InterviewJe kunt het maar één keer doen

‘Veel mensen vonden de ziekte van hun partner een mooie periode. Dat heb ik zelf niet zo ervaren’

Beeld Krista van der Niet

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren: hóé je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Marcel Jonkman (61, dermatoloog en hoogleraar) overleed op 14 januari 2019 aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Hij was getrouwd met Gerrie Veenstra (61, huisarts) en had drie kinderen, Lotte (31), Rutger (29) en Floris (26).

Gerrie: ‘De maag-darm-leverarts, een jonge dame, zat tegenover ons en zei: ‘Ik heb heel slecht nieuws. U heeft alvleesklierkanker met uitzaaiingen.’ Waarop Marcel zei: ‘Dat betekent dus nog een paar weken.’ ‘Weken tot maanden’, antwoordde ze. Op dat moment raakte ik acuut in shock. Ik veranderde in een ijspegel, bevroor helemaal.

Een week ervoor hadden we de 29ste verjaardag van onze dochter met het hele gezin en de schoonkinderen gevierd op het Vuurtoreneiland in Amsterdam. Het was een ­zomerse, zorgeloze avond in augustus. De volgende ochtend zijn we teruggereden naar Groningen en ging ik een beetje in de tuin werken. Plotseling stond Marcel voor me en zei dat hij zich helemaal niet lekker voelde. Hij zag er ook opeens heel ziek uit, had heel hoge koorts. Toen hij zei dat hij bang was dat hij doodging, belde ik een ambulance. In het ziekenhuis werd hij meteen opgenomen en werden er allerlei onderzoeken gedaan. Ik had nooit gedacht dat het ons zou overkomen. We rookten niet, dronken matig, aten gezond. We bewogen en waren veel buiten. Je denkt dat je daarmee de ziekte kunt bezweren, dat je het in eigen hand hebt. Heel gek, als huisarts weet ik wel beter, maar je denkt toch dat het aan je eigen deur voorbijgaat.

Een week na de diagnose hadden we een afspraak met de oncoloog. Marcel en zij kenden elkaar uit het ziekenhuis, zij was ook hoogleraar, en ze vond het vreselijk om hem onder ogen te komen. Ze stelde levensverlengende chemotherapie voor. Maar toen ze vertelde dat het hem twee maanden extra kon opleveren, zei hij dat hij daarvoor niet kotsend in het ziekenhuis ging liggen. Hij wilde de laatste tijd van zijn leven beter besteden.

Marcel was rationeel en nuchter, en heeft zijn lot eigenlijk meteen aanvaard. ‘Dit was mijn leven en het is over.’ Hij is niet boos geweest. Hij zei dat hij het zo raar vond dat mensen zeggen dat ze de strijd tegen kanker verloren hebben. Volgens hem was er geen strijd en viel er niks te winnen of verliezen.

Vanaf dat moment raakten wij elkaar kwijt. We losten altijd alles in ons huwelijk op door veel te praten, nu belandden we ieder op een ander spoor. We praatten wel, maar hij zei gewoon: ‘Ons samenzijn is 35 jaar mooi geweest, het is nu voorbij. We kunnen in dit proces niet anders dan met de stroom meegaan.’ We waren altijd een eenheid geweest, helemaal vergroeid met elkaar. Al het leuke van ons huwelijk viel pats-boem weg. Een familielid adviseerde me om mijn eigen gevoelens opzij te zetten, zodat ik hem beter kon helpen. Ik voelde me schuldig, want ik kon mijn eigen gevoel helemaal niet opzijzetten. Na twee weken stelde ik voor om hulp te zoeken, Marcel was het daarmee eens. De therapeut zei dat het logisch was dat we elkaar niet konden bereiken. Hij legde uit dat Marcel voor een muur stond en ik aan de rand van een afgrond. Dat verklaarde mijn angst. Hoe moest ik het leven verder leiden? Ook vertelde de psycholoog dat de vrouw bij kanker het meest lijdt, ongeacht of ze het zelf heeft of haar partner. De gesprekken waren vooral duidend, ze lieten me inzien waarom we er zo verschillend mee omgingen. Ik voerde een gevecht omdat ik niet wilde dat dit gebeurde, ik wilde dit niet voelen, ik wilde hem niet kwijt. Ik was meteen in een rouwproces ­terechtgekomen. De gesprekken hebben me geholpen om me erbij neer te leggen. Ik heb Marcel een brief geschreven om mijn gevoelens te verwoorden. Marcel kon de dood voor zichzelf wel aanvaarden, maar hij vond het te moeilijk mijn pijn onder ogen te zien.

Marcel is de laatste maanden bezig geweest met afronden, afsluiten en afscheidnemen. Hij initieerde uitjes met de kinderen, los van elkaar, hij was een geweldige vader. Hij maakte samen met een vriend een film over zijn eigen leven en liet zich portretteren voor de portrettengalerij van hoogleraren in het academiegebouw. Hij gaf iedereen die langskwam een boek uit zijn boekenkast mee, passend bij de persoon, met een opdracht erin. Hij is alles gaan regelen: abonnementen opzeggen, dingen op mijn naam zetten, de auto verkopen, een lekkage laten repareren. Hij ­regelde zijn uitvaart, maakte zijn eigen rouwkaart en stelde een playlist samen. Ik bemoeide me er niet mee. Ik zorgde voor hem, maakte shakes met avocado en slagroom zodat hij zo veel mogelijk calorieën binnenkreeg.

Op Kerstochtend zei hij dat hij op 14 januari euthanasie wilde. Hij vond het een mooie datum en er verscheen 9 januari nog een artikel van hem, dat wilde hij nog even meemaken. Hij zei dat hij ernaar uitkeek. Hoe groot moet zijn lijden niet geweest zijn? Ik keek er niet naar uit, maar de kwaliteit van zijn leven was verdwenen. Hij sliep veel, kon nauwelijks nog eten en drinken en kwam het huis niet meer uit. De laatste twee weken trokken de kinderen bij ons in. We deden gewoon onze dingen als gezin: koken, wandelen, lezen, televisiekijken.

Gerrie en Marcel.

Op 14 januari stond er een collega voor de deur, met ­tranen in haar ogen: ‘Dat ik dit bij jou moet doen.’ Ze legde ’s ochtends het infuus aan en zou ’s middags om 3 uur terugkomen voor de euthanasie. Na het ontbijt voerde Marcel met ieder van ons een laatste gesprekje, een-op-een. Ik heb als huisarts zelf een stuk of zes keer ­euthanasie verleend, maar ik had me nooit afgevraagd hoe mensen die dag beleven. Ik weet nu wel dat je het niet ’s avonds moet doen, want zo’n dag duurt ontzettend lang.

Marcel liep zelf de trap op om te gaan douchen. Hij wilde dat ik hem hielp om zijn Italiaanse pak aan te trekken. ‘Zodat ik al klaar ben om de kist in te gaan.’ Het was veel te groot, omdat hij zo vermagerd was, maar dat maakte ­natuurlijk niks uit. Toen hij het pak aanhad, heeft hij mij bedankt. Voor ons leven samen en voor alles wat ik voor hem heb gedaan. Heel formeel, maar het was een mooi moment. Daarna ging hij op het bed liggen, hij was er helemaal klaar voor. Toen de huisarts kwam, hield ik zijn hand vast, maar hij hield mijn hand niet meer vast. Hij had het leven al losgelaten. Hij zei vaarwel tegen de kinderen en mij.

Ik waardeer de manier waarop hij omging met zijn ziekte, ik heb dat in mijn praktijk zelden meegemaakt. Maar ik kwam wel tekort. Van veel mensen hoor ik dat de ziekte van hun partner de mooiste periode uit hun huwelijk was. Dat heb ik zelf niet zo ervaren. Marcel ging als een oude indiaan met zijn ziekte om, hij sloot zich steeds meer af. Ik zat in mijn eigen proces, in wanhoop en verdriet. We hebben dit niet samen kunnen delen.

De uitvaart was prachtig, er waren 350 mensen. De ­muziek heb ik van tevoren niet willen weten. Het bleek één groot liefdesbetoon aan mij te zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden