INTERVIEWSRACISME IN NEDERLAND

Twee generaties over racisme: ‘Wij zijn er, we gaan niet weg, en we eisen onze plek op’

Nicole Terborg en Jetty MathurinBeeld Erik Smits

Hoe voeren verschillende generaties de strijd tegen racisme? De Volkskrant luistert naar drie zwarte Nederlanders in gesprek met hun kind.

Dankzij de drukbezochte Black Lives Matter-demonstraties is racisme terug in het maatschappelijke debat. Binnen de zwarte gemeenschap is het gespreksonderwerp echter nooit verdwenen. Een maand na de geruchtmakende demonstratie op de Dam luistert V naar drie Nederlandse voorvechters in gesprek met hun kind. Welke emancipatiestrijd leverden deze ouders, wat leerden ze hun kinderen en wat nam de volgende generatie daarvan mee?

Jetty Mathurin (68) en dochter Nicole Terbog (43)
Jetty Mathurin maakte in de jaren tachtig faam als theatermaker en actrice. Bekend werd ze als het personage ‘Smorrie’ in de tv-serie Vrouwenvleugel. Haar dochter Nicole is journalist en presentator, onder meer voor de VPRO en omroep NH. Ze wonen beiden in Amsterdam.

Jetty: ‘Toen wij begin jaren tachtig in het Brabantse Cuijk kwamen wonen, waren we het eerste zwarte gezin daar. Inwoners van het dorp waren benieuwd naar de familie en onze cultuur. De vrouw van de burgemeester vroeg of ik wilde optreden in de streekschouwburg. ‘Jetty vertegenwoordigt Suriname’, stond op de affiches. Ik las de tekst en dacht: wie vertegenwoordigt wat? Ik vertegenwoordig ook Nederland. Die avond maakte het dorp pas echt kennis met Jetty Mathurin.’

‘Vanuit Cuijk ging ik naar Nijmegen en langzaam richting de randstad. Steeds vaker werd ik gevraagd om ook op congressen en symposia op te treden. Ik verzon het personage ‘taante’, een Surinaamse vrouw met stevig accent die niet op haar mondje is gevallen. Theater werd mijn vorm van activisme. Mensen durven niet dichtbij iets te komen wat ze vreemd vinden. Door voor ze op het podium te gaan staan zei ik: ja, mensen met mijn huidskleur wonen hier, leven hier en die gaan nergens heen. Kijk nog maar eens goed.

‘Mijn personage werd goed ontvangen. Toen Wim Kok afscheid nam als premier, als de vakbond een congres hield of een multinational iets te vieren had? ‘Taante’ werd ingehuurd om het publiek te vermaken en haar ongezouten mening te geven. Als ik dan bij KLM was, hoefde het woord racisme niet eens te vallen. Het ging om het beeld. Moet je je voorstellen wat het betekent dat er een zaal vol managers zit en er komt een Surinaamse tante binnen. En deze zwarte vrouw begint die managers met aangedikt accent, maar in hun eigen jargon, om de oren te slaan. Dat past niet bij het plaatje dat ze hebben van zo’n vrouw. Na een poosje trok taante haar jas uit en kwam er een dame in mantelpak tevoorschijn die perfect abn sprak. Met die metamorfose speelde ik met hun verwachtingen en vooroordelen; monden vielen open van verbazing. Alles wat daarna werd gezegd, had door het contrast nog meer effect.’

Nicole: ‘Doordat mijn moeder op de planken stond en op televisie kwam, zag ik wat de kracht van beeld was. We leven in een beeldcultuur. Daarom heeft het filmpje van de dood van George Floyd of de foto van duizenden demonstranten op de Dam zoveel effect: het roept krachtige emoties op.

‘Nu ik zelf jonge kinderen heb, ben ik me daar extra bewust van. Kinderen hebben ramen en spiegels nodig, ontdekte de Amerikaanse pedagoog Emily Style. Via ramen ontdekken ze nieuwe perspectieven en in spiegels zien ze zichzelf terug. Maar als je naar de media of kunstsector kijkt, zien witte kinderen overal spiegels en zwarte kinderen vooral ramen. Ik zorg er bewust voor dat ik mijn kinderen omring met kunst waar ze ook zichzelf in terug zien.’

Jetty: ‘Ik wilde mijn kinderen wapenen tegen de ongelijkheid door ‘voor te leven’, het goede voorbeeld te geven. Mijn kinderen zagen een krachtige vrouw die niet over zich heen liet lopen. Zo wisten ze dat ze hun scheur open moesten trekken en zich moesten laten zien.’

Nicole: ‘Het grootste verschil tussen mij en mijn moeder is dat mijn moeder gevoeliger is. Ze was de eerste zwarte cabaretier die landelijk toerde en is in haar shows al decennia bezig met ongelijkheid. Ze wordt nu snel emotioneel als ze over racisme leest. Ik leun meer op de ratio, ga analyseren en grijp naar kennis: hoe werkt racisme? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat redacties inclusiever worden? Nu Jetty ouder is, staat ze minder op de planken, maar ik zit dankzij mijn werk nog volop in de actiemodus. Als journalist voor onder meer de VPRO heb ik een uitlaatklep. Onlangs maakte ik bijvoorbeeld een documentaire over het begrip ‘colourism’: de hiërarchie van huidskleuren onder mensen van kleur. Hoe meer de huidskleur of het haartype lijkt op die van witte mensen, hoe gewilder. Dat is een geïnternaliseerde vorm van racisme, één van de sporen die het kolonialisme heeft achtergelaten.’

Jetty: ‘Toen ik voor het eerst op het toneel stond, zei ik: ik wil als theatermaker niets uitleggen, ik wil mensen laten voelen. Dat heb ik veertig jaar gedaan, en dat heeft me ontzettend moe gemaakt. Ik wil nu niet meer uitleggen wat ik heb meegemaakt zodat de ander dat kan voelen. Dat is voor mij voorbij. Ik wil gewoon zijn, zonder mezelf te duiden. Ik ben in Suriname opgegroeid in een koloniaal systeem, mijn generatie werd geleerd om je rustig en gehoorzaam te gedragen. Wat ik zo heerlijk vind aan de generatie die nu protesteert: ze doen het niet rustig aan. Ze pikken onrecht niet, en ze praten erover. Daar komt soms boosheid bij kijken en dat is oké, zwarte mensen mogen ook woedend zijn. Als ik rapper Akwasi hoor spreken op de Dam denk ik: gooi het eruit. Wij zijn er, we gaan niet weg, en we eisen onze plek op.’

Edwin Rustenberg en Robbert RustenbergBeeld Erik Smits

Edwin Rustenberg (73) en zoon Robbert Rustenberg (25)
‘De meneer van de FNV’, zo staat Edwin Rustenberg in Twente bekend. Veertig jaar lang is hij actief binnen de vakbeweging. Zijn zoon Robbert is accountmanager. Vader en zoon wonen beiden in Almelo.

Edwin: ‘Wat rapper Typhoon meemaakt, het feit dat hij regelmatig door de politie staande wordt gehouden om de combinatie dure auto en donkere huidskleur, is niets nieuws onder de zon, dat maakte ik al jaren mee. Toen ik in de jaren zeventig in Utrecht studeerde, reed ik een rode sportauto. Als ik dan met mijn donkere kop in die wagen van mijn studentenflat naar De Uithof reed – een ritje van nog geen tien minuten – werd ik steevast achtervolgd of staande gehouden. De agent vroeg me dan wat ik daar deed. Ik zei: ‘Wat is dat nou voor onzin, ik vraag u toch ook niet waarom u bij de politie bent gegaan?’

‘Al snel na mijn studie werd ik actief bij de vakbond. Ik hield me bezig met ongelijkheid en discriminatie,  of het nu ging om allochtonen of vrouwen. Zo boog ik me over de kwaliteit op ROC’s en schreef ik mee aan SER-rapporten. Na al die jaren is de FNV nog steeds een witte organisatie; in het ledenparlement ben ik de enige zwarte kerel. 

‘In mijn werk leerde ik: je moet je altijd uitspreken tegen onrecht. Die strategie is effectief gebleken, ook buiten mijn werk. Toen ik met mijn gezin terugkeerde van vakantie, viel het me op Eindhoven Airport op dat een douanier vooral bagage van Turkse en Marokkaanse passagiers controleerde. Ik kan het dan niet laten om de beambte op zijn gedrag aan te spreken, hem te vertellen dat hij niet goed bezig is. Dat de koffers van mij en mijn gezin vervolgens ook worden gecontroleerd,  neem ik op de koop toe.

‘Toen mijn zoon jong was, wilde ik hem leren wat mijn vader mij heeft geleerd. ‘Je hebt geen blauwe ogen en blond haar, dus je moet extra hard werken, anders mag je in Nederland niet eens putjes scheppen.’ Maar mijn Nederlandse vrouw had er moeite mee dat ik zou benadrukken dat Robbert anders was dan de buurkinderen. In haar ogen zijn ze normale Nederlandse kinderen. Daar hebben we regelmatig onenigheid over gehad.’

Robbert: ‘Het bewustzijn van racisme zit bij mijn vader heel diep. Hij is zich altijd bewust van zijn huidskleur, hij voelt als-ie een dorpskroeg inloopt dat alle ogen op hem gericht zijn. Ik ben niet dagelijks bezig met mijn huidskleur. Ik weet dat ik een kleurtje heb, maar ik voel me niet anders. Ik kan me ook niet voorstellen dat je gelukkig wordt als je daar altijd mee bezig bent. Het is heel goed dat er werd geprotesteerd, maar ik doe daar niet aan mee. Mijn aanwezigheid gaat geen verschil maken, en mensen zouden het me misschien kwalijk nemen als ik me zo uitspreek. Tegenwoordig wordt van elk positief ding het negatieve aspect eruit gelicht.’

‘In Almelo ben ik in een witte omgeving opgegroeid. Onderling maak ik met mijn vrienden de grap: ‘Er zit één allochtoon in de vriendengroep en dat is Jesper, die is in Zweden geboren.’ Ik snap dat mijn vader meer met kleur bezig is, ook deels vanwege zijn werk. Hoe meer racisme je raakt, hoe meer je ermee bezig gaat. Zelf maak ik verder ook weinig racisme mee. Ik ben in mijn BMW Z4 nooit aangehouden door politie. De momenten dat ik het wel expliciet tegenkom, zit ’m dat in kleine dingen. Dan sta ik in de rij bij de kassa van de supermarkt en draait een vrouw zich om. Zodra ze mij ziet grijpt ze haar tas wat steviger vast. Dat is vervelend, maar ik ga er geen scène van maken, een blik of ongemakkelijke stilte zegt soms ook genoeg. Mijn vader zou er altijd een punt van maken, op een manier dat alle omstanders het horen.’

Edwin: ‘Toen mijn zoon en ik naar een voetbalwedstrijd gingen, zag ik de beveiliging naar Robbert wijzen en hem eruit pikken. Dan zal ik luid en duidelijk de boodschap overbrengen. Ik zei: ‘Er zijn duizenden mensen die door mogen lopen en jullie willen mijn zoon fouilleren? Ik dacht het niet.’ Door mijn luide stem te gebruiken maak ik de andere aanwezigen deelgenoot van wat er gebeurt. Dat ongemak creëert bewustwording. Mijn zoon is zich niet bewust van dit soort kleine dingen, het kleineren en in een hoekje drukken. Dat het geen incidenten zijn maar systematisch gedrag. Als mijn kinderen in Amsterdam of Den Haag hadden gewoond, hadden ze daar meer inzicht in gehad. 

‘Elke jaar zien we op televisie films over Anne Frank en hoe wreed de Duitsers zijn geweest, maar onze eigen zwarte bladzijden worden onder het tapijt geschoven. Amsterdam is niet gebouwd op palen, onze hoofdstad is gebouwd op negerbloed. En dat moet ik blijven uitleggen, ook aan mijn kinderen. Omdat ze daar op school amper over hebben geleerd, hebben mijn vrouw en ik de kinderen meegenomen naar Suriname. We hebben ze daar van alles laten zien wat met de slavernij te maken heeft, maar ze hebben er geen belangstelling voor. Het voelt niet als hun erfgoed.’

Robbert: ‘Suriname is waar mijn roots liggen en de slavernij is verschrikkelijk. Maar doet het iets met mij? Net zo veel als de Holocaust. Het is een afschuwelijk verleden, maar welke pijn zou ik moeten voelen? Ik heb de slavernij niet meegemaakt.’

Edwin: ‘Ik heb mijn kinderen weerbaar willen maken. Ik heb ze geleerd om hun mond te gebruiken en hun handen thuis te houden. Dat ik ze te weinig engagement mee heb kunnen geven, neem ik mezelf kwalijk. Mijn zoon denkt dat ik agressief ben als ik over Zwarte Piet of de slavernij spreek, maar hij snapt niet dat ik bezig ben met bewustwording. Ik voel me soms als een roepende in een woestijn.’

Widya Bereket en Domenica Ghidei BiiduBeeld Erik Smits

Domenica Ghidei Biidu (58) en dochter Widya Bereket (39)
Als vicevoorzitter van ECRI, de organisatie die over racisme en intolerantie in Europa rapporteert, is Domenica Ghidei dagelijks bezig met het bestrijden van discriminatie. Haar dochter Widya is branding consultant. Ze wonen beiden in Amsterdam.

Domenica: ‘Toen ik 15 jaar was ben ik zonder ouders uit Eritrea gevlucht. Ik koos ervoor om in Nederland te gaan wonen. Na mijn rechtenstudie heb ik me altijd bezig gehouden met het bestrijden van discriminatie en het bevorderen van inclusiviteit. Zo heb ik jarenlang in de Commissie Gelijke Behandeling en het College voor de Rechten van de Mens gezeten. Daar komen klachten binnen wanneer iemand zich gediscrimineerd voelt, bijvoorbeeld op de werkvloer of in het onderwijs. Het is aan de commissie om dan te onderzoeken en beoordelen of er sprake is van discriminatie.

Het is belangrijk werk voor individuen die geraakt worden, maar het blijft symptoombestrijding. Wanneer we oordelen dat een werkgever of onderwijsinstelling heeft gediscrimineerd, houdt het werk van de commissie op. Terwijl er vanaf dat moment juist werk aan de winkel is binnen de organisatie. Men zou zich moeten afvragen welke vooroordelen er leven, wat de impact is van institutioneel racisme op de werkcultuur en hoe daarop te handelen. Dat is een bewustwordingsproces dat je als Commissie of College niet kunt afdwingen.

‘Op dit moment ben ik Nederlands vertegenwoordiger van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI). Van alle 47 lidstaten ben ik daar de enige zwarte vertegenwoordiger.’

Widya: ‘Mijn moeder heeft haar hele leven witte mensen proberen uit te leggen wat ze tegen racisme konden doen. In de jaren negentig adviseerde ze multinationals en overheden hoe ze diversiteit konden bevorderen. In het decennium daarna oordeelde ze of er in individuele gevallen sprake was van discriminatie. En wat heeft dat opgeleverd? Er wordt na al die jaren nog steeds lichtvaardig over gedaan. Witte Nederlanders moeten nog steeds worden overtuigd dat er racisme is, het is alsof mijn moeder haar hele leven tegen lucht heeft gevochten.

‘Dit land heeft mijn moeder 35 jaar lang het gevoel gegeven dat ze aan verandering werkte, terwijl ze nooit bereid zijn geweest te veranderen. Als mijn generatie nu weer voor dezelfde aanpak zou kiezen, zou dat betekenen dat we als donkere mensen niet vooruitkomen. Met alle respect: haar werk heeft te weinig opgeleverd, dus het is belangrijk dat we het nu op andere manieren gaan proberen.

‘Dat betekent dat ik bewust kies met wie ik omga en samenwerk. Ik werk niet meer voor organisaties waar alleen maar witte mensen werken die zich niet bewust zijn van hun vooroordelen en privileges. Daar moet je als zwart persoon de toon zetten en ruimte creëren voor alle mensen van kleur die na jou komen. Dat is vermoeiend en leidt af van het werk. In het verleden waren er leidinggevenden die niet bereid waren om mij, als zwarte vrouw, de ruimte te geven en mijn kwaliteiten te erkennen. Als ik bijvoorbeeld als ingehuurd expert adviezen gaf, werden die zonder onderbouwing terzijde geschoven. Of ik werd niet uitgenodigd voor vergaderingen over mijn eigen project. Ik voel me dan in een hoek gedrukt. Ik wil de strijd niet aangaan of mezelf klein maken om mee te mogen doen, dan doe ik liever helemaal niet meer mee. Of dat opgeven is? Dat is een Nederlandse manier van ernaar kijken.

‘Racisme is geen meningsverschil, het is een systeem dat je pas ziet als je het doorhebt. En het is een probleem dat witte mensen onderling moeten willen oplossen. Nu lijkt het telkens alsof het een probleem is van gekleurde mensen, waar witte mensen van overtuigd moeten worden. Die onwetendheid is een keuze. Verplaats je in de ander en ga je verdiepen in de zwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis. Onderzoek welk effect racisme heeft op je gekleurde landgenoten. Integreer in het multiculturele land dat je zelf hebt gecreëerd.

‘Wij kunnen onze energie beter stoppen in het helen van onze eigen wonden. De erfenis van slavernij en kolonisatie dragen we met ons mee. Lange tijd betekende integratie dat je een deel van je identiteit moest opgeven om mee te mogen doen. Als ik kijk naar hoe jongeren in mijn omgeving zijn opgegroeid, dan zie ik onzekerheid, ze zoeken naar hun identiteit. Als wij in het onderwijs niets over de zwarte geschiedenis en cultuur geleerd krijgen, moeten wij dat zelf doen. Zo krijgen we meer zelfvertrouwen. Moet je je voorstellen wat er zou gebeuren als zwarte mensen zich in de samenleving net zo op hun gemak voelen als witte Nederlanders.

Domenica: ‘Ik heb ooit besloten om naar Nederland te komen. Toen ik hier als vluchteling aankwam, was ik bereid om de prijs te betalen om de migratie de moeite waard te maken. Dat betekende hard werken, constant vooroordelen pareren of langs me heen laten glijden. Ik kon die offers opbrengen doordat ik een sterke identiteit heb ontwikkeld. Tot mijn 15de ben ik opgegroeid in een land waar mijn aanwezigheid niet werd bevraagd en ik geliefd was. Dan sta je sterk in je schoenen en ben je veerkrachtiger. Mijn kinderen zijn geboren Amsterdammers en kennen dat gevoel van verankering niet: er wordt ze nog steeds gevraagd waar ze vandaan komen. Ze hebben een premier die zegt: vecht je in of pleur op. Dat is een voorwaardelijke liefde.

‘Ik begrijp dat Widya geen geduld kan opbrengen. Waarom zou ze? Ik wil het liefst dat ze een onbekommerd leven leidt. Dat is ook de reden waarom ik al 35 jaar lang mijn werk doe. Aan een inclusief Nederland bouwen is een kwestie van lange adem, ik kan het me niet permitteren om ongeduldig te zijn. Ik kies ervoor om te blijven uitleggen en verbinding te maken. Of dat effectief is geweest vraag ik me soms af. Het is genoegen nemen met kleine overwinningen. Maar ik doe iets waarbij ik de vooruitgang niet in de weg sta. Dat is het minste wat ik kan doen.’

CATSHUIS

Naar aanleiding van de reeks anti-racismedemonstraties, nodigde premier Rutte afgelopen woensdag vijf demonstranten uit voor een gesprek op het Catshuis. Onder de genodigden waren Klokhuis-presentator Sosha Duysker (29) en rapper en Denk-politicus Gideon Everduim (35). Na afloop van het overleg was premier Rutte onder de indruk van de pijn die racisme veroorzaakt. ‘De verhalen zijn heel heftig.’ Maar beleid tegen racisme, daar gelooft de premier niet in. ‘Ik kan mensen bij elkaar brengen, en gebruik maken van de media om mijn gevoel te delen en het gesprek voort te zetten.’ Volgens Rutte is de samenleving nu aan zet.

BLACK-OWNED BUSINESSES
Meerdere geïnterviewden hekelen het feit dat de zwarte gemeenschap haar economische kracht niet bundelt. De strategie is overgewaaid uit Amerika: door te consumeren bij bedrijven die worden gerund worden door zwarte ondernemers, blijft het geld in de eigen gemeenschap circuleren. De website WeBuyBlack.nl houdt een overzicht bij van Nederlandse ‘black-owned businesses’. De 26-jarige Chris Shakison begon de site een half jaar geleden met als doel zwarte ondernemingen zichtbaarder te maken. Sinds de protesten begin juni is de belangstelling verviervoudigd. Het platform telt nu 175 bedrijven, eind 2020 hoopt Shakison zijn bezoekers de weg te kunnen wijzen naar duizend ondernemingen.

LEES OOK

De strijd tegen racisme is terug van nooit weggeweest
Met de knie van een politieagent in zijn nek kwam de Amerikaanse George Floyd op 25 mei om het leven. Sindsdien verzamelen betogers zich onder de noemer Black Lives Matter in de VS en daarbuiten. Hier vindt u een verzameling van stukken over de wereldwijde opstand tegen racisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden