Interview MocroManiac

Veel tijd was MocroManiac kwijt aan mislukte projecten, privéproblemen en de straat: ‘Ik heb haast man’

MocroManiac is al ‘tien jaar in de game’ en pas nu, komende vrijdag, verschijnt het debuutalbum van ‘een van de beste rappers’ van het land. Waarom duurde het zo lang?

MocroManiac. Foto Linda Stulic

‘Dit is mijn osso, man’, zegt de man die bekendstaat als een van de beste rappers van Nederland. De studio van 101barz, het grootste hiphopplatform van het land dat is gevestigd in het BNNVara-gebouw in Hilversum, voelt voor MocroManiac als zijn eigen huis. Zenuwachtig is hij niet. Hij heeft hier al zo veel sessies opgenomen, die stuk voor stuk miljoenen views trokken, dat hij er een zekere status heeft verkregen.

MocroManiac, de sessiekiller, de freestylekoning, de straatsoldaat uit Zuidoost met de nasale stem en de rappe tong.

Gespannen is Abdelilah ‘Appie’ El Foulani wel voor iets anders. Vrijdag komt zijn debuutalbum uit. Hoewel hij al ‘tien jaar in de game’ zit, zoals hij zegt, is het nooit tot een soloplaat gekomen. Hij toerde in 2011 al het land rond met de groep Hydroboyz en hun clubhit Hindabuilding, lanceerde in 2014 de solo-ep Maniac 4 President, deed talloze samenwerkingen en gastoptredens en bracht vorig jaar met Fresku de veelgeprezen plaat Juice uit. Maar hij dreigde het eeuwige talent te blijven.

Nu – op zijn 30ste, een leeftijd waarop sommige rappers al zijn uitgerangeerd – verschijnt eindelijk het debuut van MocroManiac, simpelweg Maniac getiteld. ‘Dit album is een kickstart’, zegt hij. ‘De motor moet blijven lopen vanaf nu.’ Te veel tijd heeft hij verspild aan mislukte projecten, privéproblemen en het straatleven. Hij heeft zijn label Top Notch gevraagd het album zo snel mogelijk uit te brengen. ‘Ik heb haast, man. Mensen wachten al zo lang.’

Rotjoch, de presentator en oprichter van 101barz, geeft MocroManiac een boks buiten de studio. Ze kennen elkaar al lang. Het was Rotjoch die ooit Hydroboyz in de studio zette en ze een platendeal gaf. Nu is MocroManiac de rapper met de meeste 101barz-optredens op zijn naam. De twee praten over wat de grootste hit gaat worden van Maniac. Rotjoch: ‘Ik zeg je, met al mijn ervaring, Ken Die Dagen wordt die hit, bro. Dat is de sound van nu.’

Druk

Het is druk in het kleine studiohok. MocroManiac – gekleed in een rood Nike-T-shirt, een zwarte trainingsbroek en een rechthoekige zonnebril met gouden brug – heeft flink wat aanhang meegenomen. Vrienden uit Kraaiennest, zijn buurt in de Bijlmer, te vinden bij de een-na-laatste halte van metro 53, waar hij zijn hele leven heeft gewoond. Zijn neefjes van 18 en 19, die ook rapper willen worden, zijn ook mee, eentje draagt een donkerrode djellaba. De Lunatics, noemt MocroManiac zijn posse.

Hij drinkt een kop thee met veel suiker om de stembanden te smeren en dan is het tijd om te murderen, om de sessie te vermoorden. Als MocroManiac rapt, verandert hij van een rustige jongen in een agressieve bokser, die klaar staat om de microfoon te vermorzelen. ‘En als ik zo’n beat krijg, broer, mijn tong is net een gun en de mic is de schietschijf’, rapt hij. Aan het eind van de sessie zegt hij over zijn album: ‘Vrijdag de dertiende. Het werd tijd.’

Rotjoch: ‘Jij wil eng gaan doen of niet?’

MocroManiac: ‘Je weet zelf, Rotjoch, jij weet álles, man.’

Zodra de sessie is afgelopen, rolt MocroManiac een jointje. ‘Op mijn 20ste kon ik anderhalf uur freestylen. Nu kom ik soms niet meer uit mijn woorden. Al die haze, man, ik heb te veel gerookt.’ Als de joint op is, rijden we naar Kraaiennest, waar hij nog altijd bij zijn moeder woont. Op straat wordt hij door allerlei mensen begroet. Hij deelt een boks uit en maakt een praatje met iemand in een auto. Bij de snackbar bestellen we wat te eten, MocroManiac neemt een broodje mexicano.

We nemen plaats op een bankje op het veldje waar vroeger winkelcentrum Kraaiennest stond. MocroManiac vertelt hoe de buurt is veranderd. ‘Ze hebben hier alles verbouwd, een paar jaar terug. Het ziet er nu prima uit, maar het was grimmig, man. Ik heb hier lichamen zien liggen, mensen die naar beneden sprongen van de flat, mensen die werden neergestoken of neergeschoten. Alles wat je niet hoort te zien als kleine jongen. Wij waren altijd eerder dan de politie op de scene.’

Vroeger was hij altijd buiten op straat. Met zijn vriendjes haalde hij kattekwaad uit, zoals hij het noemt, stelen in de supermarkt. Zijn moeder had een uitkering. Zijn vader verliet het gezin toen MocroManiac 8 was. Op school ging het slecht, hij ging naar een zmok-school, voor ‘zeer moeilijk opvoedbare kinderen’. Na de tweede klas in het voortgezet onderwijs zat hij nooit meer op school.

Op zijn 14de kwam hij zes maanden vast te zitten voor een straatroof. ‘In de Bijlmer kregen veel jongens een periode dat je ging roven. Dat was normaal toen. Dat deden we gewoon. Met neppistolen of met een mes iemand zijn spullen laten inleveren. Ik ben niet trots op die dingen. Maar het is wat het is. In die tijd deed ik niet anders dan naar buiten gaan en geld zoeken.’

Foto Linda Stulic

Boegbeelden

Rond dezelfde tijd kwam hij in aanraking met rap, vooral de muziek van 2Pac en Notorious B.I.G., de boegbeelden van de Amerikaanse strijd in de jaren negentig tussen de West Coast  en East Coast. ‘Ik was 13, 14 en begon de realiteit meer te begrijpen. Voor die tijd luisterde ik alleen naar muziek omdat het leuk klonk. Maar in hiphop zat zo veel informatie. Dat vond ik nice. Het ging over hoe wij leefden, de muziek vertaalde hoe ik me voelde. Het was de bodemmuziek.’

In de jeugdgevangenis had hij een discman met cd’s van 2Pac. ‘Ik ging er helemaal in op. Hij rapte ook over zijn tijd in de gevangenis. Als je binnen zit, luister je natuurlijk graag naar teksten als ‘when I get free’.’ MocroManiac noemt zichzelf een ‘student of the game’: hij bestudeerde het werk van de grote rappers tot in detail. Na een tijdje kende hij al hun teksten uit zijn hoofd. En hij kon ze ook meerappen.

Bijlmer Beef

In 2014 belandde MocroManiac in een ‘beef’, oftewel ruzie, met de Green Gang, een rapgroep uit de Bijlmer die verdacht wordt van betrokkenheid bij meerdere misdrijven en liquidaties. MocroManiac werd ‘snitch’ genoemd: hij zou met de politie hebben gepraat. Er volgden enkele disstracks over en weer. MocroManiac rapte bijvoorbeeld: ‘De meeste rappers liegen veel, spelen crimineel, ik zie ze nooit individueel. Houden elkaars handen hele dag, net battiboys. Ik reken op mezelf, jij rekent op je matties boy.’

Op zijn 16de begon hij zelf te rappen. ‘Ik dacht: als ik 2Pacs ritme kan volgen op die beat, dan kan ik ook mijn eigen lyrics schrijven.’ Zijn eerste nummers waren in het Engels. ‘Omdat ik die teksten van anderen kon meerappen, dacht ik dat ik Engels kon. Maar toen ik zelf ging schrijven, werd het helemaal niks. Daarom begon ik in het Nederlands te rappen. Ik was altijd wel goed met taal en had een grote woordenschat.’

Zonder het tegen iemand te zeggen, begon hij tracks op te nemen op zijn computer, met het programma MusicMaker en een slechte microfoon van zijn webcam. ‘Ik was best onzeker over die raps, ik was stiekem bezig, je weet toch. Pas toen ik er klaar voor was, liet ik ze aan de anderen horen.’ Via MSN verspreidde hij zijn mp3’tjes die hij toen nog Appie 1, Appie 2 en Appie 3 noemde.

Zijn vrienden stuurden de liedjes weer door naar anderen en zo begon hij langzaam een beetje bekend te worden in de buurt met ondergronds hitjes. Op een gegeven moment maakte hij een track die hij MocroManiac noemde. ‘In het refrein rapte ik iets als: ‘Ik ben een MocroManiac / ik word een beetje gek’. Dat sloeg aan. En dus werd dat mijn naam.’ Als hij nu een artiestennaam zou moeten kiezen, had hij wat anders bedacht. Maar hij staat er nog steeds achter. ‘Ik ben een trotse Marokkaan.’

Foto Linda Stulic

Geloofwaardig

Veel rappers rappen over de straat, maar bij haast niemand komt het zo geloofwaardig over als bij MocroManiac. Hij ís de straat. Zo straat dat het hem ook weleens lijkt tegen te werken. ‘Te rauw voor de game’, rapt hij zelf op het nummer Rauw. Zakelijk heeft hij niet altijd slimme keuzen gemaakt. Hij is niet iemand die zich anders gaat voordoen, omdat het beter verkoopt. Te eigenwijs, te real, kortom. Het succes moet op zijn voorwaarden gaan en anders niet.

Als MocroManiac op televisie verschijnt, wordt de kloof tussen de straat en de mediawereld pijnlijk duidelijk. Zijn tv-debuut was bij Koffietijd in 2014. Hij ging mee met Yes-R, de rapper die zich erg goed kan aanpassen aan de ongeschreven regels van Hilversum. Loretta Schrijver, die de naam MocroManiac niet kon onthouden of uitspreken, vroeg wat de ‘gangster-mattie-homeboys’ ervan vonden dat Yes-R in een musical ging spelen. ‘Goed van hem, man’, zei MocroManiac kortaf. Daarna begonnen de presentatoren en gasten tamelijk ongemakkelijk te dansen op het liedje van Yes-R.

Een andere keer, in 2015, was hij met Fresku mee naar De Wereld Draait Door. ‘Wie staat er naast je?’, vroeg Matthijs van Nieuwkerk zonder MocroManiac aan te kijken. ‘Dit is mijn lievelingsrapper, MocroManiac.’ ‘Hij?’, vroeg Van Nieuwkerk verbaasd. Daarna legde de presentator vaderlijk een hand op het hoofd van de rapper. Wellicht goed bedoeld, maar MocroManiac ervoer het gebaar als een vernedering.

Dat moment was de inspiratie voor het liedje Witlof, de hit van hun gezamenlijke album Juice, over zwarte artiesten die zich zouden assimileren om lof van het witte publiek krijgen, zoals Jandino Asporaat en Typhoon. ‘Ik kom uit een andere wereld’, zegt MocroManiac nu. ‘Altijd als ik naar de televisie ga, voelt het alsof ik daar niet thuis hoor. Dat is geen lekker gevoel. Ik kan die motherfuckers moeilijk vertrouwen. Ik wil niet dat ze me gaan kleineren of verrassen. Want als ik fel reageer, dan ben ik weer die gekke jongen van de straat.’

In 2014 maakte het VPRO-publiek ook kennis met MocroManiac toen er een 101barz-sessie werd vertoond in de Zomergasten-uitzending met regisseur Jim Taihuttu. ‘Wie is deze boef?’, vroeg presentator Wilfried de Jong. Taihuttu: ‘Echt een van de beste rappers van Nederland, technisch gezien.’ Volgens Taihuttu liet het verhaal van MocroManiac zien hoe iemand met talent tegenslagen kan overwinnen. ‘Van de lijst met de top-600 criminelen van burgemeester Eberhard van der Laan naar de Top-40. Als je deze jongen op zijn 5de een trompet had gegeven, had-ie afgelopen jaar op North Sea Jazz gestaan.’

Tegenslag

Ja, hij is trots op hoever hij is gekomen, maar MocroManiac vraagt zich ook af of hij niet al veel verder had kunnen zijn. Hoezo heeft zijn debuut zo lang op zich laten wachten? Een aantal dingen zaten tegen, legt hij uit. Op straat raakte hij betrokken bij vetes en ruzies. Hij werd vader, maar de relatie met de moeder liep stuk; hij ziet zijn dochter eens in de zoveel tijd. Met zijn label Top Notch kreeg hij ook problemen. ‘Ik wil er liever niet over praten.’

Een tijd lang had hij geen platencontract, met trots noemde hij zichzelf ‘unsigned and independent’. ‘Ik dacht: nu doe ik alles op mijn manier. Maar ik deed niet veel, man. Ik heb links en rechts wat muziek gemaakt, maar er zat geen plan achter. Ik kende te weinig producers die ik kon benaderen voor beats. Ik zeg je eerlijk, in deze rapgame, als je in je eentje bent, is het heel moeilijk. Als ik kon rappen in de lucht had ik nu al tien albums gemaakt. Als ik nu gewoon kon spitten, zonder beats, zonder mensen die moeten mixen en produceren, zonder alles wat erbij komt kijken. Vat je?’

Vakantiehuisje

Voor dit album sloot hij zich met het producersduo Stray Bullets op in een vakantiehuisje op een bungalowpark, ‘ergens bij Nijmegen ofzo’. Later werden er nog andere producers betrokken. Bijna alle tracks gaan over het straatleven. Hij rapt over drugs dealen (uit Dope: ‘Vroeger pushte ik die dope, maar nu ben ik zelf dope’), een wapen op zak hebben (Uit F.T.O.S.: ‘Rare gun waarmee ik zwaai, hele buurt hoort die lawaai’) en haters die hem onderuit proberen te halen (uit Loyaal: ‘Ik zie wie fake is, net als de Matrix’). Maniac staat vol met verwijzingen naar Kraaiennest en Zuidoost, aangeduid met postcode 1104, kortweg ‘quatro’.

‘Het voelt alsof ik moest doorgaan waar ik gebleven was. Ik had nog iets af te maken, vat je? Mensen verwachten die rauwe straatshit van me. Maar je moet die teksten niet te serieus nemen. Dat is gewoon rap, man. Dat wil niet zeggen dat ik hier rondloop met een gun, klaar om op mensen te schieten. Als ik boos ben op een groep mensen, is dat een reactie op haat. Ik ben van verdedigen, niet van aanvallen. Al mijn raps gaan over haat en love.’

Weg uit Kraaiennest wil MocroManiac niet, ook niet als van dit album rijk wordt. En zelfs als hij ooit zou verhuizen, dan blijft hij altijd over de buurt rappen. ‘Quatro represent ik sowieso for life. Ik hou het real voor ze hier.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.