Postuum Tom Wolfe

Tom Wolfe (1930- 2018), grondlegger van New Journalism, genadeloos chroniquer van zijn tijd en... fokking goedgeklede dandy.

Tom Wolfe Beeld Getty Images

Al dertien jaar staar ik naar een inmiddels verschoten, ingelijste tekening van Tom Wolfe, de grondlegger van New Journalism, en reusachtig beroemd geworden door de (verfilmde) roman The Bonfire of the Vanities. De tekening is zijn versie van een auto, zoals een luxewagen behoort te zijn, uitgestrekt, elegant en wit, op maat gemaakt voor The Real White Pimp, de man die 41 witte pakken in zijn art-deco-appartement in het deftigste deel van New York had hangen.

Hij zat in het najaar van 2005 in Amsterdam en grinnikte van huh-huh, hij verkneukelde zich bij de gedachte aan het moment dat hij de sleutels zou krijgen van een Cadillac DeVille High Luxury Sedan, met witte banden en witte leren bekleding die voor hem in North Carolina was geprepareerd.

Op een velletje had hij zijn ouwemannenauto getekend, met lichte tegenzin, want HOE IS HET MOGELIJK DAT NIET IEDEREEN WEET HOE DIE AUTO ERUIT ZIET. Hij had mijn pen gebruikt, en er ontbrak nogal wat aan de auto, zoals achterwielen, een uitlaat; het waren vage schetsen. Gedurende het tekenen keek ik naar die lijpe spottende blik in zijn ogen, en zijn perkamenten, glimmende huid, zijn hoofd draaide hij als een Thunderbird, zijn haarlok bewoog als een metronoom.

Hij deed van huh-huh, toen hij de tekening presenteerde, en de naald ging in de groef van een nieuwe richting in het interview. Alle vragen overboord. NATUURLIJK. Snap dat dan! De grote man van New Journalism -  de werkelijkheid beschrijven met de fijne technieken van de literatuur -  gaf een geheim teken dat er freestyle met zijn werkelijkheid moest worden omgegaan, zo zag ik het. AUTO’S! RELIGIEUZE RELIKWIEËN VAN DEZE TIJD. SYMBOLIEK!

En zo werd het een verhaal over Tom Wolfe en de auto’s in zijn leven, en wat de auto’s van tegenwoordig vertellen over deze tijd, vooral die verschrikkelijke SUV’s, muren van metaal, wagens van de angst. En over zijn voorkeur voor irrationele auto’s, met echte vinnen, niet geblindeerd, zodat iedereen kan zien dat je een fokking goedgeklede dandy bent in een auto met de wellustige vormen van een prachtige vrouw.

VROEMMMMMMM.

Zijn loopbaan als verslaggever en schrijver begon ook met auto’s. Na zijn studie ging de in Virginia geboren Thomas Kennerly Wolfe aan de slag als reporter. Hij wilde een grote reportage schrijven voor het maandblad Esquire over autofreaks. Gasten die hun karretjes lieten VAARROOEMMMEN, leefden voor hun opgepimpte bolides met namen als The Golden Alligator. Wolfe zat allejezus te hannessen met het verhaal en gooide er ten slotte een intuïtief opgepend relaas uit, niets anders dan slordig uitgewerkte aantekeningen, onstuimig als de opgedirkte auto’s.

De Equire-chef was HEEL ENTHOUSIAST.

Die vrijgevochten maar precieze manier om de werkelijkheid te beschrijven zag Wolfe wel meer om zich heen in die dagen. Zelf was hij druk in de weer met HOOFDLETTERS en … (puntjes) en stukken songteksten (Baby, baby, where did our love go) en gecursiveerde gedachtensprongen. Maar het was vooral Gay Talese die hem aanzette dit allemaal te schikken onder de verzamelnaam New Journalism. Wolfe las het magistrale verhaal van Talese over bokser Joe Louis, en zag hoe de verslaggever verteltechnieken uit de literatuur gebruikte. Een stroming was geboren, waartoe ook Truman Capote’s In Cold Blood wordt gerekend (een non-fictieroman over de moord op het gezin-Clutter), Hunter S. Thompsons gonzo-reportages, Michael Herrs rock-’n-roll-Vietnamreportages en Joan Didions fijnbesnaarde Californische observaties. In het boek The New Journalism (1973) vergaarde hij een zwikkie van zijn soortgenoten.

Tom Wolfe Beeld Getty Images

Afgezien van zijn kwikzilveren reportages en satirische stukken over New Yorks snobistische culturele elite, of MONUMENTALE epos over muziekproducer Phil Spector, moeten we bij het overlijden van Tom Wolfe nu allemaal gaan staan voor hem, voor zijn twee non-fictieboeken ja, komt u maar:

J The Electric Kool-Aid Acid Test (1968), over hippies, een hippiebus en rijdende hippies in een hippiebus, die helemaal in de bus zijn, als ze in de bus zijn.

J The Right Stuff (1979) over de pionierstijd van de naoorlogse lucht- en ruimtevaart, over een stel in de woestijn bivakkerende testpiloten, de eerste astronauten en vooral over de ultracoole Chuck Yeager, de eerste man die in 1947 door de geluidsbarrière ging, die heel… nou ja… heel rielekst… was.

Nu we toch allemaal STAAN voor Tom Wolfe, en naar de boekenkast zijn gelopen, is hier zijn proza, waarmee hij nadien echt wereldberoemd werd: The Bonfire of the Vanities (1987). Een roman schrijven betekende voor hem nog steeds dat hij erop afging, en niet op zijn karige schrijversreet de binnenkant van zijn hoofd afstruinde. Na uitputtend onderzoek greep hij met Het vreugdevuur der ijdelheden, zoals het in de vertaling heette, de tijdgeest bij de kladden, middels een doorgedraaide beurshandelaar, zijn ongebreidelde hebzucht en de grote raciale verschillen in het New York van de jaren tachtig.

Twaalf jaar later verscheen In alles een man (A Man in Full). Als chroniqueur van de tijd overtrof hij zichzelf, nu met een projectontwikkelaar die struikelt over zijn eigen magistrale ego, zijn vanzelfsprekende succes in het vastgoed en zijn vooruitstekende kin. Ver voor de vastgoedfraude in Nederland losbarstte, in 2007, had hij een mensensoort archetypisch in een mal gegoten, de Charlie Croker-achtigen, de Quote 500 on the run.

Nadien volgden nog twee romans Ik ben Charlotte Simmons (2004) en Terug naar het bloed (2012), die bij vlagen al even meesterlijk de hedendaagse oversekste gekte of de kwasterige kunstwereld op de staart trapten -  iedereen mag nu weer gaan ZITTEN hoor. In 2016 verscheen ten slotte een essay-achtig cultuurfilosofisch boekwerk, Het Koninkrijk van de taal. Oordeel: mwahhh.

En nu is Tom Wolfe dood, overleden in een ziekenhuis in New York, en liggen zijn boeken op de grond verspreid, een hele verzameling. Na het gesprek in het najaar van 2005 ontdekte ik DAT HET HELE INTERVIEW NIET WAS OPGENOMEN, &&%%!!! Ik had die tekening, een gesigneerd boek en - hoe awkward! - een foto. Maar het verhaal rolde eruit op de laptopmasjien. Als je zijn stem hebt gehoord, net de tone of voice in zijn geweldige boeken, dan blijft-ie voor altijd HANGEN.

Huh-huh.

The Bonfire of the Vanities (1987) mag dan Tom Wolfes beroemdste werk zijn, deze twee eerder verschenen non-fictieboeken zeggen álles.

J The Electric Kool-Aid Acid Test (1968), vertaald als De trip, over de hippiecultuur in de Verenigde Staten.

J The Right Stuff (1979), vertaald als Pure klasse, over de pionierstijd van de naoorlogse lucht- en ruimtevaart.

​Schrijver Tom Wolfe (1931-2018): ​'Ik ben nog altijd ijdel'
De Amerikaanse schrijver en journalist Tom Wolfe is maandag op 87-jarige leeftijd in een ziekenhuis in New York overleden. Dat heeft zijn agent dinsdag bekendgemaakt. Wolfe werd wereldberoemd door onder meer de roman The Bonfire of the Vanities, in het Nederlands uitgebracht als Het vreugdevuur der ijdelheden. In januari 2013 interviewde Steffie Kouters de toen 81-jarige schrijver over zijn boek Back to Blood.

Lees hier het interview uit 2013 met Tom Wolfe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.