Mijn coronajaarBruno Bruins

‘Tot de dag van vandaag vragen mensen of het weer een beetje met me gaat. Bruno Bruins hoort bij corona, althans bij het begin’

Bruno Bruins (57): ‘Toen de huisarts kwam, bleek dat het er niet in zat. Het zat er gewoon niet in. Hoe vervelend ook, de energie was er niet meer.’ Beeld Jiri Büller
Bruno Bruins (57): ‘Toen de huisarts kwam, bleek dat het er niet in zat. Het zat er gewoon niet in. Hoe vervelend ook, de energie was er niet meer.’Beeld Jiri Büller

Bruno Bruins ging onderuit ­tijdens een coronadebat in de Tweede Kamer en moest op doktersadvies de dag erna ­vertrekken als minister voor ­Medische Zorg. Hij kijkt – voor één keer – terug.

‘Dat ik tijdens het coronadebat op 18 maart onderuit ging, kwam als een verrassing. Ik voelde het gewoon niet aankomen. Als je in de Tweede Kamer staat, ben je met al je zintuigen op dat debat gericht en niet met jezelf bezig.

‘Mark Rutte en ik hadden het debat ’s ochtends voorbereid in het Torentje. Je wisselt informatie uit, bespreekt hoe je de onderwerpen gaat verdelen. Ik was niet de meest opgewekte persoon in die periode. Rutte had dat wel door. We aten samen een broodje en toen we naar de Kamer liepen, zei hij: ‘Kom op, we maken er een mooi debat van.’

‘Het werd een hard debat, zeker. De toon was stevig, maar daar had ik begrip voor. Achter Geert Wilders, achter Jesse Klaver en achter alle andere sprekers stond een samenleving die bezorgd was, die wilde weten wat de overheid deed om aan beschermingsmiddelen te komen en welke maatregelen we konden nemen om het virus af te remmen.

Mijn coronajaar

Hoe greep corona in op onze levens? Het jaar gevat in twaalf interviews, van de gevallen minister die voor één keer zijn verhaal doet tot de virusjager die het virus net niet ontdekte en van de verhuurder van privéjets (die zijn beste omzet ooit draaide) tot de bestrijder van nepnieuws in Zuid-Soedan.

‘Het gaf me een goed gevoel dat we die dag als team in de Kamer zaten. Mark Rutte, Wopke Hoekstra, Wouter Koolmees, Erik Wiebes en ik. Dat is toch het mooie van de wekelijkse ministerraad in de Trêveszaal, dat er door de jaren heen collegialiteit ontstaat. Iedereen komt wel eens keer rot in de publiciteit. Dan ga je om elkaar heen staan, klopt elkaar eens op de schouders, vraagt hoe het gaat. Het is prettig om je gesteund te voelen.

‘Het debat begon rond een uur of 1. Eerst was de Kamer aan de beurt, daarna de premier. Rond half 7 kreeg ik het woord. Het was etenstijd, maar honger had ik niet, dat was niet het probleem. Maar ik was duidelijk niet op m’n best die dag. Dat heb ik ook wel gezien toen ik het debat later nog een keer terugkeek. Als je goed in je energie zit, kun je de wereld aan. Als dat niet zo is, wordt het moeilijk.

‘Kort na 7 uur stroomde de energie er opeens uit. Nee, het was niet eng. Ik ging onderuit en even later stond ik weer op. Alles bewoog nog. Het was wel voor het eerst in mijn leven dat ik bij het opstaan in de ogen van een D66’er keek. Wouter Koolmees hielp me overeind.

null Beeld Jiri Büller
Beeld Jiri Büller

‘Ik zie me daarna nog zitten in het ledenrestaurant naast de plenaire zaal. Allemaal mensen om me heen, bezorgder dan ik. Mijn vrouw belde. Ook ongerust natuurlijk, ze had me onderuit zien gaan op televisie, maar ik zei dat ze niet hoefde te komen. Mijn woordvoerder wilde weten wat ze moest zeggen. Ik zei: ‘Dat ik vanavond even goed ga slapen en dat ik morgen weer gezond op sta.’

‘Een dag later, toen de huisarts kwam, bleek dat het er niet in zat. Het zat er gewoon niet in. Hoe vervelend ook, de energie was er niet meer. Ik heb nog kort gesproken met Hugo de Jonge, die mijn taken over ging nemen. De overdracht is verder ambtelijk gedaan.

‘Nadat ik ben afgetreden, heb ik eerst alleen maar uitgerust. Er staat een bankje op mijn werkkamer, daar heb ik eindeloos op geslapen. Soms kwam mijn vrouw kijken. Is hij al in zijn boek begonnen? Soms had ik pagina 1 gelezen, maar daar kon ik wekenlang steeds opnieuw mee beginnen. Ik heb in die tijd veel gefietst, eerst naar Wassenaar, later Hoek van Holland, Leiden, Zoetermeer. Prachtig. Je bent dan zo blij dat je de deur uit kan, dat je gezond bent, je gezin hebt, dat je mensen kunt ontmoeten. Ik kreeg bovendien zo veel steunbetuigingen, mijn LinkedIn-account ontplofte. Alle bewindspersonen belden of stuurden appjes. ‘Wat een dapper besluit.’ ‘Keep cool en herstel snel.’

‘Mark Rutte belde tot augustus elke week. Niet om over de grote politiek te praten, maar om te vragen hoe het ging, of ik nog een goed boek had uitgelezen. Zo uitgebreid dat ik dacht: Mark je hebt zoveel te doen, je kan je tijd echt wel beter besteden.

‘Tot de dag van vandaag vragen mensen of het weer een beetje met me gaat. Het is heel persoonlijk, maar ik begrijp ook dat ik een onderdeel ben geweest van 2020. Bruno hoort bij corona, althans bij het begin. Daarom heb ik me laten overhalen om er één keer over te vertellen. Eén keer. That’s it.’

null Beeld Jiri Büller
Beeld Jiri Büller

A-lijst

‘Er zijn ministers die dagboeken bijhouden, maar dat heb ik nooit gedaan. Mijn agenda’s heb ik ook niet meer. Gek misschien, maar als je aftreedt blijven die achter op het ministerie. Sommige dingen herinner ik me nog heel precies, sommige dingen niet meer.

‘Op 28 januari hebben we tijdens de ministerraad covid-19 op de A-lijst van meldingsplichtige infectieziektes geplaatst. Dat weet ik, omdat ik die dag in Westerbork de namen van daar afgevoerde en later vermoorde mensen zou voorlezen. Ik heb aan Mark Rutte gevraagd of ik voor de lunchpauze een toelichting mocht geven, zodat ik tijdig in Drenthe kon zijn.

‘De eerste weken van februari ging het veel over het terughalen van Nederlanders die op cruiseschepen zaten. Ook moesten we de reisadviezen voor risicolanden telkens bijstellen. Dat was een joint effort met Buitenlandse Zaken, ik stond er zeker niet alleen voor.

‘Achteraf is de wereld makkelijk te ordenen, maar op dat moment moet je het doen met de informatie die je hebt. In eerste instantie was vanuit de wereldgezondheidsorganisatie WHO het idee dat corona niet zo snel naar Europa zou komen.

‘Helaas stuurt een pandemie geen gebruiksaanwijzing mee. We wisten niet wat we niet wisten. Dat maakte het zo ingewikkeld.

‘De Kamercommissie Volksgezondheid had al snel in de gaten dat corona heel groot kon worden. Er werden veel vragen gesteld. De Tweede Kamer en de samenleving hadden recht op goede informatie. Daar ben ik intensief mee bezig geweest. Ik wilde eerst de feiten hebben en dan pas naar buiten treden. Bij het ministerie moesten ze daar weleens van zuchten. Zo van: hij weet het nu toch wel?

‘Achteraf gezien had ik misschien meer moeten overlaten aan de experts. Ook omdat er een tsunami van activiteiten ontstond. Maar ik wil me ergens he-le-maal in verdiepen. Ik wil het niet ongeveer weten, ik wil het precies weten.

‘Het dreigende tekort aan beschermingsmiddelen was meteen een thema. Dat stond al in de eerste brieven die we in januari en februari aan de Tweede Kamer stuurden. In normale omstandigheden heeft het ministerie bij de aankoop van die spullen geen rol. Dat doen zorginstellingen zelf. Nu moesten we bijspringen, maar het kostte tijd om daar onze weg in te vinden.

‘We moesten eerst de vraag in kaart brengen, want daar was overzicht nodig. Aan de aanbodkant lukte het om de grote producenten aan tafel te krijgen, daar was ik tevreden over, maar al vrij snel werden de vrachtwagens van die producenten aan de grens tegengehouden. Landen gingen hun eigen plan trekken.

‘Ik heb mijn Franse collega in Brussel daar nog op willen aanspreken, maar de man was van kwikzilver. Die schoof op z’n stoel als de vergadering begon en als de vergadering was afgelopen was hij ook meteen weer weg.

‘Het verwerven van beschermingsmiddelen ging ontzettend veel van mijn tijd kosten. Iedereen wilde helpen. Daar moesten we als ministerie mee leren omgaan. Ook bij mij ging de hele dag de telefoon. Mensen uit mijn kennissenkring, of vrienden van vrienden, of vrienden van vrienden van vrienden: allemaal dachten ze aan spullen te kunnen komen.

‘Het was ongelooflijk wat er in die periode op de markt gebeurde. Dan zat ik op zondag op de kamer bij Willy Spaan, de voorzitter van het Leids Universitair Medisch Centrum. Liet hij me foto’s zien van dozen in een vliegtuig met van die netten erom heen. Een miljoen mondkapjes. Ik gaf toestemming. Doen! Een uur later bleken ze dan alweer verdwenen. Verkocht aan iemand anders. Pffft. Weg. Echt ongelooflijk.

‘Het tekort aan beschermingsmiddelen was een van de zaken waar ik wakker van lag. De overheid hoort bij te springen als individuen en partijen dat zelf niet meer kunnen. Het is dan wel mooi om te zeggen dat je er druk mee bezig bent, maar je wilt het fiksen.’

Bruno Bruins: Het tekort aan beschermingsmiddelen was een van de zaken waarvan ik wakker lag. De overheid hoort bij te springen als individuen en partijen dat zelf niet meer kunnen. Beeld Jiri Büller
Bruno Bruins: Het tekort aan beschermingsmiddelen was een van de zaken waarvan ik wakker lag. De overheid hoort bij te springen als individuen en partijen dat zelf niet meer kunnen.Beeld Jiri Büller

Gesteund gevoeld

‘Ik heb me altijd gesteund gevoeld door collega’s. Dat wil ik gezegd hebben. Mark Rutte is een geweldige coach. In de eerste week van maart, toen het allemaal heel veel werd, ben ik met hem gaan praten. Hij raadde me aan om één of twee keer per dag mijn agenda door te nemen om te kijken wat ik echt zelf wilde doen en wat ik kon overlaten aan de secretaris-generaal. Dat ben ik ook gaan doen.

‘Natuurlijk moet je ook goed voor jezelf zorgen. Geen alcohol, niet te veel eten, goed slapen. Ik probeerde altijd al op tijd naar bed te gaan, rond half 11, maar die laatste maanden schoot ik steeds vaker om 4 uur ’s ochtends wakker. Door alle dingen die speelden. De kwaliteit van slapen was niet goed meer.

‘Mijn vrouw maakte zich zorgen. Ze zag me woelen in bed. Vond dat ik afviel. Ik dacht: het gaat wel. Je bent getrouwd met een Bruins. Hard werken heb ik altijd prima gevonden.

‘Maar de dag duurt lang als je steeds om 4 uur wakker wordt. Er is dan nog niet veel te doen. Je kunt een beetje radio luisteren. Het nieuws begint om 06.00 uur. Om 06.15 las ik mijn vier kranten en at een yoghurtje met cornflakes. Om 07.30 ging ik de deur uit.

‘Zelf wist ik natuurlijk ook wel dat het erg veel geworden was, maar ik dacht ook: gewoon doorwerken. Achteraf denk ik: ik had ik mezelf misschien beter in acht moeten nemen.

‘Rutte is van schokbeton. Als ik naar huis ging, besloot die gewoon nog even om een Brexit-overleg voor te bereiden. Dan moet je een goed gestel hebben, maar het zal ook met karakter te maken hebben.

‘Als je mij op die persconferenties zag staan: dat is niet het lachebekje Bruins. Daar was het onderwerp ook niet naar, maar ik was me er ook erg van bewust dat elk woord op een goudschaaltje lag. Ik wilde precies het goede zeggen. Soms wordt het dan een beetje kort en bondig, weet ik nu van mezelf. Ik was een pond lichter als die persconferenties achter de rug waren.

‘Op 12 maart kondigden we maatregelen aan om mensen met klachten thuis te laten blijven. Ook werden de grote evenementen verboden. Drie dagen later maakte ik bekend dat de cafés en restaurants dicht moesten. Ook dat kwam heel precies. Ik kon niet zeggen dat de horeca dicht moest, want de hotels mochten wel nog open blijven.

‘Je grijpt in het leven van mensen in. Daar moet je zorgvuldig in zijn. Iemand schreef vooraf teksten, maar ik had het nodig om mijn eigen accenten te leggen. ‘Let een beetje op elkaar.’ Dat zijn mijn woorden. Ben ik nog altijd blij mee. Dat is Bruno-taal.’

Afgesloten hoofdstuk

‘In juli heb ik het hoofdstuk afgesloten. Toen heb ik het covid-team van het ministerie nog een keer gezien. Een emotioneel weerzien. Die mensen hebben zo gruwelijk hard gewerkt. Ze zagen allemaal een beetje grijs.

‘Een week later nam ik afscheid van het kabinet tijdens een barbecue bij het Catshuis. Je moet dan toch even een drempel over. Iedereen is nog zo hard aan het werk en jij hoort daar niet meer bij. Er werd ook afscheid genomen van Martin van Rijn en Menno Snel, dus gelukkig was niet alle aandacht op mij gericht. Midden in de belangstelling staan, is niks voor mij.

‘Aan dat afscheid bewaar ik warme herinneringen. De Kamerbewaarders die op het ministerie van Algemene Zaken werken, gaven me een boekje cadeau met tekeningen die ik altijd tijdens de ministerraad maakte. Ons werk bestaat uit praten, praten, praten. Als je tekent, komt er iets uit je handen. Ik liet de tekeningen altijd achter in de Trêveszaal, maar het personeel had ze kennelijk bewaard en voor mijn afscheid gebundeld. Een geweldig gebaar. Zelf had ik een kalender gemaakt voor mijn collega’s met wat door mij gemaakte tekeningen. Rutte nam die in ontvangst.

‘U vraagt of ik bang ben voor een afrekening tijdens een parlementaire enquête, maar zo sta ik helemaal niet in het leven. De insteek zal toch vooral zijn: hoe komen we de volgende keer beter beslagen ten ijs?

‘Natuurlijk kun je kritiek hebben op het beleid en daarmee op de minister die de spits is van dat beleid, maar van die kritiek kun je leren. Dat hoort bij een parlementaire democratie. Dat je leert, evolueert. Dingen hadden beter en anders gemoeten, natuurlijk, maar dit is niet het moment om te evalueren. Andere mensen zijn nu heel druk aan het werk. Die zitten er nog middenin. Ik ben gewoon een burger die de regels volgt.’

Onder een dekentje

‘Als je meemaakt wat ik heb meegemaakt, wil je het liefst even in een hoekje onder een dekentje kruipen en tevoorschijn komen als je er weer bent. Bij mij heeft iedereen op televisie kunnen zien hoe ik onderuit ging. Natuurlijk heeft het ook verdriet gedaan. Je staat samen voor een opdracht, voor een taak. En dan moet ik van een rijdende trein stappen.

‘Ik heb veel reacties gekregen van mensen die iets vergelijkbaars hebben meegemaakt. Die er ook een keer zijn uitgeknald op hun werk. Dan vind ik het leuk om een kaartje terug te sturen en er een vriendelijk woord bij te zetten. Ik heb een tekeningetje gemaakt van een mannetje met een sjaal van 1,5 meter en daar 700 kaarten van laten drukken. Die zijn schoon opgegaan. Het geeft een goed gevoel. Even bij elkaar stil staan. Zo span je draden in een samenleving. Een beetje inbuigen, noem ik dat. Naar elkaar toe bewegen, in plaats van uitbuigen.

‘Ik werk nu weer als directeur bij HTM, het Haagse openbaar-vervoersbedrijf. De aanleiding is vervelend – ik vervang de directeur, die ziek is – maar ik ben blij dat ik weer aan de slag ben. Vroeger liep ik ’s ochtends naar het ministerie, nu naar mijn kantoor boven het Centraal Station in Den Haag.

‘Ik weet nog dat ik een van de eerste dagen hier aankwam. Een buschauffeur die me zag komen aanlopen, stak heel hartelijk zijn arm omhoog. Dat vond ik zo mooi. Het voelt goed om weer aan het werk te zijn.’

Tussen 2017 en 2020 was Bruno Bruins (57) minister voor Medische Zorg en Sport in het derde kabinet Rutte. Eerder was hij wethouder, waarnemend burgemeester en staatssecretaris. 

Een reconstructie van het jaar waarin alles veranderde

Een nieuw normaal, wankelend beleid en dat ene hamstergebaar: scroll langs de belangrijkste momenten van het afgelopen coronajaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden