VAN TWEE KANTEN

Priscilla (29) en Lexito (45) hadden een werkrelatie. Hun indruk van elkaar: een arrogante, vervelende man en een vrouw die saaie, voorspelbare vragen stelt....

tekst Corine Koole . fotografie Krista van der Niet

'Vertel meer, zeiden haar ogen, ik heb het wel naar mijn zin'

Hij

'De ochtend van een zakelijke ontmoeting, waarop ze me goddank niet zoals de eerste keer lastigviel met saaie, voorspelbare vragen van een briefje - die ochtend dus, ergens in de herfst van 2005 - liep ik met een appel in mijn hand achter accountmanager Priscilla op de trap van een gemeentehuis waar ik werkte. Ik keek naar haar billen, en van haar billen naar haar benen, en van haar benen naar haar enkels. Mijn stappen waren licht. Ik had het druk, moest nog een ander huis zoeken, makkelijk was het allemaal niet, maar het besluit om te scheiden was genomen en daardoor had zich een enorme opluchting van mij meester gemaakt. Klaar, dacht ik, ik sta weer alleen. Eens kijken wat het leven me in de tweede helft te bieden heeft. Ik zette mijn tanden in de appel, nam een hap, bekeek haar opnieuw van boven naar beneden, had niets met haar, wilde niets met haar, maar was verheugd over de schoonheid van haar enkels en vond het leven goed. Een man op een keerpunt in zijn leven is extra gevoelig voor fraaie enkels. Priscilla's enkels zijn de perfecte, slanke, bijna argeloze verbinding tussen haar been en voet, de sublieme overgang naar het scheenbeen en het kuitbeen. Niet te fors, zeker niet te iel.

Een paar zondagen later ging ik voor het eerst in jaren weer in mijn eentje de stad in. Ik had wat cd'tjes gekocht, liep in gedachten De Slegte in en toen beng!, liep ik tegen accountmanager Priscilla aan. 'Goedemiddag, mevrouw Lopez. Alles goed?' 'Goedemiddag, meneer, ja hoor, alles in orde. Dank u.' Of je loopt na zo'n begroeting door, of je maakt een praatje.

Er was iets rozigs tussen ons. Een wolkje. Professioneel had ze zich dan misschien niet verpletterend gepresenteerd, maar die indruk had gezelschap gekregen van de enkels. En van mijn goede humeur. Ze was erg mooi, dat moest gezegd, blond, jong, dat zag ik ook, in de deuropening van De Slegte. Kortom, het was niet bepaald de buurvrouw die ik tegen het lijf liep. Dus toen er na wat formaliteiten een stilte viel, zei ik: 'Zullen we even een bakkie doen?' Ze stemde toe. Maar had ze nee gezegd, dan was ik er niet treurig onder geweest. Ik verkeerde nog steeds in die enigszins euforische stemming waarin je door niemand bevestigd hoeft te worden. Te vervuld van mijn nieuwe status als single. In café Pol was het goed. Meteen. Geen hosanna, maar wel sluimerend beloftevol. Het rozige wolkje groeide. En toen ze vertelde dat ze met vakantie ging naar Cuba en een koffer ging kopen en een camera, vroeg ik zonder er een gedachte aan vuil te maken: zal ik even meegaan?

De vrouw van mijn leven was ze op dat moment zelfs nog niet in mijn gedachten. Ik was nieuwsgierig, ontspannen, ze keek me aan, vragend, uitnodigend, ga verder, zoiets. Vertel meer, zeiden haar ogen, ik heb het naar mijn zin. Dus kletste ik door. Over van alles, geen idee meer, vakanties, zal wel, Parijs. En nu, een jaar later, is het voor altijd. Ja. Dat is vreemd, dat ik zeker weet dat het voor altijd is. Grote liefde begint met de verkeerde vragen, een appel en goede enkels. Ik realiseerde het me pas later, na het sms'en, na het etentje dat na een paar dagen volgde op café Pol, na het zoenen op de Maasvlakte, elke ontmoeting ging ik een stukje verder de lucht in. Ineens zei ze de juiste dingen, en ook in haar werk bleek ze een stuk slimmer dan ik dacht. Dat is verliefdheid: goede momenten die andere, nog betere momenten uitlokken.

Er is achteraf niet een beslissend moment aan te wijzen waarop ik me realiseerde dat ik me opnieuw aan het vastleggen was. Niet toen ze vroeg: 'Ik dacht dat jij netjes getrouwd was', niet toen ze op een afspraak arriveerde in strak zwart en met losse haren. Zelfs niet toen bleek dat ze net zo gek is op Parijs als ik, en daar met me wilde gaan winkelen. Ja, ik dacht: hop, in the pocket. Dat dacht ik. Niet: dit is mijn nieuwe verkering. In café Dizzy wilde ze weten wat mijn favoriete muziek was om de liefde op te bedrijven, een spannende vraag voor een eerzame huisvader. Als er al momenten waren dat ik besefte dat onze verhouding noodzakelijk werd, waren het deze: als ze weg was. Als ze na een leuke avond de fiets nam en verdween tussen de mensen. Dan merkte ik dat ik van haar hield. De pijn van het alleen zijn was echte pijn. Geen geile pijn, geen spijt dat ik die avond geen hevige seks met haar had gehad, maar zielepijn. Wat ik meemaakte was groter dan ik ooit had meegemaakt. En nu, een jaar later, is het allermooiste: voelen dat ze naast me ligt als ik dacht dat ik alleen was. Het delen van die halfbewuste, weerloze, minuten van het wakker worden en inslapen. Naast haar indommelen en zweven, dromen, en je hele leven in je armen hebben, en weten dat alles met alles klopt.'

***

'Wow,dacht ik, wat heeft hij dat me al die tijd niet is opgevallen?'

Zij

'Ik vond hem altijd arrogant met zijn houding van joh, meisje, wat weet jij ervan. Hij was een van mijn opdrachtgevers. Afdelingshoofd. Dan keek hij naar me, met spleetoogjes, zijn gezicht in een superieure grijns. Bah. Vervelende man. Het waren altijd maar korte gesprekken op dat gemeentehuis ergens in Zuid-Holland. Meestal probeerde ik iemand mee te nemen, een collega, om mijn ongemak mee te delen. Hij zag er wel lekker uit, dat was het enige, maar hij was getrouwd, had kinderen, dus dat was dat. Niet interessant. Onaardig.

Zondagmiddag, in de stad. Ik was niet helemaal helder van het stappen de nacht ervoor. Het liefst was ik thuis gebleven, op de bank, maar ik had spullen nodig voor de vakantie. Ik loop De Slegte uit, hij komt naar binnen. Baf. Vol botste ik tegen hem aan, ik keek in zijn sprankelende ogen, wow, dacht ik, wat heeft hij dat me al die tijd niet is opgevallen?

'Euh, nou, dat is ook toevallig dat ik u hier tegenkom, ik kom nooit in De Slegte.' Ik zei dat ik een cadeautje zocht voor iemand van 40, dat hij misschien een suggestie had, want hij was duidelijk de 40 gepasseerd, haha. Slachtoffer van tegenstrijdige, struikelende, opwindende gedachten. Ik wilde met hem koffiedrinken, maar durfde niets te vragen, dolblij was ik toen hij na een korte stilte het initiatief nam.

Ik zie me nog zitten, in café Pol, instant verliefd, en maar doen of mijn cappuccino nog niet op was, telkens opnieuw die kop aan mijn lippen zettend, tot er echt geen druppel meer inzat, zelfs geen fake. Ach, het zit hem in kleine dingen, natuurlijk. Hoe kan het anders? We bleven op onze hoede, we hadden een zakelijke relatie, ik was veel jonger. Maar hij keek, hij keek, zo belangstellend. Zo zat hij: dwars op de tafel, benen parallel aan het blad, ik ben er maar ik ben er ook weer niet, en intussen keek hij me stralend aan. Hij droeg een pak, een mooi pak, ik val op pakken. Ik dacht: dit is helemaal geweldig.

Nu is het klaar, nu gaat hij links, ik rechts en dan zie ik hem pas weer op kantoor, dacht ik toen we de rekening betaalden. Tot ik hem hoorde zeggen: zal ik even meegaan een camera kopen? Een koffer en een camera hebben we gekocht en daarna zijn we een borrel gaan drinken en heeft hij een foto van me gemaakt met zijn mobiel. Toen wist ik het. Want wanneer maakt een man met zijn mobiel een foto van een vrouw? Precies. Dan is er meer aan de hand. Wij waren voor elkaar bestemd. Ik geloof wel in liefde op het eerste gezicht, voor altijd en eeuwig. Ik juichte, zij het inwendig. Want toen het tijd was om te gaan en hij meeliep naar de tram, dacht ik: nu niet zoenen ten afscheid, gewoon je hand de lucht in, nou doei zeggen en de tram inschieten. 'Ik bel je morgen, voor die overeenkomst', riep ik nog, ha, dat gaf me een mooi alibi, lang leve de zakenrelatie. Ik was helemaal blij. He-le-maal blij.

De twijfels kwamen later. Ik heb altijd iets met mannen waar iets mee is. Die niet sporen. En nu had ik een verhouding met een oude man. Ik vertelde het aan niemand. Een vriendin vroeg: wat straal je, is er wat? Nee, hoor, er is niets. Nou ja, toch, ik ben verliefd. Op een oude man. Dat meen je niet? Op die man van je werk? Ja, ja, die arrogante zak. Weet je dat hij heel leuk is en heel zachtaardig en spannend en mooi?

De eerste paar keer hebben we niet gezoend. Daar had ik de pest over in. Waarom heb ik hem niet gezoend? Waarom heeft hij mij niet gezoend? Ik kon er niet van slapen. De eerste zoen was op de Maasvlakte, een paar dagen na de botsing, 12 oktober 2005. We liepen gearmd. Wisten wat er ging gebeuren. Rechts was de zee. Geen golf te zien, het was mooi herfstweer. Hij zei: 'Wat moet ik hier nu mee?' Ik zei: 'Als het goed voelt, moet je er voor gaan. Een moment later lagen we in het zand. Rollend.

Sinds De Slegte is het eigenlijk alleen maar beter met me gegaan. Hij sms't: ik mis je, net als ik hem hetzelfde sms. Wij denken over alles hetzelfde. Ik hou van zijn stijl, ik hou van zijn overhemd met roze bloemen, ik hou van de kaarsen in de gang, de verse bloemen op zaterdag, ik hou van de gedeelde overtuiging dat je iemand tot in de toppen van zijn tenen kunt leren kennen. Ik hou van zijn twee kinderen die me soms mama noemen, per ongeluk, en ik hou van de champagne die klaar staat als ik een weekend ben weggeweest voor mijn werk.

Kijk mij, denk ik als ik door het raam naar beneden kijk op zijn brede lange lijf, zijn mooie kop. Ik heb de allerleukste man van de hele wereld.

We zeggen dat hij 106 wordt, en dat we dat samen gaan vieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden