Column

Uitleg van Nederlandse feesten was geen sinecure

Toen Hayat eindelijk haar moeder zover had dat ze meedeed aan het sinterklaasfeest, ontdekte ze dat zelfs haar juf de boel bedonderde.

Beeld Eva Roefs

De goedheiligman is in het land. Ik ga me al weken te buiten aan chocoladepepernoten en speculaas, ruim voor de pakjesboot in zicht is. Je kunt je nu eenmaal niet tijdig genoeg voorbereiden. Ons zoontje is nog te jong om de logica te volgen van een witte schimmel op het dak en wortels in z'n schoen, die pret zal vanaf volgend jaar losbarsten. Al vind ik het eerlijk gezegd nog best ingewikkeld te bedenken wat ik hem allemaal moet wijsmaken.

Zelf maakte ik kennis met Sinterklaas toen ik als 4-jarige naar school ging. Ik legde mijn moeder uit dat ze een cadeautje voor me moest kopen en in m'n schoen moest stoppen, anders had ik niets om te laten zien in de kring de volgende dag. Ik zie mezelf nog zitten in de klas: vol trots toonde ik de prachtige zeemeermin met bijbehorend glimmend blauw kammetje die ik van de Goede Sint had gekregen. Dat ik na Daniëlle aan de beurt was - een meisje dat alles had van het barbiehuis (mét Ken) tot en met de hele Baby Born-uitzet en ook nu weer een jaloersmakende hoeveelheid aan speelgoed in d'r schoen had aangetroffen - mocht de pret niet drukken. Ik was apetrots dat ik mijn moeder de vorige dag had weten mee te sleuren naar de Blokker, waar ik de zeemeermin aanwees die ze op mijn instructies in mijn gympen moest leggen. Ze begreep niet exact waarom dat ding eerst een nacht in schoeisel bij de kachel moest doorbrengen, maar vooruit. Wel trok ze de grens bij verspilling van etenswaar: een wortel hoorde niet in een stinkende schoen, maar in de couscous.

Verrukt als ik was met de geslaagde inwijding van mijn moeder, bleek mijn uitleg van het hele sintgebeuren toch niet waterdicht. Het daaropvolgende jaar had ik haar subtiel geattendeerd op het naderende decemberfeest, maar dit keer wilde ik niet zelf het cadeautje uitzoeken, want we wisten allebei best dat het eigenlijk een verrassing moest zijn. Tot mijn afschuw trof ik de volgende dag in mijn schoen geen speelgoed aan, maar een gebreide blauwe trui. Bij Marokkaanse feesten is het gebruikelijk de kinderen te verwennen met nieuwe kleren en mijn moeder had zichzelf kennelijk de creatieve vrijheid gegund om 'Sientieklaas' met Marokkaanse cadeautjes op te laten draven. Mijn verdriet en schaamte hadden niet groter kunnen zijn in die rotkring naast Daniëlle's nieuwe barbieauto.

Uitleg van Nederlandse feesten was geen sinecure, daar moest ik voortaan strak de regie in houden, anders liep het volledig uit de hand. Carnaval moest ik bijvoorbeeld ook beter voorbereiden, dat kwam evenmin goed van de grond. Mijn moeder kwam aanzetten met een traditionele kaftan en maakte me mooi op met oogschaduw en lippenstift; nu was ik 'verkleed' als Marokkaans meisje. Op mijn stampvoetende bezwaar dat dit nergens op sloeg en dat ik Roodkapje wilde zijn, antwoordde m'n moeder droogjes dat een Marokkaanse prinses toch veel mooier was dan een boerin met rode hoofddoek.

Ondanks mijn frustratie begreep ik mijn moeders onhandigheid en waardeerde ik haar eerlijkheid. Ik vond het absurd toen ik erachterkwam dat mijn klasgenootjes oprecht geloofden dat de man met de mijter via de schoorsteen cadeautjes bracht en daarover door hun ouders jarenlang werden voorgelogen. Toen Sinterklaas een keer zijn baard verloor tijdens een bezoek aan onze school, begonnen sommige kinderen te huilen, maar zelfs toen wisten de Pieten en de juf het recht te breien met gekke kunsten en een mooi verhaal. De rust werd hersteld en alle kinderen waren weer vol vertrouwen. Ik begreep niet waarom mijn juf de klas hardnekkig bleef voorliegen en voelde voor het eerst argwaan bij de vrouw die tot op dat moment mijn volmaakte heldin was. Toch had ik niet de behoefte mijn klasgenoten uit te leggen dat Sinterklaas niet bestond in Marokko. En dus ook niet in Nederland. Waarom zou ik dat voor ze verpesten? Ik deed wel mee met de Nederlandse pret, het was tenslotte een leuk feest met cadeaus en snoep.

Misschien moet ik met hetzelfde kinderlijke gemak mijn zoontje vertellen over Sint-Nicolaas, de bisschop van Myra uit de 3de eeuw die werd herdacht als beschermheilige voor kinderen en die wij tegenwoordig in ere houden door een fantastisch mooi kinderfeest te vieren. Zolang er pepernoten worden rondgestrooid en pakjes in zijn schoen worden gelegd, weet ik zeker dat mijn zoontje het verder een worst zal wezen wat wij volwassenen van het feest maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden