Column Sylvia Witteman

Verlangen naar onnatuurlijke sterfwijzen

‘Vrouwen zijn niet grappig’, hoor je weleens zeggen, wat niet helemaal waar is, maar ook niet helemaal onwaar: vrouwen zijn vooral niet grappig als ze grappig bedoelde boeken schrijven, bijvoorbeeld over het moederschap, in het genre ‘O, kijk mij eens, mijn kinderen hebben twee verschillende sokken aan en zeggen weleens een vies woord, en ze lusten geen broccoli, hihihi, jeetje, nou, ik neem gauw een lekker wit wijntje!’ Er worden honderden van dat soort boeken geschreven, het ene nog stommer dan het andere, en als je er te veel leest (zoals ook nu weer Why mummy drinks van Gill Sims) zou je inderdaad gaan denken dat vrouwen niet grappig zijn.

Gelukkig bestaat Nicolien Mizee. Zij is grappig op een prettig tragische wijze, zonder te vervallen in infantiele ‘kijk mij eens een gek mens zijn’-koddigheid, terwijl ze wel degelijk ‘gek’ is. Zo onderhoudt ze een jarenlange liefdescorrespondentie met haar voormalige docent scenarioschrijven, een man met de toch weinig tot de verbeelding sprekende naam Ger Beukenkamp, die niet verliefd is op haar en haar bovendien nooit terugschrijft. Een soort God. Ik moest denken aan Maarten Biesheuvel die met ­Karel van het Reve correspondeerde en hem geruime tijd werkelijk voor God aanzag; maar Biesheuvel was dan ook nog een stuk krankzinniger dan Mizee.

Het is haar nadrukkelijk niet te doen om een werkelijke liefdesverhouding met die Beukenkamp: ‘Wat is dat nou, échte liefde? Dat je blij bent dat iemand bestaat. Die moet je dan toch niet meteen willen hébben?’ Uit menige andere mond zou zoiets koket en onecht klinken, maar van Mizee geloof je het, ook al omdat ze in het dagelijks leven een verhouding heeft met ene ‘Louise’ met wie ze bovendien op ‘lesbische dansles’ zit. Ook deze verhouding is weinig conventioneel: ‘Vanavond zie ik Louise weer. Ze is twee weken wezen fietsen met haar ex-vriend. De relatie met die man was een tijd moeilijk omdat hij een nieuwe vriendin had opgedaan. Volgens Cor was dit een ‘fantastisch mens’, een ‘geweldige meid’ dus ik vreesde het ergste en probeerde Louise voor te bereiden op de rampen die zich spoedig zouden voltrekken.’

In die brievenboeken De kennismaking en De porseleinkast (het zijn eigenlijk faxen, wat er, behalve voor het tijdsbeeld, weinig toe doet) beschrijft Mizee haar dagelijkse wederwaardigheden, angsten, depressies, invallen, haar geldzorgen, vriendschappen, verhoudingen en familiebanden, meest van buitenissige aard.

Mizee is, zo blijkt glashelder uit al haar boeken, een outcast. Het ‘gewone’ leven, naar school gaan, werken op een kantoor, trouwen, kinderen krijgen is voor haar onbegrijpelijk en onmogelijk. Aan een groot deel van de mensheid heeft ze een – overigens goed invoelbare – hekel, bijvoorbeeld aan een ‘kunstenares’ die aldus vakkundig afgeserveerd wordt: ‘Ze woonde in een ijskoud huisje, knaagde sultana’s en zei dat ze ‘gefascineerd was door de waanzin’. Wie dat zegt weet er niets vanaf.’

Of, over ‘Bewuste Gevoelsvrouwen’ in een verder idyllisch vakantieoord: ‘De mensen die hier de natuurlijke leefwijze komen zoeken doen me verlangen naar onnatuurlijke sterfwijzen.’

Ten grondslag aan Mizees bizarre, maar voor velen (in elk geval voor mij) toch zeer herkenbare wereldbeeld ligt, zoals gebruikelijk, een dominante moeder. Voor de buitenwereld lijkt ze hartelijk en betrokken, maar in werkelijkheid is ze manipulatief, verstikkend en gevaarlijk. ‘Hoezeer ik heb geleden onder haar blijkt voor mij nog het meest uit de paniek die toeslaat als ik een benedenhuis te koop zie staan en me voorstel dat ik daar zou moeten wonen. Want dan kan mijn moeder naar binnen kijken.’

Ik hoop nog veel te lezen van Mizee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.