Column Thomas van Luyn

Verdwalen in een parkeergarage resulteerde in een klassiek horrorfilmscenario

Beeld valentina vos

De volgende keer dat ik mijn auto in een parkeergarage achterlaat, ga ik écht onthouden waar hij staat. Nee maar écht hè? Dus bij Schildpadje Vier, of in Zeilbootje Rood, of wat voor malle symbooltjes ze steeds verzinnen. Nu zult u zeggen: maar dan maak je toch een fotootje van je auto? Jahaaa, dat weet ik heus wel, maar als ik dat kon onthouden, onthield ik ook dat mijn auto in Blauw Konijntje stond – als ik al wist hoe ik Blauw Konijntje moest vinden, wat nooit het geval is.

Wat ook niet helpt, is dat sommige parkeer­garages niet symmetrisch zijn aangelegd. Neem nou de parkeergarage in Knokke, waar ik weer eens ouderwets verdwaald was. Die ­bestond uit drie ondergrondse parkeerlagen, lukraak onderverdeeld in talloze zalen. Een waar labyrint. Nu ben ik thuis degene met richtingsgevoel, maar zo onder de grond loopt het magnetisch veld van de aarde blijkbaar ­anders, en op de sterren kun je ook al niet ­navigeren – vandaar dat er zo weinig trek­vogels te vinden zijn in parkeergarages.

Mijn vrouw en ik hadden gekozen voor een klassiek horrorfilmscenario: opsplitsen. Zij ging op niveau -1 zoeken, ik op niveau -2. Kan niet fout gaan hè, want we hebben mobiele ­telefoons. Leuk weetje: die doen het niet ­ondergronds. Dwalend door de grijze catacomben raakte ik de weg kwijt, verstoken van contact of gps, maar wél met zoontje Morris, die altijd verstoppertje wil spelen, ook als het héél, héél slecht uitkomt. De meeste aanrijdingen gebeuren in parkeergarages, las ik ooit, een statistiekje dat nooit ver uit mijn hoofd is als er een kind uit het oog is. Dan is er geen angstaanjagender geluid dan piepende banden, galmend door zo’n enorm ondergronds plaats-delict.

Al zoekende hield ik mijn autosleutel tegen mijn schedel gedrukt, omdat ik op Top Gear had gezien dat het signaal dan verder reikt. Zo kreeg ik, na een een lange, vermoeiende tocht niet alleen een gillende dorst en een lamme duim van op mijn autosleutles drukken, maar ook een deukje in mijn voorhoofd. Nog steeds had mijn auto me niet geantwoord met uitnodigende piepjes en alarmlichten. Morris moest poepen.

Ik besloot omhoog te gaan naar -1, op zoek naar mijn vrouw. Het bleek echter verdomd lastig om het trappenhuis te vinden. De bordjes ‘exit’, ‘sortie’ en ‘uitgang’ werden lukraak ­afgewisseld, waarbij het volstrekt onduidelijk was of ze voor de automobilist of de wandelaar waren bedoeld. Waarom niet knipperende, lichtgevende pijlen? Uiteindelijk koos ik dan maar een autoweg die van boven kwam. Een heel, heel domme beslissing. Het bleek een scherpe, steile bocht omhoog met een stoepje van een decimeter breed langs de ­buitenbocht, een stomme plek voor een stoep want dat is waar de SUV die de bocht ruim zou nemen de voetganger tegen de muur zou pletten.

Zwetend en vloekend trok ik Morris aan zijn inmiddels beurse armpje voort, aldoor vrezend de grille van een Chevrolet Escalade op te zullen zien doemen. Na een tijdje hoorde ik de stem van mijn vrouw galmen. Boven gekomen trof ik haar schor en uitgeput aan. Zij had de auto gevonden, en was ons aldoor blijven roepen in de overtuiging dat we ergens op haar verdieping moesten zijn. Mijn auto ­namelijk, had gepiept en geknipperd dat het een aard had. Want – en dit is ook een leuk weetje – het signaal van een autosleutel gaat dus wél door betonnen vloeren heen.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.