InterviewRob Parry

Van Le Corbusier tot Richard Serra: ontwerper Rob Parry over zijn favorieten

De rode brievenbus werd iconisch, maar Rob Parry (94) creëerde nog véél meer. De ontwerper over de kunst en architectuur die hem inspireren. 

Rob ParryBeeld Oof Verschuren

De rode dubbele brievenbus was bijna een halve eeuw een opvallende figurant in het Nederlandse straatbeeld. Van de smalle straten van de Amsterdamse volksbuurt De Pijp tot de lommerrijke lanen van Wassenaar of de jarenzeventigbetonflats van het Rotterdamse Pendrecht – overal zag je hem. Iedereen kent hem ook, zelfs de jongvolwassenen die zijn opgegroeid met Whatsapp en Snapchat. Het is een icoon uit het Nederlandse design, gelijkwaardig aan het briefgeld van Ootje Oxenaar of het wijnglas van Copier.

Toch is medeontwerper Rob Parry (1925) – hij ontwierp de bus samen met Emile Truijen – er gelaten onder dat zijn beroemdste ontwerp langzaam is verworden tot een museumstuk. ‘Mijn ontwerpen zijn er om gebruikt te worden. Daarin ligt hun betekenis.’ Bij de introductie in 1962 was de brievenbus door het gebruik van polyester – destijds een noviteit – en een slimme mechaniek om de bus te legen meteen een opvallende verschijning in het straatbeeld. En door de knalrode kleur en strakke contouren natuurlijk. In 2006 werd de laatste ‘tweelingbus’ vervangen door de huidige oranje. Die heeft het een stuk minder druk dan de zijne: ‘Mensen schrijven geen brieven meer tegenwoordig.’

Het imposante oeuvre van Rob Parry loopt uiteen van interieurs en meubels tot beursstands, tentoonstellingen, sieraden, belettering en zelfs speelgoed. Hij behoort tot de gouden generatie van ontwerpers als Wim Crouwel (‘zo’n aimabel mens!’), Friso Kramer (‘die was wat ingewikkeld’) en W.H. Gispen (‘zeer bekwaam, maar zeer eigenwijs’). Het zijn de reuzen op wier schouders de huidige generatie Dutch designers staat. Voordat hij in 1950 zijn eigen bureau begint, werkt Parry nog bij Gerrit Rietveld. Achteloos, maar niet zonder trots toont hij een handgeschreven briefje: ‘Beste Parry, zou je als er niets dringender is, een heel rustige eetkamerstoel kunnen bedenken?’ Hij leerde er ontwerpen in eenvoud, maar met conceptuele diepgang. ‘Na het werk gingen we koffiedrinken, soms met Truus Schröder erbij, om verder te praten over kunst en architectuur.’

Pas op 70-jarige leeftijd doet hij een stapje terug en sluit zijn studio. Zijn grote successen liggen dan al achter hem, in de naoorlogse jaren van schaarste en wederopbouw. Met vooruitgangsgeloof én pragmatisme ontwerpt hij meubels die modern ogen, comfortabel zitten en efficiënt te maken zijn. Van zijn Model 1611 voor meubelfabrikant Gelderland – beter bekend als ‘de matrasfauteuil’ – worden er meer dan 60 duizend verkocht. Een succes dat te danken is aan de afneembare matras met losse hoes, die gemakkelijk te reinigen en vernieuwen is. Goed om te weten: het is 1952 en Ikea is slechts een obscure timmerwerkplaats op het Zweedse platteland.

Ontvangen doet Parry in een keurige Haagse seniorenflat. Vertellen over kunst, vormgeving en architectuur doet hij graag; zonder een zweem van nostalgie maar wel doorspekt met historische anekdotes. ‘Zullen we daar een wijntje of borreltje bij nemen?’ Zijn interieur fungeert daarbij als aangever: kleurrijke doeken van Kees van Bohemen aan de muur, de kast met exotische beeldjes en natuurlijk diverse designklassiekers, achteloos in gebruik. Een Zigzagstoel in de gang, de Leather Lounge Chair van Charles en Ray Eames voor de tv en bij het raam een fonkelnieuwe Lotus Chair, zijn luie zitstoel die sinds twee jaar opnieuw wordt uitgebracht onder de noemer Rob Parry Originals. De stoelen worden vervaardigd door een sociale onderneming die mensen die zijn vastgelopen in het arbeidsproces een nieuwe kans geeft met een vakopleiding in onder meer meubelmakerij. Want: ‘Een goed ontwerp draagt iets bij aan de wereld.’

Tekening: Modulor, Le Corbusier

‘Een tekening die mij altijd heeft geïnspireerd bij mijn ontwerpen is de Modulor van de architect Le Corbusier’, zegt Parry, terwijl hij een fotoboek toont van zijn eerste studio aan de Haagse Hoogstraat, boven de brocantewinkel van zijn ouders. Met zijn vinger wijzend op een grillig mensfiguur dat op een deur is geschilderd: ‘Kijk, daar op de deur staat de Modulor. Dit was voor Le Corbusier de maatstaf voor al zijn ontwerpen. Het was zijn abstracte versie van de Universele Mens van Leonardo da Vinci. Hoe hoog een plafond moest zijn, de lengte van een tafel, de plaatsing van een raam, het was allemaal gebaseerd op dit mensfiguur. Zijn gevoel voor verhoudingen is ongekend, fascinerend hoe hij hele steden in een prachtig ritme heeft vormgegeven. Toch is Le Corbusier niet perfect. Opmerkelijk genoeg schoot hij juist in menselijk opzicht tekort. De appartementen van zijn woongebouw Cité radieuse in Marseille, waar hij de Modulor voor het eerst in de praktijk toepaste, zijn bijvoorbeeld klein en niet vriendelijk ingedeeld. Hij wilde het beste voor de mensheid, maar de individuele mens zag hij daarbij over het hoofd.’

Le Modulor, 1950 van Le Corbusier.Beeld Collection Centre Pompidou, Musée national d'art moderne© Centre Pompidou / Dist. RMN-GP/ Ph. Migeat © FLC, ADAGP, Paris 2015

Ontwerper: Philippe Starck

‘Een ontwerp dat ik jarenlang in huis had, is een lamp van Philippe Starck die feitelijk niets meer is dan een tl-buis die rechtop in de hoek stond. Aan het uiteinde van de buis zit een zwarte rubberen stop met stoere aan-en-uitschakelaar. Heel simpel, maar zo mooi. Ik heb Starck eens ontmoet met studenten van de Willem de Kooning Academie, waar ik jaren les heb gegeven. Dat was in dat beroemde interieur van hem, met die trap’, zegt Parry verwijzend naar Café Costes in Parijs. Dit interieurontwerp uit de jaren tachtig – met inderdaad een monumentale hemelsblauwe trap als blikvanger – zou de basis worden van het internationale succes van Starck. ‘Hij is nog van een generatie ontwerpers die werkelijk alles ontwerpt, van stoelen tot tandenborstels en auto’s. Ik zou zo graag eens al zijn werk bij elkaar zien. Maar er is eigenlijk nooit een tentoonstelling over hem geweest, wat jammer is.’

Philippe Starck in 2019Beeld Els Zweerink

Eten: Libanees

‘Mijn vrouw is opgegroeid in Egypte met een Maltese moeder en een Nederlandse vader, die loods was op het Suezkanaal. Zij heeft altijd graag Libanees gekookt met couscous, gekruid vlees en dolma’s. Ik vind die smaken veel spannender dan de Hollandse kost.’

DolmadesBeeld Getty Images

Reizen: Mexico

‘Wij hebben altijd veel gereisd, maar geen land is ons zo dierbaar als Mexico. De cultuur van de Egyptische farao’s is verdwenen, net als de oude Griekse cultuur en de Romeinen. Maar in Mexico is de antieke cultuur van de Azteken nog zichtbaar. Wat mij fascineert is de clash van de Azteken met het katholicisme. Dan zie je in een kerk de mensen op de grond kruipen naar een altaar en tequila offeren. En al die standbeelden waar dan symbolisch ledematen van worden afgehakt, omdat de offeraars hun zin niet krijgen. Het is een cultuur vol geweld, al hebben wij er nooit iets vervelends meegemaakt. Ook het landschap is zo divers. Wij hebben alles gezien, met een taxi door de rimboe, met een propellervliegtuigje naar de bergen, langs de oceaankust rijden of met de bus door naar Guatemala zelfs. Wij zijn nu niet meer in staat om fysiek te reizen maar elke zondagmiddag gaan we even naar Mexico. Dan schenken wij hier een margarita, een cocktail van tequila, cointreau en citroen, met een beetje zout op de rand van het glas.’

Kathedraal in San Cristobal de las Casas, Chiapas, Mexico.Beeld Corbis via Getty Images

Kunstwerk: Grottekeningen van Lascaux

‘Ik was met mijn vrouw op huwelijksreis in Zuid-Frankrijk. Zij wilde een middag wat winkelen of iets dergelijks. Ik wilde heel graag de tienduizenden jaren oude grottekeningen van Lascaux bekijken. Maar ik was er net op een dag dat het gesloten was. Toen heb ik het huis van de directeur opgezocht en aangebeld. Vervolgens heb ik een privérondleiding weten los te peuteren, wat bijzonder was omdat niet veel later de grotten werden gesloten voor het publiek. Bezoekers worden nu langs een replica van de oorspronkelijke grot geleid. Het was adembenemend om daar in alle stilte voor een van de eerste kunstwerken van de moderne mens te staan.’

Grottekeningen in the Lascaux grot, Vezere vallei, FrankrijkBeeld De Agostini via Getty Images

Museum: Kunstmuseum Den Haag

‘Alleen al dat gebouw van Berlage is ongeëvenaard. Prachtig hoe alles in dit totaalontwerp in samenhang is, van de deurklink tot het tegelwerk en de vijvers. En die prachtige collectie van De Stijl die daar weer fantastisch bij aansluit. Dit museum is echt één groot tijdsdocument. Museum Voorlinden, hier vlakbij, vind ik trouwens ook een fraai gebouw. Heel licht en open. Maar vooral vanwege de tuinen van Piet Oudolf. Die zijn sprookjesachtig mooi. En ze hebben een werk van Richard Serra!’

Kunstmuseum Den Haag, het voormalige Gemeentemuseum.Beeld Gerrit Schreurs

Kunstenaar: Richard Serra

‘De eerste keer dat ik werk van Richard Serra zag, moet in het Boijmans in Rotterdam zijn geweest. Ik was verpletterd. Zo een krachtig gebaar, om dat gigantische staal midden in een ruimte te plaatsen. Het bijzonderst vind ik zijn installatie in het Guggenheim in Bilbao. Dat grillige metalen gebouw van architect Frank Gehry dat zo prachtig glimt in de zon en dan binnen dat rechte, roestige staal van Serra. Ik zou graag eens een Zigzagstoel van Rietveld zien naast dat werk van Serra. Beiden hebben een enorme impact op de ruimte. Ze trekken zich niets aan van hun omgeving en snijden door alles heen. Ze domineren alles.’

Sculpturen van Richard Serra in the Arcelor Mittal Gallery van het Guggenehim Museum Bilbao SpainBeeld Cover/Getty Images

Tijdschrift: Open Oog

‘Te vaak is een huis of een kantoor al compleet ingericht en dan moet er nog snel even een kunstwerk worden opgehangen. Ik heb kunst altijd geïntegreerd in mijn interieurontwerpen. Zo heb ik veelvuldig werken van Kees van Bohemen en Gerti Bierenbroodspot toegepast in bijvoorbeeld het kantoor van verzekeraar Achmea. Natuurlijk heb ik vervolgens ook voor mijzelf werk van hen gekocht. Kunst moet persoonlijk zijn. Een dierbaar kunstbezit zijn deze boekjes van Willem Sandberg, Open Oog .’ Twee broze exemplaren van deze zeldzame ‘avantgardecahiers’ hangen ingelijst en toch nonchalant aan de keukenmuur. De toenmalige directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, Willem Sandberg, publiceerde de zeldzame cahiers met bijdragen van Gerrit Rietveld en Mart Stam vlak na de Tweede Wereldoorlog. ‘Toen ik Sandberg eens ontmoette, heb ik hem meteen gevraagd om een affiche te signeren met daarop het omslag van een van deze boekjes.’ Inderdaad hangt er naast de boekjes een ingelijste poster met zwierige krabbel aan de keukenmuur.

Tijdschrift Open Oog van Willem SandbergBeeld Ellen van de Sande

Architect: Dom van der Laan

‘Dom van der Laan was monnik én architect. Hij heeft veel religieuze gebouwen ontworpen die opvallen door hun rust en eenvoud. Elk detail klopt. Zijn broers waren trouwens ook architecten en bouwden kerken.’ Van der Laan (1904-1991) werkte een groot deel van zijn loopbaan aan een strenge architectuurtheorie van wat hij ‘het plastisch getal’ noemde. Dit was een berekening van de optimale maatvoering van een gebouw, verwant aan de gulden snede of de fibonaccireeks. De hoogte van het plafond, de plek van de ramen, de breedte van een kamer: met mathematische cijferreeksen stonden ze allemaal in verhouding tot elkaar. Al gaat het Parry het vooral om de fysieke beleving van diens architectuur. ‘Je voelt dat er ongelooflijk veel aandacht en denkwerk in zijn gebouwen zit. Ik zie daar een verwantschap in met Rietveld. Ook de meubels van Van der Laan hebben een prachtige maatvoering. Al zitten ze wel wat hard.’

Arcitectuur en interieur van Dom Hans van der LaanBeeld Coen van der Heiden

Stoel: Stoel (1950)

‘Weet u, deze lounger van Eames was jarenlang mijn favoriete stoel’, zegt hij wijzend naar het vintage exemplaar in zijn woonkamer. ‘Prachtig van vorm met dat gebogen hout, een techniek die ze hadden afgekeken van de luchtvaartindustrie. Maar hij is te laag. Ik kom er niet meer uit.’ Schalks: ‘Daarom zit ik tegenwoordig liever in mijn Lotus Chair.’ Maar uitgerekend de beste stoel die Parry naar eigen zeggen ooit heeft ontworpen is nooit in productie genomen. De ontwerper pakt een oude foto van een prachtige lage zitstoel met een rank frame van slechts twee diagonale buizen. De rug- en armleuningen zijn als rollen om dit buisframe geregen. ‘Ik had deze ontworpen voor de Nederlandse inzending van de Triënnale van Milaan, destijds een belangrijk industriebeurs. Maar het ontwerp bleek te avant-garde voor onze meubelindustrie. Nu zou er toch een markt voor moeten zijn, denkt u niet?’

Lounge chair van Charles en Ray EamesBeeld Vitra

CV Rob Parry

1925Geboren in Den Haag

1949Afronding studie Interieurvormgeving, Koninklijke Academie van Beeldende Kunst in Den Haag

1949 In dienst bij Gerrit Rietveld

1950Begint eigen ontwerpbureau

1954-1958Samenwerking met Emile Truijen

1957 Introductie dubbele brievenbus, ontworpen samen met Truijen

1995Einde professionele loopbaan

2015 Lancering boek Rob Parry 

2018 Oprichting Rob Parry Originals

2019Erkenning Goed Industrieel Ontwerp voor de heruitgave van de Lotus

Rob Parry heeft twee kinderen, drie kleinkinderen en woont met zijn vrouw Marcella in Den Haag

Aanvulling: Ontwerper Rob Parry ontwierp de later beroemd geworden rood-grijze ‘tweelingbrievenbus’ van de PTT in 1957 niet alleen. Hij deed dat samen met architect, meubelontwerper en industrieel ontwerper Emile Truijen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden