INTERVIEW

'Toen ik ontslagen werd voelde het alsof ik was gedumpt'

In een nieuwe serie interviewt Daan Heerma van Voss mensen die werkloos zijn geworden. Karina van der Werf ( 28 )werkte ondanks haar spasmen en spraakhandicap als secretaresse. Na haar ontslag bij het AMC moest ze twee dagen lang huilen. 'Het voelde alsof ik was gedumpt.'

Karina van der Werf: `Ik doe veel dingen die mensen zonder handicap ook doen, zoals winkelen of af en toe te veel drinken.'

Nieuwbouwblokken en industrieterreinen, bevroren slootjes en stille rotondes - ik bevind me in de buitenwijken van Purmerend. Karina van der Werf (1986), geboren in Colombia, was 15 toen ze in Nederland aankwam en werd geadopteerd door een echtpaar in de Zaanstreek.

Karina lijdt aan schizencefalie, een zeldzame aangeboren afwijking waarbij de hersenhelften niet geheel gesloten zijn. Dit heeft spasmeverschijnselen en een beperkt spraakvermogen ten gevolge. 'Mijn moeder liep tijdens de zwangerschap een virus op. Dat virus is op mij overgegaan. En mijn moeder was te arm voor een ziekenhuis. En dus, ja. Dus heb ik propjes in mijn hoofd.'

Ze deelt haar appartementencomplex met zeven andere mensen met een beperking, de begeleider is op elk moment van de dag oproepbaar. In haar rolstoel leidt ze me rond. Haar appartement is opvallend roze: roze lelies, een grote roze Smeg-koelkast, een roze waterkoker. 'Toen ik nog bij mijn ouders woonde, fantaseerde ik over een meisjeshuis. En toen ik de kans kreeg, dacht ik: alles roze, voor ik er te oud voor ben.'

Ondanks haar beperkingen rondde Karina haar mbo-opleiding administratief medewerker af, waarna ze zich inschreef bij Emma at Work, een uitzendbureau dat bemiddelt voor jongeren met een chronische ziekte of een lichamelijke beperking. Ze heeft meerdere banen gehad. Zo was ze secretaresse bij het AMC en bij de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind. Haar laatste baan was administratief medewerker bij Festival 5D, een theaterfestival gemodelleerd naar De Parade en (mede) georganiseerd door jongeren met een handicap. 'Daar werd ik gewaardeerd en voelde ik me een volwaardig mens. Ze geven mensen zoals ik de kans een jaartje voor ze te werken. En dan moet je weer plaatsmaken. Want andere mensen verdienen die kans net zo goed als jij.'

Interviewserie

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do, waarin 'gewone mensen' vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich nu in de wereld van de werklozen. Om de week een nieuw verhaal, een schets uit het andere Nederland.

Je wist dus van tevoren dat je weer weg zou moeten.

'Ja, al hoop je ergens dat je zo goed bent dat ze je toch willen houden. Bij het eindgesprek werd me verteld dat het bij één jaar bleef. Op zo'n moment wint het negatieve: ik voelde me een mislukkeling. Had ik maar beter gepresteerd.

'Maar de klap van een contract dat niet wordt verlengd, is niet te vergelijken met die van een ontslag. In 2012 werd ik ontslagen bij het AMC; wegens bezuinigingen moest er worden gereorganiseerd. Het was mijn eerste officiële baan, ik was helemaal hoteldebotel. En toen kwam dat nieuws. Ik heb twee dagen lang lopen huilen. Het voelde alsof ik was gedumpt. Dat is nu anderhalf jaar geleden.'

Heeft dat ontslag je leven erg veranderd?

'Ja. Vroeger leefde ik naar de vakantie toe, nu is er alleen maar vrije tijd. Iedereen heeft maar collega's, iedereen heeft een doel. Maar ik heb altijd dezelfde mensen om me heen, en de dagen zijn hetzelfde. Om half negen sta ik op. Dan ga ik sporten. Rond twaalf uur kom ik thuis en doe ik het huishouden. Om een uur of vijf zet ik de televisie aan. Dan kijk ik 24Kitchen, The O.C. of Celblok H. Om half zes eten we met z'n allen en 's avonds helpen we elkaar met klusjes of kijken we een film.

'Deze levensfase heeft ook goede kanten. Vanaf mijn 2de tot mijn 26ste heb ik maar doorgewerkt - eerst scholing, daarna mijn banen. Nu was het tijd om even stil te staan. Ik moest leren te genieten van simpele dingen: morgen kan ik een dagje naar Amsterdam, overmorgen een vriendin bezoeken. Misschien genoot ik vroeger niet genoeg. Ik was te veel bezig met mijn beperking, met moe zijn of juist met me nergens iets van aantrekken.'

Hoe kom je aan je geld?

'De Wajong. Het is niet veel, maar ik ben dankbaar. Anders zou ik weer bij mijn ouders moeten wonen.'

Wat is het vervelendste aan een ontslag?

'De onzekerheid. Toen ik weg moest bij het AMC, had ik echt het gevoel dat ik had gefaald. Dat het, als ik geen handicap zou hebben gehad, als ik sneller en beter had gewerkt, anders was gelopen. Maar ik heb een pokerface. Ik wil geen zwakte laten zien, daar maken mensen misbruik van.'

Had je inderdaad een betere werknemer kunnen zijn?

'Wacht even, ik heb ook kwaliteiten die iemand zonder handicap niet heeft. Ik ben me erg bewust van mijn omgeving, ben secuur. Als ik een kop thee haal, ben ik daar heel geconcentreerd mee bezig. Het duurt even, maar ik mors niet en laat de kop nooit vallen. Andere mensen haasten zich en hebben een vies overhemd. Dat beamen mijn werkgevers: ik maak geen fouten. Als ze mij iets laten doen, hebben ze er geen omkijken meer naar. Ik was een goede werknemer.

'Ik weet nog goed dat ik in het AMC eens dossiers aan het doorzoeken was, ik had een stapel op schoot. Toen werd ik plotseling aangesproken door iemand die er werkte - net als ik. Hij zei: wat doe jij met al die dossiers, geef ze maar aan mij voordat je iets beschadigt, je moet terug naar de afdeling. Mijn handen waren vol, mijn pasje lag bedolven onder mappen. Ik werd zenuwachtig, stamelde wat. Ik had moeten zeggen: kijk even onder die dossiers, daar ligt eenzelfde pasje als jij hebt. Sommige mensen vinden het nu eenmaal moeilijk: zo'n rolstoel, zo'n stem.'

Bij je laatste sollicitatie werd je verteld dat je de baan die ze aanvankelijk voor je in gedachten hadden, niet zou krijgen, omdat je 'geen telefoonstem' zou hebben. Wat vind je daarvan?

'Het ging om een energiebedrijf. Het eerste gesprek ging goed. Een paar dagen later belden ze me terug voor een tweede. Ik maakte kennis met de werknemers van de afdeling die zich bezighoudt met storingen. Daar zou ik komen te werken, als coördinator. Ik ontmoette de manager, die wilde kijken 'of er een klik was'. Nou, blijkbaar was die er niet, want ineens zei hij dat het typen te veel van me zou vergen, en achteraf kreeg ik inderdaad te horen dat ik geen telefoonstem had. Hij was bang dat de mensen me niet zouden kunnen verstaan.

'Ik weet dat mijn stem anders klinkt en ben altijd bang dat mensen raar zullen reageren zodra ik mijn mond opendoe. Maar op mijn cv staat dat ik receptioniste en administratief medewerker ben geweest, daar is niets van gelogen. Als iemand me niet precies kan verstaan, dan vraagt hij toch of ik het een keer wil herhalen?

'Ik dacht: de woorden van die manager raken me niet. Maarde klap kwam later. Ik kan alles veranderen, maar niet mijn stem. Ik leef in twee werelden, die van de gehandicapten en de normale. Soms voel ik me thuis in beide, en soms in geen van twee.'

Vermeld je je handicap in sollicitatiebrieven?

'Nee. Er staat wel op dat ik op een mytylschool heb gezeten (een aangepaste school voor kinderen met een handicap, red.), en lang in revalidatiecentrum Heliomare ben geweest. Maar ik wil er geen nadruk op leggen. Iedereen is gelijkwaardig en ik heb gewoon mijn mbo-2 afgemaakt.

'De arbeidsmarkt is geen eenvoudige plek voor iemand met een beperking. Soms is het moeilijk hoop te houden. Je hebt hoop nodig, maar moet jezelf ook beschermen tegen teleurstelling. Met Oud en Nieuw stortte ik in. Ik had het gevoel al anderhalf jaar stil te staan. Huilend keek ik naar het vuurwerk.'

Ze begint te lachen. 'Maar altijd als ik goed gejankt heb en emotioneel helemaal leeg ben, dan kan ik er weer tegenaan. Ik heb wilskracht. Als mensen me op straat nakijken, denk ik: met jou is ook wel wat mis. Iedereen zei dat ik geen mbo kon halen, maar ik heb mooi mijn diploma. Mensen zeiden altijd van me dat ik niet verder zou komen dan dagbestedingsniveau: knutselen of tuinieren. Ik wil gewoon werken. Geen vijf dagen in de week, maar zeker drie.'

Ben je weleens trots op jezelf?

'Daar heb je vaak anderen voor nodig. Zij zeggen dat ik zelfverzekerd en vrolijk overkom, soms zelfs een beetje flirterig. Ik probeer zo normaal mogelijk te leven, doe veel dingen die mensen zonder handicap ook doen, zoals winkelen of af en toe te veel drinken. Ik doe alles zelf, haal eruit wat erin zit. Daar ben ik wel trots op. Ik ga naar een gewone sportschool, waar ik een-op-eenbegeleiding krijg, om me op de apparaten te helpen. Mensen op de sportschool kloppen me dan op de schouder, dat ze het zo goed vinden dat ik vaak kom. En ik ga soms in mijn eentje naar Amsterdam, gewoon met het openbaar vervoer.'

Ze lacht gul. 'Sinds een half jaar heb ik een vriendje. Ontmoet op Amsterdam Centraal. We raakten aan de praat, hij toonde belangstelling in mij. Hij had allerlei tatoeages. Eerst dacht ik bij mezelf: zo'n jongen hoef ik niet.' Ze slikt tot haar stem is gekalmeerd. 'Maar hij was heel lief, hielp me de bus in. Daar ben ik misschien nog het meest trots op: dat hij voor mij gaat en niet voor iemand zonder handicap.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden