Trippen in de jaren zestig

IN HET MIDDEN van de jaren zestig raakte een kleine kring van kunstenaars en levensgenieters in Amsterdam in de ban van de geestverruimende drug lsd....

King Acid is geenszins een aan de randjes zacht wegvloeiende tekening van kleuren, sferen en psychedelische druipkaarsvormen, maar scherp en snel, spannend, en onmogelijk terzijde te leggen. Dat komt vooral door de authenticiteit van het beschrevene: Ten Hoopen was zelf leverancier van lsd-klontjes en de titel King Acid slaat dan ook op hemzelf.

Zijn klantenkring bestond uit Simon Vinkenoogs hofhouding en een aanzienlijk aantal hangers-on. Hij somt deze 'psychonauten van het eerste uur' op voordat het eigenlijke verhaal begint, en vanwege de A staat daar als eerste: Hedy d'Ancona. Er staan nog veel meer Bekende Nederlanders in die rij van honderdvijftig. Sterker nog, er staan maar weinig namen bij die niet een of ander artistiek product of project hebben nagelaten en ook nu nog creatief (zonder kurk) bezig zijn.

De wereld van literatuur en poëzie, van film, muziek en theater is in de jaren zestig op zijn kop gezet, binnenstebuiten gekeerd en zou nooit meer dezelfde worden. Dat kon ook niet, na de happenings, de paint-ins en de ervaringen in de triproom in het Sigmacentrum aan de Kloveniersburgwal en daarna de 'magiese sentra' Paradiso en Fantasio, die in het voorjaar van 1968 opengingen.

Tegen die tijd was King Acids missie al in een andere fase beland: de illegale. Zo onscherp als de historische werkelijkheid in het boek wordt geschetst, met concrete aanknopingspunten die meer dan eens niet kloppen - in 1964 een Jimi Hendrix-poster bij de Vinkenoogs aan de muur zien hangen is onmogelijk; ook kan de psychedelisch beschilderde popgroep Dragonfly King Acids legale periode niet hebben meegemaakt -, zo scherp staat in 's schrijvers geheugen de datum gegrift dat zijn heerlijke handel tot staatsvijand nummer één werd gebombardeerd.

Op 9 februari 1966 werd lsd toegevoegd aan de lijst van verboden harddrugs onder de Opiumwet. De volgende ochtend werd Ten Hoopen van zijn bed gelicht en naar het politiebureau vervoerd. Bij de voorgeleiding in het gebouw dat nu De Balie is, wist hij zich voldoende te herinneren van zijn eenjarige rechtenstudie om zichzelf vrij te pleiten. Als gewoon burger moet men immers in staat zijn gesteld van een nieuwe wet kennis te nemen, voordat men voor overtreding ervan kan worden aangehouden.

Maar waarom werd juist in dat voorjaar opeens haast gemaakt met de illegalisering van lsd? Dat had te maken met het huwelijk van Beatrix. Provo had het gerucht verspreid dat aan de paarden van de gouden koets en de politiepaarden geprepareerde suikerklontjes gevoerd zouden worden. En hoewel Provo met de buitenkant, de concrete wereld, bezig was en de lsd-gebruikers de persoonlijke innerlijke wereld op dat moment veel interessanter vonden, waren er onderlinge contacten en gedeelde ervaringen. Zo kwam het gerucht de wereld in.

King Acid meldt dat hij tussen 'begin 1965' en 9 februari 1966 tienduizend CSM-klonten heeft geprepareerd en gedistribueerd. Hoe hij daarna te werk is gegaan, vermeldt het verhaal niet in detail, maar er zijn genoeg aanwijzingen. 'Omdat marihuana illegaal was, kwam je onvermijdelijk in contact, niet alleen met kunstenaars en dichters, maar ook met mensen die de wet overtraden. In feite werd je zelf een alledaagse wetsovertreder. Wanneer deze maatschappelijke hindernis eenmaal genomen was, werd het erg moeilijk om wetsovertreding als zodanig erg serieus te nemen. Een maat die een kilootje libanon het land in wist te smokkelen, was geen misdadiger, hij was een held!'

Ten Hoopens neiging tot romantiseren komt elders ten goede aan het fenomeen drugskruidenier: 'Een goede dealer was genereus, turnde iedereen aan, gaf tastes weg. Een echte volksheld, als Robin Hood: hij deed iets illegaals, maar voor het algemeen welzijn. Als hij slordig was kon hij in de gevangenis raken. Mits correct uitgebuit, verschafte dit spannende aspect extra sex-appeal.' 'Aanturnen' is de taal van de ingewijden; 'omturnen' verried dilettantisme.

Deze citaten zijn niet de beste voorbeelden van Ten Hoopens stijl. Die komt het best tot zijn recht in de hijgend voortsnellende, romanachtige passages. Daar figureert bijvoorbeeld het schilderachtige karakter van de geplusfourde homo Koert van Rossum-Hulstein, die de apotheek Stella Maris in Volendam koopt en met cyaankali zelfmoord pleegt als zijn druggebruik en de inventaris van zijn apotheek te veel verband met elkaar blijken te houden.

De verslindend cynische lach van 'Queen Acid' Ilona doet niet aan een bestaand meisje denken. In een roman zou het misschien te bedacht overkomen dat medetrippende ontwerpers Simon (Posthuma), Marijke (Koger) en Josje (Leeger) gevraagd werden voor de Beatles te gaan werken. Reality beats fantasy, in dit geval.

King Acid zou cooler - of in meer eigentijds jargon: fresher - zijn overgekomen zonder de cursief gedrukte 'Voortrip' en 'Aftermath': behalve de nodeloze verklaring omtrent de aard van het proza (New Journalism, in de jaren zestig door Tom Wolfe geïntroduceerd) bevatten die bladzijden belerende woorden over de kortzichtigheid van autoriteiten en brave burgers, op de superieure toon van de verlichte die het grauw ziet aanmodderen in z'n beperkte geesteswereld.

Gezwollen klinken de opmerkingen over wat de medische wereld aan ellende aanricht door misgunning van middelen als lsd aan de psychisch gestoorde en de stervende mens. Lsd was volgens zijn goeroes niet verslavend, maar de klanten van King Acid wilden wel steeds opnieuw, en ook het liefst steeds hogere doses. Vrienden flipten, gingen dood. Drugs hébben geen goede reputatie, ook na dit boek niet.

Ondanks de schaarse verwijzingen naar muziek hoort King Acid vanwege het hoge gehalte aan couleur locale in de bibliotheek van de popliefhebber thuis. Amsterdam was in de jaren zestig de bakermat van de nieuwe popmuziek, die door haar volgelingen net zo serieus werd genomen als Bach en Beethoven door bezoekers van het Concertgebouw.

In 1965 werd pal achter die tempel van de goede smaak Hitweek opgericht, het eerste serieuze poptijdschrift van Nederland, dat Rolling Stone twee jaar vooruit was. De taal en de beeldtaal van Hitweek en navolgers waren ondenkbaar geweest zonder die korte periode van 'Free your mind and the rest will follow'. Tripper Wally Tax steeg 'eight miles high' boven de biermentaliteit van de Haagse beatgroepen uit.

De Utrechtse scene maakte eveneens vanuit de acid trip, geïntroduceerd in de kunstenaarswereld, een begin met het 'aanturnen' van de saaie provinciestad door middel van het roemruchte popfestival Flight to Lowland's Paradise (1967). In het hele land volgde 'a new generation, with a new explanation' op die golven van extase. De burgerlijke wereld stond erbij en snapte er niets van.

Een paar jaar later waren de bad trips op de illegale drugs van de criminele kartels de oorzaak van de verloedering van de scene. King Acid stopt waar dat spook, de moordenaar van de heilige sixties, toeslaat. Zelf nam de inmiddels maatschappelijk geslaagde Ten Hoopen in 1979 na een pauze van tien jaar zijn laatste trip.

Het magische jaar 1999 zal bij veel voormalige daytrippers (one way ticket, yeah) zin in een nostalgisch klontje opwekken. Het lezen van het beeldende, hard swingende King Acid zal deze zin vermoedelijk onweerstaanbaar maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden