Twee homo's en geen baby

De niet-homovrienden van Haroon Ali hebben een babyinvasie veroorzaakt, en het is alsof ze nu een andere taal spreken. Wat moet hij daarmee aan, zonder ongezellig te zijn? Gewoon meedoen met hun heteronorm?

null Beeld null

Als ik kersverse ouders via WhatsApp vraag hoe het gaat, krijg ik als antwoord geregeld een foto van een baby. Leuk, maar ik wil weten hoe het met de vader of moeder is. (Zolang zo'n hoopje mens gezond is, geloof ik het wel. Kom maar terug als je kunt praten.) De babyfoto staat symbool voor de situatie waarin ik nu zit. Ik ben een homoseksuele man van 32 en al mijn vrienden krijgen hun eerste kinderen - je kunt gerust spreken van een babyinvasie. Waar ik vroeger foto's kreeg van cocktails op het strand, wilde feesten en snurkende onenightstands, krijg ik nu blije kinderkiekjes.

Dit wordt geen narrig verhaal, begrijp me niet verkeerd. Ik gun mijn vrienden en vriendinnen alle geluk van de wereld en ik ben blij voor hun vervulde kinderwens. Het ís ook waanzinnig om met z'n tweetjes nieuw leven te creëren en dat te zien opgroeien. Alleen: ik weet niet wat ik ermee aan moet. Ineens word ik gebombardeerd met gesprekken over borstvoeding en kolven, de zoektocht naar de perfecte crèche en met slaapproblemen - van zowel ouders als kind. Ik probeer te luisteren, maar ik kan me simpelweg niet inleven. Dus ik knik veel, glimlach en zeg: ja, dat zal wel. Poe, nou, hee.

Het is alsof mijn vrienden ineens een taal spreken die ik niet begrijp. Als jonge collega's tips, oorlogsverhalen en tweedehands babykleertjes uitwisselen, voel ik me buitengesloten. Het is alsof de dingen ík nu meemaak - carrièrekwesties, relationele strubbelingen, de strijd tegen de dertigerkilo's - ineens minder ertoe doen, want ze vallen in het niet bij het Leven Met Een Kind. Dat laatste gevoel is trouwens vooral ingebeeld; geen enkele jonge ouder die tegen mij heeft gezegd dat mijn leven oppervlakkig is. Maar het fuckt wel enorm met mijn hoofd.

Ik word heen en weer geslingerd. Enerzijds denk ik: misschien moeten mijn vriend en ik ook aan de kinderen. Historicus en presentator Hans Goedkoop, die met zijn man en twee moeders een zoon opvoedt, formuleerde het mooi in een interview met Volkskrant Magazine: 'Het gaat mij niet om het wilde leven, maar om het volle leven. Daar hoort hard werken bij, daar hoort mijn gezin bij, daar hoort een nacht doorhalen bij en een bergtop beklimmen tot je niet meer kunt.' Anderzijds denk ik: ho, wacht eens even. Ik ben homo, moet ik dat gegeven niet benutten? Is het niet juist aan mijn soort om tegen alle conventies aan te trappen? Ik richt mijn leven verdomme in zoals ik dat wil. Leve de vrijheid!

Psycholoog Leo Goetstouwers (zelf biseksueel) ziet in zijn praktijk meer mannen zoals ik. 'Ze kunnen moeilijk afscheid nemen van hun levensstijl, maar tegelijkertijd niet meer zo goed meekomen in de uitgaanswereld, wat toch een vleesmarkt is - dat weet jij ook.' Inderdaad. Hoewel het ouderschap beangstigt, vind ik het toekomstbeeld van de vermoeid doorfeestende oude nicht nog veel enger. Goetstouwers ziet dat homo's hun zogenaamde uitzonderingspositie soms 'cultiveren'. Bewust in de marge blijven leven, met alle privileges die daarbij horen: hedonisme en egoïsme.

Terwijl homo's, lesbiennes en biseksuelen er nog nooit zo hebben bij gehoord - in de westerse wereld althans. Sinds 2001 mag ik trouwen met een man en sinds 2009 mag ik een kind adopteren uit het buitenland - of ik verwek een kind bij een welwillende dame. Niets staat mij dus in de weg om het gangbare relatieparcours af te leggen: partner, samenwonen, kinderen. Toch voelt dat een beetje heteronormatief: iedereen doet het, dus ik moet ook. Psycholoog Goetstouwers formuleert het liever anders. 'Omdat homoseksualiteit niet meer bijzonder is, schuif je vanzelf op naar het midden.'

De flow van het leven

Wat houdt mij tegen om mee te gaan met de flow van het leven? Ik moet denken aan de sterke en veelbesproken column van actrice Halina Reijn, die in mei in de Vlaamse krant De Morgen stond. Zij beschrijft dat ze ongewild kinderloos is, maar dat de omgeving vaak suggereert dat het haar eigen schuld is. 'Omdat je kiest voor je carrière, omdat je geen offers wilt maken, omdat je te egoïstisch bent, omdat je een veel te hip leven hebt en dus geen ruimte maakt, omdat je vrij wil zijn. Je kunt niet eens voor een cactus zorgen, laat staan voor een mens.' Dat klopt allemaal wel bij mij - mijn vriend verzorgt de planten.

Er is alleen een groot verschil: ik ben geen vrouw, ik heb geen biologische klok. Ik kan op mijn 60ste nog vader worden - als mijn sperma meewerkt - en dus veel langer een onbezorgd leven leiden. Aan de andere kant is het als homoman juist ingewikkelder om vader te worden. Als ik geen leuke vrouw vind die de moeder van mijn biologische kind wil worden, kom ik toch uit bij adoptie. Maar die optie valt na mijn 40ste af, want er mag niet meer dan veertig jaar tussen adoptieouder en -kind zitten. Willen we een pasgeboren baby adopteren, dan moeten we onszelf nu al op de wachtlijst zetten.

Zonder een biologische urgentie voel ik de tijd dus toch tikken. Mijn vriend en ik zijn al ruim drie jaar samen, we hebben een appartement van 80 vierkante meter, we verdienen genoeg. Why not? Maar als ik eerlijk ben, zijn mijn redenen om een kind te krijgen net zo egoïstisch als de redenen om het niet te doen. Ik wil eigenlijk vooral een kind zodat ik later iemand heb die voor mij zorgt. Relaties kunnen stuklopen, vriendengroepen vallen uit elkaar en mijn familiebanden zijn op zijn zachtst gezegd instabiel. Maar een kind zit vast aan me. Kleine kans dat hij/zij mij in het bejaardentehuis laat verpieteren - toch?

Stiekem wil ik ook een kind om mijn omgeving te bewijzen dat ik niet egoïstisch ben. Oh, the irony. Kijk allemaal hoe goed ik mezelf en mijn eigen behoeften kan opofferen voor een ander! Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op. Tja, misschien wil ik wel gewoon een kind, zodat ook ik met een Bugaboo door de stad kan wandelen en met een vriendin en haar baby op het terras kan klagen over hoe verschrikkelijk zwaar we het hebben, maar dat we er ook zo veel voor terugkrijgen. Misschien is dat wel de belangrijkste reden: uiteindelijk willen we er allemaal bijhoren.

Kinderen creëren nu eenmaal een wig, merkt ook psycholoog Leo Goetstouwers. 'Ik had zelf graag kinderen gewild, maar het is er niet van gekomen. In mijn omgeving heeft het merendeel wel kinderen, dan heb je toch de haves en de have nots. Ik heb een hechte band met mijn neefjes en nichtjes en weet door mijn werk veel over opvoeding. Maar toch wordt er door sommigen anders naar mij gekeken, want ik heb zélf geen kinderen. Soms met een gevoel van jaloezie, omdat ik kan doen wat ik wil. Of een beetje meewarig: als je geen kinderen hebt, waar doe je het dan allemaal voor?'

Die kloof tussen ouders en kinderlozen wordt ook fraai geïllustreerd in de tragikomedie While We Were Young, die vorig jaar in de bioscoop draaide. De kinderloze veertigers Ben Stiller en Naomi Watts (twee miskramen) drijven steeds verder af van hun beste vrienden, die wel een baby hebben. Ze verliezen zich in de jeugdige energie en wilde hobby's (hip-hoples, ayahuasca-ceremonies) van twintigers Adam Driver en Amanda Seyfried. Ik zal het einde niet verklappen, dat trouwens vrij gezapig is, maar de moraal is: je kunt niet eeuwig jong blijven, maar kinderen zijn ook niet alles.

null Beeld null

Samenwonende twintigers zonder kinderen het gelukkigst

Want hoe gelukkig zijn mensen met kinderen nou echt? Eind september presenteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een onderzoek naar de kwaliteit van leven in Nederland. Twintigers zonder kinderen die samenwonen zijn het gelukkigst. Daarna komen ouders met kinderen boven de 12 jaar. Op de derde plek staan stelletjes boven de 30 zonder kinderen - dat zijn wij. Op de vierde plaats staan ouders met kinderen onder de 12. Daarna komen alleenstaanden van diverse leeftijden. Dit suggereert dat een partner dus belangrijker is voor je welzijn dan kinderen.

De rangschikking van het CBS sluit aan bij onderzoek dat Ruut Veenhoven aanhaalt. Hij is emeritus-hoogleraar sociale condities voor menselijk geluk. Koppels met pasgeboren kinderen zijn iets gelukkiger dan stellen die kinderloos blijven. Maar naarmate de kinderen ouder worden, zijn ouders minder gelukkig dan kinderloze paren. 'Hun huwelijk zakt vaak in en ze kunnen minder makkelijk keuzen maken, zoals van baan wisselen.' Pas als kinderen uit huis gaan, worden ouders weer blijer. Je hebt niet de lasten, maar wel de voldoening en het gezelschap van kinderen en kleinkinderen.

Tekst gaat verder onder de video

Iets achterlaten

De geluksprofessor wil trouwens benadrukken dat de drang om kinderen te krijgen niet is aangeboren. 'Er bestaat niet zoiets als een voortplantingsinstinct, of een moederinstinct bij vrouwen. We hebben een aangeboren behoefte aan sociale contacten, aan verbondenheid en zingeving, maar niet aan kinderen. Dat heeft de natuur op een andere manier geregeld. We hebben behoefte aan seks en ja, daar komen vaak kinderen uit voort. Kinderen krijgen is meer een roeping en dus maatschappelijk gekleurd.' Maar wacht eens even, dan is voortplanting dus niet de enige weg naar levensgeluk?

Dat vroeg Halina Reijn zich ook af in haar column. 'Is het hebben van kinderen eenvoudigweg een manier om veel te leren over jezelf en anderen en zijn er ook andere manieren om dat te doen? Met een kind laat je iets achter, creëer je het leven zelf. Maar met een toneelstuk, een politieke daad of een prachtig bedrijf creëer je toch ook iets essentieels?' Inderdaad, zegt Veenhoven. 'Kinderen krijgen is een voor de hand liggende manier om je leven inhoud te geven, maar anderen doen dat door hard te werken, veel te reizen of het klooster in te gaan.'

Ik weet dat mijn vriend best kinderen zou willen. 'Een kleine baby-Ali', grapt hij dan. Ik ben na al dit uitzoekwerk geneigd te zeggen: nee, tenzij twee fantastisch leuke lesbiennes zich melden, die mijn zaad in een potje willen. Dan zijn zij in principe de baas over de opvoeding en komt baby Ali om de week bij de papa's logeren. Dan help ik met huiswerk, gaan we naar Artis en verzamelen we in de herfst bladeren in het park. Mijn genen zijn doorgegeven, maar daarnaast kan ik wel die onvergetelijke roman schrijven en nog steeds op reis buiten de schoolvakanties om. Gematigd egoïsme.

Een warm gevoel

Onlangs had ik ineens een wonderlijke droom. Mijn vriend en ik zaten koffie te drinken met een zwangere collega. Toen ik opmerkte dat het al lang stil was in de zijkamer. Ik liep erheen en zag een lachende baby in de wieg liggen, die ik optilde, knuffelde en meenam naar de huiskamer. Hij was een paar maanden oud, had donkere donshaartjes en felblauwe ogen. Hij heette Loek. Geen idee waar die naam vandaan kwam, maar mijn partner vond het wel leuk toen ik hem hierover vertelde. Het tafereel gaf mij in ieder geval een bijzonder warm gevoel.

Maar de laatste tijd hoor ik van mijn bevriende jonge ouders ook steeds meer andere geluiden. Dat ze soms gek worden van hun baby en dat constante gejengel, dat ze zo graag weer eens iets voor zichzelf zouden willen doen, dat hun lichaam zo is veranderd, dat ze de romantische avondjes met hun partner ontzettend missen en aan seks al helemaal niet meer toekomen.

Dát zijn nou onderwerpen waarmee ik raad weet. Misschien moet ik mijn zingeving halen uit het bijstaan van oververmoeide jonge ouders. De vrolijke homo waar mijn vrienden met kinderen tegen mogen leeglopen, tegen wie ze niet hoeven te doen alsof alles goed gaat. Anderzijds horen ze van mij wat anders dan babypraat. Toen ik laatst met een jonge moeder op het terras zat, vertelde ik over een hippe expositie waar ik heen ging. Ze zei dat ze de baby nu makkelijker bij anderen kan achterlaten en dat ik haar vaker moest meeslepen naar dit soort evenementen. Natuurlijk, daar ben ik toch voor?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden