postuum Jan Ruff-O’Herne (1923-2019)

‘Troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne (1923-2019) bleef strijdvaardig tot het einde: ‘Ik ga niet dood. Ik zal voor altijd leven’

Jan Ruff-O’Herne (rechts). Beeld AFP

Zo’n vijftig jaar lang zweeg Jan Ruff-O’Herne (96) over de maanden dat ze dag in, dag uit werd verkracht door Japanse soldaten. Zelfs haar kinderen wisten van niks. Nadat ze in 1992 naar buiten kwam met haar verhaal, groeide ze uit tot een van de gezichten van de ruim 200 duizend ‘troostmeisjes’.

Tot het laatst bleef Ruff-O’Herne strijdvaardig, vechtend voor Japanse excuses aan álle vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog veroordeeld werden tot het lot van seksslavin. Strijdend voor welgemeende excuses aan de Koreaanse, Chinese, Filipijnse en Nederlandse meisjes wier levens werden verwoest.

‘Hij wacht tot we allemaal dood zijn’, aldus Ruff-O’Herne drie jaar geleden over de Japanse premier Shinzo Abe, die ze toen had opgeroepen om diep door het stof te gaan. ‘Maar ik ga niet dood. Ik zal voor altijd leven.’

Als de dinsdag overleden Nederlandse in 1992 nooit een boekje had opengedaan over haar horrortijd in bezet Nederlands-Indië, zou ze een anoniem leven hebben geleid in haar geliefde Adelaide in Australië. Een halve eeuw zweeg ze in haar nieuwe vaderland, waarnaar ze met haar Britse man was geëmigreerd, over de dag dat ze in 1944 op Java uit een Japans gevangenkamp werd gehaald. Ze was uitgekozen, als 21-jarige, om als seksslavin te dienen.

Niks ‘troostmeisje’, zoals de vrouwen al decennialang eufemistisch worden genoemd in onder andere Nederland. ‘Wij waren gewoon militaire seksslaven’, zei Ruff-O’Herne in 2007 tegen de Australische omroep ABC, vlak voordat ze in het Amerikaanse parlement zou vertellen wat haar was overkomen. ‘Ze noemen ons troostmeisjes maar het was een verschrikkelijke gebeurtenis.’

Verkracht

Die drie maanden in het Japanse militaire bordeel zouden haar leven tekenen. Zelfs de militaire arts die haar moest onderzoeken op geslachtsziektes, vergreep zich aan haar bij elk bezoek. De eerste nacht in het bordeel, weg van haar familie en tussen al die Japanse soldaten, vond ze het ergst. ‘De tranen stroomden op mijn gezicht toen hij mij verkrachtte’, zei ze in 2016. ‘Het leek wel of hij nooit zou stoppen.’ 

Ze werd in die periode zwanger maar kreeg een miskraam. Na drie maanden mocht ze weer terug naar haar familie. Ruff-O’Herne, die zich in de jaren zestig vestigde in Australië, nam het besluit te zwijgen over de nachtmerrie die haar was overkomen. Decennialang. Maar nadat ze in 1992 had gezien hoe Koreaanse medeslachtoffers genoegdoening en Japanse excuses eisten, kwam ze eindelijk met haar verhaal naar buiten. 

Ze deed een boekje open over de Japanse praktijken op een vredesbijeenkomst in Tokio en verscheen op een hoorzitting in Washington. Haar autobiografie kreeg treffend de titel Fifty Years of Silence mee. In de jaren daarna kreeg ze twee belangrijke Australische onderscheidingen. Ook was ze actief voor mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International.

Plotseling aandacht

Mede onder internationale druk, besloot Tokio in 1993 voor het eerst verontschuldigingen aan te bieden voor het leed dat de vrouwen was aangedaan. ‘De Koreaanse vrouwen waren de eersten die excuses eisten’, zei Ruff-O’Herne in 2014 tegen de Sydney Morning Herald over het moment dat ze voor het eerst naar buiten kwam met haar verhaal. ‘Maar niemand besteedde er aandacht aan, want het waren toch alleen maar Aziatische vrouwen. Maar toen een Europese vrouw zich uitsprak, had de wereld er wel plotseling aandacht voor.’

In 2014 maakte haar dochter Carol zich sterk voor een monument in Sydney voor de ‘troostmeisjes’ van de Australische kunstenaar Pin Hsun Hsiang. Het monument zou bestaan uit beelden van drie meisjes die elkaars hand vasthouden. Ruff-O’Herne zou een van de drie zijn. ‘Haar overlevingsverhaal is een eerbetoon aan haar sterkte en moed’, aldus de Australische politicus Vickie Chapman dinsdag na het overlijden van Ruff-O’Herne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden