Vader, moeder en kinderen, zo was het en zo is het

Als serieus studieonderwerp bleek het gezin onderhevig aan slijtage. Dat malle instituut zou toch verdwijnen. Maar uit de onderzoeken in het kader van ‘De Bindende Kracht van Familierelaties’ blijkt het tegendeel....

Het gezin zou nu, aan het begin van de 21ste eeuw, zo’n beetje zijn uitgestorven, verwachtten radicale sociologen in de jaren zeventig en tachtig. Het oude, verstikkende, met christelijke moraal omhangen instituut zou plaats maken voor het individu. Die afzonderlijke mens zou weer deel uitmaken van losse netwerken, de befaamde ‘knuffelnetwerken’ van de socioloog Iteke Weeda.

Aan het begin van de jaren negentig werd dan ook nauwelijks onderzoek gedaan naar gezinnen. ‘Het traditionele gezin, door het CDA omschreven als de hoeksteen van de samenleving, was uit onder wetenschappers’, zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht.

Sommige sociologen vonden dat onbevredigend. Er werd wel gemakkelijk aangenomen dat het gezin zou verdwijnen, maar klopte dat ook? ‘Een van de doelstellingen van wetenschap is: empirisch bevestigen of weerleggen of de dingen wel zo zijn als mensen denken’, zegt Schippers.

Uiteindelijk begon in 2003 het onderzoeksprogramma De Bindende Kracht van Familierelaties, gesubsidieerd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en drie ministeries. De onderzoekers konden gebruik maken van de gegevens van de Netherlands Kinship Panel Study (NKPS), waarin gegevens zijn opgeslagen over bijna 10 duizend families in Nederland. Het programma is inmiddels afgerond. Vandaag wordt het eindcongres gehouden in Madurodam.

De conclusie van de onderzoekers luidt dat het gezin springlevend is. De complexiteit en de diversiteit van relaties zijn weliswaar toegenomen, maar lang niet zo sterk als in series als Sex and the City of de moderne Nederlandse variant Floor Faber wordt gesuggereerd. De meeste mensen leven op enig moment in hun volwassen bestaan in gezinsverband. Bovendien houdt die band niet op als de kinderen het huis uit zijn. De helft van de volwassen kinderen woont dichter dan 5 kilometer bij hun ouders. Anders dan vaak wordt aangenomen zorgen zij zo lang mogelijk voor hun ouders. Professionele zorg wordt doorgaans pas ingeroepen als het echt niet langer gaat. Bovendien is Nederland in sommige opzichten nog altijd een wat ouderwets land, waar negatiever wordt gedacht over werkende moeders en kinderopvang dan in andere Europese landen.

‘Families doen er nog steeds toe’, zegt Schippers. ‘Het gezin waarin je opgroeit, drukt een stempel op je levensloop. Daar kan natuurlijk ook veel misgaan. Maar juist omdat het gezin zo’n invloed heeft, is wetenschappelijke aandacht ervoor gewettigd.’

Vaak stopt onderzoek naar gezinnen op het moment dat de kinderen het huis uit gaan. De onderzoekers van het BKF-programma hebben ouders en kinderen op latere leeftijd gevolgd. Volgens Eva-Maria Merz van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) wordt een ‘scharnierpunt’ bereikt als het kind 40 jaar is. Voor die tijd steunen ouders hun kinderen, na die tijd steunen kinderen hun ouders. Uiteindelijk kan de relatie tussen ouder en kind compleet worden omgekeerd: kinderen verzorgen ouders.

Van een generatieconflict is geen sprake, concludeert Freek Bucx, socioloog aan de Universiteit Utrecht. De solidariteit tussen ouders en kinderen blijft groot, ook als kinderen het huis uit gaan. Ouders verlenen ruimhartig financiële steun aan jongvolwassenen, zegt Bucx. ‘Ook daarin blijven kinderen tegenwoordig langer kind’, aldus Bucx.

De babyboomgeneratie heeft veel geld, terwijl veel kinderen lang studeren en daardoor relatief laat op eigen benen staan. Als ze gaan werken, wordt het contact met de ouders vaak wat minder intensief. Dat verandert als er kleinkinderen komen. ‘Grootouders betekenen toch een voordelige manier van oppassen. Bovendien hebben ze relatief veel tijd’, zegt Bucx in het afscheidsboekje De bindende kracht van familierelaties.

Er is één groep die veel minder contact met zijn familie onderhoudt: kinderloze mannen. In dit geval blijken kinderen duidelijk de bindende kracht in de familie. Aan kinderloze vrouwen, de hoger opgeleide singles uit de grote stad, is de afgelopen jaren veel aandacht besteed. De kinderloze man kwam er echter bekaaid van af in de media. Zijn profiel ziet er ook heel anders uit: lager opgeleid, lager inkomen, eerder werkloos, minder gezond.

Mannen zonder kinderen roken en drinken meer. Wellicht omdat ze geen rolmodel voor hun kinderen hoeven te zijn, veronderstelde Renske Keizer van het NIDI. Dat bleek echter niet de beslissende factor. Kinderloze mannen leven vooral ongezonder, omdat ze minder vaak een corrigerende partner hebben, aldus Keizer.

Mannen zonder kinderen hebben ook minder contacten in de buurt en doen minder vaak aan sport. Wel zijn ze gelukkiger dan vaders. Dat lijkt een verrassende conclusie, maar zij spoort met ander onderzoek, waarin mensen met kinderen hun leven wat lager waarderen dan mensen zonder kinderen. Kinderen veroorzaken ook stress. De relatie met de partner wordt vaak als minder bevredigend ervaren en er wordt vaker geruzied over de taakverdeling in huis.

Veel mensen geloven dat de familieband onder allochtonen sterker is dan onder autochtonen. Dat blijkt nogal mee te vallen, zegt Fons van de Vijver, hoogleraar crossculturele psychologie aan de Universiteit van Tilburg. ‘We zien wel verschillen in de houding ten opzichte van familiebanden, maar veel minder in hoe dat in de praktijk wordt ingevuld’, aldus Van de Vijver in De bindende kracht van familierelaties. De integratie in een vreemde samenleving is een bron van stress, aldus Van de Vijver. Naarmate die integratie moeizamer verloopt, zijn ook de familiebanden sterker. Toch treedt bij de tweede generatie veelal ‘vernederlandsing’ op. Allochtonen voelen zich over het algemeen ook goed thuis in Nederland, stelt Van de Vijver.

Vandaag wordt het programma De Bindende Kracht van Familierelaties officieel afgesloten. ‘De gezinssociologie heeft er een belangrijke impuls door gekregen. Dat was ook hard nodig’, zegt de Utrechtse hoogleraar Joop Schippers.

Hij hoopt dat het beleidsgerichte onderzoek wordt voortgezet, met steun van ministeries. ‘Wij hebben bijvoorbeeld gevonden dat de kinderen van werkende moeders zelf ook meer werken. Een positieve houding ten opzichte van werk wordt op een nieuwe generatie overgedragen. Maar hoe zit dat met vaders? Veel vaders zijn vier dagen gaan werken. Heeft dat invloed op hun kinderen? Dat zijn belangrijke vragen, als je meer mensen meer uren aan het werk wil krijgen.’

Ironisch genoeg vindt Schippers dat er tegenwoordig wel erg véél aandacht aan het gezin wordt besteed, zowel in politiek als in wetenschap. ‘Eerst dreigde het gezin achter de horizon te verdwijnen, nu het individu. Misschien wordt het tijd voor een nieuw onderzoeksprogramma: De kracht van het individu.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden