Van twee kanten Vakantieliefde

Vanaf het moment dat ze onderweg waren, waren Pablo en Vera vierentwintig uur per dag samen. En onmiddellijk een stel

Ze ontmoetten elkaar in een hostel in Mexico en reisden samen verder. Zou hun liefde ook na die vakantie standhouden? Een vakantieliefde, van twee kanten verteld.

Beeld sasa ostaja

Pablo (29) uit Argentinië

‘Het was in een hostel in Bacalar, Mexico. Ik was die middag in  2018 bezig met het maken van mate, een typisch Argentijnse thee waarbij je in een speciaal daarvoor bestemde kop die ik overal meedraag in mijn rugzak, een grote hoeveelheid kruiden doet en er voorzichtig steeds een beetje water bijschenkt. Een sociale drank, die je drinkt met vrienden en ik weet niet meer of ik Vera ook wat aanbood, maar wel dat ze me erop aansprak. Ze had het eerder gezien, zei ze. Lang duurde die eerste ontmoeting niet, en veel was er niet aan de hand tussen ons. Eigenlijk niets. Ik weet nog dat ik haar leuk vond, haar blije lach, haar probleemloze houding en de uitdrukking op haar gezicht, maar het werd pas echt iets toen we een paar dagen later samen verder reisden. Op dat moment was ik al enkele maanden onderweg met een stel vrienden. Door te stoppen met mijn studie en te besluiten op pad te gaan, had ik me een nieuwe manier van leven aangewend die me zowel alert hield als ontspannen. Op reis zijn is zó anders dan met vakantie zijn. De begrenzing in tijd die verbonden is met vakantie bepaalt voor een groot deel hoe je je voelt en wat je doet. Maar als je zoals mijn vrienden en ik maand na maand per bus en trein door eerst Azië en daarna Noord- en Centraal Amerika gaat, je intuïtie volgend, luisterend naar de verhalen van andere reizigers, je plannen laat afhangen van stemming en zin, dan kom je pas echt tot rust. En het leek of door die bijzondere context ook de relatie met mij en Vera meteen een andere, grotere betekenis kreeg.

Vera bleek, zo vertelde ze in die keuken, zich al een paar dagen niet lekker te voelen en gebruikte het hostel in Bacalar meer als plek om weer beter te worden dan als springplank naar een volgende bestemming. Maar toen wij een uitstapje maakten naar de blauwe watervallen, besloot ze toch mee te gaan. Eigenlijk wilde ik haar daar aan het meer al kussen, maar ik vond het lastig te polsen wat ze van me dacht en pas toen we terug waren in het hostel, met zijn tweeën in de slaapkamer die we met zijn vijven deelden, durfde ik haar te zoenen en zoende zij terug. Het klinkt misschien raar, maar vanaf dat moment, een week na de eerste kennismaking, waren we een stel en zijn we de verdere reis een half jaar lang vierentwintig uur per dag samen geweest. Thuis begin je met daten. Je gaat eens naar de film, uit eten, en weer later deel je je eerste zoen. Maar in dezelfde intense ongedwongenheid als het reizen zelf, gedijde deze liefde. In een omgeving die wij beiden niet kenden waren we meer op elkaar aangewezen. Toen we een paar maanden later met ons hostel in Colombia in een verkeerde wijk belandden en bedreigd werden met een pistool waren we doodsbang, maar konden het ons niet veroorloven in paniek te raken. Zo word je vanzelf wel saamhorig. In korte tijd leerden we elkaar zo goed kennen dat het leek of we al een relatie hadden nog voor we dat hardop hadden kunnen uitspreken. Voor niemand van mijn vrienden was het trouwens een probleem dat wij ineens samen waren, iedereen vond het alleen maar leuk dat Vera toen ze beter was, besloot met ons mee te gaan naar Guatemala en Costa Rica in plaats van in haar eentje naar San Cristóbal. Maar op een bepaald moment had ik toch behoefte aan een soort bezegeling en in de bus door de dichte bebossing van het regenwoud, besloot ik haar te vragen of ze officieel mijn vriendin wilde zijn. Iedereen die we onderweg tegenkwamen, leek daar toch al vanuit te gaan. Ze lachte, en gaf me een kus. Ja, zei ze, ik ben heel graag je vriendin.

Maar het moment dat je uitspreekt bij elkaar te willen horen, beginnen de verwachtingen. Ik ben inmiddels zo’n twee jaar aan het reizen, maar als we echt samen willen wonen kan dat natuurlijk niet meer. Op dit moment logeer ik vijf weken in Nederland bij Vera, maar het is duidelijk dat zij toe is aan een ander leven met een baan. Ze wil iets doen met haar universitaire studie en ik snap dat dit het best in Nederland kan. Maar ik mag hier niet wonen en als ik naar Spanje zou emigreren, wat een mogelijkheid is door de dubbele paspoorten van mijn ouders, mag ik vijf jaar lang niet meer dan in totaal tien maanden het land uit. Wil ik dat? In Barcelona een Argentijns restaurant of hostel beginnen zodat Vera daar bij een internationale onderneming kan gaan werken? Wie weet. We zien wel. Als ik iets heb geleerd van reizen, is het wel het verrukkelijke leven in het moment.’

Vera (26) uit Nederland

‘Na mijn studie wilde ik er een paar maanden tussenuit. Ik had gespaard en ik had tijd, dus dit was het moment om een enkeltje Mexico te kopen, vooral omdat ik houd van de muziek die daar gemaakt wordt: zumba, reggaeton. Toen ik de Argentijn Pablo tegenkwam in de keuken van een hostel in Bacalar had ik al een tijdje rondgereisd met een Duits meisje, maar toen zij naar Cuba wilde en ik naar San Cristóbal, gingen we elk alleen verder. Nu miste ik haar en een beetje mismoedig door een oorpijn die ik opgelopen had bij het diepzeeduiken, stelde ik mijn vertrek naar San Cristóbal telkens een dag uit. Die ochtend nog had ik met mijn moeder gebeld en gezegd dat ik overwoog wat eerder naar huis te komen als de pijn zou aanhouden. Daar dacht ik allemaal aan toen ik Pablo bezig zag in het hostelkeukentje zijn mate aan het maken, een typisch Argentijnse kruidenthee die hij met een rietje dronk. Alle Argentijnen onderweg drinken dat. Hij leek aardig en aandachtig. Er ging een prettige kalmte van hem uit. Met zijn bruine ogen en donker haar was hij ook knap, registreerde ik tamelijk achteloos, want ik was niet bezig met romantiek. Een paar jaar eerder had ik eens een relatietje gehad maar ik vond het alleen of met vrienden ook prima.

Dus toen een van Pablo’s vrienden ’s avonds met die voor hostelreizigers uit de hele wereld zo kenmerkende mengeling van betrokkenheid en vrijblijvendheid, vroeg of ik misschien zin had de volgende dag met hen mee te gaan naar de watervallen van Palenque, stemde ik vooral toe vanwege die zeurende oorpijn. Ik kon toch nu mijn reis niet hervatten en misschien bracht het gezelschap wat afleiding en ik had geweldige verhalen gehoord over de watervallen. Fabelachtig blauwgroen waren ze, een jongentje uit de omgeving liet zien hoe je onder het neerstortende water kon duiken en dan in een grot terecht kwam. We hadden een geweldige dag. Ja, ik was blij er even tussenuit te zijn en lachte om Pablo’s grappen. Tussen hem en mij was het ineens vrolijk en spannend, niet zinderend romantisch maar wel blij en opgewonden. Misschien omdat ik de pijn even niet voelde. En die avond in de tot bijgebouw verbouwde Amerikaanse schoolbus zoenden we en twee dagen later veranderde ik mijn plannen en ging met hen mee naar Guatemala. Niet omdat ik dacht: dit is hem, maar: dit is hem voor nu. Achteraf denk ik, het moet die onbevangenheid zijn geweest die de weg opende voor onze liefde. Geen tijd om bezwaren te bedenken. Want vanaf het moment dat we onderweg waren, waren we vierentwintig uur per dag samen en vrijwel onmiddellijk een stel.

Ik heb nooit geweten dat liefde zo organisch kan ontstaan. Dat ik zomaar op een goed moment iemand zou kunnen tegenkomen en vervolgens, haast voor ik het wist, een relatie zou hebben. Thuis had ik waarschijnlijk eerst eindeloos om hem heen gedraaid, en hadden allerlei bezwaren en onzekerheden uiteindelijk de overhand gekregen. Maar in die vijf maanden in Guatemala, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama en Colombia was het alleen wij en die andere jongens, die trouwens nog geen wenkbrauw ophaalden over onze romance. Geen ruis, geen stress, alleen de kleine dagelijkse beslissingen die genomen moesten worden: zullen we vandaag hiken of snorkelen en wat zullen we koken, help me even met kokosnoten plukken dan maak ik er een shake van. Op een moment, tijdens een lange busreis door Costa Rica op weg naar een tropisch paradijs, keek hij me aan en zei: mag ik je eigenlijk mijn vriendinnetje noemen. Ik schoot in de lach, deed je dat nog niet dan, maar ik vond het ook leuk en lief dat hij me vroeg en de rest van de busreis heb ik doorgebracht met wennen aan het feit dat ik nu toch echt een vriend had. Een vriend, en dat vond ik wel jammer, die mijn ouders en vrienden thuis niet kenden.

Toen ik na een maand of drie terug moest naar Nederland, beloofden we contact te houden. Nu komt het erop aan, dacht ik. Nu zal duidelijk worden dat we in een geïsoleerde, kunstmatige omgeving verliefd zijn geworden. Nu zal blijken dat we in de gewone wereld geen kans hebben. Maar een paar maanden later alweer spraken we af in San Francisco. Geen moment was ik nerveus. Alleen maar blij om hem weer te zien, blij om zijn mate te zien maken, hem te zien lachen. Op dit moment logeert hij bij mij. Ik maak me over onze toekomst geen zorgen, al moeten we nog even goed uitzoeken waar we straks gaan wonen, want ik zoek alleen werk waarin ik iets kan doen met mijn studie en dat kan het best in Nederland. Ik heb nu lang genoeg gefreewheeld.’

De namen Pablo en Vera zijn gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Corine Koole maakt een podcast over de liefde: Van twee kanten. Daarin vertellen geliefden elk over (een speciale gebeurtenis in) hun relatie; ze worden apart geïnterviewd. Meedoen? Mail: lust@volkskrant.nl.

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In de podcast Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden