Het eeuwige levenTineke de Ruiter

Tineke de Ruiter (1952-2018) zette fotografie als kunstvorm op de kaart

Dankzij Tineke de Ruiter was er aan de universiteit van Leiden een leerstoel fotografie op de faculteit kunstgeschiedenis. En dankzij haar bleef ook de fotografie-adeling van het prentenkabinet bestaan.

Tineke de RuiterBeeld rv

Het gevecht hield niet op toen ze dit had bewerkstelligd. Heel vaak kreeg ze te horen dat fotohistorie meer thuishoorde in Amsterdam of Rotterdam. Maar ze verdedigde de studierichting in Leiden als een leeuw.

Vorig jaar ging ze met pensioen; het was haar plan geweest zich op haar hobby’s te kunnen storten. Maar een maand voor haar pensionering werd kanker geconstateerd. Ze kreeg chemo en bestralingen en leek in april ‘schoon’. ‘Maar op 19 september kreeg ze te horen dat ze nog maar drie maanden te leven had. Het werd een week’, zegt haar zoon Teun Pijnnaken. De Ruiter overleed 27 september in een hospice in Leiden.

Tineke de Ruiter groeide op in een gezin met vier kinderen in Den Haag. Haar vader zat op de grote vaart, haar moeder werkte in een winkel van Jamin. Na de middelbare school koos ze voor een studie kunstgeschiedenis in Leiden.

Ze liep mee op de fotografie-afdeling van het Prentenkabinet van de Leidse universiteit, dat een half miljoen foto’s had. Hierdoor kwam ze terecht in een werkgroep die de tentoonstelling Fotografie in Nederland 1940-1975 in het Stedelijk in Amsterdam voorbereidde.

Het viel haar op dat er weinig werk was van vrouwelijke fotografen. Dat bracht haar in contact met Eva Besnyö, een fotograaf van Hongaarse afkomst die in de jaren dertig naar Nederland kwam en in kunstenaarskringen rond Charley Toorop belandde. Tineke studeerde in 1984 af op de scriptie Eva Besnyö 1928-1945. Na haar studie bleef ze bij de universiteit als docent fotografie-geschiedenis.

Ingeborg Leijerzapf, voormalig conservator van het Prentenkabinet (nu de afdeling Fotografie van de Bijzondere Collecties), schreef in een in memoriam dat De Ruiter vanuit een groot verantwoordelijkheidsbesef aan een blijvende plek voor de fotografie in het curriculum van kunstgeschiedenis werkte.

Behalve gedreven was De Ruiter ook een kundig bestuurder. Ze stond aan de basis van de oprichting van het Amsterdamse fotomuseum Foam in 2001. Daar was ze ook vijf jaar lang bestuurder.

Oprichter en huidig directeur Marloes Krijnen zegt dat De Ruiter zich niet op de voorgrond drong. ‘Maar ze wist waar ze voor stond, wat ze moest doen en waar het met Foam naartoe moest.’ Tot het einde van haar leven bleef ze Foam trouw bezoeken. Ze had daarnaast bestuurlijke functies bij het Nederlands Fotogenootschap en het Fonds Anna Cornelis, dat subsidies verstrekt aan documentaire fotografen. Ze was perfectionistisch, soms zo perfectionistisch dat sommige projecten van haar nooit af kwamen omdat er nog een detail onduidelijk was.

Tineke de Ruiter was partner van een timmerman. Haar zoon Teun Pijnnaken zegt dat zijn vader en moeder nogal verschillend waren. ‘Mijn vader hield niet van vliegen. Daarom kon ik samen met haar de wereld verkennen. We gingen naar Zimbabwe en Botswana om de big five te zien. We zijn naar bijna alle museums in Nederland geweest.’ Zelf fotografeerde ze ook, maar dat was vooral bestemd voor familie-albums. ‘Niet om te exposeren’, aldus Teun.

De Ruiter was in veel dingen geïnteresseerd. Ze had een molenaarsdiploma. Ze was gediplomeerd imker. Ze hield van de natuur en van planten. Ze was actief in de schooltuinenvereniging en had haar eigen tuin aan het Woerdense Verlaat, waar ze van plan was nog zoveel aan te gaan doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden