interviewHannah van Wieringen

Toneelschrijver Hannah van Wieringen: ‘Wat meer verliefdheid, dat zou ons goed doen’

Hannah van WieringenBeeld Dim Balsem

In de hooggeprezen toneelteksten van Hannah van Wieringen (37) ontbreekt het aan conventionele conficten. In haar nieuwe stuk All Over - Acts of Love koppelt ze verliefdheid aan de klimaatcrisis.

Haar personages zijn altijd een beetje verliefd. Niet noodzakelijk op elkaar, maar bijvoorbeeld op het leven, of de kunst. Of toch gewoon wel op elkaar. In Mahler & Kokoschka (maart 2018) onderzocht toneelschrijver Hannah van Wieringen (37) de onstuimige liefde tussen de jonge schilder Oskar Kokoschka en Alma Mahler, de weduwe van componist Gustav Mahler. In de opvolger Als vrouwen vrienden zijn (september 2018) gaf ze in een tiental alledaagse ontmoetingen een vriendschap vorm die veel wegheeft van liefde. Voor dit stuk werd ze genomineerd voor de prestigieuze Toneelschrijfprijs.

In haar nieuwe stuk, All Over – Acts of Love laat Van Wieringen twee personages, Kay en El, in de duur van vijf bedrijven onontkoombaar voor elkaar vallen, tegen het decor van een uitzichtloze klimaatcatastrofe. ‘Verliefdheid, ja dat vind ik een heel fijn gebied om op te zoeken. Verliefde mensen zijn zo bereid, zo open en verbonden. Wie verliefd is heeft een groot verlangen om betekenis toe te kennen aan de chaos en toeval en willekeur van het leven. Het zou heel erg helpen als mensen onderling wat vaker een verliefde houding aannamen.’ 

Bovendien: ‘Het is natuurlijk heerlijk om daarover te schrijven. Het is zo leuk om mensen verliefd op elkaar te laten worden! In een onmogelijke tijd, op een moment dat ze het niet verwachten. Gewoon, bij een kopje koffie.’

Zelf is ze ook verliefd, een dikke twee jaar nu, op Nieuwsuur-presentator Jeroen Wollaars. Maar details daarover, zegt ze meteen, hoeven verder niet in de krant. ‘Al wil ik het best allemaal aan jou vertellen, ik kan er uren over praten.’

Van Wieringen is een watervlug denker en spreker, enthousiast, bevlogen en goedlachs. Toch laat ze zich weinig interviewen, en ook dit keer ging ze pas na enig aarzelen akkoord.

Wat vind je zo lastig aan interviews?

‘Ik ben toneelschrijver, ik houd van de dialoog. En een interview is vaak geen echte uitwisseling. Kijk, jij hebt nu allemaal vragen bedacht en die liggen bij voorbaat vast. Maar als dit een normaal gesprek was, zou het anders verlopen, verrassender, omdat we ons allebei blootgeven. En zo komen we samen ergens anders uit.

‘Ik houd van echte ontmoetingen, die zoek ik ook steeds op in mijn werk. Dat is voor mij wat leven is: een ander ontmoeten en je laten verrassen en beroeren. Als je iemand ontmoet, wil je graag dat er iets gebeurt, toch? Je wilt blij worden, geïnspireerd, of misschien kwaad, of geil. Dat wederzijdse effect maakt een ontmoeting spannend. Maar het is interessanter als we daarbij allebei gevaar lopen. En het is ook eerlijker. Jij bent hier nu toch bij? Wij voeren samen dit gesprek.’

Ze vergelijkt het met de boekrecensies die ze schrijft voor NRC Handelsblad. ‘Ik wil me laten raken door het werk van een schrijver. Een boek echt laten binnenkomen, onderzoeken hoe ik me er als lezer toe moet verhouden. In een recensie wil ik dan ook laten zien dat ik er ben. Dat ik degene ben die leest en voelt en ervaart en oordeelt.’

In plaats van je te verschuilen achter je autoriteit of de schijn van objectiviteit?

‘Precies! En dan zeggen...’ (Van Wieringen zet een deftige stem op): ‘Binnen de literaire traditie is dit boek… enzovoort.’ Met het erkennen van de subjectiviteit creëer je ruimte voor het andere perspectief. Plus: in de subjectiviteit zit alle spanning, alles wat het werk interessant maakt. Want dan gaat het echt over de relatie tussen een werk en een lezer.’

Van Wieringen, geboren en getogen in ‘het mooie, waterrijke Driehuizen, Noord-Holland’, schrijft drama, proza en poëzie. Ze volgde de opleiding Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, nadat ze in Amsterdam was gestopt met een studie Oudheidkunde aan de Vrije Universiteit. ‘Ik hield van dode talen en ging als kind al op prehistorisch kamp. Ik was 17 en wilde dolgraag weg uit Driehuizen – met zijn 150 inwoners, basisschooltje, kerk en één café, Café de Vriendschap, waar ik pannenkoeken serveerde.’

Haar prozadebuut, De kermis van Gravezuid, ging over Driehuizen: de beklemming, de verveling, de vergeefse hunkering van de jeugd. ‘Man, ik wilde naar Amsterdam, ik wilde leven! Maar die studie was een mismatch. Zat ik daar met al mijn energie en vitaliteit en lust op die stoffige faculteit, met twee andere studenten, begraven onder een berg oude boeken.’

Ze stopte en werkte een half jaar in de Amsterdamse horeca. ‘En toen ging ik me afvragen waarvan ik ook alweer hield vóór ik gefascineerd raakte door archeologie. En dat was schrijven. Schoolkrantjes, poëzie. Voor een dagboek was ik niet geduldig genoeg. Poëzie is een heel gecondenseerde weergave van een ervaring. Je raakt sneller aan de kern en je hebt minder woorden nodig. Bij mijn dagboek dacht ik steeds: ja, ik had sokken aan, en ik heb soep gegeten, maar dat is niet belangrijk!’

Als kind al las ze Judith Herzberg en Hans Lodeizen. ‘Ik heb de hele boekenkast van mijn moeder opgegeten.’ Na de opleiding publiceerde ze twee romans en een dichtbundel en schreef ze eenakters, toneelstukken en boekbewerkingen, waarvan het merendeel bij Toneelgroep Oostpool werd geënsceneerd door regisseur Marcus Azzini, een goede vriend. ‘Poëzie was mijn eerste liefde. En poëzie en drama zijn aan elkaar verwant, want het gaat om taal die mag klinken. Taal die een lichaam nodig heeft.’

Zintuiglijk, dat is een woord dat vaak valt als het gaat over haar taal. ‘Gulzige, dansende zinnen die je het verhaal inzuigen’, schreven recensenten. Ze prijzen haar ‘grijpgrage regels’, ‘barstensvol leven’. Zo zegt El tegen Kay: ‘Ik wilde je hele lichaam opeten, vanaf het moment dat ik je zag zitten.’ En even later: ‘Nee wacht! Waar zien we elkaar! Hoe werkt dit? Ik kan niet zonder je. Oh, dat is niet in orde, ik moet me laten helpen ook, dit is toch onverantwoord.’

Haar toneeldialogen zijn ritmisch als haar poëzie, schijnbaar alledaags maar altijd zorgvuldig gestileerd en geestig op een subtiele manier. Haar sympathieke personages zoeken, tasten en weifelen hardop, corrigeren zichzelf, uiten een stevige mening en relativeren die meteen weer.

Centraal staat vaak de spontane ontmoeting in het hier en nu, waar tussen twee mensen geloofwaardige, haast voelbare intimiteit ontstaat. Door de ontmoeting worden de personages aangeraakt, in gesprekken groeien ze, en zo, meanderend, bijna organisch, ontwikkelen ze zich.

Hannah van Wieringen.Beeld Dim Balsem

In je stukken is nauwelijks sprake van een concreet plot of een centraal drama.

‘Nou, de klimaatcrisis is natuurlijk best een beetje een drama.’

Ik bedoel: een allesbepalend drama of conflict dat de handeling en de personages voortstuwt, zoals we vaak zien in fictie.

‘Ja, de weg van de held, en hoe de klimaatcrisis hem hindert in zijn leven en streven. Hoe hij er bijna onder bezwijkt, maar uiteindelijk toch overwint, en de draak verslaat! Dat vind ik een gedateerd narratief. Het is mij te individualistisch. Volgens mij hebben we niks aan zulke helden. Of ik ben er in elk geval niet in geïnteresseerd. Ik probeer eerder een soort zonnestelsel te creëren, met om elkaar cirkelende planeten. Of een kosmos in kaart te brengen, of hoe jij het maar wilt noemen.

‘Waar het om gaat is dat er verschillende betekenissystemen naast elkaar bestaan, niet één weg van één held. Net als in de kunstkritiek is er niet meer die ene, alwetende stem die zegt: zo is het. Nee, er zijn meerdere waarheden, meerdere zienswijzen, meerdere stemmen. Ik wil verhalen van nu vertellen waarin ik die complexiteit kan vangen.’

Leidt dat streven naar meerstemmigheid er ook toe dat grote emoties of confrontaties ontbreken?

‘Het frontale drama heeft mij nooit geïnteresseerd, bij mij gaat alles altijd zijdelings. Als je rechtstreeks iets gewichtigs wilt beweren, komt dat vaak niet aan. Ik laat het liever achteloos tussen de regels door vallen, dan kan de toehoorder er eventueel iets mee doen op zijn eigen moment.’

In Als vrouwen vrienden zijn wordt de vraag opgeworpen waarom we zo verslaafd zijn aan conflict in drama.

‘Een van de personages vraagt zich af of we, als gevolg van die aloude dramawet, conflict niet veel belangrijker zijn gaan maken dan wenselijk. Ik denk van wel. En dat werkt door, in de samenleving, in de cultuur. Wij hebben niet alleen die verhalen zo gevormd, die verhalen vormen ons ook.

‘Dus ik probeer iets anders te beschrijven, iets dat meer lijkt op hoe ik de werkelijkheid ervaar. Een wereld waarin we verbonden zijn met anderen, waarin personages samen tot oplossingen komen en soms ook niet. Die samen worstelen, en falen, en genieten en ervaren. Die samen léven. Dat gevoel zit in de haarvaten van mijn werk.’

Maar om daar overtuigende fictie van te maken moet je toch kiezen, focus aanbrengen, kaderen.

‘Ja, lastig! (Lacht). Maar dat is ook altijd een leuke puzzel. Dit keer lag de vorm deels vast, omdat Marcus mij vroeg om een queer love story te schrijven. Dat wilde ik, maar ik wilde de homoseksualiteit van de personages nu eens niet tot onderwerp maken of problematiseren. We hebben wel grotere problemen dan identiteit.

Dus ik zei tegen Marcus: ‘Het speelt zich wel nu af hè? Dan ga ik het dus wel hebben over de klimaatcri..’ ‘Ja, doe maar!’

Alles wat ik las over klimaatverandering en deze tijd kon zo in het stuk: Bruno Latour, Rebecca Solnit, Donna Haraway. 

Kay en El zijn representanten van hun ideeën. Over het fragiele ecosysteem waarvan de mens deel uitmaakt, net als dieren en planten; over hoe de wereld minder antropocentrisch zou kunnen worden ingericht. Wat ik hoop is dat je via Kay en El terloops een nieuwe manier van denken meekrijgt. Want ze zijn vehikels van ideeën, natuurlijk, maar dat moet je als lezer of toeschouwer niet merken. Dat noem ik exposépijn. Nee, ze moeten voelen als levensechte mensen. Hun ideeën, inzichten en uitspraken moeten uit het moment lijken te komen.’

Kay en El worden verliefd in een ‘onmogelijke tijd’, zei je. Je contrasteert het verhaal van hun ontmoeting, van verliefdheid en een nieuw begin, met het dreigende onheil van een klimaatapocalyps. Waarom?

‘Omdat dat is wat me het meest verbaast aan mensen. Dat we met alles wat er aan de hand is, dat weinig reden geeft voor optimisme, toch nog verliefd kunnen worden, en hoop hebben, en waardevolle intieme relaties aangaan. Dat is toch heel raar? Eigenlijk kan dat helemaal niet tegelijk. Als je de werkelijkheid echt tot je door laat dringen… Hoe is het mogelijk dat we doorgaan? Waarom? Wat beweegt ons? Dat is het grote raadsel van de mensheid.’ 

All Over – Acts of Love van Toneelgroep Oostpool ism ICK Amsterdam gaat op 25/10 in première in Theater de Meervaart in Amsterdam. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden