Hoe was jij op school? Jildou van der Bijl

Van gepest tot bij het clubje van populaire meiden: het coming of age verhaal van Jildou van der Bijl

De middelbareschooltijd van Linda-hoofdredacteur Jildou van der Bijl is klassieke coming of age. Belangrijkste gebeurtenis: de toelating tot het fietsenhok.

Jildou van der Bijl Beeld Lars van den Brink

Als Jildou van der Bijl (hoofdredacteur Linda, 46) terugdenkt aan hoe zij in 1983 het KWC College in Culemborg binnenstapte, denkt ze aan ‘een heel klein meisje met een heel groot vraagteken boven haar hoofd’. Op de basisschool in Tiel was ze gepest (‘Ik was dikkig, braaf, wist niet wat ik terug moest zeggen’), hier in Culemborg moest alles gaan veranderen. Maar hoe?

Ze zegt: ‘Ik was 11, en ik wist niks. Ik begreep de sociale codes niet, ik was onhandig. Ik weet nog dat er een carnavalsliedje was waar het woord pijpen in voorkwam. Ik wist niet wat dat betekende en belde de Kindertelefoon. In die tijd was er reclame op tv, dat je de kindertelefoon voor alles kon bellen. ‘Ja, hallo’, zei ik, ‘Wat is pijpen?’ Aan de andere kant hoorde ik een man schrikken: ‘Eh, nou ja, jeetje, dat is als de vrouw met haar mond om de piemel...’ Ik: ‘Oké, dankuwel.’ En toen hing ik snel op.

Op haar nieuwe school in Culemborg wilde ze een frisse start maken, maar dat ging niet van de ene op de andere dag. De eerste tijd greep ze terug op waar ze wél goed in was: ‘Leren, dat kon ik, op de basisschool hoorde ik bij de besten van de klas. Dus ging ik voor een 10. Bij een onverwachte overhoring barstte ik in huilen uit, bang om een onvoldoende te halen. Dat eerste jaar was ik totaal nog niet op mijn plek.’

Totdat de 11-jarige Jildou eens goed ging kijken naar de zelfverzekerde, populaire meisjes, op hun vaste plek in het fietsenhok. ‘Ik wilde ook zulke vriendinnen, ik wilde óók lachen. Dus liet ik mijn haar afknippen, mijn vader had tranen in zijn ogen toen ik met kort haar thuis kwam, en plakte het omhoog met zeep. Ik ging afvallen, deed het brooddieet met mijn moeder, dat was toen in de mode. Mijn moeder maakte mijn kleding tot die tijd zelf, dat wilde ik niet meer. Het klinkt allemaal heel berekenend, hè, en dat was het ook wel een beetje. Ik ging het gedrag van die meisjes bestuderen, proberen ook zo te zijn. Of misschien was ik van binnen al zo, maar durfde ik het nog niet te laten zien.’

In een pauze komt dan ineens de populaire Carina naar haar toe lopen. Ze zegt: ‘Kom Jil, kom bij óns staan.’ Dat moment zal ze nooit meer vergeten, al realiseert ze zich nu dat dat misschien wat dramatisch klinkt: ‘Ik weet nog dat ik dacht: het is niet eerlijk dat ik nu in mijn eentje over mag steken. Dus vroeg ik mijn vriendinnen in de aula om toestemming: als ik naar de fietsenstalling ga, vergeven jullie mij dat? Vinden jullie me dan nog leuk? Zij zeiden: natuurlijk, dat moet je doen! Dat snappen we. Als één van hen was gevraagd, hadden ze het ook gedaan.’ 

Jeugdfoto van Jildou van der Bijl. Beeld Eigen archief

Wat trok je zo aan in de populaire meisjes?

‘Hun zelfverzekerdheid. En ik weet eigenlijk niet of de beschrijving populair/niet populair wel klopt, misschien was meer een kwestie van: wie was al zichzelf, wie had zichzelf al gevonden? Natuurlijk bleek dat soms nog tegen te vallen, en overschreeuwden ze zichzelf, maar in mijn ogen was er een wereld van onzekere meisjes en van zelfverzekerde meisjes. Ik bewoog me daar tussenin, tot ik mocht oversteken. Fascinerend, toch? Ik denk dat ik, als ik dit niet zo bewust had meegemaakt, nooit een goede bladenmaker had kunnen worden. Dat gevoel, dat ongemak, dat je ergens niet helemaal hoort, dat kennen we allemaal. Als ik de Linda maak, let ik altijd op: is dit niet allemaal te perfect? Ik wil niet alleen maar lange, dunne, mooie vrouwen in het blad. Ik zou het heel ingewikkeld vinden om een blad te maken dat alleen een ideale wereld laat zien.’

En daarbij denk je aan Jildou van 11.

‘Ik ken dat gevoel nog steeds. Maar toen was het erg uitvergroot. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik zulke grote beslissingen moest nemen: wie ben ik, wie wil ik zijn, wie passen er bij mij?’

In welk jaar van de middelbare school voelde je je het beste en in welk het slechtste?

‘Ik denk dat ik me in het eerste jaar het slechtst voelde, en in het laatste jaar het beste. Er was duidelijk een opgaande lijn.’

Wat voor leerling was je?

‘Bij mijn metamorfose hoorde ook dat ik expres niet meer zo hard ging leren. Ik dacht: ik kan ook wel iets mindere cijfers halen, bij deze laatste vraag van het proefwerk vul ik een verkeerd antwoord in. Maar ik kreeg er wel wat voor terug, hè? (lacht hard) Vriendinnen, uitgaan.’

‘Ik was een talenmeisje. Grieks en Latijn heb ik laten vallen op het moment dat mijn interesse voor school bijna helemaal verdween. Economie 1, wiskunde a, alle talen en geschiedenis, dat was mijn pakket.’

Je bleef zelfs zitten.

‘Dat had een andere oorzaak. Ik kreeg in de derde zo’n pijn in mijn been, dat ik huilend naar huis moest en dacht: hak dat been er maar af. Er bleek een zenuw knel te zitten, waarschijnlijk was dat bij badminton gebeurd. Ik moest thuis twee weken platliggen, daarna in het ziekenhuis, en uiteindelijk ben ik geopereerd. Ik miste een groot deel van het derde jaar. Toch mocht ik over, maar in de vierde ben ik blijven zitten. Ik had een achterstand opgelopen, en tegelijkertijd deed ik mijn best niet meer zo. Toen redde ik het niet.’

Vond je dat erg?

‘Dat ik bleef zitten vond ik niet erg, maar dat ik door die hernia niet mee kon naar het schoolkamp in de Ardennen, daar heb ik om gejankt. Dat mijn clubje, mijn broze, net zorgvuldig opgebouwde clubje, dat daar zonder mij heenging… Verschrikkelijk.

‘Maar doordat ik bleef zitten, kreeg ik ook weer een nieuw clubje. Met de mensen uit dat groepje eet ik nog twee keer per jaar. We hebben een appgroep: KWC. We zijn allemaal een totaal andere kant op gegaan; de een werkt bij een dierenasiel, een is aannemer in de weg- en waterbouw, een is lobbyist in Brussel, maar we kunnen elkaar nog steeds middenin de nacht bellen.’

Had je al een idee van wat je wilde worden?

‘Nee. Communicatie was toen nog niet echt een term, hè. Ik heb getwijfeld tussen Boekhandel en Uitgeverij, Nederlands, School voor Journalistiek. Iets met taal, of lezen, of schrijven, dat wist ik wel.’

Wat waren je dromen?

‘Ik weet eigenlijk niet of ik die had. Volgens mij was ik al heel blij met hoe mijn leven toen was. Ik dacht: ik snap eindelijk hoe het werkt, ik snap de sociale codes, ik heb veel leuke vrienden. Ik voelde me op mijn gemak, ik ging met plezier naar school.

‘Ik herinner me wel dat we thuis de leesportefeuille hadden en dat mijn moeder de Revu, de Panorama en de Aktueel daaruit haalde, en op de kast legde, omdat ze mij daar te klein voor vond. Maar zodra ik thuis kwam, haalde ik die bladen meteen van de kast en ging ze lezen. Ik vond Revu, waar ik later hoofdredacteur werd, het stoerste blad dat er was. Daar zat een soort lef in dat me enorm aantrok.’

Schreef je zelf?

‘Ik schreef gedichten. Mijn eerste echte vriendje op de middelbare school was Dennis, en ik weet nog dat zijn moeder zei: Maar Jildou, wat moet je toch met Dennis? Jij schrijft gedichten! Ik was misschien net ietsje geïnteresseerder in de rest van de wereld dan hij, maar dat maakte me niet uit. Wij liepen samen zijn krantenwijk.'

Was je vaak verliefd?

‘Ik ben heel erg veel verliefd geweest. Ik was er echt misselijk van soms, ik kon niet slapen, of ik had hartkloppingen om het idee dat iemand in dezelfde trein zou kunnen zitten, of dat je iemand kon tegenkomen in de pauze. Dat gevoel kan ik nog wel goed terughalen. Of je was op een feestje, en dan was het eerst afwachten of iemand je naar het station zou brengen. En als je dan had staan zoenen bij de trein zat je vervolgens een heel weekend in spanning, want appen ging uiteraard niet. En dan naar school op maandag, terwijl je nog niet wist of en hoe het verder zou gaan. God man, wat kon ik me daar druk om maken.’

Waar was je onzeker over?

‘Over alles. Of mijn haar wel goed zat, of ik de juiste grap had gemaakt, of ik spitsvondig genoeg was. Later werd ik wel wat zekerder. Misschien wist ik gewoon steeds beter hoe ik die onzekerheid kon verbloemen.’

Waar schaamde je je voor?

‘Er waren dagen dat ik me overal voor schaamde, en dagen dat ik me nergens voor schaamde. Ik schaamde me voor een pukkel, of ik vond mezelf te dik, of ik schaamde me voor mijn ouders. Ik woonde in een rijtjeshuis in Tiel, en ik had ook wel vriendinnen met een vader die directeur was bij een groot bedrijf die in een vrijstaand huis woonden. Ik kom ook niet uit een heel intellectueel gezin. Mijn vader werkte in het ziekenhuis als elektronicus en mijn moeder was onderwijzeres. Maar mijn ouders waren nog wel bij elkaar, in tegenstelling tot veel andere ouders, en mijn ouders waren, nee zíjn, heel erg lief. Dat hoort ook echt bij de middelbare school: dat je alles met elkaar gaat vergelijken.’

Zijn er dingen die je achteraf anders had willen doen?

‘Nee. Zo zit ik niet in elkaar. Misschien had ik er nog meer van kunnen genieten dat ik jong was, dat alles kon, dat ik prachtig was. Ik vind het jammer dat ik me best lang heb laten tegenhouden door mijn onzekerheid. Ik had er misschien nog veel meer uit kunnen halen.’

Wat zat er eigenlijk in je broodtrommel?

‘Bruine boterhammen met kaas, in een boterhammenzakje. Ik weet ook niet meer of ik die zelf maakte, of dat mijn moeder dat deed. Maar de lunch was totaal niet belangrijk. Die pauzes waren zo’n sociale aangelegenheid, daar paste helemaal niet bij dat je dan tegelijkertijd een boterham met kaas stond weg te werken.’

Wat deed je dan in zo’n pauze?

‘Praten. Lachen. Eindeloos de slappe lach.’

En je bleef op die plek in de fietsenstalling?

‘Dit klinkt misschien een beetje dramatisch: maar toen ik eenmaal in de fietsenstalling was toegelaten, maakte het niet meer uit. Vanuit de fietsenstalling kon je werkelijk overal naar toe.’

CV Jildou van der Bijl

Geboren 
14 oktober 1971, Tiel

Opleiding 
Journalistiek, Zwolle

Loopbaan
1994: Stage bij Nieuwe Revu

1998: leiding van jongerenorganisatie van Ontwikkelingssamenwerking Move your world

1999: hoofdredacteur Nieuwe Revu

2008: hoofdredacteur Linda en Linda-specials

2014: creatief directeur Mood for Magazines

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden