ColumnEva Hoeke

Tja, die rotmedia ook altijd

Eva Hoeke

Op de Internationale Dag van de Vrede bezocht ik samen met mijn vriendin Laura, een vrouw die haar dagelijks brood verdient met welzijnswerk, het evenement ‘Kijk eens door de ogen van een Palestijn’. ‘Nog even peuken halen’, zei Laura toen ze me ophaalde. ‘Arabieren zijn nooit op tijd, dus we zijn vroeg zat.’

Het feest vond plaats in een protestante kerk, we vielen erin tijdens de soundcheck. Er hingen Palestijnse vlaggetjes, over het projectiescherm op de muur zweefde een muis en overal renden kinderen met zwart-wit geblokte sjaals om het hoofd. Nadat Laura handjeklappend door de zaal was gegaan, ging ze roken. Onder het afdakje troffen we een kennis van de EHBO, die uit ervaring wist dat er van alles kon gebeuren op zo’n avond, al beperkte de hulp zich meestal tot het plakken van pleisters. Niettemin belangrijk werk, ze was geen vrijwilliger. ‘Dat kan niet’, zei ze een shagje draaiend. ‘Alleen al zo’n reanimatiepop kost 2.400 euri.’

Het begon. De voorzitter van de Stichting Samenbindende Projecten Zaanstreek trapte af. Ze had opgestoken haar, heette ons welkom in het Arabisch en zei dingen als: ‘In Nederland leven zo’n 40 tot 50 duizend Palestijnen.’ En: ‘We willen spanningen in de bevolking doen afnemen.’ Verder gingen ze het die avond níét over politiek hebben.

Dat bleek onmogelijk. Het begon al met een filmpje over de Balfour-declaratie, Lord Rothschild en de Nakba, de Palestijne exodus van 1948. Naast me zat Mieke (56), ze was juf op een basisschool en gék op het Midden-Oosten. ‘Ik ben er nog nooit geweest. Ja, één dag in Egypte, toen we op Cyprus waren. Maar verder niet, mijn man houdt er niet van. Ik ga soms dansen in Utrecht, daar doen ze de dabke.’ Even later liet een Palestijnse kinderdansgroep zien wat een dabke is, de zaal ging los. Mieke keek me aan: ‘Dat bedoel ik dus.’

Tijdens het eten raakte ik in gesprek met Anita, een Rotterdamse met rood haar en een ‘Free Palestina’-button op haar tas. Ze was activist en zei dat het altijd meteen losging bij Palestijnen, ze kende ze als een vrolijk volkje. En zij kon het weten, want ze was er met eentje getrouwd. Ze ergerde zich aan de media, die altijd maar pro-Israël waren. ‘De NOS is het ergst’, zei ze met een vies gezicht.‘Ik ben ook van de media’, zei ik. Er viel een kwartje. ‘Ik heb jou eens een boze brief geschreven’, zei ze. ‘Nadat jij in je column had verteld dat je op vakantie ging naar Israël. Ik dacht: daar heb je er weer zo een, die lekker in Tel Aviv zit terwijl 50 kilometer verderop mensen creperen.’

Toen de falafel op was zei ze: ‘Zand erover.’ Even later stond ze op het podium te speechen, haar man zat in de zaal, relaxte gozer. Ze sloot af met: ‘Dit zijn geen vrolijke verhalen, maar het is wel de realiteit.’ De Syrische meneer Al-Shara, een man die qua uiterlijk de zeer bescheiden broer van Ahmed Aboutaleb had kunnen zijn, verstond haar niet, maar klapte toch. Hij bezocht dit soort avonden om de taal te leren en mensen te ontmoeten. Mieke kende hij ook al, van de Dam tot Damloop. Mieke: ‘Wil jij straks met me dansen?’

Op het einde van de avond deed een groep Palestijnse bejaarden een gearmde dans. Dankzij twee jonge grietjes voor het podium, een Syrische en een Hollandse, scholieren, vriendinnen met nul benul van politiek maar pret voor tien, kreeg de solidariteitsgedachte ook nog een praktische invulling. Bij de uitgang kwam ik Anita weer tegen. ‘Ik ken niet één Palestijn die niet aardig is’, zei ze. Ik wilde zeggen dat Joden ook weleens aardig zijn, dat ménsen soms aardig zijn, maar ik hield mijn mond, want ik ben van die rotmedia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden