleefde de aanslag.

Geert lag in de Sint-Martinuskerk in Hillegom opgebaard, als punker met een hekel aan religie. Niet een plek waar hij zichzelf graag had teruggezien, maar zijn ouders wilden het zo. Zijn moeder had een passende tekst uitgezocht voor op de grafsteen, van de Libanees-Amerikaanse dichter Khalil Gibran: 'Wanneer de aarde je ledematen zal opeisen, zul je waarlijk dansen.' Zijn hoofd was te zien in de kist, een verband om zijn nek. De kerk puilde uit met anarchisten en punkers die het niet konden geloven dat hun 'Zirt' zomaar door een speling van het lot was omgekomen. Dat The Void en Geerts stem opeens door de kerk galmde, was wel weer tof.

Don't kill yourself

Untill you find out that you're dead

Don't talk to me

Before you find out your lies.

Geen eikel worden

'Ik mis 'm nog steeds', zegt Hein die ook in de kerk zat. 'Als hij was blijven leven, was hij nog steeds mijn vriend geweest. En ik weet zeker dat hij succesvol was geworden en niet iemand met een of ander kutbaantje. Hij zou iets hebben gevonden om echt voor te gaan. Hij wilde vooral geen eikel worden en dat zou hem zijn gelukt.'

Als je aan Geerts moeder vroeg wat ze naast haar verdriet voelde over de moord, zei ze: 'Met gekken kun je in het leven geen rekening houden, het is al heel wat om zelf je knikkers op een rijtje te houden.' En daar hield hun moeder zich volgens zus Hilde aan vast. Ze heeft nooit één traan kunnen laten, want voor tranen was haar verdriet te groot. 'Over de Chinese, of ze wel of niet is veroordeeld of is teruggestuurd naar China, dat wilden we allemaal niet weten. Alles werd weggestopt, er werd amper over gesproken.' Geerts dood leidde tot een echtscheiding van haar ouders. 'Mijn vader ging opeens aan de hasjiesj, zo van de kaart was hij', zegt Hilde. 'Mijn ouders hadden verdriet, maar ze konden elkaar daarin niet vinden.'

Een maand voor zijn dood had moeder nog even gedacht dat Geert op het punt stond een nette burger te worden, omdat hij met een doos plantjes voor haar was komen aanzetten. Hilde: 'Mijn moeder dacht dat-ie zich nu eindelijk zou gaan aanpassen. Een van die plantjes heeft ze nadien in de tuin gezet en die groeide uit tot een grote boom. Toen moeder dood ging in november 2012, ging de boom ook dood.'

Helena zit op zolder en zoekt in alle hoeken en gaten naar de oude platenverzameling van Geert. Een robuuste koffer gaat open en daar liggen zijn punkplaten van The Stranglers, samengeklonterd met de meedeiners van zijn ouders.

Ik herken een plaat van Public Image Limited (PIL) die ik 35 geleden van hem leende om op een cassettebandje te zetten. Wonderlijk, hoe onverwoestbaar vinyl de brug vormt tussen verleden en heden.

Helena was samen met haar twee andere zussen, Joosje en Malou, nog in Amerika toen Geert werd vermoord. Ze weet nog dat ze over haar hele lichaam trillingen voelde en dat ze met z'n drietjes een hele nacht hebben zitten huilen. Pas later hoorde ze over zijn afscheidsgroet, of hoe je het wilt noemen. Want behalve plantjes, had hij ook een klok aan zijn moeder gegeven - die op 25 januari zomaar de geest gaf. Toen een paar dagen na zijn dood een stel vrienden bij zijn ouders in Hillegom over hem aan het praten waren, donderde de klok van de schoorsteen, op de hals van een fles bier. 'Dat voelde voor ons als een laatste geintje van Geert', zegt ze. 'Hij wilde ons laten weten dat alles doorgaat, ook de tijd. En dat het met hem helemaal oké is.'

*Niu en Hendrik zijn gefingeerde namen. De echte namen zoals in het politiedossier voorkomen, mogen van Erfgoed Leiden en Omstreken, dat de archieven van Leiden en omgeving beheert, niet worden vermeld. De Chinese vrouw is veroordeeld, zegt haar toenmalige advocaat Lex Brink, maar hij kan zich de straf niet herinneren. Het Nationaal Archief geeft geen inzage in gerechtelijke uitspraken uit 1985.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden