reportage verder leven zonder Meesam (2002-2018)

Verder leven zonder Meesam. De overgebleven Rahimi’s blikken terug op een jaar van rouw én nieuwe perspectieven

Moeder Delmira (r) en vader Akbar, met hun drie dochters Maedeh, Sogand en Kosar bij het graf van Meesam. Beeld Negin Zendegani

Het is een jaar geleden dat de 16-jarige Meesam op een warme zomerdag verdronk in het Prinses Margrietkanaal. De dramatische gebeurtenis bracht zijn Afghaanse ouders en drie zussen één lichtpuntje: ze mochten toch in Nederland blijven.

Een geluk bij een ongeluk zou Delmira het niet willen noemen. Daarvoor is het verdriet om haar verloren zoon te groot en allesomvattend. Een jaar geleden verdronk haar oogappel, de 16-jarige Meesam, in het Prinses Margrietkanaal. Een paar weken daarna kreeg het uitgeprocedeerde gezin Rahimi uit Afghanistan ineens een verblijfsvergunning en nu wonen ze met zijn vijven in een rijtjeshuis in Breda en bouwen ze het leven op waar ze na zeven lange jaren in asielzoekerscentra niet meer van durfden te dromen. Maar zonder hun enige zoon en broer. Voor blijdschap is in haar hart maar ‘een heel klein stukje’ ruimte, zegt Meesams 42-jarige moeder.

Meesam op 16-jarige leeftijd. Beeld Familie-archief

De drie jaar voor die fatale vrijdag 21 juli 2018 leeft het gezin Rahimi dagelijks in spanning in het uitzetcentrum in het Friese Burgum. Elke nacht vrezen Delmira, haar man Akbar, hun zoon Meesam en drie dochters Maedeh, Sogand en Kosar voor die ene harde klop op de deur, politieagenten en de geblindeerde auto die komt voorrijden, als opmaat naar hun uitzetting naar Afghanistan. Alle procedures tot aan de Raad van State hebben ze verloren, een beroep op het kinderpardon is afgewezen. En dan mogen ze ineens toch blijven. Het is de dramatische dood van Meesam die de staatssecretaris van Asielzaken met zijn hand over zijn hart doet strijken. In de voorkamer van hun sober ingerichte woning aan de rand van Breda kijken de vijf overgebleven Rahimi’s terug op een jaar van rouw én nieuwe perspectieven.

Boven de televisie in de voorkamer hangt een uitvergrote foto van Meesam in actie op het voetbalveld. Met zijn linkervoet stuwt hij geconcentreerd de bal voort. De linksbuiten van BBC uit Burgum gold bij tegenstanders als een gevaarlijke speler die je goed in de gaten moest houden. Hij was snel, behendig en uit op scoren. Op de club stond Meesam bekend als die ‘leuke, sosjale knaap’. Een scout van profclub Heerenveen stond eens langs te lijn om hem te zien spelen. Dat maakte zijn droom ooit profvoetballer te worden alleen maar realistischer. Alleen wetten en procedures stonden hem nog in de weg. De voetbaltrainingen twee keer in de week en de wedstrijd op zaterdag waren Meesam niet genoeg. Na schooltijd ging hij hardlopen, sprinten en oefenen met balbeheersing.

Meesam op het voetbalveld van FC Burgum. Beeld Familie-archief

Te pijnlijk

De ouders van Meesam praten zelden over hem. Te pijnlijk. De drie zussen doen het wel, als ze onder elkaar zijn. Het eerste uur van de ontmoeting op de camelkleurige leren bank in de huiskamer is vooral de middelste Sogand (19) aan het woord, in het vloeiende Nederlands dat de andere twee meiden ook spreken. Sogand spoort haar vader aan ook Nederlands te praten. Net zoals zijn vrouw is hij bang fouten te maken in zijn nieuwe taal. Toch luistert hij naar zijn dochter en vertelt dat zijn zoon in Nederland zijn voetbaltalent ontdekte en ontwikkelde. Dat zijn beste vriend Sammy hen kortgeleden uitnodigde op Meesams middelbare school in Drachten, voor een herdenkingsbijeenkomst. De grootste verrassing was de vertoning van een film die Sammy over zijn vriend had gemaakt. Daarin zegt een klasgenoot dat Meesam altijd verkondigde dat roken en drinken slecht voor je zijn. En dat hij zich als eerbetoon aan Meesam nog steeds niet heeft laten verleiden. Er verschijnen lichtjes in de ogen van het sombere gelaat van vader Akbar. Zijn vrouw luistert stilletjes en laat haar tranen de vrije loop. De dochters zien met mededogen het verdriet van hun ouders aan. Het grootste gemis sinds Meesams dood, zegt Sogand, is dat er niet meer gelachen wordt in het gezin.

Meesam (9 jaar) en zijn zusje Kosar in het asielzoekerscentrum Schalkhaar. Beeld Familie-archief

Hun gedachten gaan nog vaak terug naar die 21ste juli van vorig jaar. Het is een van die vele warme, droge zomerdagen die de maand juli dat jaar telt, met temperaturen boven de 25 graden. Om te vieren dat Sogand haar mavodiploma heeft gehaald, bereidt Delmira een feestje voor die avond in hun krappe, met slingers versierde onderkomen. Vriendinnen uit het uitzetcentrum helpen een handje met de bereiding van zoete Perzische hapjes als shirini zaban en zulbia. Meesam is zoals zo vaak de hort op met zijn vrienden. Ze zijn in vakantiestemming, want de laatste schooldag voor de zomervakantie zit erop. Die ochtend heeft Meesam zijn rapport gekregen. Hij is over. Na de vakantie gaat hij het examenjaar in van vmbo-kader, zorg&welzijn. De jongens zoeken verkoeling in het Prinses Margrietkanaal, pal langs het dorp Burgum. Het moet iets na half zes zijn als Meesam het koele water inspringt. Met zijn diploma’s A en B op zak is hij een ervaren zwemmer. Maar zijn vrienden zien hem na zijn sprong niet meer boven water komen en slaan meteen alarm. Duikers die snel ter plaatse zijn, hoeven niet lang te zoeken. Maar het zal toch te laat blijken. Die avond overlijdt de 16-jarige jongen in het Universitair Medisch Centrum in Groningen. De doodsoorzaak is nooit vastgesteld. Het kan een plotselinge kramp in zijn benen zijn geweest, of de trek van een voorbijvarend vrachtschip die hem fataal is geworden.

Zus Sogand Rahimi en moeder Delmira Husseini bij het graf van Meesam. Beeld Negin Zendegani

Moeder Delmira neemt het woord. ‘Dit was de slechtste dag uit mijn leven. Ik wilde dat mijn hart stopte.’ In het Farsi gaat ze verder: ‘Ik heb mijn kinderen tijdens onze vlucht uit Afghanistan, door Iran en Turkije, drie maanden lang voor alle gevaren weten te behoeden. En dan gebeurt het ergste wat een moeder kan overkomen, in het veilige Nederland. ’

Vader Akbar betreurt het lot van zijn enige zoon. Zeven jaar lang heeft hij in drie verschillende asielzoekerscentra gewoond. Niet de ideale omstandigheden voor een kind om op te groeien. Hij mocht veel dingen niet die zijn vrienden wel deden, zoals mee op voetbalkamp of op schoolreis naar het buitenland. Als troost zamelden zijn maten geld in voor een cadeau: een fles parfum. En toch was Meesam altijd vrolijk en aardig tegen iedereen. Iedereen was gek op hem, vertelt Akbar. Ook kleine kinderen in het azc liepen met hem weg. Nieuwkomers hielp hij met koffers sjouwen. Als je Meesam zag, zag je altijd vrienden om hem heen, uit alle hoeken van de wereld.

Begraafplaats

De Rahimi’s zijn kapot van zijn dood en willen na de dood van hun zoon en broer zo snel mogelijk weg uit Burgum, weg van de plek des onheils. Het COA verwijst hen door naar een azc in het Brabantse Oisterwijk. In het nabijgelegen Breda is een begraafplaats waar ook moslims kunnen worden begraven, horen ze. Het gezin wil graag in de buurt van het graf wonen. Er gaat van alles mis in de communicatie met medewerkers van het COA, waardoor het gezin uiteindelijk zes dagen na Meesams dood met ruzie uit Burgum wordt weggestuurd. Hun eigendommen volgen een week later. Vader Akbar: ‘We hadden groot verdriet, dan word je snel boos als iets wat beloofd is anders blijkt te zijn. Zo was ons gezegd dat het graf voor Meesam voor eeuwig was, wat belangrijk is voor moslims. Maar het bleek maar voor 10 jaar.’

Familie van Meesam verlaat de begraafplaats in Breda. Beeld Negin Zendegani

Meesam wordt de dinsdag na zijn verdrinkingsdood begraven op begraafplaats Zuylen in Breda. Bij de herdenkingsbijeenkomst in de moskee is een buslading vol scholieren, docenten en leden van de voetbalclub aanwezig, evenals vrienden uit het uitzetcentrum in Burgum.

Eind december, vier dagen voor Kerst, trekt het gezin in een eengezinswoning aan de rand van Breda. Voor het eerst sinds hun vlucht uit de Afghaanse stad Herat zeven jaar geleden hebben ze weer een eigen woning. Nu kunnen ze weer een eigen leven opbouwen. Delmira en Akbar gaan drie keer per week naar de inburgeringscursus. Ze doen hun best, maken hun huiswerk, maar de concentratie laat te wensen over. Er zijn twee provincies in Nederland met een hoofdstad die dezelfde naam draagt, etaleert Akbar zijn opgedane kennis: ‘Groningen, Groningen en Utrecht, Utrecht.’ Hij pakt elke dag de fiets om in 25 minuten naar het graf van zijn zoon te rijden. Uren kan hij er doorbrengen, zijn zoon bijpratend over de gebeurtenissen in het gezin, over voetbal. Het is de enige plek waar hij rust vindt en waar hij de aanwezigheid van zijn zoon nog voelt. Delmira mijdt de zichtbare confrontatie met het verlies van haar zoon en beperkt haar bezoek tot een keer per week. Haar gedachten poogt ze te verzetten met het huishouden, koken, aandacht voor de meisjes.

Meesam 6 (links) en zijn vriendjes in Herat, Afganistan. Beeld Familie-archief

Groot geluk

De dochters hebben alle drie hun draai gevonden in het onderwijs. De oudste, Maedeh (23), krijgt deze avond haar diploma mbo-4 financiële administratie. Ze wil accountant worden en doorstromen naar het hbo. De jongste Kosar (14) zit in de tweede klas van het vwo. Ze droomt van een baan als verloskundige. Alleen Sogand (19) kon het afgelopen jaar niet bij een opleiding terecht. Ze vertelt de dagen grotendeels op haar kamer te hebben doorgebracht, animatiefilms kijkend en biddend. Na de zomer begint ze met een mbo-opleiding voor onderwijsassistent. Daarna wil ze naar de pabo om leerkracht in het basisonderwijs te kunnen worden.

De zussen zien hun legale verblijf in Nederland als een groot geluk bij een veel groter ongeluk. Ze hadden er niet aan moeten denken terug te keren naar Afghanistan. Daar hadden ze geen kans gehad zich te ontwikkelen, zegt Sogand. In Herat hadden ze nog nooit een school van binnen gezien. Hun moeder gaf hen thuisonderwijs. Ook Meesam ging niet naar school, angstig als zijn ouders waren dat hij zou worden ontvoerd en gerekruteerd voor de Taliban.

Aan het eind van deze middag bezoekt het gezin het graf van Meesam. Bij aankomst op het achterveldje waar de opschriften op de grafstenen laten zien daar hier alleen moslims zijn begraven, stort Delmira zich op haar knieën over het graf. Ze huilt zachtjes maar hartverscheurend en roept in het Farsi Allah aan: Waarom heeft hij het kind dat hij haar heeft geschonken, weer afgenomen?

Haar man en dochters horen de klaagzang zwijgend aan. Zodra Delmira opstaat en op de stoel gaat zitten die Akbar voor haar heeft klaargezet, slaat haar jongste dochter een arm om haar heen. Ze prevelt Koranverzen uit een beduimeld boekje dat ze uit haar handtas heeft gehaald. Intussen zijn Akbar en Sogand in de weer met gieters en besproeien niet alleen de heideplantjes en roze anjers op Meesams graf, maar ook het groen op omringende graven. Als de tijd verstrijkt en de sfeer wat meer ontspannen wordt, spreekt de benjamin van de familie uitdagend haar vader toe, die inmiddels ook is neergestreken op een stoel. ‘Ik ben trots op jou papa. Je bent zo sterk en doet alles goed. Je zorgt voor ons en regelt de financiën. Waarom zeg je nooit dat je trots op mij bent? Kom, zeg het eens: ‘Ik - ben - trots.’ Akbar houdt het kort: ‘Trots.’

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Verslaggever Margriet Oostveen bezocht in 2017 de zusjes van Meesam in het azc in Burgum. Lees hier haar column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden