VAN TWEE KANTEN

Micha (37), de impulsieve, vroeg zich meteen af hoe haar voornaam zou combineren met de achternaam van Edsel (52), de gecontroleerde....

[hl2]'Micha overweldigt, overdondert, overspoelt. Ze beangstigt'[/hl2]

HIJ

'Ze wil meer. Altijd. Een grens is er om overschreden te worden.

Nachtenlang vrijen. Urenlang praten. Honderd procent is niet voldoende. Pakt ze een cadeau in, dan doet ze er niet gewoon een papiertje omheen, nee, eerst pakpapier, dan versiersels en plakkertjes die refereren aan de inhoud. De eerste keer denk je: wat geweldig. Dan blijkt dat ze het telkens doet, bij iedereen. Van verjaardagen maakt ze een project.

Zoals ze van alles een project maakt. Van het huis, de kinderen, van mij. Micha is geweldig. Het is fantastisch om haar project te zijn, nooit gebrek aan aandacht. Altijd overrompelend.

En daarbij: ze is zo mooi. De eerste keer dat ik haar op het schoolplein van de Vrije School zag, dacht ik: wat een beauty, wat een onbereikbaar mooie vrouw. Haar lichtblauwe ogen, haar gebaren, alles heeft die ongekende gretigheid. Op een avond, in het begin van onze verhouding, kwam ik thuis. Een woensdagavond was het. Ik deed de deur open en trof een spoor van kaarsen aan. Op de trap lagen briefkaarten, met teksten als: welkom, ik wacht op je. De romantiek spatte ervan af. Ik liep naar boven, opende de slaapkamerdeur. Perplex. De kamer was helemaal behangen met draperieën, overal hingen en ruisten lappen en doeken. De muren waren niet meer zichtbaar. Een tantristische seksruimte. En te midden van de doeken lag Micha in een satijnen hemdje met spaghettibandjes.

Ze was meteen uit haar werk naar mijn huis gefietst en aan de slag gegaan.

Mijn hart bonsde. Volledig van mijn stuk gebracht. Het was of ik bij mijn haren een nieuwe wereld van lust en seksualiteit werd binnengesleept.

Ik schoot niet in de lach, maakte geen grapjes, nee, waarom zou ik, dit was bloedserieus. Ik viel op mijn knieën en huilde. Dat ze zo veel moeite voor me deed. Dat een vrouw die ik zo bewonderde, mij zo graag wilde hebben.

Ik werd bang haar kwijt te raken. Ik raakte de greep op mijn leven kwijt, raakte uitgeput van het behagen. Op het moment dat passie een doel wordt, krijg je geen energie meer. Dan kost de liefde energie. Bakken. De extase werd een behoefte die continu bevredigd diende te worden.

Micha overweldigt. Ze overdondert. Ze overspoelt. Ze beangstigt. Ik was een kalm leven gewend, met vrouw en kinderen. Met Micha was geen plek voor kalmte. Slapen kan altijd nog. Overdag dommelde ik weg tijdens vergaderingen. Alles werd ondersteboven gekeerd, de liefde moest worden beleefd en genoten en geconsumeerd. Ik droomde 's nachts dat ik in een onbestuurbare auto zat. Ik zat op de passagiersstoel en op de plek van de bestuurder was het leeg. De auto reed in volle vaart op mensenmassa's af, ik kreeg het benauwd, wilde remmen, het lukte niet. Eén keer belandde de auto in het Noord-Hollands kanaal.

De enorme hartstocht die we bij elkaar oproepen, kan Micha beter aan.

Zij fladdert en vlindert, gaat op de kick af. Ik vind het helemaal niet erg om na zes jaar de berg een stukje af te dalen. Ik zeg steeds vaker: een zeventje is ook goed. Ik wil het cadeau rustig uitpakken. Het is een beetje zoals zij met haar kinderen omgaat. Zij roept als ze thuiskomen: ”Jongens wat gaan we doen? Gaan we kleien, knutselen, tekenen? ”Ik zeg:”Ha jongens, leuk dat jullie er zijn, ik ga even een uurtje gitaar spelen.”De passie als verslaving, het hypersensitieve is een must en, laat ik eerlijk zijn, niet alleen haar verslaving. Want ook al raakte ik een jaar geleden volledig uitgeput en zo overspannen dat ik een tijd mijn werk niet kon doen, ik zie heel goed dat een andere vrouw me nog niet de helft te bieden heeft. Deze liefde is zo ontzettend groot. Ik dacht altijd dat grote liefdes voor puristen waren, niet voor nuchtere vijftigers als ik. Ik wil alles voor haar doen, maar wij schelen vijftien jaar. Ik ben opgegroeid met andere normen. Ik wil geen schulden, ik kan geen geld uitgeven. Dus als zij een bank ziet van 5000 euro waar we met z'n tienen op kunnen zitten, denk ik: dat moeten we maar niet doen. Zij roept: ”Maar ik wil hem.” De conflicten lopen af en toe hoog op. Soms wel drie, vier keer in de week knallende ruzie. Sta ik als een dwaas te schreeuwen. Denk ik: Edsel, waar ben je mee bezig. Dit heb je nooit eerder in je leven gedaan. De drift, die keerzijde van de passie, die zij in me los kan maken, verontrust me. Als een kleuter ben ik aan het stampvoeten, midden in de kamer. Ik, de altijd harmonieuze, bedaarde Edsel.

Ja. Vandaag trouwen we. De zekerheid dat we voor altijd bij elkaar blijven, is er nooit. Eén ding weet ik wel: mijn behoefte aan Micha is zo groot, zo vreselijk groot. Voor haar zet ik alle twijfel opzij. Met haar ga ik de komende jaren op zoek naar harmonie.'

***

[hl2]'Edsel houdt me op een mooie manier op de grond'[/hl2]

ZIJ

Zijn lach. Een innemende lach. Een brede lach. En zijn zwarte krullen. Ik sprak hem op het schoolplein, een gemeenschappelijke vriend was overleden, daar hadden we het over. En eenmaal thuis repeteerde ik zachtjes de combinatie van mijn voor- en zijn achternaam.

Micha Maars. Hoe zou dat klinken, vroeg ik me af, en tegelijk: waar gaat dit over? Wat doe je? Micha Maars. Het bleef gonzen in mijn hoofd. Op een dinsdagochtend zijn we gaan wandelen over het strand van Bergen.

Op mijn uitnodiging. Hij zei nog: ”Je komt wel heel dichtbij.” We lagen samen onder mijn BX, nadat een deel van de bumper er onderweg af was gevallen. We spraken over relaties, hij luisterde, hij vroeg door. Ik had een fikse depressie doorgemaakt, waarvoor ik tijdelijk was opgenomen. Daar vertelde ik over. Zelf schoot hij vol bij de herinnering aan de dag dat hij zijn scheiding aankondigde bij zijn kinderen. Ik vond hem helemaal de man. Helemaal top. Gevoelig. Slim. Zijn lekkere lange lijf, de stem, de zachtheid in zijn ogen. Hij zei weer: je komt wel dichtbij. Ik vroeg: kun je dat aan? Ja hoor, zei hij.

Nou, niet dus. Het was een paar weken later. Hij had me gebeld na een wat mislukte avond, waarin hij netjes afstand had gehouden omdat ik een vrouw in scheiding was. Hij voelde zich een verliefde puber, bekende hij, de hele dag dacht hij aan me, wilde hij me. Dat was waarop ik gewacht had. Ik snelde naar zijn huis. Hij wachtte in de deur. Ik vloog hem in de armen. Hij schrok: ”Wat ben je direct.” Daar heeft hij het nog steeds over. Hoe spontaan ik was, hoe spontaan ik ben. Het werd een heel mooie avond, we hebben veel van dat soort avondjes gehad. Dat we verstrengeld naar muziek luisterden op zijn gele kleed. Ik had Winanda meegenomen, een Nederlandse zangeres die Spaanse liederen zingt. Ik wist: met hem word ik oud, alles is geweldig met hem.

Nooit gedacht, toen, dat we zoveel conflicten zouden krijgen. Huishoudelijk gekissebis. Hij is iemand die berekent, calculeert, hij is gecontroleerd.

Ik ben impulsief. Ik houd ervan om drankjes en hapjes mee het bed in te slepen en samen wat te lezen, tv te kijken, of gewoon te liggen. Hij vindt kruimels in bed ongemakkelijk. Zit niet lekker in bed. Ik wil zes soorten beleg, hij twee. Dat soort conflicten is slopend. Want daarachter gaat een wereld van veel wezenlijker dingen schuil. Een manier van leven, een manier van denken, ja, van zijn. Hij eet iedere dag drie boterhammen met hetzelfde beleg. Een met kaas en komkommer, een met hagelslag, en de derde met appelstroop of pindakaas. Soms roep ik: nou Edsel, wat wordt het vandaag? Appelstroop of pindakaas? Haha. Hij heeft eens van een vriendin een komkommer voor zijn verjaardag gekregen.

Nu, op dit moment gaat alles goed. Al langer dan een week geen knallende ruzies gehad. Ik probeer ze voor te zijn door een grapje te maken.

Als hij moppert omdat ik de afwasmachine verkeerd heb ingeruimd, zeg ik lief: wat fijn Edsel dat jij zo goed voor ons zorgt. Maar vaak

vraag ik me af of we het redden. Ik wil graag dat alles goed gaat, geloof niet in het opbouwende effect van ruzies. Ze zijn vermoeiend, uitputtend. Vorig jaar, toen hij overspannen op de Veluwe zat, had ik een goede tijd. Met de kinderen leefde ik zoals ik het liefst zou willen leven: picknicken op het bijzettafeltje omdat de eettafel vol ligt met knutselspullen, met z'n allen in een slaapzak voor de televisie in slaap vallen. Het was fantastisch, maar wel in de wetenschap dat Edsel weer terug zou komen.

Ik kan niet zonder hem. Ik ben wel eens bang mijn eigenheid kwijt te raken, in mijn wens hem te pleasen. Ik word nerveus als ik weet dat hij bijna thuis kan komen van zijn werk en het eten nog niet klaar is, als hier drukke vriendjes zijn, van wie ik weet dat hij ze niet kan uitstaan om de herrie. Als mijn zoon zijn breakdance-oefeningen uitprobeert in de huiskamer.

Maar ik word somber als ik denk aan een leven zonder Edsel. Hij houdt me misschien op een mooie manier op de grond, dat zou best kunnen.

Maar een te aards leven ambieer ik niet, vind ik saai. Ik geef graag geld uit, hij niet. Ach, wat ben je toch een zure stakker, denk ik wel eens, en tegelijk, als ik hem zie, zijn magere lijf: wat hou ik van je. Moet ik alleen gaan wonen? In een huis met mijn eigen boterhammen en mijn eigen afwasmachine? En de nachten dan? Iedere dag kijk ik uit naar de nacht. Ik doe een kast open in de slaapkamer, op zoek naar kleding, kijk naar het bed en denk: wat er ook gebeurt vandaag, vannacht zijn we samen.

Dan slapen we dicht tegen elkaar aan en morgenochtend worden we samen wakker en kletsen wat. Want we hebben elkaar lief. Zo lief.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden