Het eeuwige leven Paul van Tongeren 1952-2019

Trouwe vakbondsman en scherpe schrijver

Als spindoctor bij de FNV kon hij hem flink van jetje geven. Maar Van Tongeren was ook een gedreven journalist en een geestig gangmaker.

Foto van Paul van Tongerenen. Beeld RV

Hij was al spindoctor voordat het woord was uitgevonden. Als FNV-woordvoerder en -promotor slaagde hij erin van Johan ­Stekelenburg zelfs in het yuppentijdperk nog een populaire bondsvoorzitter te maken.

‘Zijn charme is zijn macht’, zei Van Tongeren over Stekelenburg. De FNV kon nog lawaai maken in de media. Bij de opening van het nieuwe hoofdkantoor in 1990 kwam op zijn aandringen zelfs heel politiek correct koningin ­Beatrix het lint doorknippen, hoewel de vorstin weinig met de bonden had en vele FNV’ers fanatieke republikeinen waren.

Als Stekelenburg op televisie moest discussiëren over de afbraak van de WAO, nam Van Tongeren geen genoegen met een minister als opponent, maar eiste hij dat de premier zelf – toentertijd Ruud Lubbers – moest komen opdraven. Als Stekelenburg te lief was, kon Van Tongeren hem nog van jetje geven. Zijn echtgenote Ingrid ­Willemsen: ‘Ze waren vier handen op een buik. Paul schreef geweldige speeches voor hem, die hij precies zo op zijn dictie kon afstemmen dat zijn woorden overtuigend overkwamen.’

Paul van Tongeren, die 3 april plotseling overleed door een hartstilstand, deed zoveel verschillende dingen in de journalistiek en pr dat zijn hele necrologie uit een lange opsomming zou kunnen bestaan. Hij was een linkse idealist met weinig zitvlees. Vijf jaar zat hij bij de FNV – van 1988 tot 1993 – totdat hij weer terugkeerde in de journalistiek.

Hij was de een-na-jongste in een ­katholiek gezin in Arnhem. Zijn ­vader was uitvoerder in de wegenbouw en kon het gezin amper onderhouden. In het huis woonden daarom nog twee kostgangers, en zijn moeder lag soms op haar buik om in de keukenkastjes naar flessen te zoeken voor wat statiegeld. ‘Dat was de reden dat hij socialist werd’, aldus Willemsen. Van Tongeren was een slimme leerling, die de kans kreeg geschiedenis te ­studeren in Groningen.

Na de universiteit ging hij in de journalistiek, eerst bij het Economisch Dagblad – een uitgave van de Sijthoff Pers – en daarna bij het ­Brabants Dagblad en Brabants Nieuwsblad. Willemsen: ‘Ik weet nog dat hij een keer bij de Volkskrant solliciteerde. Adjunct Jan Blokker vroeg: ‘Hoe eigenwijs ben je eigenlijk?’ Het werd niets, waarna hij naar het NOS Journaal ging om met collega Clemens Graafsma een nieuwe beurs­rubriek op te zetten.’

Na zijn uitstapje bij de FNV keerde hij terug in de journalistiek. Hij werkte korte tijd voor ­Veronica Nieuwsradio, waar hij in de korte, weinig inhoudelijke items zijn ei niet kwijt kon, en werd vervolgens freelancer. In 1996 schreef hij samen met Lia Pot voor de Industriebond FNV Monumenten van werk. Vervolgens had hij banen bij de Novib, de Universiteit Twente (weer als woordvoerder) en Free Voice (programma­manager). ‘Mopperkont, gedreven idealist, scherpe schrijver, trouwe vakbondsman en geestig gangmaker’, zo omschreven vrienden hem in een overlijdensadvertentie.

Scherp inderdaad. Toen de Kamer met één stem de wet over de orgaandonatie aannam doordat een lid van de Partij voor de Dieren wegens treinvertraging te laat opdraafde, schreef Van Tongeren in deze krant: ‘Het doet denken aan de Leerplichtwet in 1901. Ook die werd met een meerderheid van één stem aangenomen. Ook toen had het te maken met het vervoermiddel. Graaf Schimmelpenninck zou zeker tegen de wet hebben gestemd, ware het niet dat zijn paard hem had afgeworpen, waardoor de edelman niet aan de stemming kon deelnemen. Voorstanders van de wet merkten op dat het dier verstandiger was dan zijn eigenaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.