Vergeven en vergeten

Ellen Heijmerikx groeide op bij de Noorse Broeders. Ze schreef er een roman over. ‘Altijd was er dat knagende gevoel dat er iets niet klopte.’..

‘Stel dat de dag des oordeels aanbreekt, ooit. Stel dat ik aan de rand van de afgrond sta en God tegen mijn moeder zegt: ‘Duw je dochter over de rand.’ Dan geeft ze mij die duw.’

Ellen Heijmerikx (46) groeide op ‘in het geloof’, zoals ze het noemt. Haar ouders waren – en zijn nog steeds – lid van de Noorse Broeders, een kleine christelijke beweging met wereldwijd circa 50 duizend leden. Op haar 25ste keerde Heijmerikx de Noorse Broeders de rug toe. In de roman Blinde wereld beschrijft ze, deels geromantiseerd, haar jeugdjaren in Beverwijk temidden van de Noorse Broeders. En passant vervloekt ze zowel de broeders als de bijbel ‘van kaft tot kaft’. Niet dat ze vervuld is van wrok of haat. ‘Ze waren er niet op uit mij of wie dan ook kapot te maken.’

Op haar eerste schooldag, ze was zes jaar oud, sprak Heijmerikx de klas toe. Met haar twee vlechten, lange rok, vormeloze trui en veterschoenen stond ze naast de lessenaar van de juf. ‘Jullie zijn in de wereld. Dus julllie zijn allemaal ziek en blind’, beet ze de klas toe.

‘Ik deed gewoon mijn moeder na’, vertelt ze in de bovenwoning boven haar bloemenzaak in IJmuiden. ‘Mijn moeder nam mij altijd mee als ze langs de deuren ging om te evangeliseren. Twee jaar lang wilde geen klasgenootje met me spelen. Dus dat preken buiten de deur leerde ik snel af.’

De Christelijke Gemeente Nederland, zoals de Noorse Broeders officieel heten, is een uiterst conservatieve christelijke stroming. Hun uitgangspunt is dat mensen in staat zijn altijd het juiste te doen oftewel: alle zonde te overwinnen. ‘Je moest volmaakt worden, dat vond ik het moeilijkste. Volmaakt als Jezus. Je mag geen ruzie maken met je zusje. En als er toch ruzie is, moet je elkaar alles kunnen vergeven. Dat is enorm vredelievend, maar ook onhaalbaar. Je mag als kind niet zijn wie je bent. Je mag niets willen. Niet deelnemen aan het leven om je heen, want stel dat je ‘besmet’ zou raken.’

Bevriend zijn met een ‘werelds’ kind was taboe. Je haren los dragen was verboden. In de spiegel kijken of een leuke jurk dragen was zonde. Met jongens spelen ook. Ze mochten geen tv kijken, krant lezen, muziek luisteren, op schoolreis of naar Sinterklaas. ‘Het lijkt allemaal niet zo erg. Maar je moest je eigen wil opgeven. Vooral vrouwen. Ze moesten dienen, zorgen en zichzelf opofferen voor man en gezin.’

Opeens verandert Heijmerikx van toon. ‘Vrouwen, weest uw man onderdanig’, debiteert ze staccato. Ze schiet in de lach. Houdt haar hand voor de mond. ‘Ja’, verzucht ze. ‘Ze nemen de bijbel heel letterlijk. Toen mijn tante overleed, werd ze overladen met lof van de broeders. Omdat ze in haar kledingkast slechts drie jurken vonden. Dat was een ware vrouw!’

De Noorse Broedergemeente heeft conferentieoorden over de hele wereld, onder meer in Stadskanaal. De leden wonen regelmatig samenkomsten bij en vormen een hechte sociale groep. ‘Het groepsgebeuren is heel gezellig, het is veilig en warm. Of althans dat lijkt het. Als ik die teksten weer hoor en ik let eventjes niet op – dan glijdt het zo weer naar binnen. Dat je iedereen lief moet hebben. Vergevingsgezind moet zijn.

‘Ja, ze verkondigen de liefde, maar de liefdeloosheid is enorm. Zowel naar de buitenwereld als binnen de groep. Het individu is niet belangrijk. Het belang van het individu wordt opgeofferd aan de groep.’

In 2001 kwamen de Noorse Broeders in Nederland in opspraak toen een inmiddels 34-jarig ex-lid aangifte deed van kindermishandeling. De aanklacht werd gesponeerd –- ondanks de getuigenissen van andere slachtoffers – want de zaak was inmiddels verjaard. De broeders hebben altijd ontkend dat ze hun kinderen mishandelen.

‘Wie zijn zoon liefheeft, tuchtigt hem reeds vroeg’, debiteert Heijmerikx. ‘Ook die bijbeltekst nemen ze letterlijk. Misschien nu niet meer, want de club is gemoderniseerd. Maar het was vroeger schering en inslag.’ Haar broer werd ook regelmatig getuchtigd door hun vader met een lat of een riem. ‘Dat was geen geheim. Toen mijn broer uittrad, zei mijn vader: ik had je broer harder moeten slaan. Dan was hij wel gebleven.’

Wanneer besloot je uit te treden?

‘De uittreding begint al in je kindertijd. Ik kon niet opbrengen wat ze van me verlangden. Ik luisterde stiekem naar muziek. Neil Diamond, Sibelius, alles. Ik ging stiekem naar de bioscoop. Ben Hur was mijn eerste film: het geluid denderde dwars door me heen en ik zat non-stop te huilen. Voor iemand die nog nooit een tv-programma had gezien was zo’n film veel te heftig.

‘En ik was ijdel. Ik had een lange spijkerrok. Natuurlijk had ik de split dichtgenaaid, maar op zo’n rok werd je vreselijk aangekeken.’

‘Ondertussen was er altijd dat knagende gevoel dat er iets niet klopte, maar je wist niet wat. Je wilde het ook niet weten, want twijfel was zonde, dus dat duwde je weg. Op een gegeven moment lukte dat niet meer. In mijn omgeving werd een meisje seksueel misbruikt door haar broer. Toen dat uitkwam, moest die jongen vergeving vragen aan zijn zus. Het meisje moest alles vergeven en vergeten en mocht er nooit meer over praten. Ik zag dat meisje eraan kapot gaan. Aan dat gezwijg.’

In het boek beschrijf je meerdere gevallen van seksueel misbruik.

‘Seksueel misbruik komt overal voor. Ik beschuldig de Noorse Broeders niet van seksueel misbruik. Maar als je vrouwen aanleert onderdanig te zijn, hun eigen wil te onderdrukken en zich dienstbaar op te stellen, schept dat risico’s.

‘Jonge zusters raakten al van een klein beetje aandacht van een broeder enorm in de war. En als het fout ging, hielden de broeders elkaar de hand boven het hoofd. Dat laatste neem ik ze kwalijk. Een van de broeders, een godsdienstleraar, werd in 1996 verooordeeld tot anderhalf jaar cel wegens ontucht met een aantal van zijn leerlingen. Dat leed had voorkomen kunnen worden, want jaren eerder had hij jongens van de gemeente onzedelijk betast. Maar daar is geen aangifte van gedaan, dat heeft men binnenskamers gehouden.’

Je straalt geen wrok of woede uit. Hoe kan dat?

‘Waar ik wel boos over ben, is dat de broeders mij mijn natuurlijke ontwikkeling als meisje hebben afgepakt. We mochten niet met jongens omgaan. Seks werd tot iets ranzigs gemaakt. Daar voel ik boosheid over. Maar ergens droegen de broeders ook een grote oprechtheid in zich. Ze kozen voor een sober bestaan. Ze probeerden zonder zonde te leven. Daar kan ik wel respect voor opbrengen. Tegenwoordig zijn de broeders gericht op geld en macht. Alle broeders en zusters moeten financiële offers brengen. Ze verdienen geld met de verhuur van hun conferentie-oorden voor popconcerten. Dat was vroeger ondenkbaar: geld verdienen aan de Satan.

‘Dit boek is overigens geen afrekening. Ik heb een mooie roman willen schrijven. Dat het over de Noorse Broeders gaat, komt omdat die wereld zolang de mijne is geweest.’

Geloof je nog wel in God?

‘Nee. Toen ik uittrad, was ik nog wel gelovig. Je bent je relatie met God niet zomaar kwijt, natuurlijk. Ik sprak vaak met God en begon hem steeds meer uit te dagen. Op een gegeven moment zei ik tegen God (ze heft haar wijsvinger naar het plafond): ‘Ik zal nooit meer bang zijn voor u. Godverdomme. U zou toch wel een hele kleinzielige god zijn als u over zo’n woordje boos zou worden.’ Uiteindelijk besefte ik dat dit geen dialogen waren met God, maar met mezelf.’

Sinds ze de Noorse Broeders de rug heeft toegekeerd, is Ellen Heijmerikx bezig met ‘het gat te dichten’, zoals ze het noemt. Ze wil inhalen wat ze de eerste kwart eeuw van haar leven heeft gemist doordat ze geen tv keek, krant las of radio luisterde. Ze wist niet hoe The Beatles klonken, dat John F. Kennedy vermoord is. Zelfs van Pipo de Clown had ze nog nooit gehoord.

Haar oudste zus is nog lid van de Noorse Broeders evenals haar ouders. Contact met ‘afvalligen’ is verboden. Toch kwam Heijmerikx’ zuster naar de presentatie van Blinde wereld. ‘Mijn zus durft binnen bepaalde grenzen haar eigen weg te gaan. Ze ziet mij dingen doen die ze helemaal fout vindt, toch blijft ze van me houden. Daar snappen de Noorse Broeders helemaal niets van.’

Haar ouders ziet ze een paar keer per jaar. Met haar moeder mailt Heijmerikx intensief. Ook al zou haar moeder bereid zijn haar dochter dat fatale duwtje te geven, als God het zou willen. ‘Dat is toch sneu? Dat ze haar kinderen verliest. Terwijl ze haar moederliefde nooit is kwijtgeraakt. In wat voor kramp ben je dan geraakt?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden