Twee jonge Belgen

Twee jonge Belgen, man en vrouw, runden samen een bloemenzaak. Op zekere dag hoorden ze dat je meer kon verdienen in een andere branche, het begrafeniswezen....

De zaken liepen uitstekend. Voor hun dertigste zaten de twee goed in het geld. Daar moesten ze hard voor werken. Soms werden er verongelukte kinderen bij ze binnengebracht, of mensen van hun eigen leeftijd die zelfmoord hadden gepleegd. Ook stond er een keer een rijkswachter voor de deur om een lijkzak te halen. Dat gebeurde wel vaker, dus ze gaven de man het gevraagde mee. Nog dezelfde dag werd hij gevonden in het bos, liggend in de zak. Hij had zich met zijn dienstwapen een kogel door het hoofd geschoten.

De jonge begrafenisondernemer was in zijn zwarte limousine op weg naar de zoveelste dode, toen hij buiten zijn dorp een onverwacht tafereel zag. Het had zo weinig te maken met zijn eigen bestaan, dat hij in een impuls op de rem trapte en de auto in de berm parkeerde. Op een verwaarloosd stuk grasland liep een Fjordenpaardje te grazen. Vlakbij stond een kleine woonwagen met een rond dak. Tussen de wielen lag een hond, ernaast was een man een vuurtje aan het stoken. Ook zag hij een donkerharige vrouw, die in het gras een boek zat te lezen. Beiden waren ongeveer net zo oud als hijzelf.

Hij stapte in zijn zwarte pak de auto uit en deed een paar passen in de richting van het wagentje. 'Spreekt ge Vlaams?'

'Jazeker', was het antwoord. 'Wij zijn Nederlanders.'

'Zijt ge hier vanavond nog?'

'Het gras is goed', zei de man, maar de vrouw voegde eraan toe: 'Je weet natuurlijk nooit of we worden weggestuurd.'

De jonge Belg stapte weer in de lijkauto en reed haastig naar zijn cliënt. Terwijl hij daar aan het werk was, kon hij met moeite zijn opwinding verbergen. Het boek dat de vrouw las heette Een spoor van paardemest. Zo rondreizen, de hele dag met je dieren samenzijn: dát was pas leven!

Die avond reed hij met zijn hele gezin naar de plek waar de woonwagen had gestaan. Gelukkig, alles was er nog. De Fjord graasde nu een eindje verderop. De hond begon waarschuwend te blaffen. In de deuropening van hun rijdende huisje verschenen de man en de vrouw. Ze waren net klaar met eten, op een uitschuiftafel stonden de resten van hun maaltijd. Alles binnen was mooi en doordacht, tot de kleur van het serviesgoed aan toe. Achterin hadden ze overdwars een tweepersoonsbed.

'Hebt ge de wagen zelf gemaakt?' 'Waar leeft ge van?' 'Hoeveel kilometer haalt ge per uur?' Het gezin vuurde een heleboel vragen op de Nederlandse reizigers af.

Ja, ze hadden alles zelf gemaakt. Onderweg gaven ze weinig uit, ze leefden van hun spaargeld en deden wel eens een karwei bij een boer. Op vlak land legden ze per uur gemiddeld drie kilometer af. Aan hun manier van antwoorden kon je merken dat al meer mensen deze zelfde vragen hadden gesteld, maar de twee bleven vriendelijk.

Toen ze weer thuis waren, stond het voor het hele Belgische gezin vast: zij gingen ook zo leven. Op het moment dat ik dit schrijf, is het een jaar of dertien later, en ze leven nog steeds zo. Ze hebben destijds twee paarden gekocht en een grote aluminium woonwagen laten bouwen. Dat was voordeliger dan zelf maken, op deze manier konden ze nog even flink geld verdienen in de zaak. Voordat ze richting Frankrijk vertrokken, hebben ze hun huis en de begrafenisonderneming verkocht.

De kinderen zijn nu groot en wonen zelfstandig. Ze vinden dat ze een heel bijzondere jeugd hebben gehad. In het begin reisden ze mee, later bleven ze in België om naar school te gaan. Drie of vier keer hebben hun ouders geprobeerd zich ergens te vestigen, maar ze kunnen het niet meer.

Ik begrijp ze goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden