Interview Frans Bromet en Rutger Castricum

‘Uiteindelijk zei Frans: dit soort drammertjes, daar houden we hier van. Er volgde een harde leerschool’

In dit verhitte tijdsgewricht is de verbinding soms ver te zoeken. De Volkskrant laat deze zomer vrienden en familieleden aan het woord die grote en kleine verschillen overbruggen. Deze week: documentairemaker Frans Bromet en journalist Rutger Castricum, meester en leerling.

Frans Bromet en Rutger Castricum. Beeld Ivo van der Bent

Het is zeventien jaar geleden dat Rutger Castricum stage liep bij Frans Bromet, maar de verhoudingen zijn nauwelijks veranderd. Dat blijkt kort nadat de PowNed-verslaggever en de documentairemaker elkaar een hand hebben gegeven in Bromets huis.

Castricum heeft zojuist verteld dat hij sommige filmpjes waarmee hij zijn reputatie vestigde als pesterige interviewer liever niet had gemaakt. ‘Als je scherp door de bocht gaat, vlieg je er ook weleens uit.’ En: ‘Ik was lang niet altijd trots als ik het terugzag.’ Een voorbeeld weigert hij te geven. ‘Is dat te vaag? Dat is dan maar zo.’

Dan neemt Bromet het woord. ‘Ik herinner me een item van jou over iemand die heel christelijk was. Die werd erg in de zeik genomen.’ Met een vileine glimlach: ‘Dat lijkt me iets om je voor te schamen.’

Leerling en leermeester, dat is nog altijd de rolverdeling. Bromet steekt zijn kritiek op zijn oud-stagiair niet onder stoelen of banken. In een profiel over Castricum in Vrij Nederland uit 2010 zei hij bijvoorbeeld: ‘Zo bruut zijn tegen zulke kwetsbare mensen, daar moet je haast wel sadistische trekjes voor hebben.’

In het filmpje waarop hij nu doelt, het PowNews-item ‘Man bijt christenhond’, is te zien hoe Castricum zichzelf uitnodigt bij een christelijk echtpaar in Barneveld en hun leven van commentaar voorziet: ‘U zit hier ook maar de hele dag een beetje te hangen op de bank?’

Bromet: ‘Echt genant. Je mag best kritisch zijn over het geloof, daar is vaak ook aanleiding voor, maar ik vind dat je iedereen moet respecteren die belangenloos meewerkt aan jouw product.’

Castricum: ‘Dit was meer een sketch, het was duidelijk satirisch bedoeld. We hebben het samen gedaan, ik heb die man er echt in meegenomen. Ik ben nog bij die man terug geweest, want ik voelde ook wel dat het heftig was geweest. Hij vond het leuk, ook achteraf.’

Bromet: ‘Je mag iemand best stevig ondervragen. Maar dan moet je wel in je achterhoofd houden: het is ook maar een mens, met zijn hebbelijkheden. En: wie ben jij om te oordelen?’

Castricum: ‘Er zat geen oordeel in.’

Bromet: ‘Er zit wel een oordeel in als je iemand voor gek zet.’

Castricum: ‘Ik sta eerder voor gek dan die man. Hij blijft vriendelijk, hij doet mee. Ik kan me voorstellen dat de kijker denkt: wat is die verslaggever een druktemaker.’

Bromet: ‘Het is toch ingewikkelder, denk ik. Ik heb pas een boek gelezen over een christen die in een concentratiekamp zat. Hoe meer hij leed, hoe sterker zijn gevoel voor God werd. Lijden is iets waar extreme christenen vaak naar uitkijken. Zoiets zou je ook moeten betrekken in zo’n reportage.’

Castricum: ‘Ja, ik bedoel… Het had zomaar beter gekund.’

Extravert en introvert

In veel opzichten zijn ze elkaars tegenpolen. De extraverte Castricum (40), die bekend werd met brutale, geregeld treiterige of platte reportages voor GeenStijl, en de introverte Bromet (74), die naam maakte als cameraman van grote speelfilms als Frank en Eva (1973) en Ciske de Rat (1984) en uitgroeide tot gevierd tv-maker.

Bromets grootste wapenfeit is de succesvolle VPRO-serie Buren (1991-1999), waarin hij ruziënde buren portretteerde. Castricum zette in 2009, samen met GeenStijl-oprichter Dominique Weesie, de recalcitrante omroep PowNed op, die Hilversum wilde ‘opblazen’. Slogan: ‘Lelijker wordt het niet.’

Ze mogen elkaar graag en hebben altijd contact gehouden. Als ze elkaar treffen in het huis van de documentairemaker, aan een schilderachtige dijk in het Noord-Hollandse dorp Ilpendam, is het weerzien hartelijk. Bromet: ‘Nou, leuk.’ Castricum: ‘Heel leuk! Ik was hier nog nooit geweest.’

Anita, de vrouw van Bromet, die met koppen koffie komt aangelopen: ‘Daar was helemaal geen tijd voor, jullie waren altijd aan het werk.’

Als de twee mannen even later hebben plaatsgenomen op rieten stoelen in de serre, gaat het al snel weer over die periode. Nadat hij een jaar stage had gelopen bij een tv-programma van Bromet, bleef Castricum nog een jaar voor hem werken.

Anita: ‘Wat een leuke tijd was dat.’

Castricum: ‘Nou, ik kreeg soms de wind van voren. En later weer, in interviews.’

Bromet: ‘Ik was weleens een beetje kritisch.’

Castricum: ‘Als je televisieprogramma’s maakt, krijg je van iedereen kritiek. Je bepaalt zelf wat je van waarde acht. In het geval van Frans vind ik die waarde heel groot. Hij was mijn leermeester. Hij heeft weleens gezegd: Rutger loopt een beetje stoer te doen. Hij wordt opgenaaid door die jongens van GeenStijl en PowNed en gaat er te veel in mee.’

Frans Bromet en Rutger Castricum in Bromets tuin in Ilpendam. Beeld Ivo van der Bent

Had Frans een punt?

Castricum: ‘Ja. Niet zozeer als het om het opnaaien gaat. Ik was er zelf bij, het was mijn eigen verantwoordelijkheid. Maar PowNews, bijvoorbeeld, moest elke dag nog leuker zijn dan de dag ervoor. Dan word je niet zozeer opgezweept door een groep, maar door je eigen drang iets toe te voegen.’

Je vroeg Mark Rutte ooit of hij nog had geneukt. Hoe kijk je daarop terug?

‘Rutte was nog geen premier, hij was net fractievoorzitter van de VVD. Ik wilde hem uit de tent lokken. Mijn filmpje was een ‘hé lullo’-persiflage van Jiskefet. Dat zou ik niet meer zo doen, ik ben niet meer zo bezig met effectbejag. Ik zit nu in een andere fase van mijn carrière.’

Frans, wat vond je van Rutgers beroemde reportage uit 2008, waarin minister Ella Vogelaar weigert in te gaan op vragen over haar nieuwe spindoctor en er lange stiltes vallen?

Bromet: ‘Ik heb het vaak teruggekeken, omdat er zo veel kritiek op was. De enige die iets verkeerd deed, was Vogelaar. Rutger viel haar niet aan, hij stelde gewoon vragen.’

Castricum: ‘Achteraf denk ik: ik had niet van die kinderachtige gebaartjes moeten maken achter haar hoofd. Dat was niet nodig. Daar vloog ik uit de bocht, met al m’n bravoure.’

Bromet: ‘Jouw manier van werken heeft ook veel succes gehad. En resultaat: politici zijn losser geworden, minder formeel. Dat is belangrijk voor de democratie. Als kiezer kun je je makkelijker identificeren met politici als ze hun menselijke kant laten zien.

‘Ik weet nog dat ik een programma maakte over lijsttrekkers, bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002. Ik wilde ook persoonlijke dingen bespreken. Niemand wilde daar toen aan meewerken. Dat is veranderd en daarin heeft Rutger een belangrijke stem gehad.’

De prater en de luisteraar

Ze zitten zij aan zij. De beweeglijke Castricum, die handgebaren maakt of frutselt aan de knopen van zijn overhemd, is het meest aan het woord. Hij maakt veel grappen – ook ten koste van zichzelf – waar hij zelf hard om moet lachen. Bromet, die vaak stil zit te luisteren, breekt zo nu en dan in met een kritische kanttekening of observatie. Hij wordt in de loop van het gesprek steeds spraakzamer.

Ook in zijn documentaires toont Bromet zich een goede luisteraar. Hij filmt alles zelf, met zijn camera op de schouder. De jury van de Zilveren Nipkowschijf – die in 2017 zijn oeuvre bekroonde – noemde hem ‘een van de aartsvaders van de observerende documentaire in Nederland, wars van mooifilmerij en andere artistieke foefjes’. Hij is altijd nadrukkelijk aanwezig als interviewer die van achter de camera vragen stelt. Zijn nasale, lijzige stem werd zijn handelsmerk.

Bromet maakt het liefst ‘eerlijke’, niet-gescripte televisie, zo veel mogelijk zonder voorgesprekken. Hij kiest vaak onderwerpen uit zijn omgeving, zoals Het Drielandenpunt (1974), over zijn Joodse vader die in die tijd al meer dan veertig jaar weigerde de grens met West-Duitsland over te gaan. Gedurende het filmen kreeg hij zijn vader toch zover.

Je eigen leven en omgeving komen vaak terug in documentaires. Bedacht je de serie Buren omdat je zelf conflicten had met buren?

‘Nee. Ik had wel ruzie met buren, over de uitbouw van mijn huis bijvoorbeeld. Maar ik kwam erop doordat ik zo’n fan was van het dramatische van speelfilms. Van de filmwereld had ik genoeg, maar dat element miste ik. Ik dacht: in welke situaties heb je dat? In een burenruzie.’

Buren was negen jaar op tv. Daarna zag je het concept terug in andere programma’s, zoals De Rijdende Rechter.

‘Ik zie dat als een compliment. Wat ik toen deed, was behoorlijk anders dan gebruikelijk op tv. Een programma over echte mensen, over kleinzieligheid. Ik maakte het zo dat je sympathie het ene moment bij de ene partij lag en dan verschoof. Dat vond ik het mooie.’

En je vroeg altijd door: ‘U zegt dat nu wel, maar…’

‘…uw buurman zei iets heel anders.’ Hij grijnst.

Castricum: ‘Dat is het belangrijkste van wat Frans doet, en dat doe ik ook vaak: je opstellen als de kritische vriend. Dat is moeilijk als je bij iemand thuis bent. Dan kun je met hem meehuilen, bij de buren doe je hetzelfde en daarna monteer je het door elkaar. Het is veel spannender om meteen te zeggen: is dit niet een beetje gezeur? Dat is voor die mensen ook beter. Soms geven ze je gelijk, dan ziet de kijker dat het niet alleen zeiksnorren zijn.’

Bromet: ‘Dat is belangrijk, wat je hier zegt. Ik huil niet met mensen mee, ik probeer ze te begrijpen.’

Moeizame start

In eerste instantie zag Bromet niets in Castricum. Het was 2002, Castricum studeerde journalistiek in Zwolle. Voor de opleiding maakte hij reportages die geïnspireerd waren op programma’s als Buren, dus raadde zijn docent hem aan stage te lopen bij De achtste dag, waarvan Bromet de eindredactie deed.

Dat programma, van de Humanistische Omroep, werd opgenomen bij Bromets filmbedrijf in Ilpendam. De tv-kijker volgde jonge journalisten die reportages bedachten, die met elkaar en de eindredacteur bespraken en uiteindelijk stuk voor stuk op pad gingen met een consumentencamera. Een tweede camera registreerde hen, zodat de kijker zag hoe elk verhaal tot stand kwam.

Castricum: ‘Toen ik Frans belde of ik mocht langskomen, zei hij: hoezo? Ik was heel bleu en gaf steeds verkeerde antwoorden. Uiteindelijk zei hij: stuur maar iets op. Ik weet niet meer precies wat ik hem stuurde, iets met een voetbalteam geloof ik, maar hij mailde me terug: dit is zo slecht, hier kan ik helemaal niets mee. Kom maar terug als je verder bent, dit is nog niet eens een beginpunt.’

Hij moet er nu hard om lachen, maar destijds was de teleurstelling groot, zegt Castricum. ‘Ik ben blijven bellen en zeuren. Ik zei: misschien heb je gelijk, maar als je zo’n bot mailtje stuurt, moet je me in ieder geval de kans geven het te leren. Uiteindelijk zei Frans: dit soort drammertjes, daar houden we hier van. Toen mocht ik op gesprek komen.’

Er volgde een harde leerschool. Castricum zag geregeld stagiairs, bijna allemaal meisjes, in huilen uitbarsten. ‘Als ik Frans een reportage liet zien, zette hij die soms binnen een minuut uit. Dan zei hij: ‘Ik snap er geen zak van’ en liep hij weg. In het begin keek ik nog over mijn schouder: hij zal toch wel terugkomen? Nou, nee. Dat waren leermomenten. Vaak zat ik uren te puzzelen: wat bedoelde Frans precies? Hij dwong mij zelf na te denken en creatief te zijn.’

Dat Castricum later doorbrak, verraste Bromet niet. De documentairemaker heeft altijd een zwak gehad voor zijn leerling, die opviel door zijn ambitie, zijn ongeremdheid en politieke overtuigingen.

Bromet: ‘Ten opzichte van al die meisjes was jij veel rechtser.’

Castricum: ‘Daar was weinig voor nodig. Er lag in die tijd een deken over bepaalde onderwerpen, die kon je niet bespreken. Het was bijna elke redactievergadering hommeles. Dan bedacht ik iets waarvan al die meisjes dachten: verschrikkelijk. Frans zei vaak: leuk idee, gaan we doen.’

Bromet: ‘Ik herinner me een item van jou over een snelweg waar je nog maar 80 mocht rijden, vanwege geluidsoverlast. Dat vond je idioot, volgens jou waren die bewoners zeurpieten.’

Castricum: ‘Toen ik naar ze toe ging, werd al snel duidelijk wat voor types het waren. Er was een man die er een dagtaak van maakte om rond te lopen met een decibelmeter. Ik vroeg: wat doet u voor werk? Nou, niets.

‘Dat is niet rechts of links, vind ik. De PvdA was in die tijd heel groot, ik zwom tegen de stroom in. Van Frans heb ik geleerd beelden door te prikken die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Als ik voor PowNed naar een demonstratie ging en de opkomst viel tegen, dan zoomde ik niet in met de camera, zoals anderen, maar uit. Dat is het echte verhaal: er is bijna niemand.’

Ben je Rutger altijd blijven volgen, Frans?

Bromet: ‘Ja. Zijn serie over Marokkanen heb ik gezien. Die vond ik verrassend. En heel goed, omdat het programma met medeleven is gemaakt.’

De vierdelige documentaireserie Marokko op 1, uit 2018, markeert de nieuwe, serieuzere richting die Castricum is ingeslagen. Hij volgde in dat programma Marokkaanse Nederlanders tijdens het WK voetbal. Het leverde hem lof op van tv-recensenten, die in het verleden vaak kritisch waren.

Castricum: ‘De voorbereiding was wel een klusje voor de redactie. Niemand wilde meewerken aan Marokko op 1, omdat ik het maakte. Achteraf was iedereen die ik heb gefilmd blij dat hij zijn verhaal kwijt kon. Dat is het ultieme van wat ik nu doe: dat je inzicht krijgt in elkaar. Het werkte trouwens als een mokerslag voor veel kijkers, dat ik zo’n serie had gemaakt.’

Ze zagen ineens een heel andere Rutger Castricum dan vroeger. Was je het pesten zat?

‘Na twee jaar PowNews kreeg ik het gevoel dat het een trucje werd. Mensen aanspreken met draaiende camera, ontregelen, vaak met flauwe grappen. Dat raakte uitgewerkt, ook doordat anderen hetzelfde gingen doen. Ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Uiteindelijk wilde ik terug naar het soort programma’s waarvoor ik ooit de journalistiek ben ingegaan.’

Achter de schermen werkt hij hard aan zijn manier van interviewen en presenteren, met zijn coach Jeroen Pauw. Hoe Castricum zich heeft ontwikkeld is onder meer te zien in zijn documentaireserie over voetbalclub Emmen en de wekelijkse talkshow De Hofbar. Daarin wil Castricum politici en burgers dichter bij elkaar brengen, door beiden aan tafel uit te nodigen.

Bromet: ‘Ik vind je talkshow ook genuanceerder dan je vroegere werk. Maar als ik het mag zeggen, Rutger: ik vind je nog te ongemakkelijk daar staan, als presentator. Het zou losser kunnen.’

Castricum: ‘Zo’n talkshow is iets heel anders, buiten mijn comfortzone. Een documentaire kun je monteren, dit is live. Ik herken wel wat je zegt. Ik ben vaak aan het jagen: na twintig minuten is het programma afgelopen, dan moet alles aan bod zijn gekomen.’

Familiemannen

Anderhalf jaar geleden zagen ze elkaar voor het laatst. Castricum heeft het te druk gehad, zegt hij. ‘Ik zou nog koffie komen drinken in Ilpendam, dat is er niet van gekomen.’ Bromet heeft zelfs met goede vrienden relatief weinig contact: ‘Zoiets hoeft van mij niet wekelijks.’

Bromet ziet zijn zoon en twee dochters wel vaak. ‘De hele familie woont in Ilpendam, we komen dagelijks bij elkaar over de vloer. We doen alles samen, werken ook veel samen.’

Castricum: ‘Ik heb dat ook met familie. Mijn ouders zijn heel betrokken: ze komen naar elke uitzending van De Hofbar. Mijn moeder is fan, mijn vader is heel kritisch, net als Frans. Mijn vader belde me vroeger vaak na een uitzending, met kritiek. Dan riep ik eerst: jij bent de doelgroep niet. Daarna dacht ik vaak: hij heeft eigenlijk wel een punt.’

Inmiddels heeft hij zelf vier kinderen, drie jongens en een meisje. ‘Daar moet je zin in hebben, hoor. Je doet het er niet zomaar bij.’ Hij brengt ze ’s morgens naar school en zingt ’s avonds, als hij ze naar bed brengt, liedjes voor ze, terwijl hij zichzelf begeleidt op de gitaar. ‘Meestal bespreek ik daarin hun dag, wat ze hebben meegemaakt. Een beetje klungelig, maar de kinderen vinden het heel leuk.’

Bromet: ‘De mythe hier in huis is dat ik altijd aan het werk was toen de kinderen klein waren. Maar ik heb wel drie keer ons huis verbouwd, dus dat klopt niet helemaal. Ik hou veel van ze, en zij van mij. Maar heel close, dat zit er bij mij niet zo in. Veel aanhalen bijvoorbeeld: doe jij dat wel, Rutger?’

Castricum: ‘Ik knuffel mijn kinderen veel, ja. Mijn dochter Feline duwt me altijd weg: daar heb je hem weer. Maar iedereen doet het op zijn eigen manier. Als ik zie dat jullie vaak bij elkaar over de vloer komen, is het in elk geval niet verkeerd gegaan.’

Frans, een van je dochters heeft ooit gezegd dat ze vaak het gevoel had dat je niet echt in haar geïnteresseerd was.

Bromet: ‘Dat is haar beleving. Daar ben ik het niet mee eens. Maar als het zo voelt, is het voor haar zo. Het is ook moeilijk om het als ouder helemaal goed te doen.’

Castricum: ‘Dat is zo. Ik ben misschien weer te beschermend, omdat ik ze te dichtbij wil houden.’

Frans, je bent inmiddels 74 en nog steeds heel druk aan het werk.

Bromet ‘Nou, heel druk… Ik werk fulltime.’

Castricum: ‘Ga je sterven in het harnas, Frans?’

Bromet: ‘Als het even kan wel. Waarom zou ik niet bezig blijven, zolang ik min of meer gezond ben en er zin in heb? Ik wil niets anders, ik ben nog steeds nieuwsgierig.’

Castricum: ‘En je omgeving laat het toe, toch?’

Bromet: ‘Nou, Anita zegt dat ik eigenlijk meer thuis moet zijn, maar dat is mijn hele leven al zo. Ik houd er wel rekening mee hoor, voor zover dat gaat.’

Castricum: ‘Mijn vrouw wil liever niet dat ik nog dagelijks iets maak. Maar dat blijft wel altijd mijn ambitie. Ze weet dat als die kans weer voorbijkomt, ik die met beide handen aangrijp, al vindt ze dat niet prettig. Als ik dat niet kan doen, ben ik niet gelukkig. Dat weet ze ook.’

Rutger Castricum en Frans Bromet. Beeld Ivo van der Bent

Is een dagelijkse talkshow jouw ambitie, Rutger?

‘Ik vind dat dagelijkse heel spannend, ja. Ik doe nu iets wekelijks, je bouwt sneller iets op als je het elke dag doet.’

Als kind wilde je al beroemd worden. Zou je ook achter de schermen kunnen werken?

Castricum: ‘Daar zou ik niet veel ongelukkiger worden. Ik vind het vooral leuk om programma’s te bedenken en maken. Toen ik voor het eerst in beeld kwam, merkte ik wel dat ik veel meer waardering kreeg. Ik ben ijdel, ik vond het leuk dat mensen me herkenden. Maar op een gegeven moment ben je daar wel klaar mee.’

Bromet: ‘Voor jou is het misschien lastig dat je bekend bent. Ik heb daar niet zo veel last van.’

Castricum: ‘Ik ook niet echt. Mijn zoon Beau – hij is 8 jaar – treitert me er wel altijd mee. Dan komen we bij de bakker of het zwembad en dan roept hij heel hard: dames en heren, hier is Rutger Castricum. Ik moet er altijd hard om lachen, maar op zo’n moment is het heel genant.’

Bromet heeft in het verleden weleens geklaagd over gebrek aan waardering. De Ere-Nipkowschijf, in 2017, was een van de eerste prijzen die hij won. Het was, behalve bij de NCRV, lastig om bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) financiering te krijgen voor documentaires. In Alles van waarde, een film uit 2011, uitte hij zijn frustratie over de managementcultuur. Die is ook doorgedrongen tot de NPO, waar netmanagers veel macht hebben.

Castricum: ‘Ik heb het altijd raar gevonden dat iemand met jouw staat van dienst zo veel moeite moet doen om nieuwe programma’s te maken. Maar ja, je bent niet iemand die probeert beste vrienden te worden met Frans Klein (directeur video van de NPO, red.).’

Bromet: ‘Ik heb niet veel talent om te slijmen. En dat is wel belangrijk. Maar goed, ik heb altijd programma’s kunnen maken en ik ben nog steeds met projecten bezig. Ik heb nu weinig reden om te mopperen. Nou ja, ik vind het wel idioot dat er bij de NPO zo weinig geld is voor documentaires, terwijl bij sport alles kan. Daar word je mee doodgegooid op radio en tv. Die sportlui zitten ons geld op te maken.’

Na tweeënhalf half uur moet Castricum naar een volgende afspraak. Voordat hij gaat, wil hij nog iets tegen Bromet zeggen. ‘Dat ik de kans heb gekregen om stage te lopen bij jou, Frans, zie ik nog altijd als mijn start. Als ik aan het werk ben, denk ik nog vaak aan wat ik van jou heb geleerd.’

Bromet: ‘Dat vind ik leuk om te horen. Eigenlijk wilde ik ook nog iets zeggen, over dat je wordt gecoacht door Jeroen Pauw, maar dat is misschien ongepast.’

Castricum barst in lachen uit.

Bromet: ‘Volgens mij moet je daar een beetje mee uitkijken. Pauw is heel erg van dat gekunstelde en voorgeproduceerde. Als je als presentator niet de natuurlijke soepelheid hebt die hij heeft, krijg je al gauw dat stijve dat jij nu hebt in De Hofbar. Ik vind jou veel beter als je wat losser bent. Als je te lang door Pauw wordt gecoacht, lijkt het me moeilijk nog uit die mal te komen.’

Castricum: ‘Hier heb je weer zo’n leermoment. Je zult zien, dan zit ik straks in de auto te denken: wat moet ik hier nou mee?’

Rutger Castricum

1979 Geboren op 29 mei in Den Haag

2001 School voor Journalistiek, Zwolle

2002 De achtste dag (eindredactie: Frans Bromet en Jan Haasbroek)

2002 Verslaggever bij RTV Rijnmond

2006 Reportagemaker GeenStijl

2009 PowNed, presentator, verslaggever en medeoprichter

2010PowNews

2017Feyenoord op 1

2018 Oud en Nieuw onder vuur, Druk, Marokko op 1, De Hofbar

2019 De Hofkar

Woont in Den Haag met zijn vrouw Daphne en hun kinderen Beau (8), Feline (6), Tijn (2) en Tom (bijna 1).

Frans Bromet

1944 Geboren op 29 augustus in Amsterdam

1962 Filmacademie in Amsterdam

1965 Cameraman bij speelfilms en tv-programma’s

1991 Documentairemaker (o.a. Buren, De verbouwing, NCRV Dokument)

1993 Eindredactie reportageprogramma Marco Polo (VPRO), met Peter van Ingen

1997 Zilveren Nipkowschijf: televisieprogramma Veldpost (eindredactie, met Van Ingen)

2008 Eerbetoon aan zijn werk op International Documentary Filmfestival Amsterdam (Idfa)

2011 Bioscoopdocumentaire Alles van waarde

2017 Ere-Nipkowschijf voor gehele oeuvre

Woont in Ilpendam met zijn vrouw Anita. Ze hebben drie kinderen: Laura (49), Silvia (48) en Ruben (33).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden