postuummax de jong (1934-2020)

Troubleshooter bij de kranten, omroep, NS en GVB

‘De klinische manager met de heldere geest’, werd hij genoemd. Max de Jong ging graag aan de slag bij bedrijven die ‘out of control’ waren. ‘Als het werk niet meer boeit, houd ik ermee op. Doe dingen die de moeite waard zijn, gebruik je creativiteit maar denk niet dat de wereld met jou staat of valt.’

Max de Jong als voorzitter van de NOS. Toen hij kwam was er een tekort van 150 miljoen gulden, toen hij wegging een overschot van 43 miljoen.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Max de Jong werd de koning van de Wibautstraat genoemd: de voormalige McKinsey-manager die er in de jaren tachtig in slaagde van de verliesgevende Perscombinatie (de Volkskrant, Trouw en Het Parool) weer een winstgevende onderneming te maken. Hij was daar de baas toen de kranten nog waren gehuisvest in en tegenover het huidige Volkshotel.

Met een toentertijd zeer winstgevende krant (de Volkskrant) en twee zieltogende (Trouw en Het Parool) bedacht hij echter ook een strategische meesterzet die faliekant mislukte. In 1988 wilde hij de kranten samenvoegen met die van Elseviers Dagbladunie (NRC en AD). Elsevier-topman Pierre Vinken wilde graag, als zijn bedrijf de meeste winst opstreek. Maar de redacties van de kranten in Amsterdam kwamen in opstand. En nog erger: De Jong had vergeten de stichtingen die toen nog eigenaar waren van de Perscombinatie in te lichten. Zij blokkeerden de fusie.

De Jong vertrok een jaar later. De koning van de Wibautstraat pakte zijn oude baan als troubleshooter weer op. Hij was van 1991 tot 1993 voorzitter bij de NOS. Toen hij kwam was er een tekort van 150 miljoen gulden, toen hij wegging een overschot van 43 miljoen. Hij mocht blijven, maar zei liever het avontuur te zoeken.

In 1994 werd hij directeur NS-reizigers. Twee jaar later mocht hij het GVB in Amsterdam saneren. En vervolgens werd hij adviseur bij de noodlijdende werf De Schelde. Nieuwe uitdagingen trokken hem. Hij kwam graag ergens binnen met de opmerking dat het water aan de lippen stond of, zoals hij bij de benoeming bij het GVB zei: ‘De situatie is out of control.’ In een interview zei hij eens: ‘Als het werk niet meer boeit, houd ik ermee op. Doe dingen die de moeite waard zijn, gebruik je creativiteit maar denk niet dat de wereld met jou staat of valt.’

Max de Jong overleed 15 oktober in Parijs op 86-jarige leeftijd, zo blijkt uit een advertentie in de Volkskrant. Hij wordt dinsdag gecremeerd op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise, waar groten als Molière, Edith Piaf, Frederic Chopin, Oscar Wilde en Jim Morrison begraven liggen.

Max de Jong geeft als interim-besuurder van het GVB in de Jaap Edenhal tekst en uitleg aan trambestuurders over de bezuinigingsplannen bij het Amsterdamse vervoersbedrijfBeeld Hollandse Hoogte / ANP

Mycofarm

De Jong studeerde economie aan de Economische Hogeschool, waarna hij stage liep in de VS. In 1962 keerde hij naar Nederland terug om als directie-assistent bij Mycofarm, onderdeel van de Gist- & Spiritusfabrieken, aan de slag te gaan. Een jaar later nam hij de leiding over nadat zijn directeur door een hartaanval werd getroffen. 

In 1969 besloot hij tot een carrièreswitch en koos voor een baan bij het organisatiebureau McKinsey, dat de reputatie had rücktsichtlos het mes te zetten in de industriële bedrijven die in de jaren zeventig in Nederland in problemen kwamen. ‘Wer nicht denken will, fliegt raus’, stond op een ingelijst bibliotheekkaartje dat aan zijn kantoormuur hing.

Hij raakte nauw betrokken bij de ingrijpende sanering van de zieltogende machinefabriek VMF Stork. Na anderhalf jaar aan deze opdracht te hebben gewerkt, werd hij in 1971 gevraagd voor een positie in de raad van bestuur van dit bedrijf. ‘Winst was een vies woord daar. Ik hamerde maar op drie dingen: rendement, rendement, rendement’.

Acht jaar later stapte De Jong plotseling bij VMF Stork op na een slaande ruzie met de toenmalige topman jonkheer Feyo Sickinghe. Drie jaar later dook ‘de klinische manager met de heldere geest’ weer op als topman van de krantenuitgever Perscombinatie, waar hij al enige tijd een commissariaat bekleedde. Het bedrijf leed op dat moment een miljoenenverlies. De Jong wist te saneren zonder dat er gedwongen ontslagen vielen. Dat dankte hij vooral aan het succes van de Volkskrant die in de jaren tachtig dankzij de toestroom van personeelsadvertenties en abonnees een geldmachine werd.

Bij de links-progressieve kranten werd hij nooit populair, in tegenstelling tot zijn mede-directeur Jan van Ginkel, de ‘Willem Bever’ van het bedrijf die als ouderwetse courantier in de nachtelijke uren nog bij de drukpers stond. De Jongs Ferrari – hij had ook een Britse Jensen - op de parkeerplaats van de Wibautstraat was een doorn in het oog van veel redacteuren.

Hij kende zichzelf een salaris toe dat meer paste bij een beursfonds dan bij een idealistisch krantenbedrijf. Bij zijn vertrek in 1989 streek hij nog een gouden handdruk van 2 miljoen op. ‘Perscombinatie was voor mij de hogeschool van de identiteitsgevoelige media’, zo zei hij zijn vertrek. Sytze van der Zee, die door De Jong tot hoofdredacteur en redder van Het Parool werd benoemd: ‘Een moeilijke en ingewikkelde, maar een naar mij toe zeer loyale man. Wat ik zeer waardeerde was dat hij zich aan zijn woord hield, iets wat in de krantenwereld zelden voorkomt.’

Zijn opvolger Cees Smaling zou acht jaar later alsnog de fusie met NRC en AD realiseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden