VAN TWEE KANTEN

Samen eten is haast samen zoenen, vindt Anton (47). Drie maanden nadat hij voor het eerst had gedineerd met Desirée (46), werd bij haar kanker geconstateerd....

'Ik ben nooit meer met een andere vrouw uit eten geweest'

Hij

'Als ze die avond niet met me uit eten had gewild, had ik dat beschouwd als een regelrechte afwijzing. Het is het kauwen, de kwetsbaarheid van het kauwen, de bewegingen van je kaken, je lippen; maar nog veel meer dan dat, is het de fysieke betrokkenheid die eten in hoge mate intiem maakt. In de twintig jaar dat we samen zijn, ben ik nooit met een andere vrouw uit eten geweest. Samen eten is haast samen zoenen. Een point of no return, dat zit erin. Heel anders dan samen drinken. Eten met een leuke vrouw is als truffel in de pasta. Het is zinnelijk, aards, een levensbehoefte. Etend ben je ongemaskerd, ongepantserd. Je proeft, ruikt, ziet, alles tegelijk. Vijftig centimeter van elkaar. Om je heen zijn de andere gasten, maar die merk je niet op.

Alleen wij waren er die dinsdag in Ristorante Roma. We aten scaloppine. Ik sprak, zij luisterde. Ik luisterde ook, maar die avond sprak ik voornamelijk. Over mijn moeder die ziek was. Desirée at netjes, anders was het me opgevallen. Storende factoren ontbraken. We waren het denken voorbij. De avond rolde zich uit, beloftevol, maar vooral plezierig. De avond gebeurde. Intuïtief besefte ik, toen we naar buiten liepen, terug naar haar huis, dat ik alles met haar samen wilde doen.

En toen ze drie maanden later kanker had, en ik aan haar bed stond, het eerder wist dan zij, ik naast haar ging zitten, haar hand greep, was er geen verdriet. Ze zei: 'Het is vreselijk, maar het is weg, ze hebben me immers geopereerd.' En ik dacht: we zien wel. Verliefdheid geeft zo krankzinnig veel energie. Ik ben geen rasoptimist, maar ik dacht: we koesteren de momenten. Ik nam een folder met ringen voor haar mee, meer als troostend gebaar dan dat ik zelf zo nodig moest en we gingen naar Slot Loevestein om onze trouwplannen te bespreken.

Een aantal jaren later was het terug. De artsen hadden gezegd: 'U bent genezen, nog een onderzoek is niet nodig.' Zij zei: 'Ach, toch nog maar een, voor de zekerheid.' En nu was het fout. Ze vertelde het me twee dagen later, toen ik weer terug was van een cursus. Ze had me willen sparen, maar dit was geen sparen, dit was onnodige, domme zelfkwelling. Wij hebben nooit een conflict. Ik kan me geen situatie herinneren dat Desirée rechts wilde en ik links, nu wilde ze me beschermen op een moment dat het erop aankwam. Deze keer was de operatie enger en spannender. We waren minder naïef, wisten welke sporen de chemo had getrokken in haar leven. De zondag voor de operatie hebben we de deur niet opengedaan. Zoals altijd in tijden van crisis kozen we voor onszelf. We voerden gesprekken, we zwegen, we zagen de Titanic op video - en wij zijn geen filmliefhebbers. Niets van wat er die dag gebeurde hadden we van tevoren afgesproken, niets van wat er die dag gebeurde had kunnen gebeuren als er anderen bij geweest waren en niets van die dag had ik willen missen. Zelfs Leonardo DiCaprio droeg bij aan het kalmeren van de zenuwen. Net als tijdens de eerste maaltijd, net als ons leven ervoor en erna, is het of de intiemste momenten zich zonder wil voordoen.

Drie jaar hebben we elke zomervakantie, voor de tent, gesproken over kinderen. We zeiden: hadden we vorig jaar besloten dat we het niet zouden doen, maar wat als? Wat als. Wat als de chemo effect had op het kind, wat als het niet meteen lukte. Alle mitsen en maren zijn in lange zomeravonden besproken. Dan heb je de kans om eindeloos te praten, dan heb je de afstand die nodig is om over dit soort kwesties te beslissen. Glaasje wijn erbij, nog een glaasje wijn erbij, veel glaasjes wijn erbij. De gynaecoloog had een eierstok laten zitten. Maar er waren geen kinderen bekend die waren geboren na zo'n heftige chemokuur als Desirée had gehad. Veel bekenden denken dat wij geen kinderen kunnen krijgen, maar het is een beslissing geweest. In de zomer van 1993 is die gevallen, aan het meer van Trasimeno. Het was al nacht toen we het definitieve besluit namen samen te blijven. Met zijn tweeën. En geen hond als surrogaat. We kochten een camper, om onze vrijheid kracht bij te zetten.

Als je ervan uitgaat dat een 18-jarig huwelijk als dat van ons verschillende fasen kent, zitten we nu in de vierde fase. Ik ben een jaar geleden voor mezelf begonnen, Desirée heeft zich met nieuwe energie op haar werk gestort. Het keerpunt voor fase vier wordt gemarkeerd door het huis in de Auvergne dat we vorig jaar kochten. Een veilige wijkplaats in een periode die zich opnieuw laat omschrijven als een waarin we zoekende zijn. Naar nieuwe betekenissen. Naar spiritualiteit. Het wonderlijke is, gedurende alle perioden lopen we gelijk op. Of misschien is dat helemaal niet verwonderlijk. Wij praten ons suf. Bij een glaasje. Bij het eten.'

***

'Ik liet me bedwelmen door het eten, de wijn, door hem'

Zij

'Hij schilde een sinaasappeltje, hij rook naar zoete aftershave en hij droeg een gebreide trui en een zwarte ribbroek waar zichtbaar geen vrouw bij hoorde. Hij liep over het plein van de school waar ik werkte, ik zag hem door het raam en dacht: nu weet ik waarom ik naar Gorinchem ben verhuisd. Veiligheid, dat was de overheersende sensatie van dat eerste moment. Een rust die bleef toen we afspraken, toen we gingen eten. Voor het eerst in mijn volwassen leven, ik was 27, zat ik tegenover een man met wie ik een normaal gesprek kon voeren. Ik zat tegenover hem, liet me bedwelmen door het eten, de wijn, door hem, en dacht - mijn enige consistente gedachte die avond, althans de enige die ik me herinner: als hij me maar niet gaat zoenen. Ik hoopte dat hij ook daarin anders was dan zijn voorgangers. Weer thuis, bij de voordeur, heeft hij me drie Hollandse kussen gegeven. Zo was het goed. Ik ben naar boven gerend, weer naar beneden, en opnieuw naar boven en heb gejoeld. Twee dagen later heb ik soep voor hem gekookt, en toen begon het aftellen. De minuten, de uren die het duurde voor ik hem weer zou zien. Wat was ik pijnlijk en gezellig en schrijnend en waanzinnig verliefd.

Hij stelt altijd de juiste vragen. Die vragen, over en weer, houden ons huwelijk krachtig. Dankzij zijn scherpzinnigheid kom ik steeds een stap verder, dankzij zijn humor hebben we veel lol. Het moeilijkste was niet mijn ziekte. Ik wist dat ik daar wel overheen zou komen. Veel moeilijker vond ik dat ik zelf veranderde. Dat ik me aantrok dat sommige van zijn vrienden lelijk tegen me deden omdat ze vonden dat mijn aanspraak op hem te groot was. Vreemd genoeg laat je je als je ziek bent juist uit het veld slaan door tegenslagen die eigenlijk niks met de aandoening te maken hebben. Je staat zo open voor negatieve invloeden dat je alle bloemen, brieven, telefoontjes, niet meer ziet. In de herfst van 1988 ben ik eens vreselijk in huilen uitgebarsten, ik was bang dat hij af zou haken. Ik kende hem net een paar maanden, was doodziek, labiel. Foto's van die tijd tonen een bleke, bolle chemo-kop. Maar tijdens onze eerste kerst, een paar maanden later, had ik alweer hazenpeper gemaakt en geserveerd op een grote schaal en de tafel gedekt met een papieren tafelkleed. We kochten een videorecorder, een koffiezetapparaat, een magnetron: ons vertrouwen in de toekomst. Ik koesterde die apparaten en droeg die eerste kerst een rode trui. De strijd om het leven leek gewonnen.

We hebben geleerd de dag te leven. Niet geforceerd, maar ontspannen ieder uur te benutten. Meer leven dan plannen. Toegeven aan opwellingen. Niet denken: dat huisje in Frankrijk kopen we als we met pensioen zijn. Niet zeggen: ik ben midden veertig, nu is het tijd om te werken en over een jaar of tien gaan we het wat rustiger aan doen. Mij niet te veel zorgen maken als er bij Anton eens wat minder opdrachten binnenkomen. Mijn leven is door de kanker, jazeker, en ook door Anton, nee, niet zoetsappig of verzoenend, maar intensiever geworden. Ik wil geen tijd vermorsen.

Afgelopen weekend zaten we tot drie uur heftig te praten. Anton is veranderd sinds hij voor zichzelf begonnen is. Hij moet af en toe stilgezet worden, dan draaft hij door. Als ik te weinig aandacht heb gehad, moet ik bewust een avond cre'ren waarop hij kan vertellen. Wij kunnen heel goed praten. Anton is de enige aan wie ik alles kan vertellen. Zonder rem. Zonder gêne. Liefde heeft wat mij betreft alles te maken met harmonie, niet in de verstikkende zin, dat onmin onder tafel moet worden geveegd, maar juist in de bevrijdende betekenis. Een goed huwelijk daagt je uit tot grote hoogten, laat je schitteren. Stimuleert.

In 1989 leek het opnieuw mis te gaan. Vier maanden leefde ik in de veronderstelling dat ik dood zou gaan. Ik had in gedachten al een nieuwe vrouw voor Anton geregeld, toen bleek dat een verkeerde diagnose was gesteld. Twee dagen lang hebben we champagne gedronken en ons laten bedelven onder bloemen. In 2003 ben ik weer geopereerd. Toen was het klaar. Vijftien jaar had ik geleefd in het besef dat het terug zou kunnen keren, nu had ik definitief gewonnen. Ik barst weer van de energie.

Vreemd, over die laatste ingreep hebben we weinig gesproken. Dat realiseer ik me nu pas. Misschien komt dat nog. Of misschien wilden we - onbewust - niet stilstaan, maar verder, niet omzien, maar voort. Met onze handen in de Franse aarde, hout zagen voor de kachel, zwijgend een fikkie stoken in de tuin. Hij met petje, ik zonder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden