De broers André en Wouter Manuel.

interviews cabaretiers en hun technicus

Van broers tot geliefden: de intense verhouding tussen cabaretier en technicus

De broers André en Wouter Manuel. Beeld Ivo van der Bent

De technicus van de cabaretier fungeert vaak ook als klankbord en chauffeur. Het kan een broer zijn of een geliefde: allen maken ze de hoogste pieken en de diepste dalen in het theater mee. 

‘Zorg dat je een leuke technicus regelt’, luidde een van de eerste carrièreadviezen van cabaretier Hans Sibbel aan Comedytrain-collega Kees van Amstel, toen die aan de vooravond van zijn eerste tournee stond. De band tussen een cabaretier en zijn technicus is dan ook een rare, zegt Henry van Loon, en een intieme. 

De technicus doet tijdens de voorstelling het licht en het geluid en zorgt er in de middag samen met de technici van het theater voor dat het meegebrachte decor op de best mogelijke manier op het podium belandt. Maar hij of zij is ook degene met wie je als artiest drie, vier keer per week in een restaurant zit, degene die als enige alle voorstellingen ziet, vanaf de prilste try-out, goede avonden, slechte avonden. Degene dus die alle onvolkomenheden opmerkt en daarover idealiter wat zinnigs heeft te zeggen, die gezellig doet met de theaterdirecteur, en die indien nodig opdringerige vrijwilligers uit de kleedkamer weert. Soms rijd je na afloop ook nog samen naar huis.

‘Ik moet er niet aan denken om zoveel tijd door te brengen met iemand waar ik eigenlijk geen zin in heb’, zegt Van Loon. Misschien is een prettig mens zijn wel de belangrijkste eigenschap van een goede technicus. Geen wonder dat veel cabaretiers iemand kiezen die zich al lang als prettig mens bewezen heeft, iemand met wie ze vaak jaren blijven samenwerken. Zo is Hans Ackermans al 25 jaar de lichttechnicus, chauffeur, beveiliger, roadie, tourmanager en steun en toeverlaat van Theo Maassen.

Henry van Loon gaat het land door met zijn broer, net als André Manuel en Patrick Laureij. Ook Kees van Amstel vond een leuke technicus: Cynthia werd zijn vriendin.

Patrick van Loon (43) is de broer en technicus van Henry van Loon (37), sinds diens eerste programma in 2011. Zelf treedt hij nog weleens op als clown Petje. In Onze Henry, de voorstelling waarmee ze nu op tournee zijn, gaat het over hun eind 2017 overleden moeder. 

Henry van Loon met zijn broer Patrick in theater de Omval in Diemen. Beeld Ivo van der Bent

Henry: ‘Het was altijd onze droom om samen op pad te gaan. De gebroeders Van Loon.’

Patrick: ‘Het was vooral jouw droom. Ik had nooit echt een doel. Op mijn 19de ben ik gaan werken voor het bedrijf van clown Snabbel in Liempde, als zijn rechterhand. Snabbel deed zijn show, ik startte de muziekjes in – eigenlijk hetzelfde als nu. Snabbel had ook een attractieverhuurbedrijf. Dat bedrijf heb ik vier jaar later overgenomen. Zelf belandde ik ook als entertainer op het podium: clowntje spelen in een winkelcentrum, ballonnen vouwen, grimeren, steltlopen, kindershows, openingshandelingen voor bedrijven, scholen, kermissen. Dat doe ik nog steeds, een paar keer per jaar.’

H: ‘Ik heb rond mijn 15de voor zijn attractieverhuurbedrijf gewerkt. Het leukste vond ik het als wij samen op pad moesten, als ik bij een springkussen moest staan als begeleider.’

P: ‘Eigenlijk ben ik dus geen technicus. Ik kon al wel een geluidssetje opbouwen, maar licht en geluid doen in de theaters was voor mij nieuw. ‘Dat leer je wel’, zei Henry toen hij mij vroeg. Ik had ook al snel in de gaten dat hij meer waarde hechtte aan het sociale verhaal eromheen dan aan een technicus die alles al kon.’

H: ‘Je merkt nu al waarom ik het zo fijn vind om Patrick als technicus te hebben. Hij neemt het hele sociale gebeuren over, zodat ik niet zoveel hoef te zeggen. Dat is heerlijk.’

Beeld Ivo van der Bent

P: ‘Hij hoeft niks te zeggen of ik weet al wat hij wil en hoe hij het wil. Van de week merkte ik tijdens de show dat hij het even kwijt was. Dan roep ik gewoon z’n tekst.’

H: ‘Hij kent alle theatertechnici bij naam. Dan gaan we naar Boxmeer en weet hij al precies wie daar is.’

P: ‘Ja, Toon! Ik vind dat gewoon een kwestie van fatsoen. Na de show, als Henry al naar huis is, ga ik meestal nog even de foyer in. Dat is een beetje de ongeschreven regel: met de technici doe je altijd nog een drankje.

‘Ik ben er twee seizoenen tussenuit geweest, zijn derde programma heb ik niet gedaan. Ik dacht dat het fijn zou zijn om een vaste baan te hebben, ook voor het thuisfront. Stom. Ik wilde na een jaar alweer terug. Ik miste het om het publiek te zien genieten – het geeft een kick in een zaal te zitten die plezier heeft. En ik miste hem ook. Hij woont in Amsterdam, ik in Eindhoven. We zagen elkaar opeens weer veel minder.’

H: ‘De technicus met wie ik toen werkte, is een heel lieve en goede jongen, maar in die periode merkte ik wel hoe verwend ik was met de vanzelfsprekendheid tussen ons.’

P: ‘De show die hij nu speelt, zien we allebei als een eerbetoon aan ons moeder.’

H: ‘Eén moment in de voorstelling vind ik soms nog een beetje moeilijk, als ik beschrijf hoe we met haar in een busje naar Vlissingen gaan, een uitje dat ze graag nog wilde maken. Dit bedoel ik niet pathetisch, maar als ik de zaal vertel dat ik in de achteruitkijkspiegel kijk, zie ik haar vaak echt even zitten, op de achterbank van dat busje. Ik heb inmiddels wat meer afstand tot dat moment – je gaat door verschillende stadia van rouw natuurlijk – maar bij de première in december dacht ik: jezus, wat maak ik nou toch mee? Toen moest ik de emotie wegslikken. Na afloop schoten we allebei even vol. Over het algemeen ben ik er iets emotioneler over dan hij, denk ik. Ik heb er meer last van.’

P: ‘Ik heb er vrede mee. Ik sta er zelfs van te kijken hoe makkelijk het leven doorgaat. Wat het misschien is: ik ben getrouwd, ik heb een kind, dat heeft onze moeder allemaal nog meegemaakt. Jouw grote succes kwam vlak na haar overlijden. Ik kan me voorstellen dat dat meespeelt: dat maakt ze nu niet meer mee.’

H: ‘We hebben het hier eigenlijk nooit over. Er valt ook niet zoveel over te zeggen, vinden we allebei, geloof ik. Die vanzelfsprekendheid waar ik het net over had, het niet zo hoeven benoemen van dingen, daar gaat het in mijn voorstelling ook over. We praten van huis uit niet veel over gevoelens, maar we voelen elkaar altijd goed aan.’

Onze Henry, tournee t/m 24/5. 

Cynthia de Waard (42) is sinds 2012 de vriendin en technicus van Kees van Amstel (54), die naast cabaretier ook mbo-docent is. Zij geeft drie dagen per week les op een basisschool in de Betuwe.

Kees van Amstel en Cynthia de Waard (geliefden) in Het Werftheater Utrecht. Beeld Ivo van der Bent

Kees: ‘In 2010 maakte ik een duoprogramma met Rob Urgert. Rob wilde graag samenwerken met zijn vaste technicus. Dat bleek Cynthia te zijn.’

Cynthia: ‘Ik was toen al tien jaar Robs technicus. Na de tournee met Kees stopte Rob met theater om bij de televisie te gaan werken. Hij werd onder meer quizmaster van De Kwis. Kees ging solo door en vroeg of ik zijn technicus wilde worden.’

K: ‘Cynthia bevestigt elke avond de zender aan mijn broek, achter op mijn rug. Het gebeurde weleens dat ze dan heel eventjes mijn blote rug aaide terwijl ze me succes wenste.’

C: ‘Of ik dat expres deed? Nee! Ja? Weet ik niet eigenlijk? Later wel natuurlijk.’

K: ‘Op een avond zoenden we elkaar bij het gedag zeggen nét even iets te lang op de mond.’

C: ‘Dat op de mond zoenen deed ik soms met Rob ook. En mijn vader kus ik al jaren zo. Dus dat was nog niet per se bijzonder. Maar dit was net even anders, net dat je dacht: oh, wacht effe!’

Beeld Ivo van der Bent

K: ‘Kort daarna hebben we achter een theater voor het eerst staan zoenen, na het inladen. Dat was in Den Haag, eind 2012. ‘Dat was een lekkere zoen’, appte ze daarna.’

C: ‘Ik wist natuurlijk niet of hij de sparkle ook had gevoeld, dat wilde ik even checken.’

K: ‘Een paar weken later moesten we ergens blijven slapen – een hotelletje boeken is soms handig als je twee avonden achter elkaar in het zuiden of in het noorden van Nederland speelt. We namen altijd ieder een eigen kamer. Maar nu... ja, nu was het natuurlijk...’ Zet een zware stem op. ‘...kabammmm!’

C: ‘Je bent met zijn tweeën aan het werk, dus je hoeft voor niemand stiekem te doen.’

K: ‘Er veranderde niet veel, zakelijk gezien. Zij is meestal al om één uur in het theater, ik ben er rond vier uur. Ik herinner me dat ik in het begin van onze relatie een keer binnenkwam, in Roelofarendsveen, en meteen zag dat de beamer niet goed hing. Ik vond dat zij dat al had moeten zien. Toen was het wel raar om ineens ‘zakelijk’ kwaad te worden.’

C: ‘Als hij kribbig reageert, bijvoorbeeld omdat een decorstuk niet naar zijn zin hangt, merk ik dat hij tegen mij bozer doet dan hij tegen een andere technicus zou doen. Dat vind ik wel lastig. Niet iedereen heeft trouwens meteen door dat we een relatie hebben. De technicus van het theater waar we gisteren waren, snapte het pas na afloop.’

K: ‘Het is in de eerste jaren ook een paar keer uit geweest. Knipperlicht.’

C: ‘De consequentie van dat we geen relatie meer zouden hebben, was dat ik dan zou moeten stoppen als zijn technicus. En dan zei Kees: ‘Dat kan niet. Dat kan echt niet hoor! Ik zou niet weten wie ik dan moet vragen!’ Hij raakte dan een beetje in paniek.’

K: ‘Ik wilde natuurlijk niet dat zij haar baan zou kwijtraken. Haar voorwaarde was op een gegeven moment dat ik zo laat mogelijk zou arriveren, zodat we elkaar zo min mogelijk hoefden te zien.’

C: ‘Vaak ging het net vóór de zomervakantie uit, het einde van het theaterseizoen. Logisch misschien. We zitten allebei ook in het onderwijs, daar zijn op dat moment de laatste loodjes die zwaar wegen en dan kun je sowieso al minder hebben. In de zomervakantie gingen we ieder ons weg, dan hadden we een paar maanden niets met elkaar van doen.’

K: ‘Ik heb twee of drie andere technici geprobeerd. Maar dan werd het eten voor de voorstelling soms al een hindernis: o god, moet ik wéér een gesprek aan de gang houden. Verschrikkelijk. Dus vroeg ik toch Cynthia weer en dan was het vrij snel weer aan. Collega’s en andere technici zijn meestal wel nieuwsgierig. ‘Waarom zou je dat willen, je vriendin als technicus? Gaat dat goed?’ Ik zou niet anders willen, juist omdat we zo goed op elkaar zijn ingespeeld. Ze voelt perfect aan wanneer ik in de stress zit, dan laat ze me met rust. En tijdens de voorstelling schrijft ze mee. Als er een nieuwe grap ontstaat, als ik ergens niet scherp genoeg ben, of niet duidelijk in mijn verhaal, schrijft ze dat op. Dan heb ik voor de volgende voorstelling precies op een rijtje wat ik beter kan doen.’

C: ‘In de try-outfase van deze tour heeft Kees wel vijf keer geroepen dat hij de voorstelling wilde annuleren. Zelfs onze vakantie in Griekenland werd erdoor beïnvloed. Hij was gewoon de hele tijd met de voorstelling bezig, hij kon helemaal niet genieten op dat moment. We waren met een groep. Aan tafel zat hij hele verhalen te vertellen, de groep hing aan zijn lippen, terwijl hij dacht dat hij niet genoeg verhalen had voor zijn nieuwe programma. Ik zat hem ondertussen te appen: zie je nou wel, je hebt wél verhalen.’

Een bang jongetje dat hele enge dingen doet, tournee t/m 31/6.

Wouter Manuel (49) is al vijftien jaar de technicus en chauffeur van zijn broer André Manuel (53). Hij werkt ook als brandweerman in Hengelo en is programmeur van de Theaterweide op festival de Zwarte Cross.

Beeld Ivo van der Bent

André: ‘Ik had eerst een Duitse technicus, en daarna nog een drummer uit mijn band. Wouter is de derde.’

Wouter: ‘Ik ben ooit begonnen bij een sprinklerinstallatiebedrijf, van daaruit ben ik gaan stukadoren. Erg mooi werk, maar ik kreeg last van een schouderblessure. Rond die tijd stopte Andrés technicus ermee en kwam dit op mijn pad. Met geluid was ik altijd wel bezig. Ik kom uit de piratenscene, en ik heb mijn eigen drive-in-show – hobbymatig hoor.’

A: ‘We hebben een paar simpele regels. Het decor moet in een gewone auto passen. Met teveel apparatuur rondreizen, dat is niks. En degene die rijdt, betaalt de bon.’

W: ‘We vertrekken altijd samen vanuit ons dorp, Diepenheim. Op de technieklijst die het theater van tevoren krijgt, staat dat we ergens tussen drie en half vier arriveren. ‘Maar maak je niet ongerust als het nog later wordt’, heb ik erbij gezet. En: ‘André heeft de koffie zwart en ik met suiker en melk’. Dan weten ze dat we met koffie beginnen.’

A: ‘Het is relaxt om met je broer op pad te gaan, want dan hoef je niet zo veel te overleggen. We zijn al lang broers, dus alles is wel helder.’

W: ‘We zijn verschillende types, dat wel. Hij is echt een artiest. André zegt zelf altijd dat hij ‘artiesme’ heeft.’

A: ‘Vergeleken met veel andere mensen ben ik vrij rustig, maar dat wil niet zeggen dat ik niet oplet. ’s Avonds anderhalf uur optreden is best pittig, daarom ben ik ook blij dat hij altijd naar huis rijdt. Ik zit dan nog vol met adrenaline.’

W: ‘André zit meestal met zijn koptelefoon op films te kijken, ik luister naar de radio. Vanmiddag heb ik een plaatje aangevraagd op Radio 2, Peter Tosh met Johnny B. Goode. Dat liedje gebruik ik ook veel in het theater. Ik vind het lekkere inloop- of uitloopmuziek, je wordt er vrolijk van.’

A: ‘Waarover zou je in godsnaam met je broer praten in de auto? We hebben het overal wel over gehad.’

W: ‘In het restaurant zit ik meestal de omgeving te scannen en André zijn telefoon.’

A: ‘Ik lees NRC of de Volkskrant, of ik kijk op Twitter. Mijn eerste technicus, die Duitse jongen, lulde echt de oren van mijn kop. Ik ben blij dat er nu minder geluld wordt. Niet dat ik nooit in de kroeg zit te lullen, maar smalltalk is toch een enorme verspilling van je energie?’

W: ‘We hebben de absolute voorkeur voor de Japanse keuken. En dan niet de all you can eat-Japanner, maar een echte.’

A: ‘Veel plaatsen hebben alleen een Chinees hè. Die kennen we echt allemaal.’

Beeld Ivo van der Bent

W: ‘Tegenover theater De Meervaart in Amsterdam zit een heel goeie Chinees.’ 

A: ‘De voorstellingen die ik maak, zijn nooit erg gebaseerd op techniek, of op decor. Ik werk meestal met doeken. Dat ziet er al snel mooi uit, maar het is ook gewoon gemakzucht. Wouter heeft nu een flight case gekocht om ze in te vervoeren. Ik word daar ongelukkig van, zo’n flight case. Het zou bijna professioneel lijken.’

W: ‘Als wij een zwaar ongeluk zouden krijgen en de hulpdiensten komen erbij, zouden die evengoed wel denken: wat is dit voor een zooi?’ 

A: ‘Wouter is mijn enige klankbord, de enige die er elke keer bij zit. Ik werk niet met een regisseur, nooit gedaan. Als hij zegt: dit stuk werkt niet, dan doe ik het meestal niet nog eens. En soms verzint hij een leuke grap. Die probeer ik dan één keer en dan blijkt het echt een leuke grap te zijn. Nou ja, dat is moeilijk te accepteren.’

W: ‘Als André iets fout doet of iets in de verkeerde volgorde zegt, heeft niemand het in de gaten, behalve ik. Als het misgaat moet ik altijd wel lachen. Ik mag er alleen niet te vaak iets van zeggen, want André kan daar best fel op reageren.’

A: ‘En ik mag van hem niet in de microfoon spugen.’

W: ‘Ja, dat vind ik verschrikkelijk. Als het een ander z’n microfoon is maakt het me niet zoveel uit, maar als het z’n eigen...’

A: ‘Hoor je wat hij zegt? Als het andermans microfoon is maakt het hem niet uit. Dat klopt al niet, vind ik. Als we nooit een conflict zouden hebben, zou dat ook een beetje eigenaardig zijn, toch? Uiteindelijk draait het allemaal om vertrouwen. Ik hoef bij Wouter nooit na te denken of het klopt of niet. Het klopt gewoon. En als het niet klopt, dan is het zijn schuld niet.’

DREEJKLEZOEW, tournee t/m 31/3.

Patrick en Thomas

Ook Patrick Laureij vroeg zijn oudere broer bij zijn tweede programma als technicus. Dat was altijd al het plan, vertelde hij de Volkskrant eind vorig jaar, maar het was lang de vraag of het ook daadwerkelijk ging gebeuren. ‘Thomas Laureij werd geopereerd aan de dubbele hernia die hem nog steeds parten speelt. En als je hem nu bezig ziet, zou je het niet denken en zou hij het zelf ook niet denken, maar deze lieve, rustige gast is de broer waar het in Dekking hoog over ging, de wilde broer die een cokehandeltje had.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden