Vasten stemt mild

Had Carl Friedmans gefabuleerde joodse achtergrond beter niet publiek gemaakt kunnen worden, en was meelij beter? Jom Kippoer stemt mild, maar de vragen blijven....

Deze week waren de kinderen de halve week vrij van school in verband metJom Kippoer. Thuis doen we daar niet aan maar de school confronteert onsmet onze vergeten religie. Woensdag, net voor het zakken van de zon, nemengelovigen hun voorlopig laatste voedsel tot zich en gaan op weg naar desynagoge. De volgende dag wordt gevast tot zonsondergang. Interessantfenomeen, al dat vasten en hunkeren om mensen bij de les te krijgen. Alspuber was ikzelf bij vlagen een gedisciplineerd vaster en ik herinner megoed de vreemde lucide staat die je daarmee bereikte. Diepe ernst, eenonthechtheid die iets cerebraals, maar ook iets engs had.

Eigenlijk zou je denken dat je je beter kunt concentreren als je ietsin je maag hebt, zeker als het gaat om onprettige gedachten aan de mensendie je hebt geschoffeerd, beloften die je onverzilverd hebt gelaten, allegoede voornemens die je failliet hebt laten gaan. Maar het omgekeerde ishet geval. Als je niet eet, voel je immers je tragische, behoeftige lichaamhet best. Vasten doet je de armoe van je wezen voelen; doet je beseffen watvoor slaaf je van je lichaam bent en werpt je terug op de kracht van jegeest. Waardoor langzaamaan, gedurende een eindeloze dag in de synagoge,iets anders gaat overheersen in je trance-achtige, verstorven staat: detrots om je kracht van alle verleidingen af te zien.

Deze week woonde ik als toehoorder twee colleges van prof. Snapper bij:Nederlandse literatuur over de oorlog. Volgende week mogen Leon en ik aanzijn reeks het onze toevoegen. Het toeval wilde dat het ging over de boekenvan Carl Friedman.

Het was lang geleden dat ik een college bijwoonde en ik was verrast hoekalmerend ik het vond in de rust van een collegezaaltje de wereld te zienverkleinen tot die van een subjectieve tekstverklaring. Op de achtergrondvan de analyses van professor Snapper hoorde ik het krassen van gehoorzamepennen in collegedictaten. Jonge, gretige studenten met beurzen, diemisschien dachten dat het altijd zo zou blijven, zoveel rust bij hetbestuderen van een tekst, bij het luisteren naar de professor. Die ervanuitgingen dat dit een voorproefje van alles was, dat het allemaal alleenmaar zou toenemen, deze ernst, deze rust tot nadenken. De illusie van eenwereld die zou vollopen met uitdagingen en steeds bevredigender antwoorden.De illusie dat dit zo zou doorgaan: zoveel aandacht en stilte ten behoevevan de gedachtenwereld van een persoon, zonder notie dat er steeds weervragen zullen komen, met even summiere, vage antwoorden.

Het bracht me terug bij de les, bij Friedmans boek, dat gaat over eenstudente, joods, en ook meer dan hongerig naar kennis. Ze studeertfilosofie en past intussen op een klein jongetje uit een chassidisch gezinin Antwerpen. Af en toe bezoekt ze haar ouders, beiden getraumatiseerd doorde oorlog, en praat met hun eveneens joodse bovenbuurman, die gelovig isgeworden na diezelfde oorlog. Ze wil antwoorden op allerlei vragen, maarhet wordt pas gaandeweg duidelijk wat die vragen zijn. Zo verbaast energert ze zich over de rigide geloofsopvatting van de chassidische familiewaar ze oppast, hun lijdzaamheid, de kortzichtigheid, hun opzichtig joodseuiterlijk, hun sombere armoe.

Ze discussieert met een medestudente over Nietschze over keuzevrijheiden superioriteit en verdedigt halfhartig de joodse lijdzaamheid die haarbij de chassieden eigenlijk stoort. Wie is verantwoordelijk voor hetantisemitisme, vraagt ze zich af, treft de slachtoffers schuld of niet,waarom verdedigden joden zich zo zelden toen ze werden vervolgd? Maar alsde antisemitische conciërge het handje van het joodse jongetje bijnatussen de liftdeur laat komen, voel je de razernij.

Al klinken verhaal en thema zwaar en triest, het is een geestig,ontroerend en meeslepend boek over moed en liefde.

Er zijn wat brieven verschenen naar aanleiding van mijn stukje van tweeweken geleden waarin ik sprak over Friedmans gefabuleerde joodseachtergrond. Mij werd verweten weinig empathie te tonen door haar zopubliek te veroordelen, zo'n goede schrijfster. De gedachte aan Jom Kippoermaakte me week en boetvaardig. Was Friedmans jarenlang gedraai eigenlijkalleen maar zielig? Had ik daar vanaf moeten blijven - om haar tebeschermen?

Maar aan vasten deed ik donderdag uiteindelijk niet en misschiendaardoor bleven de vragen komen: ze was toch niet louter een tragischprivépersoon? Ze liet zich toch jarenlang in het openbaar over alles eniedereen uit, waarbij onevenredig vaak ongekend venijnig? Had de lezer danniets te maken met leugens over een achtergrond waaraan ze rechtenontleende, zoals ontzag voor leed - dat wel leek op dat van haar en haarvader, maar toch echt anders was?

De professor maakte tijdens zijn college alleen zijdelings melding vande sluiers. Hij wist er evenmin raad mee. Terwijl ik luisterde hoe hijFriedmans thema's opsomde, met al die braaf krassende pennen op deachtergrond, bedacht ik hoe spookachtig en treurig de obsessieve vragen indat zo mooie boekje werden zodra je je afvroeg of het misschien Friedmanseigen woede en twijfels waren die ze erin had proberen te bezweren. Terwijlik de inleiding op de Engelse vertaling las, waarin Friedman lof werdtoegezwaaid als kind van een Holocaustoverlevende, moest ik onwillekeurigdenken aan Jules Croiset, die even leek te zijn ontvoerd door antisemieten,tot bleek dat hij zichzelf in een rioolbuis had verstopt. Het verlangennaar meer en erger. Laten we volgend jaar allemaal vasten op Jom Kippoer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden