Van getto tot yuppenwijk

De met twee Oscars onderscheiden film Precious laat het oude, ruige Harlem zien. Maar de wijk van New York wordtsteeds minder zwart en arm....

Het Franse restaurant Chez Lucienne aan Malcolm X Boulevard rekent 20 dollar voor een Kobe-burger met brie. Een glas Sancerre kost 12 dollar. Voor New York zijn het gewone prijzen, en uit een peiling onder klanten blijkt dat de hamburger en de wijn het waard zijn. Maar dit is wel het hart van Harlem.

De wijk in noordelijk Manhattan verandert snel en grondig. De meerderheid van de bevolking is sinds kort niet meer Afro-Amerikaans, een omwenteling van historisch formaat. Veel latino’s zijn naar East- en West-Harlem gekomen, terwijl het centrale deel steeds witter wordt.

Central Harlem telde in 1990 slechts 672 blanken. In 2000 waren er 2.200 en in 2008 bijna 14 duizend. Bij de volkstelling van 2010 zal dat getal verder zijn gestegen, terwijl het aandeel van zwarten in de bevolking sinds 1920 niet zo klein is geweest.

Dit proces van gentrification (omgekeerde verpaupering) is onvermijdelijk in de New Yorkse buurten die ooit als ‘slecht’ bekend stonden. Na de studenten en kunstenaars komen de yuppies en projectontwikkelaars. De huizenprijzen stijgen, en veel oorspronkelijke bewoners moeten vertrekken. De veranderingen zijn op straat te zien: minder crackhandelaren, minder dichtgetimmerde panden en minder zwerfvuil. Meer gelegenheden zoals Chez Lucienne.

Het contrast met 25 jaar geleden is scherp, zo blijkt opnieuw bij het zien van Precious, de film die afgelopen week twee Oscars won. Het decor voor dat verhaal is het ruige Harlem van 1987: een overbevolkte gevarenzone vol vuil en graffiti, dreiging en lawaai.

Drugs en aids
De ellende begon in de jaren vijftig, na het hoogtepunt van de Harlem Renaissance. Golven van drugs, aids en armoede spoelden over de wijk, zegt hoogleraar psychiatrie Mindy Thompson-Fullilove tijdens een Harlem Salon, een bijeenkomst voor buurtbewoners. De combinatie zwart en arm was ‘potentieel dodelijk’.

De straat waarover de hoofdpersoon Precious loopt (125th Street) werd destijds door buitenstaanders gemeden. In 1992 verbleef ik voor het eerst in die buurt. ‘s Nachts klonken er pistoolschoten.

Dezer dagen vind je er banken, restaurants en Duitse toeristen. Sterker nog: vorig jaar verhuisde ik zelf naar Central Harlem, het geografische en culturele hart van het stadsdeel.

De stichting van Bill Clinton zit er immers al sinds 2001. Barack Obama was net president, een teken des tijds. Ik kende steeds meer mensen die erheen waren verhuisd, en ik kwam er toch al graag voor livemuziek. Central Park bevindt zich op hardloopafstand. De rustieke campus van Columbia University – Obama’s alma mater – is dichtbij. Bovendien was er nog een betaalbare woning te vinden.

Op de Salon word ik als nieuwe buurtbewoner vriendelijk verwelkomd. Maar professor Thompson-Fullilove, een erkende armoede-expert, is niet blij met de ‘immigratie’ van blanken. Als een veilige haven voor achtergestelde Afro-Amerikanen dient Harlem door de overheid beschermd te worden tegen de marktwerking en ongebreidelde gentrification, betoogt zij.

Bruisend centrum
Harlem werd de ‘zwarte hoofdstad’ van de VS door de migratie van voormalige slaven en hun nageslacht uit het zuiden. Zo ontstond een bruisend cultureel centrum, van waaruit de burgerrechtenbeweging werd aangestuurd. En nu? ‘Waar arme zwarten ook zijn, ze worden er altijd weer uitgeschopt’, fulmineert Thompson-Fullilove, die blank is.

Haar huidskleur is op dat moment relevant, aangezien zakenvrouw Deborah Wright, die haar fel tegenspreekt, zwart is. Wright beheert diverse banken in de wijk. ‘Wat wordt er hier precies opgehemeld? Na de glorietijd was dit géén goede plek.’ Ze kwam er 25 jaar geleden voor het eerst. ‘Ik huilde. Was dit nou het Harlem waarover we zoveel hadden gehoord?’

Een succesvolle gemeenschap moet in Wrights ogen een gevarieerde bevolking hebben. Met de inzet van nieuwkomers die in Harlem wíllen zijn – in plaats van de eerdere groepen die geen keus hadden – kan ‘de algemene bestaanskwaliteit’ worden opgeschroefd.

Het is al zover in sommige schone straten vol opgeknapte herenhuizen. De schrijfster Maya Angelou woont in zo’n buurtje. Waar je een container ziet, is hoop, observeerde zij ooit. Dit zijn de straten nabij Central Park, waar buren elkaar aankijken en goedemorgen zeggen. Niet de onverschillige anonimiteit van New York heerst er, maar het warme gemeenschapsgevoel van een mooi dorp.

Daarin spelen de begrafenisondernemers een rol. Het opvallend grote aantal funeral homes heeft met de zwarte geschiedenis te maken. Traditioneel hebben de beheerders ervan een belangrijke positie in de gemeenschap, zoals dominees en kappers, want het begrafenisondernemerschap was lange tijd een van de weinig legitieme, legale functies voor zwarte mannen.

Maar als je een hoek omslaat, zijn de diepe sporen van de geschiedenis weer zichtbaar. Op de vervuilde stoepen heerst vijandigheid. Er dreunt hiphop uit auto’s met glimmende wieldoppen. Jonge mannen die elkaar nigger noemen, hangen de hele dag op straat rond: de kerels waarover Obama zei dat ze hun eeuwig afzakkende broek moesten optrekken en aan het werk gaan.

De cijfers voor armoede, werkloosheid, criminaliteit, gevangenisstraf, tienerzwangerschappen, ziekte en sterfte blijven hoog in Harlem. Bij de vele gaarkeukens, daklozencentra en begrafenisondernemers is het altijd druk.

Politiek activisme
Anderzijds zijn er plekken als de Lenox Lounge en de St. Nicks Jazz Pub voor lokale jazz. Overal is soulfood in een gastvrije sfeer te krijgen. Het beroemde Apollo Theater biedt theater en muziek van de bovenste plank. Lokaal politiek activisme leeft. Het is het Harlem dat politieke leiders als Frederick Douglass en Malcolm X voortbracht. De winst van Obama werd er uitbundig gevierd, als een verrassende zege in een moeilijke uitwedstrijd.

Sheena Wright groeide op in Harlem en woont er nog steeds met haar gezin. Zij staat aan het hoofd van de Abyssinian Development Corporation (ADC), een onderneming die zich inzet voor betaalbare woningen in de wijk. Niet toevallig is ADC verbonden aan de oudste zwarte kerk van New York; Harlem staat vol met kerken. Op zondagmorgen wordt de jogger elke paar minuten door meeslepende gospelmuziek uit openstaande kerkdeuren begroet.

Gezien haar eigen ervaring is Wright, net als veel wijkgenoten, niet blij met de manier waarop Precious haar leefomgeving in beeld brengt. Ook in 1987 was Harlem meer dan een draaikolk van armoede, geweld en incest. Wrights moeder bewaakte samen met buurvrouwen hun straatje tegen drugdealers en bendes. Het was ‘een fijne, gewone plek om op te groeien’.

Bestaat die sfeer nog steeds? Volgens Wright wel. ‘Het gaat om het idee van een gemeenschap. De oude man op de hoek die altijd gedag zegt – negeer je hem als een rare, irritante gast? Of maak je een praatje?’

Wat werkt, is een holistische aanpak, betoogt Wright. ‘Niet alleen projectontwikkeling voor mensen met geld. Ook banen, goed onderwijs, voorzieningen voor ouderen.’ Zo niet, dan verdwijnt het geliefde Harlem – om plaats te maken voor de zoveelste onherkenbare, dure buurt in Manhattan.

Johnny Celestin denkt dat uiteindelijk iedereen zal profiteren van de verandering. De Haïtiaanse New Yorker verhuisde vijf jaar geleden met zijn blanke vrouw naar West 131st Street, vanwege de geschiedenis en cultuur. Niet omdat het voor een zwarte man de enige comfortabele plek was, zoals vroeger, maar omdat hij graag wilde.

Nu wonen zij boven koffiehuis La Perle Noire, dat door Johnny wordt beheerd. Het trekt steeds meer buurtgenoten aan, met heerlijke muffins, betaalbare koffie, en gratis internet. ‘Er was hier niks. Geen goede plek om elkaar te zien en praten.’

Argwanende blikken
Natuurlijk, verandering is eng, zegt Celestin, maar ook goed. Waarom krijgen nieuwe bewoners die een positieve bijdrage willen leveren, nog steeds argwanende blikken? Waarom krijgen de teruggekeerde kinderen van mensen die de crack- en aidsepidemie wijselijk ontvluchtten, nog steeds het verwijt van ‘verraad’?

La Perle trekt een jong, hoogopgeleid type klant, met laptops en hippe brillen. ‘Nou en? We moeten afstand nemen van de lage maatstaven die Harlem nog te vaak lam leggen.’ De energieke Celestin doet zijn best. Hij spreekt de werkloze kerels op de hoek aan, en nodigt ze uit voor rap- en poëzieavonden. ‘Ik wil laten zien dat ze zich hier op hun gemak kunnen voelen.’

Hoogleraar Johnson-Fullilove beklaagde zich over de nieuwkomers die het ‘oude’ Harlem niet respecteren. Bijvoorbeeld: de blanke yup die meteen gaat klagen over geluidsoverlast.

Volgens Sheena Wright ging het over een pleintje waar elke zaterdag trommelaars samenkwamen. Die traditie hield jongeren van de straat en drughandelaren op afstand. De drummer’s circle schiep saamhorigheid, maar nieuwe bewoners vonden het maar een herrie en zorgden voor politietoezicht en verbodsbordjes.

Toch had ik het gevoel dat dat voorbeeld ook over mij ging. Kort na mijn verhuizing naar Harlem bleek een buurman op de gekste momenten keiharde rapmuziek te draaien. Slapen en werken was ondenkbaar. Toen ik aanbelde, deed een slaperige, naar hasj ruikende Jamaicaan open. De vraag of het iets zachter kon, ging langs hem heen. De stereo bleef aan.

De gemeente werd gebeld, de politie kwam, de buurman siste op straat verwensingen toe, de spanning liep op. Een sympathieke agent wenste me sterkte: ‘Welcome to Harlem.’

Was de verhuizing wel een goed idee geweest? Het antwoord kwam in de vorm van bruine druppels water. Het plafond was zo lek als een zeef. Het herstel van het dak ging weken of zelfs maanden duren. Na een week op de bank van een vriend gaf de combinatie van geluids- en wateroverlast voldoende reden om weer uit Harlem te vertrekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden