Beter levenLust & liefde

‘Tijdens onze laatste reis door Andalusië stelde ik haar een vraag waarvan ik nu nog spijt heb’

null Beeld Saša Ostoja
Beeld Saša Ostoja

Hugo werd verliefd op een jongere Japanse vrouw, met wie hij een langeafstandsrelatie begon. Tijdens hun laatste reis stelde hij haar een vraag waarvan hij nog altijd spijt heeft.

Hugo (78): ‘Ze kwam uit Japan, was twintig jaar jonger dan ik en droeg die maandag in 1991 een dure camelkleurige jas. Er was een grote conferentie gepland en mij was gevraagd twee laatkomers op te halen van het station. Eén kwam niet opdagen, Ayame wel. Het was kwart voor één in de middag toen we naar de auto liepen, te laat voor de lunch op het lab waar ik werkte, en ik nodigde haar uit in de stad wat te eten. Op straat keek ze oplettend om zich heen. Het was niet haar eerste keer in Europa, maar wel de eerste keer in een Nederlandse provinciestad. Tijdens de lunch vertelde ze dat ze vaak met haar vader meeging op zijn reizen als wetenschapper, en dat haar moeder stamde uit een zeshonderd jaar oud geslacht met alle tradities, beperkingen en gedragsregels van dien. Ik vroeg niet verder; een eerste kennismaking is niet geschikt voor diepe gevoelens, dan stip je als het ware alles kort aan, je echte nieuwsgierigheid bewaar je voor later. Ik keek naar een verdomd mooie vrouw, perfect opgemaakt in een teint die haar gelaatskleur iets deed oplichten. Maar vooralsnog bestond ze voor mij uit niet meer dan een uiterlijk en een verhaal. Je zou haar onbereikbaar kunnen noemen, maar zo dacht ik niet. Ik ben er de man niet naar in onbereikbaarheid een uitdaging te zien. We praatten als collega’s, ze had belangstelling voor de Europese geschiedenis en ik nodigde haar uit voor een tochtje door Friesland. In het Fries Museum staat aardewerk met Japanse decoraties en de meren wilde ik haar ook laten zien.

‘Ik haalde haar op in haar hotel, ze droeg een ongestreken blouse, het ‘gladde’ was weg, en ineens leek ze menselijker. Tot mijn verrassing kusten we ’s avonds bij het afscheid. Een dag later, de laatste dag van de conferentie, zag ik Ayame op de faculteit praten met de secretaresses, die plots allemaal tegelijk mijn kant opkeken, en vervolgens hun hoofden bij elkaar staken. Wat de dames precies tegen haar gezegd hebben weet ik niet, behalve dat ik betrouwbaar en niet ‘draufgängerisch’ zou zijn. Dat moet haar die avond voldoende moed hebben gegeven zomaar bij me aan te bellen. Weer brachten we uren samen door en toen het tijd werd om te gaan zei ze dat ze liever bij mij bleef. Snel flitste het door me heen: Waar moet ze slapen? Heb ik schone lakens? Ik gaf haar mijn bed en nam zelf de bank in de woonkamer. De lakens waren ongestreken als haar blouse, maar het deerde haar niet. En toen we elkaar die nacht op de gang tegenkwamen, elk op weg naar de keuken voor een glas water, liep ik met haar mee naar boven. De rest van de nacht sliep ze, na een korte aarzeling, in mijn armen. Ik kende tot dan toe geen verlangen naar een vrouw en een gezin, en ook nu groeide er geen omlijnd plan voor de toekomst. Maar de keer erop dat ik Ayame zag, zes weken later tijdens weer een andere conferentie in Genève, merkte ik dat ik verliefd was. Ja, denk ik nu, bijna dertig jaar later, ik ben gewoon verliefd op haar geweest.

‘Twee jaar en negen maanden hebben we elkaar om de paar maanden of weken gezien op plekken door heel Europa. Als ik alle dagen die we samen doorbrachten bij elkaar optel, kom ik op zeven maanden. In wetenschapskringen is een langeafstandsrelatie heel gebruikelijk, geen van beiden hadden we er problemen mee. Haar vader wist ervan, maar zei niks. Hij was de veelgevraagde spreker op al die conferenties die ik voor mijn werk frequenteerde. Zij reisde mee. Straatsburg, Berlijn, Dortmund, Padua, Venetië en Parijs hebben door de ontmoetingen met haar voor altijd een nieuwe betekenis gekregen. Ik zag hoe goed Europa haar deed, iedere keer leek ze meer ontspannen en werd haar lach stralender. In het begin nam ze zelden initiatief en als er een maaltijd moest worden geserveerd of thee ingeschonken, deed zij dat. Al snel liet ik weten dat in Europa mannen en vrouwen als gelijken leven. Dat wist ze, lachte ze, en toch verraste het haar. Na een congres in Parijs nam ik haar mee naar mijn zomerhuisje in de Hautes-Alpes dat een opknapbeurt nodig had, en ik zie haar nog staan op een ladder. Zij die nooit eerder een witkwast in haar handen had gehad, grinnikte om het witsel op haar gezicht en om de blaren op haar hand. Op de markt regelde ze in no time een Engelssprekende Fransman als tolk en ging daarmee boodschappen doen. In het Ritz in Parijs en in een tentje aan het Lac de Quinson, overal was ze even blij. Tijdens onze laatste reis door Andalusië stelde ik haar aan het einde van ons verblijf in de Parador van Ronda een vraag waarvan ik nu nog spijt heb. Uitkijkend over die geweldige brug zei ik: hoe zou het zijn als wij voor altijd bij elkaar zouden wonen?

‘Ayame werd bleek en kromp ineen. Natuurlijk wist ik dat ze lang geleden al was uitgehuwelijkt, maar op een of andere manier had ik luchtig gedacht dat ze zich van die tradities zou bevrijden. Naïef van me, want hoe relatief kort geleden is het immers dat de Nederlandse boerenstand zijn dochters uithuwelijkte? Eén verliefde enkeling kan niet straffeloos breken met zeshonderd jaar traditie. Die avond in bed was de omhelzing stroever dan anders. Met zwaar gemoed zette ik haar de volgende dag op het vliegtuig en vloog zelf naar Nederland. Nog datzelfde weekend belde een van haar zussen. Ik geloofde niet wat ze zei en heb haar haar woorden twee keer laten herhalen. ‘Ayame leeft niet meer.’ En ook al werd meteen duidelijk dat ze zelf een einde aan haar leven had gemaakt, hoe precies heb ik niet gevraagd. Een paar maanden later sprak ik haar vader in Genève. Samen zaten we op het bankje waar ik vaak met Ayame had gezeten en dachten aan haar. Toen gaf hij me zwijgend een driehonderd jaar oud mes waarmee in Japan seppuku, rituele zelfmoord, werd gepleegd. Daarmee was voldoende gezegd.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Hugo ­gefingeerd.

Oproep voor een nieuwe reeks

Omdat liefde zoveel meer vormen kent dan romantische liefde alleen, is Corine Koole voor deze rubriek (en een nieuwe podcast) op zoek naar verhalen over álle soorten liefde: bijzondere vriendschappen, familiebanden, of eenmalige ontmoetingen en crushes. Welk inzicht kreeg je toen je een oude kennis tegen het lijf liep? Waarom brak je met je broer? Betrap je jezelf erop dat je telkens afrekent bij diezelfde kassamedewerker? Die ene vader op het schoolplein, voel je wat voor hem, of is het alleen uit verveling dat je met hem flirt? Wat verandert er als je moeder of vader wordt?

Corine is op zoek naar keerpunten, nieuwe inzichten maar ook naar liefdesgeschiedenissen van een leven lang. Wie zijn de mensen met wie we ons omringen en waarom zijn ze belangrijk voor ons? Wat maakt gelukkig, op welk gedrag knap je af? Kortom, alle vormen van liefde, krijgen in de nieuwe reeks een plek. Naast natuurlijk de klassieke, romantische liefde, want die blijft altijd.

Interesse? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden