Vele Britse upper-classers proefden van de jongensliefde

Koningin Victoria (1819-1901) zei het al over homo's: 'Het kan me niet schelen wat ze doen, zo lang het maar niet op straat gebeurt en ze de paarden aan het schrikken maken.' Homoseksualiteit en Groot-Brittannië hadden lange tijd een intensieve, maar zeer discrete relatie....

Dat Michael Portillo deze week werd gekozen als de Conservatieve kandidaat voor de parlementszetel van Kensington-Chelsea is een bewijs van het veranderende klimaat. Portillo zei in september dat hij als student 'enige homoseksuele ervaringen' had opgedaan; zijn ex-vriend meldde daarover later dat hij doelde op een relatie van acht jaar.

Nog niet zo lang geleden had een en ander het einde van Portillo's politieke carrière betekent. Nu staat hij aan het begin van een come-back. 'Homoseksualiteit wordt hier nu gemakkelijker geaccepteerd', zegt David Allison van de homo-organisatie OutRage!RO. 'Het is geen big deal meer als je gay bent. In bepaalde Londense kringen is het zelfs wel trendy.'

Maar Groot-Brittannië is een gecompliceerd land. Portillo's openhartigheid was een gok, bedoeld om politieke chanteurs de wind uit de zeilen te nemen. En toen hij naar buiten trad met zijn seksuele verleden, was dat toch nog steeds groot nieuws. Labourminister Ron Davies moest vorig jaar aftreden vanwege homoseksuele strapatsen. Allison: 'Londen is wat anders dan middle-England. Díe Engelsen zijn zoals je weet de grootste hypocrieten van de planeet.'

Iedere Brit wist dat de toneelschrijver Noel Coward (1889-1973) homo was, toen die geaardheid officieel nog als een geestesziekte werd beschouwd en het eraan toegeven een misdrijf was. Niettemin was Coward zeer succesvol en was hij zeer bevriend met de Koningin-moeder, onbreekbare icoon van het establishment. Maar Coward voldeed aan één strenge voorwaarde: hij was discreet, een heilig Engels woord.

In de wereld van de kunst was homoseksualiteit al ver voor de Tweede Wereldoorlog no big deal. Auteurs als Somerset Maugham en Vita Sackville-West, dichters als W.H. Auden en John Betjeman of de componist-dirigent Benjamin Britten ondervonden weinig hinder van hun gay-zijn. Nog eerder, aan het einde van de negentiende eeuw, was zelfs Oscar Wilde daarmee weggekomen, als hij niet toevallig de verkeerde vriend had gekozen en zo in een politiek wespennest was beland.

Allison: 'In Engeland kon en kan alles, als je er maar niet mee te koop loopt. Ik ken parlementsleden die door de week een vrolijk gay leventje in Londen leiden. Maar als ze in het weekeinde terugkeren naar hun kiesdistrict, veranderen ze in keurige gezinsmannen. Dat is heel erg Engels. Keeping up appearances: de werkelijkheid is niet zo belangrijk, schijn is alles. Je laat alleen je vermeende goede kanten zien, alles wat onacceptabel, is verstop je.'

In de upper-classes viel niemand van zijn stoel, toen Portillo over zijn jeugdavonturen begon. Allison: 'Wat denk je wat er gebeurde op privéscholen als Eton en Harrow? Daar werd veel geëxperimenteerd met homoseksualiteit. En dat ging in Oxford en Cambridge gewoon door, zeker toen daar nog amper vrouwelijke studentes waren.' Het mooiste (autobiografische) verslag van zo'n jongensliefde is nog altijd Evelyn Waughs Brideshead Revisited.

De upper-class publicist Peregrine Worsthorne verklaarde in The Guardian een en ander voor het gewone volk. 'Het was jongens of niks', zei hij over de seksuele keuzemogelijkheden in het Cambridge van de jaren veertig. 'En dus beoefenden wij zolang de sodomie. Er is, gelukkig, een zeer bevredigend substituut voor de heteroseksuele liefde, zoals Portillo tot zijn geluk mocht ontdekken.'

De mannen voor wie de jongensliefde tot het alledaagse leven had behoord, bevolkten na hun studietijd de hogere maatschappelijke echelons van een natie die homoseksualiteit pas in 1967 uit het Wetboek van Strafrecht haalde. Ze trokken een stiff upper lip en verklaarden homo's tot een 'zieke minderheid, die de samenhang van de maatschappij bedreigt', zoals Sir John Wolfenden het omschreef in 1954.

Wolfenden leidde een commissie die de legalisering van homoseksualiteit moest voorbereiden, een taak die hij al bij voorbaat als 'smakeloos' omschreef. In de pas openbaar gemaakte commissieverslagen verwees hij uitsluitend naar homo's als perverts. Dat was merkwaardig, zeker omdat zijn zoon bekend stond als de grootste nicht van Cambridge.

Die dubbelhartigheid, waar kwam die vandaan? Allison: 'Dat is een van de Engelse raadselen. Maar de Britse burger, anders dan bijvoorbeeld de Franse, verwacht moreel leiderschap van zijn politici. Onze politici beseften dat het niet in het belang van hun carrière was die wens te negeren en al te veel begrip op te brengen voor homo's.'

Langzaam verandert dat. Portillo verloor in 1997 zijn zetel aan Labours Stephen Twigg, die jaren eerder dan zijn illustere rivaal uit de kast was gekomen. Allison: 'We beginnen hier nu ook mensen te beoordelen op hun professionele kwaliteiten, in plaats van op hun seksuele geaardheid. Dat noem ik vooruitgang.'

Dus wanneer kunnen we in Groot-Brittannië de eerste homoseksuele premier verwachten? Allison: 'Ik kan het niet bewijzen, maar volgens mij hebben we die in de jaren zeventig met Edward Heath al gehad. Maar het is natuurlijk pas echt in orde, als de seksuele geaardheid van onze premier ons niets meer interesseert.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.