Verlaat de retoriek van de kloof in de samenleving

Ayaan Hirsi Ali heeft met haar felle kritiek op de islam de weerbaarheid onder moslimvrouwen versterkt, steltYolanda van Tilborgh. En al wordt zij geen ijkpunt, eenreferentiepunt zal ze blijven....

Ayaan Hirsi Ali’s gedachtengoed en stijl zijn nauwelijks nog een ijkpunt in de discussie over moslima’s. Dit stelde Jos de Beus, hoogleraar politieke theorie, tijdens het Volkskrant-debat ‘Heeft Ayaan meer kwaad dan goed gedaan?’ (Het Betoog, 9 december). Echter, diverse participanten aan het publieke integratiedebat relativeren zijn conclusie.

Voorafgaand aan Hirsi Ali’s vertrek uit Nederland beschreven critici Hirsi Ali’s gevolgen voor de samenleving bepaald niet als flauw. De opponenten, vaak van PvdA-huize, wierpen hiertoe metaforen in de strijd als ‘wij/zij denken’, ‘polarisatie’, ‘tweespalt’ en ‘botsende beschavingen’. Zo was het niet alleen imam Fawaz Jneid van de As Soennah-moskee die, om Hirsi Ali’s destructieve kracht aan te geven, de samenleving typeerde als ‘uiteengerukt vanwege haar optreden’. Ook burgemeester Jacques Wallage signaleerde ‘een vergiftiging van het maatschappelijke klimaat’. De aangeduide kloof, specificeerde politica Nebahat Albayrak, zou in Nederland ontstaan doordat moslims in hun schulp kropen vanwege Hirsi Ali en haar anti-islam denkbeelden.

Deze ‘kopschuwe mensen’ zouden zich vervolgens ‘in hun godsdienst verschansen’, voorspelde (oud-)burgemeester Margreeth de Boer, hetgeen betekende dat zij de westerse waarden meer dan voorheen gingen afwijzen, volgens burgemeester Job Cohen.

Deze veronderstelde kloof – een opmerkelijke overschatting van Ayaan Hirsi Ali’s symbolische macht – wordt door haar critici ook nu nog als strijdmiddel in het integratiedebat ingezet. Volgens Kamerlid Naïma Azough (GroenLinks) heeft Hirsi Ali met haar uitlatingen vervreemding gegenereerd onder moslims, zodat deze islamiseren om niet bij het (blijkbaar nog bestaande) ‘kamp van Ayaan’ ingedeeld te hoeven worden. Achter de poging om het in toenemende mate dragen van hoofddoeken door moslima’s op Hirsi Ali’s conto te schrijven, scharen zich publiciste Nikita Shahbazi, hoogleraar Halleh Ghorashi en universitair docente Kaouthar Darmoni.

Via het argument van de wij/zij-kloof hopen Ayaans critici het onrecht in Nederland tegenover moslims aan te tonen, om de door hun ervaren vernedering en discriminatie te verlichten. Daarnaast gebruiken maatschappelijk gestegen vrouwen van islamitische afkomst (maar ook autochtone feministen) de ‘kloof’ om Hirsi Ali’s welslagen – het politiek zichtbaar maken van onderdrukte moslimvrouwen – te relativeren. Niet alleen was de emancipatiestrijd van moslimvrouwen allang gaande voordat Hirsi Ali voet aan land zette, haar succes zou ten koste zijn gegaan van de ontwikkeling van moslima’s die geen mishandeling kennen, zeggen politica Azough en schrijfster Nazmiye Oral.

Ten slotte beogen Ayaans opponenten de ongelijkheid te herstellen in het ‘gehoord worden’ – Hirsi Ali heeft immers bij gewone burgers evenals bij politici een jaloersmakende aandacht weten af te dwingen. Om de als dominant ervaren retoriek van Hirsi Ali te evenaren, hanteren zowel Wallage, Fawaz als Ghorashi de kloofmetafoor als dreigement: veel moslims zullen door islamcritici niet integreren, maar radicaliseren.

De kloofargumentatie heeft, ondanks een goedgekeurd streven naar sociale binding in de maatschappij, bijwerkingen die met name verontwaardigde moslimjongeren geenszins op weg helpen. Ze zorgt er onbedoeld voor dat de status van Ayaan als fenomeen, die moslims zo dwars zit (en waarvoor ‘Nederlanders’ verantwoordelijk zijn volgens Al Nisa-voorzitter Ceylan Pektas-Weber), in leven wordt gehouden.

De tegenstanders, onder wie veel jonge moslims, zien bovendien de media, volgens een ingeslepen veronderstelling, als de ultieme veroorzakers van de kloof in de Nederlandse samenleving. Dat prominente oud-politici als Hans Dijkstal en Mohammed Rabbae zich in de media lieten gelden met het manifest ‘Eén land, één samenleving’ lijkt nauwelijks bekend. Shahbazi, Ghorashi en Darmoni verwijten de media een dermate ‘overdrijvende aandacht’ voor Hirsi Ali dat haar denkbeelden de maatschappij hebben kunnen domineren. Dit zou de ‘ruimte voor zelfreflectie en emancipatie’ binnen minderheidsgroepen hebben beknot. Maar diezelfde media hebben, naast het plaatsen van een grote hoeveelheid neutrale berichten over Hirsi Ali, zeker net zoveel critici als supporters het woord gegeven in het debat over emancipatie van moslima’s, volgens mijn analyse over een aantal jaren.

Anders gezegd: moslims hebben meer medestanders dan zij denken.

Uiteindelijk onderschatten Hirsi Ali’s critici die het argument van de wij/zij-kloof inzetten, de weerbaarheid van de diverse moslimvrouwen. Door het benoemen van de overeenkomsten tussen moslims en niet-moslims proberen moslima’s spreekwoordelijk de botsing der culturen te voorkomen. Met gelaagde redeneertactieken weten velen de ‘verschrikkelijke loyaliteitsconflicten’ te hanteren, die volgens GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema door Hirsi Ali zouden zijn toegebracht en waardoor zij hebben moeten kiezen tussen enerzijds hun geloof en gemeenschap en anderzijds de Nederlandse samenleving.

Niet alleen onder opgeleide moslima’s, ook onder hen die geïsoleerd leven, is de meningsvorming door Hirsi Ali’s controversiële optreden gestimuleerd, is mijn bevinding. De Organisatie Marokkaanse Vrouwen in Amsterdam meldt een grotere geneigdheid bij moslima’s over mishandeling te praten tijdens de door hen aangeboden cursussen. Ook hebben moslimvrouwen meer kennis gezocht om zich in de discussie met islamcritici te kunnen verweren, bevestigt publiciste Fadoua Bouali in het blad Contrast.

Juist de jongere moslima’s laten zien dat ze er trots naar streven de morele waarden uit de Koran te combineren met emancipatie. Zo logenstraffen ze niet alleen Hirsi Ali, maar ook haar critici met hun vrees voor verschansing in het geloof en afkeer van de samenleving.

Annebregt Dijkman, hoofdredacteur van Marokko Media, lijkt daarom alle representanten van de moslimgroep indirect te vragen de retoriek van de wij/zij-kloof te laten varen en hun achterban te wijzen op de ondersteunende sociale instituties, zoals door rechtsgeleerde Kees Schuyt beschreven (het Betoog, 11 november). Zij doet dit door imam Abdul-Jabbar van de Ven te verzoeken moslimjongeren te leren zich niet langer nederig op te stellen in de samenleving. ‘Leer ons dat wij zelf de overheid, de media, de politiek en de rechterlijke macht kunnen en moeten zijn’ (Forum, 15 december).

Verwijst Dijkman hierbij ondanks alles naar Ayaan Hirsi Ali, ooit moslima en buitenstaander, die voor conflictbeslechting het open debat zocht en vanuit al haar zintuigen voelde: ‘Ook ik vorm de politiek, ook ik vorm de media’? Zelfs al zal Hirsi Ali met haar felle kritiek op de islam in de verste verte geen ijkpunt worden voor moslima’s en moslims, ze blijkt niettemin ook in dat opzicht nog wel degelijk een referentiepunt te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden