InterviewTim Fransen

Tim Fransen is door de crisis wat illusies armer

Tim Fransen in zijn deuropening. Beeld Ivo van der Bent

In de Volkskrant-podcast Beschaving: de nabeschouwing beschouwde cabaretier en filosoof Tim Fransen afgelopen maanden de crisis. Een nabeschouwing.

Je leert jezelf wel kennen tijdens zo’n crisis, merkt cabaretier en filosoof Tim Fransen (32) op in de slotaflevering van zijn podcast Beschaving: de nabeschouwing, waarin hij sinds april de coronacrisis heeft beschouwd. Luisteraars deelden in openhartige voicememo’s hun zorgen en existentiële twijfels met hem, waarna hij met behulp van filosofie en humor een uitgebreid antwoord op hun vragen probeerde te formuleren.

De eerste maanden van de crisis waren een goede test voor zijn wereldbeeld, zegt Fransen op een terras vlak bij zijn huis in Amsterdam, waar hij intussen weer geregeld zit. ‘Mijn wereldbeeld is erop ingesteld dat alles op elk moment kan misgaan. Ik vond het eigenlijk wel prettig dat ik daar een keer wat aan had.’

Dan, serieuzer: ‘Ik zag de documentaire Being 97, over de laatste maanden van de Amerikaanse filosoof Herbert Fingarette. Voor de dood hoeven we niet bang te zijn, zei hij altijd, want als wij er zijn is de dood er niet, en als de dood er is, dan zijn wij er niet. Maar toen de dood bij hem aan de deur klopte, viel hij toch een beetje door de mand. Hij bleek veel banger voor de dood dan hij had gedacht. Zijn ideeën bleven niet overeind.

‘Dat is altijd de vraag: zijn filosofische ideeën niet gewoon een bezwering, een strategie om angsten af te houden? Die mogelijkheid houd ik zelf wel open. Ik ben niet gigantisch geraakt door deze crisis, dus in die zin waren de afgelopen maanden geen grote beproeving, maar toch vond ik het fijn dat ik kalm bleef, en monter.’

Toen de theaters op 12 maart moesten sluiten, had Fransen al een paar maanden try-outs gespeeld van zijn derde voorstelling. Die stond al aardig in de steigers, in november zou de première zijn. Het onderwerp bleek niet ver verwijderd van de omstandigheden die daar een stokje voor staken: De mens en ik zou gaan over zijn worsteling met de mensheid, en over hoe breekbaar de beschaving is. 

In Beschaving: de nabeschouwing dacht Fransen door over dat thema in het licht van de recente gebeurtenissen. Heeft het virus een wil? Hoeveel is een mensenleven ons waard? Maakt een pandemie ons solidair? En in de vierde en voorlopig laatste aflevering: is er nog hoop?

Hoe leuk het ook was, hij is eerlijk gezegd opgelucht dat het even klaar is met die podcast. Ga maar na: elke aflevering benaderde hij als een kleine voorstelling, met zijn vaste theaterregisseur Daniël Samkalden en met alle bijbehorende stadia van dien: geïnspireerd zien te raken, een script schrijven, proberen, beter maken. ‘Er komt altijd een moment dat ik niet meer zie hoe het moet lukken. Dat is voor een groot deel te danken aan Daniël, die mij met zijn kritiek tot wanhoop drijft. Het punt van wanhoop is meestal de doorbraak, gevolgd door ontlading en opluchting zodra een voorstelling in première is gegaan. Alleen nu moest ik meteen weer door met de volgende aflevering.’

Tim Fransen: ‘De deurmat is spuuglelijk, hij lijkt op de vlag van een land dat niet bestaat, maar het was de enige die ik kon vinden. Dus ook daar dacht ik: amor fati.’ Beeld Ivo van der Bent

Hadden de vragen van luisteraars iets gemeen?

‘Het overkoepelende thema werd de illusies die we koesteren, als individu of als cultuur. De illusie dat het virus een wil heeft, en daaraan gekoppeld dat het leven een vooropgezette bedoeling heeft, de illusie dat deze pandemie ons saamhorig maakt, de illusie dat we controle hebben over de toekomst. In elke aflevering heb ik geprobeerd een van die illusies door te prikken. Niet zozeer vanuit een sadistisch genoegen om mensen hun illusies af te nemen, maar omdat mijn overtuiging is dat illusies geen fundament zijn. Als we een stap verder willen komen met z’n allen, hebben we vaste grond onder onze voeten nodig.’

Realiteitszin?

‘Ja. En van daaruit kijken wat er te redden valt. Ik denk dat veel illusies de reden zijn dat we als samenleving zo verdeeld zijn. De een vlucht in de ene illusie, de ander in een andere. De onaangename realiteit is wat we met z’n allen delen, en waarin we elkaar kunnen vinden. Dat gegeven lijkt me de perfecte bodem voor solidariteit.’ 

Koester jij geen illusies?

‘Zeker wel. En ik heb ook niet de illusie dat je er vanaf bent als je ze één keer hebt doorgeprikt. Ik trap nog steeds in de valkuilen die ik weet te benoemen. Ik heb ook behoefte aan controle over de toekomst, zeker nu ik het volgende theaterseizoen aan het plannen ben. Het is de praktische realiteit dat je een jaar vooruit moet plannen als theatermaker, in een situatie die krankzinnig onzeker is.

‘We moeten onszelf allemaal handhaven, ook psychisch, en soms komen illusies daarbij heel goed van pas. Dat is op zich prima. Zolang we maar beseffen dat hoe wij naar de wereld kijken niet noodzakelijk de waarheid is. Onze blik op de wereld is altijd gekleurd, allemaal bekijken we de wereld door de lens van onze eigen psyche. Daar ontkomen we niet aan. 

‘Ik denk alleen dat we daarom soms wat meer moeite zouden moeten doen om de ander te begrijpen, in plaats van iedereen die anders denkt te bestempelen als een idioot of als het kwaad. Waarbij we zelf natuurlijk zelfgenoegzaam aan de kant van het goede staan. Ik geloof dat dat de bron is van een hoop ellende.’

Hoe kijk je in dat licht naar complotdenkers?

‘Als de onzekerheid echt groot wordt, zie je dat een grotere groep mensen vatbaar is voor complottheorieën. Een complottheorie aanhangen is een poging om jezelf niet machteloos te voelen. Maar misschien is de situatie wel dat we in zekere mate gewoon machteloos zijn. Dat is denk ik iets waar veel mensen zich niet bij willen neerleggen.’

In de laatste aflevering over hoop haal je een boodschap aan die filosoof René Gude, een goede vriend van jou, tot zijn dood uitdroeg: we zullen ons moeten verhouden tot onze kwetsbaarheid en vergankelijkheid. Hoe werkt dat in de praktijk?

‘Ik geloof dat wijsheid niet zozeer een kwestie is van inzichten opdoen. Daar begint het, maar daarna komt het aan op oefening, jezelf de juiste gewoonten aanmeten. 

‘René zei weleens: ‘Het zijn niet de dingen zelf waar we aan lijden, maar ons oordeel over de dingen.’ Ik dacht altijd: dat moet hij uit het boeddhisme hebben gehaald. Totdat ik het tegenkwam bij Marcus Aurelius, een stoïcijn, en keizer tijdens een grote pestepidemie. 

‘Maar Boeddha had dit ook zo kunnen zeggen. Het fundamentele uitgangspunt van het boeddhisme is dat alles vergankelijk is, elke emotie, elke ervaring, elke persoon. Wat volgens mij ook voor het stoïcisme geldt: die eindigheid is geen reden om gedeprimeerd te raken. Integendeel, het zou onze inspiratie moeten zijn. Het zou ons moeten laten inzien hoe kostbaar onze tijd hier is.’

Welke oefeningen kunnen we doen?

‘Ik heb van nature een pessimistische, angstige persoonlijkheid, en ik vind het bemoedigend hoe filosofie me heeft geholpen mijn angsten te verminderen. Als ik me angstig voel en een half uurtje Marcus Aurelius lees, word ik kalmer. In het Nederlands is het boek vertaald als Persoonlijke notities, maar in het Grieks is de letterlijke titel ‘De dingen die je tegen jezelf zegt’. Dat is precies de kern. Je kunt het wel weten, maar je moet jezelf er constant aan herinneren om het je eigen te maken en het te gaan belichamen.

‘Op een of andere obscure website heb ik een deurmat gekocht met ‘amor fati’ erop. Ook een stoïcijnse wijsheid, het betekent ‘liefde voor het lot’. De deurmat is spuuglelijk, hij lijkt op de vlag van een land dat niet bestaat, maar het was de enige die ik kon vinden. Dus ook daar dacht ik: amor fati.

‘Ik had lange tijd een app op mijn telefoon die vijf keer per dag op willekeurige momenten hetzelfde bericht stuurde: ‘You are going to die’. Dat is gebaseerd op de Tibetaanse wijsheid dat vijf keer per dag stilstaan bij je sterfelijkheid de sleutel tot geluk is. Als ik zenuwachtig was voor een optreden en ik kreeg dat berichtje, nou, dan viel het toch mee wat ik moest gaan doen. Het klinkt misschien gek, maar ik denk dat ik mede hierdoor een intiemere relatie heb gekregen met mijn eigen sterfelijkheid.’

In maart las je in De wereld draait door een fragment voor uit De Pest, eindigend met de les die een plaag ons volgens Camus kan leren: dat er in de mens meer te bewonderen dan te verachten valt. Deze crisis is onze kans om te laten zien dat dat echt zo is, zei jij.

Lacht. ‘Ik heb het heel bewust zo geformuleerd: het is een kans. Ik heb niet gezegd dat ik er vertrouwen in heb dat we het ook zullen waarmaken.’

Waar ziet het naar uit?

‘Dat vind ik een moeilijke vraag. Mijn mensbeeld is niet zozeer dat de meeste mensen deugen, maar dat er zowel nobele als minder nobele motieven in ons huizen. De meeste mensen zijn niet slecht, niet kwaadaardig, maar je hoeft alleen maar naar jezelf te kijken; jaloezie, wraakzucht, lafheid, egocentrisme, die dingen zijn allemaal in onszelf te vinden. 

‘Ik kan voorbeelden noemen van solidaire daden tijdens deze crisis, maar ook van egoïstische impulsen. Dus of er in een mens meer te bewonderen valt dan te verachten, tja. Ik vind vooral dat het onze blijvende opdracht is om onze goede kwaliteiten te laten zegevieren. 

‘Solidariteit is een groot woord, maar uiteindelijk gaat het om verbinding tussen mensen. De dingen die we graag voor de buitenwereld afschermen, onze angsten, neuroses, rare gewoonten, kwetsbaarheden, zijn ironisch genoeg de dingen op basis waarvan we verbinding met elkaar kunnen maken. 

‘In de laatste aflevering van de podcast zegt luisteraar Yara dat ze zich tijdens deze crisis steeds meer afsloot van de buitenwereld, omdat ze haar hoop begon te verliezen. Mark vertelt hoe hij in een persoonlijke crisis kwam door de sombere voorspellingen over klimaatverandering. Wat zij delen, kan voor anderen troostrijk zijn, ook gezien de cijfers die uitwezen dat tijdens deze crisis veel mensen angstig waren. 

‘De wereld brengt van zichzelf ellende met zich mee, daar hoeven wij verder niks voor te doen. Het laatste wat wij moeten doen is daar nog meer ellende aan toevoegen. Volgens mij moeten we het bestaan juist verzachten voor elkaar. Ik geloof dat dat beschaving is.’

Beschaving: de nabeschouwing is te beluisteren op Volkskrant.nl/podcasts en via onder meer Spotify, Stitcher en iTunes.

Terug op het podium

In september pakt Tim Fransen de tournee op van De mens en ik. Deze maand speelde hij voor het eerst in comedyclub Toomler. ‘Voor de comedians was het heel speciaal: eindelijk, we mogen weer! We hadden met z’n allen verwacht dat het publiek ook dat gevoel zou hebben: wat hebben we hier naar gesnakt. Maar dan vergeet je dat het gros van het comedypubliek maar één of twee keer per jaar naar een voorstelling of show gaat. Als die mensen drie maanden even niet kunnen, dan snakken ze nergens naar. Dan is dit gewoon de normale gang van zaken.’

Meer Tim Fransen

Journalist Fokke Obbema interviewde Tim Fransen voor zijn Zin van het leven-serie in de Volkskrant‘Vragen naar ‘de zin’ veronderstelt een objectief, afstandelijk perspectief dat onze individuele levens overstijgt’, zei Fransen in dat gesprek. ‘De ironie is dat het dan niet mogelijk is een zin te benoemen, want vanuit dat perspectief is ons leven op aarde, ergens in een uithoek van het universum, volkomen vergeefs. In het licht van de eeuwigheid draait de vraag uit op een absurditeit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden