Tussen criminelen

Harry Bout werd in 1985 veroordeeld wegens moord. Ook na 21 jaar in de Amerikaanse cel blijft de Nederlander volhouden dat hij onschuldig is....

Voor Onunwa Iwuagwu beloofde 7 maart 1985 geen gewone donderdag te worden. De Nigeriaanse immigrant in de Verenigde Staten – hij werd er Al genoemd – had een afspraak gemaakt met zijn goede vriend Harry Bout. Al zou het bed delen met Dawn Bean, de vriendin van Bout. ‘Een beetje vreemd, maar ja, dat was de deal’, zegt Bout, een Nederlandse Amerikaan.

De dag werd inderdaad gedenkwaardig, maar om een andere reden. In een bescheiden huis in Grand Rapids, een stad in Michigan, overleed Al door drie kogels in zijn hoofd. Het was Bout (toen 26) of Bean (indertijd 17) die de Nigeriaan vermoordde. Later bracht Bout de auto van Al Iwuagwu naar een vliegveld, zodat het leek alsof die per vliegtuig was vertrokken. Het lijk werd in cement gestort in de kelder van het huis van Bouts moeder, waar Iwuagwu ook was gestorven. Zo trachtten Bout en Bean de moord te verhullen.

De politie vond het lichaam. Na een rechtszaak kreeg Bout levenslang. De aanklager sloot een plea bargain met Bean: in ruil voor een lichte straf legde zij een getuigenis af waaruit bleek dat Bout de trekker had overgehaald. De jonge vrouw zat kortstondig vast en is daarna verdwenen. Bout leeft nog steeds achter de tralies in Michigan.

Tot zover de onbetwiste feiten.

Harry Bout is een kleingebouwde man van 48, geboren in Zeist en al sinds zijn tweede levensjaar in de VS. Vandaag draagt hij een spijkerbroek en rood overhemd. Wanneer hij bezoek ontvangt in de gevangenis in Carson City, mag hij de donkerblauwe plunje verruilen voor gewone kleding. Bout heeft een flesje sinaasappelsap binnen handbereik, maar drinkt er nauwelijks uit. Hij heeft het te druk met praten.

‘Ik heb het niet gedaan.’ Bout betoogt in redelijk Nederlands met een accent dat hij onterecht vastzit, al 21 jaar. Het probleem is dat de jury in het eerste proces en de rechters in hoger beroep tot een andere conclusie kwamen: Bout is schuldig.

In de cel, die hij deelt met een medegedetineerde, blijft Bout weigeren die uitspraak te aanvaarden. ‘Ik hoor hier niet’, zegt hij in de bezoekzaal. Andere gevangenen praten en bidden met hun familie en vrienden. Gewapende bewakers houden toezicht. ‘Ik zit hier tussen criminelen. Ik hoor hier toch niet thuis?’

Varis Klavins, de aanklager van destijds, is intussen gepensioneerd en reageert zonder aarzeling op Bouts uitspraken: ‘Onzin. Hij moordde met voorbedachten rade. Luister, Harry is een con man’ – een zelfverzekerde bedrieger. ‘Ik weet dat hij probeert iedereen wijs te maken dat hij onschuldig is. Maar ik zou hem nog niet geloven als hij zegt dat het regent. Harry kreeg wat hij verdiende.’

Bout bewandelt twee wegen. Enerzijds heeft hij het Hooggerechtshof van Michigan verzocht zijn zaak te heropenen. Dat gebeurt ‘niet vaak’, zegt Bouts advocaat, James Lawrence. Als dit hof bereid is Bout te horen, kan de zaak worden terugverwezen naar de eerste rechtbank waar Bout terechtstond. Als het Hof nee zegt, kan Lawrence nog een zitting aanvragen voor het federale Hooggerechtshof in Washington. Daar wordt de kans op succes minimaal geacht.

Bout en Lawrence betogen dat Dawn Bean – per definitie de dader als Bout onschuldig is – leugens vertelde om vrij te komen. Ook zouden zijn eerste twee advocaten slecht werk hebben verricht. Politiemensen zouden onder ede verhalen hebben verzonnen. De aanklager en rechter waren tegen hem.

De tweede route loopt naar Nederland. Nadat hij was opgepakt, had het Nederlandse consulaat in Chicago juridische bijstand kunnen verlenen. De jonge, niet al te wereldwijze Harry Bout wist van niks. De politie had het consulaat moeten bellen en Bout moeten vertellen dat hij contact kon opnemen. Dit gebeurde niet. Door hem toegang tot zijn landgenoten te ontzeggen, werd de Weense Conventie voor consulaire betrekkingen geschonden.

Gert-Jan Knoops, de Nederlandse advocaat die de zaak ondersteunt, vindt het vreemd dat de rechter oordeelde dat de schending van de conventie geen rol speelde. ‘Dit is in mijn visie in strijd met het internationale recht.’ Hij hoopt dat het hof deze factor alsnog zal meewegen.

Bout wil worden uitgeleverd aan Nederland. Zo’n verzoek tot overdracht van het strafvonnis kan worden ingediend nadat het hof in Michigan erover heeft besloten, mogelijk later dit jaar. Het consulaat staat Bout hierin bij. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag volgt de zaak op afstand. Er is volgens een woordvoerder ‘behoorlijk wat contact’ met Bout.

Alsde staat Michigan akkoord gaat, zou hij de rest van zijn tijd in Nederlandse cel kunnen uitzitten. In de Nederlandse praktijk zou dat, na meer dan twintig jaar cel, vrijheid betekenen. ‘Hij heeft zijn tijd nu wel gehad’, zegt Annabelle Parker, een Amsterdamse vrouw die Bout steunt.

Bout vindt het ironisch: ‘Ik heb het niet gedaan, en toch zit ik in Amerika mijn hele leven vast. Als ik het in Nederland wél had gedaan, zou ik nog niet zo lang vastzitten.’

Hij is al 46 jaar weg, maar gevangene nummer 180741 voelt zich Nederlander. Na twee decennia onder de verschoppelingen van de Amerikaanse samenleving wil hij weg uit het land dat hem ‘nooit accepteerde’, veroordeelde en voor altijd opsloot. Zijn moeder is dood. ‘Ze kon niet meer wachten totdat ik vrij zou komen’, zegt Bout. ‘Ik wil naar mijn eigen mensen.’

Bout betoogt dat hij de moord niet gepleegd kán hebben. Hij was beneden een drankje aan het inschenken toen hij boven schoten hoorde. Toen hij met een geweer de trap op liep, werd hij gezien door Evelyn Schneider, een oudere vrouw die ook in huis woonde.

Volgens de politie kon Schneider Bout nooit hebben gezien. De vrouw leeft niet meer, maar haar getuigenis blijft de kern van het betoog dat Bout onschuldig is. Het zou vanuit haar kamer wél mogelijk zijn dat zij Bout de trap op zag komen. Bout, Lawrence en Parker stellen deze vraag: waarom zou Schneider hebben gelogen? Aanklager Klavins antwoordt: om Bout vrij te pleiten.

Ander tegenbewijs is afkomstig van een toenmalige vriend van Dawn Bean, Cecil McKinney. In 2003 heeft hij onder ede gezegd dat ze de moord tegenover hem bekende. Zij was een racist, zegt McKinney. Ze droeg een .32-kaliber pistool bij zich – het moordwapen – en schepte op over de schietpartij.

In zijn rommelige kantoortje in Detroit geeft advocaat Lawrence toe dat Bouts kansen niet erg groot zijn. Een nieuwe procesgang waarbij de veroordeelde zegeviert, heeft de advocaat nog nooit meegemaakt. Gratie door gouverneur Granholm van Michigan, als opmaat voor uitlevering, ligt evenmin voor de hand. ‘Een wegens moord veroordeelde man laten gaan’, weet Lawrence, ‘is politiek niet echt verstandig.’

Een probleem voor Bout zijn z’n vage verleden en acties na de dood van Iwuagwu. De toen nog getrouwde Dutch-American was al eens veroordeeld voor geldvervalsing. Hij bewoog zich in een wereld van kleine criminaliteit en onbetrouwbare types. Dawn Bean was een prostituee die Bout onder zijn hoede had genomen.

Bovendien reed hij de auto van Iwuagwu naar het vliegveld van Indianapolis en begroef hij het lijk. ‘Een cover-up’, oordeelt Klavins. ‘Waarom doe je dat als je niet schuldig bent?’ Het ligt voor de hand dat de omstandigheden de jury in 1985 beïnvloedden. ‘Het was niet slim. Ik was jong en ik was niet goed bezig’, zegt Bout. ‘Maar dat is wel iets anders dan moord.’

Tijdens gesprekken met Bout en met Klavins in diens riante huis in Grand Rapids wordt duidelijk dat de twee een beladen relatie hebben. Ze zijn voor altijd verbonden door de moord. Klavins heeft nog steeds een klein dossier-Bout. Naast krantenknipsels en een bedankbriefje van Bean zit er veel post van Bout bij.

In die lange brieven gaat een palet van emoties schuil. Soms uit Bout een enorme toorn tegenover Klavins, die ‘zal branden in de hel’. Dan weer een wanhopige toon: ‘Ik zal je vertrouwen en hoop dat je me zult helpen een uitweg te vinden uit deze rotzooi waar ik mezelf in heb gekregen.’ Elders klinkt sarcasme: ‘Je hebt je werk goed gedaan.’

Bout vind het veelzeggend dat zijn oude vijand de post bewaart. ‘Hij weet dat hij verkeerd zit.’ Haten doet hij Klavins niet. ‘Ik kan niet haten. Ik geloof in de bijbel: vergeef ons onze schulden...’ Hij stopt middenin de zin. Dan, fel: ‘Klavins weet dat hij zelf de gevangenis in moet als de waarheid wordt blootgelegd.’

Eén ding staat vast: de eindeloze nasleep van de moordzaak is ‘zeer persoonlijk’. Misschien niet voor Klavins, zegt de aanklager, maar wel voor Harry Bout – en zeker voor de nabestaanden van Onunwa Iwuagwu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden