columneva hoeke

Twintig jaar later is er nog geen steek veranderd in iets wat zo fundamenteel is

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Vanuit het niets kreeg ik een mailtje van Woningnet, de organisatie die woningzoekenden koppelt aan het (sociale) woningaanbod. Ik las een waarschuwing: binnenkort zou mijn inschrijving bij Woningnet verlopen, binnen twee weken om precies te zijn, maar een en ander was te voorkomen door 8 euro te storten, betalingslink zat erbij. Deed ik dat niet, dan kwamen mijn opgebouwde inschrijfduur en eventuele reacties te vervallen. Met vriendelijke groet, Woningnet. Ik keek naar het rood-zwarte blokjeslogo in de rechterbovenhoek en dacht: nee, niet mijn inschrijfduur!

Meteen daarna: ‘Hoeveel jaar zou ik inmiddels hebben opgebouwd, twintig?’

En: ‘Zou ik dan nu eindelijk in aanmerking komen voor een woning?’

Dit zouden allemaal logische reacties zijn geweest als ik nog woningzoekend was. Maar ik héb inmiddels een woning. En kijk al heel lang niet meer op Woningnet. Sterker, ik weet niet eens zeker of ik überhaupt nog ingeschreven sta. Maar dat krijg je er dus van, als je de helft van je leven in de tang hebt gezeten van de randstedelijke woningmarkt.

Mijn wooncarrière verliep zoals die van zoveel generatiegenoten zonder rijke ouders of connecties: grillig. Direct op mijn 18de verjaardag schreef ik me in op Woningnet, en vanaf dat moment reageerde ik elke week verwachtingsvol – naïef is ook een woord – op het aanbod. Eerst alleen in Amsterdam, van lieverlee steeds meer daarbuiten. Door de extreem lange wachttijden, toen al, maakte ik geen schijn van kans: de hoogste positie die ik ooit heb gehaald was nummer drie, kansloos dus. Daarmee was ik overgeleverd aan de vrije markt, wat zo’n beetje neerkwam op twintig jaar lang zoeken, beduveld worden, genoegen nemen, hyperflexibel zijn, af en toe een mazzeltje en vooral heel veel dragen en niet klagen (nou ja, zó belangrijk is een douche nou ook weer niet). Tegen de tijd dat ik wél voldoende jaren bij Woningnet had opgebouwd verdiende ik te veel om er nog gebruik van te kunnen maken, maar dan toch weer niet genoeg om zelfstandig iets te kunnen huren op de particuliere woningmarkt. Dat kwam pas toen ik ging samenwonen en we samen 1.500 euro konden betalen voor een bovenwoninkje onder de rook van de Amsterdamse A10 – voor we eenmaal konden kopen, overigens niet eens op de plek waar we graag hadden willen kopen, waren we als zzp’ers nog eens tien jaar verder.

Ik heb lang gedacht dat dat normaal was en tot op zekere hoogte is dat het ook: in het leven moeten bepaalde zaken nu eenmaal veroverd worden. Tanden op elkaar en doorbeuken maar, zo word je groot. Maar je mag je wel afvragen waarom er twintig jaar later nog geen steek is veranderd in iets dat zo fundamenteel is. Sterker, de woningnood is erger geworden. Het historisch lage aanbod heeft ervoor gezorgd dat de gemiddelde verkoopprijs van een huis vorig jaar met 15 procent is gestegen, de sterkste prijsstijging in twintig jaar. In NRC schreef journalist Gijs van der Sanden over hoe hij op zijn 35ste nog altijd met huisgenoten woont. Zijn essay gaat over wat dat met je zelfbeeld doet en over het verlangen naar een plek voor jezelf.

Ik herkende álles. Dat ondermijnende gevoel een loser te zijn. De kloof tussen jou en vrienden die wel op het goede moment toesloegen en spreken over overwaarde dit, zeven ton dat, een enkeling die zelfs hardop nadenkt over een vakantiehuisje. Met prestaties heeft het niets te maken, met hard werken halen wij het nooit meer in, en misschien hoeft dat ook wel niet. Maar hoe zal het onze kinderen straks vergaan?

Voor de zekerheid ging ik toch maar even naar Woningnet.nl. Meteen een banner in beeld: let op, internetcriminelen actief! De mails die ik had gekregen bleken zogenaamde phishing mails te zijn. Het advies was om niet op de link te klikken, geen bankgegevens te delen, eigenlijk kon je maar het beste gewoon helemaal niet reageren.

Dat zeg ik: er is niets veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden