Verloren zoon is weer terug

’Oranjepastoor’ Paul Vlaar is terug in Obdam, na een schorsing van twee maanden om zijn WK-mis. „Ik ben blij dat ik weer thuis ben.”..

In het West-Friese Obdam hingen gisteren overal de vlaggen uit. Niet voor de deelnemers aan de wielerwedstrijd ’Van Dam tot Dam’, die de hele ochtend over de Dorpsstraat fietsten, maar voor een priester. Paul Vlaar. De verloren zoon, terug van weggeweest.

Ontroerd sprak pastoor Paul, zoals zijn parochianen hem liefdevol noemen, een tot de nok toe gevulde Sint Victorkerk toe. Voor het eerst in twee maanden celebreerde hij weer de mis. „Dit is een nieuw begin voor mij”, zei hij. „Ik ben blij dat ik weer thuis ben.”

De 39-jarige pastoor verwierf landelijke bekendheid door op 11 juli, de dag waarop het Nederlands elftal in de WK-finale tegen Spanje uitkwam, een ’oranjemis’ te houden. Gekleed in oranje kazuifel leidde hij de mis; de kerk hing vol met oranje vlaggetjes. Ludiek, dacht hij.

Zo niet bisschop Jos Punt van bisdom Haarlem-Amsterdam, bij wie de actie in het verkeerde keelgat schoot. Hij had de pastoor al twee keer voorafgaand aan de mis gewaarschuwd. De ’oranjepastoor’ werd in Haarlem ontboden en geschorst, een maatregel die voor veel ophef zorgde. Mede daardoor besloot de bisschop de pastoor enkel een periode van ’bezinning’ op te leggen, waarna hij gewoon zijn ambt weer zou kunnen oppakken. De afgelopen twee maanden bracht Vlaar daarom elders door, in de abdij van Egmond, in Taizé, Lourdes en zelfs in Oeganda.

En nu is hij weer terug. Ongekunsteld spreekt hij de mensen toe, een lange, magere man, zijn voordracht een tikje nuchter. Toch spreekt er warmte uit. Betrokkenheid.

De schorsing deed pijn, vertelt hij. „De kerk waarvoor ik me zoveel jaar had ingezet, zette me zomaar aan de kant. Ik voelde wat het is om te lijden aan de kerk die je lief is.”

Als Bijbelgedeelte heeft Vlaar de parabel over de verloren zoon uitgekozen. „Twee maanden ben ik weg geweest. Ik leefde letterlijk uit mijn weekendtas. Soms was ik even thuis, dan voelde ik mij een vreemde in eigen parochie. Ik heb verdriet over alles wat er gebeurd is. Net als de verloren zoon uit het Bijbelverhaal draag ik dat met me mee. Ik ben een West-Fries, die laten hun tranen niet gauw lopen. Maar je kunt ook van binnen huilen.”

Ondanks die ’innerlijke tranen’ spreekt de pastoor berustende, sussende woorden. „Ik ben dankbaar dat ik mijn ambt weer mag uitoefenen. Er komt een dag dat de bisschop ons hier persoonlijk de vrede komt toewensen, daar zie ik naar uit.”

Veel kerkleden zijn minder verzoenend ingesteld. „De bisschop? Die hoeft zijn gezicht hier niet te laten zien. Dan kan hij op hetzelfde onthaal rekenen als vroeger Bonifatius in Dokkum”, zegt Nico (76) na afloop van de mis strijdlustig. „Maar ja, zo is onze pastoor, hij wil altijd bruggen slaan tussen mensen.”

Ook bij Jan (55) overheerst nog steeds de verontwaardiging: „Pedopriesters houden ze het hand boven hun hoofd, maar is er een keer een priester die het wel goed doet, die de mensen aan weet te spreken, dan sturen ze hem de laan uit.”

In de ogen van zijn parochianen kan pastoor Paul in ieder geval geen kwaad doen. Ze dragen hem op handen. Jan: „We zijn erg blij dat hij terug is. Hij weet iedereen op zijn eigen niveau en interessegebied te bereiken. Jong en oud. Hij is een keer met me mee geweest bij het betonstorten. Gewoon, om te zien wat ik voor mijn werk doe.”

Voor sommigen is hun pastoor bijkans een heilige. „Ik was ziek, ging bijna dood’’, vertelt Agnes (57). „Maar hij heeft me erdoorheen geholpen.” Theo (76): „Hij doet alles zo intens, met zijn hele hart. Hij staat hier als Jezus. Hij is er voor de mensen. En net als Jezus is hij rebels.” Voor kritische tegenwind van zijn parochieleden hoeft de pastoor niet heel erg bang te zijn, zo lijkt het.

Pastoor Paul is terug, maar hoeveel ruimte zal hem in het vervolg geboden worden om zijn eigen gang te gaan?

Vlaar haalt tijdens zijn preek een klosje kaarslont tevoorschijn. „Blijf binnen de lijnen, zegt de kerk tegen mij. Ik moest denken aan dit kaarslont. Prima, binnen de lijnen blijven. Maar dit lont is elastisch. Daar zit de nodige rek in.” De mensen begrijpen het. Ze klappen uitbundig.

„Ik zal de ruimte nemen die ik nodig heb”, vervolgt Vlaar. „Wees gerust, ik zal hier niet meer met oranje kazuifel verschijnen. Maar oranje blijft wel mijn kleur! Het is trouwens ook de kleur van FC Volendam, waar ik fan van ben.’’ Weer applaus. Zo kennen ze hun pastoor. Dichtbij de mensen. En af en toe een kwinkslag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden