Column Peter Buwalda

Veel prijzen won Maradona niet, maar wat hij won, won hij zo ongeveer in zijn eentje

We gingen naar Pluisje, de movie. Daar had ik nou echt zin in, uren naar Maradona kijken. Kon ik er mooi dit stukje over schrijven, zodat het er vandaag inkwam, op de sterfdag van Ol’ Sideburns, over wie ik het niet wilde hebben, stokpaard-technisch. Al is Maradona wel een soort Elvis, eigenlijk. Een open deur die ik dus niet ga intrappen, vandaag eens niks over The King, die qua genialiteit veel gemeen had met Maradona, dat zeker, en ook qua karakterstructuur en tragische levens–

Fikkie. In je mand.

Die docu is een aanrader. Ik ga hem niet samenvatten, daar heeft de krant andere mensen voor. De maker, Asif Kapadia, portretteert Maradona met archiefbeelden die hij van oude videobanden lijkt te hebben geplukt, met eronder het terloopse gemompel van Maradona zelf, van journalisten, van ploeggenoten, zussen, vrouwen. Wat me hieraan beviel, was juist die VHS-mentaliteit, om Balkenende erbij te halen. Die geen soort Maradona is, trouwens. En dus ook geen soort Elvis, die we vandaag herdenken.

Minuutje stilte.

(…)

Ja? Kan ik weer door. Die perfect gemonteerde ­videobeelden focussen op Maradona’s jaren bij ­Napoli, zijn absolute toptijd. Hij maakte de middenmoter uit Napels landskampioen, twee keer zelfs, en Argentinië, bijna en passant, wereldkampioen. Twee dingen vielen me op: ontzettend veel prijzen won Maradona niet, maar wat hij won, won hij zo ongeveer in zijn eentje. De afgelopen jaren was ik zover om Messi hoger in te schalen dan Pluisje, maar ik was vergeten dat Messi nooit iets alleen doet. Hij heeft peperdure hulpsinterklazen. De spelers rondom Maradona, of ze nu bij Napoli liepen, of in het nationale elftal, waren matig tot ondermaats. (Volgens Henk Spaan klopt dat, al wijst hij me op Careca en Carnavale. ‘Echt wel talentjes’, appt hij.)

Wist Pluisje, toen hij bij Napoli tekende, dat er ‘echt wel talentjes’ zaten. Haha. Een krankzinnige transfer was het. Het zou hetzelfde zijn wanneer Messi naar euh… Napoli was gegaan. Maradona vond het dus een voordeel, lijkt me. Dat-ie het zelf moest doen. Diego! Ci sono le castagne calde! Hij was Maradona en wilde zelf kampioen worden.

Ik zat te genieten. De schrale ruwheid van Napels in het midden van de jaren tachtig. De maffia erbij, de verafgoding, de coke, de gestage neergang. Wat ik me voortdurend afvroeg, en eigenlijk altijd als ik naar sport kijk: hoe goed is de allerbeste, hoeveel ­beter dan bijvoorbeeld Gullit, die tezelfdertijd door Italië draafde? En hoeveel beter dan een zaterdagamateur? Hoe hoog is de Olympus?

Ging de film niet echt over.

Dus belde ik Leistra (vriend), die me ooit vertelde over een potje volleybal dat hij en Visser (andere vriend) tegen Avital Selinger speelden, de spelverdeler van de gouden ploeg van 1996. Dus met z’n zessen tegen één olympisch kampioen, hè. Wat een verhaal.

‘Selinger is eigenlijk te klein voor volleybal’, aldus Leistra, die staat te tanken in Luxemburg. (Kamperen met z’n gezin.) ‘Maar die droogde ons in z’n eentje af. Die kerel zag precies waar we gingen smashen. Was dus altijd op tijd. Maar hij zag ook precies waar het gaatje zat. Prikte hij hem gewoon daar. Niet te doen, dus. Het was ongelooflijk.’

Werkt het zo ook met voetbal? Ik kan het me nauwelijks voorstellen, Diego Maradona in z’n eentje tegen elf zaterdagamateurs. Redde hij nooit. Of wel? Wie kan ik dat eens vragen…

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden